Chris Thijssen 26 oktober 2016, 07:04

Landbouw- en natuurorganisaties in actie voor weidevogel

Het nieuwe Actieplan Akker- en Weidevogels heeft als doel de daling van het aantal akker- en weidevogels in Nederland binnen tien jaar te stoppen. Pilotprojecten van natuur- en landbouworganisaties moeten daaraan bijdragen.

Lapwing 1668958 1920

Het Actieplan Akker- en Weidevogels werd maandag gepresenteerd door LTO Noord, de Gelderse Natuur en Milieufederatie (GNMF), Stichting Landschapsbeheer Gelderland en de drie Gelderse Agrarische Collectieven.

Met het plan werken landbouw- en natuurorganisaties samen om de teloorgang van akker- en weidevogels te stoppen. “Hiervoor willen we pilotprojecten uitvoeren, zodat we de oorzaken van de problemen goed kunnen aanpakken”, zegt Volkert Vintges, GNMF-directeur, in een nieuwsbericht. “De zes organisaties vragen de provincie om jaarlijks € 250.000 beschikbaar te stellen over de periode 2017-2022.”

Biologische landbouw

In het actieplan richten drie pilotprojecten zich op de patrijs, een vogel die volgens de betrokken partijen een variatie aan leefgebieden nodig heeft. Die leefgebieden kunnen worden beheerd door agrariërs, maar ook door landgoedeigenaren, gemeenten en waterschappen. Biologische bedrijven zouden vooral geschikt zijn, vanwege de variatie in gewassen en een rijk bodem- en insectenleven.

Een van de voorgestelde maatregelen is het zogeheten triobeheer van akkerranden. Daarbij is sprake van een braakliggende strook, met lage en hoge vegetatie. Ook de aanleg van wintervoedselveldjes en struiken worden genoemd.

Weidevogels

Ook voor de kievit zijn drie pilotprojecten voorgesteld. Het uitstellen van grondbewerkingen en de aanleg van braakliggende stroken kan het broedsucces van de vogels, die broeden op akkerland, vergroten. Dat komt waarschijnlijk omdat jonge kieviten dan dekking en voedsel kunnen vinden, stellen de initiatiefnemers.

Andere maatregelen die in het plan worden genoemd, zijn onder meer de aanleg van ‘plasdrasgebieden’, ofwel weilanden met een laagje water, voor vogels als de wulp, tureluur en grutto. Daarnaast willen de organisaties twee pilotprojecten tegen roofdieren opzetten. Zo kan de aanleg bijvoorbeeld houtige beplanting gebieden minder aantrekkelijk maken voor roofdieren.

Bron: Gelderse Natuur en Milieufederatie | Foto: public domain

‘Multinationals moeten duurzamer ondernemen'

Dat blijkt uit onderzoek van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). De richtlijnen van de Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) bieden Nederlandse multinationals handvatten om met kwesties als ketenverantwoordelijkheid, mensenrechten, kinderarbeid en corruptie om te gaan.Duurzaam ondernemen en transparantieDe Oeso-richtlijnen vormen volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken het uitgangspunt voor het Nederlandse internationale MVO-beleid. De richtlijnen zijn aangepast aan het internationale MVO-beleid, zoals de UN Guiding Principles, en worden door 46 landen onderschreven.Volgens de Nederlandse overheid zijn bedrijven die de Oeso-richtlijnen hanteren transparanter en minder risicovol. Daarnaast krijgen de bedrijven gemakkelijker financiering en zijn ze minder gevoelig voor maatschappelijke druk.Duurzame multinationalsIn zijn onlangs gepubliceerde onderzoeksrapport ‘Commitment to OECD Guidelines for Multinational Enterprises by Dutch stock listed companies’ beschrijft VBDO dat 30 procent van de zestig ondervraagde beursgenoteerde bedrijven volgens de Oeso-richtlijnen werkt. De Nederlandse overheid wil echter dat 90 procent van de Nederlandse multinationals bij internationaal zakendoen aan de Oeso-richtlijnen voldoet.Zo roept het Nationaal Contactpunt voor de Oeso-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (NCP), dat onder andere toepassing van de richtlijnen bevordert, CEO’s van Nederlandse multinationals op om de richtlijnen publiekelijk te hanteren als referentiekader voor hun MVO-beleid. Multinationals kunnen bijvoorbeeld in hun jaarverslag aantonen dat zij de Oeso-richtlijnen volgen.Bewustzijn vergrotenUit het onderzoek van VBDO blijkt dat de ondervraagde bedrijven zich nog niet allemaal bewust zijn van de toegevoegde waarde van de Oeso-richtlijnen. Na het onderzoek stelt VBDO dat negen van de zestig ondervraagde bedrijven de richtlijnen daadwerkelijk zal toepassen.Vijftien bedrijven zeggen dit in de toekomst te doen. Om de toepassing van de Oeso-richtlijnen te bevorderen, adviseert VBDO dat implementatie van de richtlijnen zo praktisch mogelijk moet zijn voor de bedrijven.Duurzame bedrijvenDaarnaast zou het NCP een belangrijke rol kunnen spelen door bijvoorbeeld goede voorbeelden van andere bedrijven te delen en praktische implementatiehandvatten te bieden die aansluiten op de kernactiviteiten van de betreffende bedrijven.In zijn oproep aan multinationals die de Oeso-richtlijnen nog niet hebben toegepast, noemt het NCP onder andere AkzoNobel, KPN, Rabobank en Unilever als succesvolle bedrijven die aan de richtlijnen voldoen. Bron: VBDO, NCP | Foto: Seattle Municipal Archives via Flickr, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)