Marc Seijlhouwer 10 december 2021, 13:03

Op naar klimaatneutraal bier: over drie jaar is dit moutbedrijf van het gas af

Holland Malt, een bedrijf dat mout maakt voor bierbrouwerijen, gebruikt vanaf 2024 geen aardgas meer bij een van de mouterijen. Zo bespaart het bedrijf 18 miljoen kuub gas per jaar.

Holland Malt Eemshaven 4 Mout is een belangrijke grondstof voor bier, maar de productie kost veel energie. | Credits: Holland Malt

De mouterij in Eemshaven produceert 280.000 ton mout per jaar. Mout is een belangrijke grondstof voor bier, maar de productie kost veel energie. Dat komt vooral omdat mout gedroogd moet worden bij een temperatuur van zo’n 85 graden. Zo krijgt mout – en uiteindelijk het bier – smaak.

‘Emissievrij is niet makkelijk’

Op dit moment gaat dat drogen van mout nog met aardgas. Holland Malt wil daarvan af. Niet minder gas gebruiken, niet overstappen op biomassa; het moest helemaal emissievrij. “Dat was niet makkelijk. Maar hoe moeilijk het ook was, we vonden dat dit nodig was”, vertelt CEO Jos Jennissen van Holland Malt.

Emissievrij betekent, gezien de huidige stand van de techniek, een ding: de gasleidingen moeten plaatsmaken voor elektrische verwarming. Warmtepompen, om precies te zijn. En dan niet de exemplaren die in de meest duurzame huizen van tegenwoordig staan. Holland Malt gebruikt industriële warmtepompen die lucht tot 85 graden kunnen verwarmen.

De mouterij van Holland Malt in Eemshaven bespaart binnenkort 18 miljoen kuub gas per jaar. | Credit: Holland Malt

Lange tijd was het moeilijk om lucht elektrisch te verwarmen tot die temperaturen. “Maar we ontdekten dat je de restwarmte van het moutproces kunt gebruiken. De lucht die vrijkomt bij het drogen is zo’n 23 graden. Daar zit nog een hoop energie in. Met warmtepompen kun je die lucht opwaarderen tot de gewenste temperatuur. Het warmtesysteem moet natuurlijk wel voorzien worden van energie. Die halen we volledig uit duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie”, legt Jennissen uit.

Uitstoot van 14.000 huishoudens

De overstap van gas naar elektriciteit betekent wel een volledige verbouwing van de mouterij. In 2024 moet die klaar zijn. Vanaf dan gebruikt Holland Malt geen gas meer en bespaart daarmee 18 miljoen kuub per jaar. De gaskraan gaat dus volledig dicht. 33.000 ton CO2-uitstoot wordt zo voorkomen. Dat staat gelijk aan de uitstoot van 14.000 huishoudens. En dat met één mouterij. “De bierindustrie is niet de grootste vervuiler van Nederland, maar we maken wel degelijk een verschil met deze stap”, zegt Jennissen.

De hoop is dat deze stap andere bedrijven ook inspireert. “Wij zijn de eerste mouterij die zo’n grote stap maakt. Anderen proberen hun CO2-uitstoot wel te verminderen, maar helemaal geen gas gebruiken en uitstoot van andere schadelijke gassen veroorzaken, dat doet niemand.” Of dit het bedrijf dan een streepje voor geeft op anderen? “Natuurlijk willen wij aansluiten op de agenda van onze klanten. Duurzaamheid is belangrijk in de bierbranche.”

Kennis delen

Dat klopt inderdaad: grote brouwers als Heineken, Grolsch en Swinkels Family Brewers hebben ambitieuze duurzaamheidsplannen. Maar het is aan Jennissen en Holland Malt om meer te doen. “We zijn een familiebedrijf, en we kijken ook naar onze rol in de maatschappij. Het klimaat vraagt om actie. Wij voelen deze urgentie en nemen onze verantwoordelijkheid.” Daar hoort ook openheid bij, vindt Jennissen. “Als onze concullega’s echt serieus zijn in hun investeringswens, en ook helemaal van het gas af willen, dan gaan wij ze helpen en onze kennis delen”, zegt hij resoluut.

Lees ook: Gulpener opent meest duurzame brouwerij van Europa

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Paris Proof Innovation Challenge: “Het bedrijfsleven is aan zet”

De middag bij Arcadis werd plenair afgetrapt door journalist en Change Inc.-boegbeeld Paul van Liempt. Hij leidde het debat met deskundigen Lidewij de Haas (Country Director Arcadis Nederland), Maria van der Heijden (voorzitter MVO Nederland), Lucas Simons (CEO NewForesight), Wietse de Jong (Inkoop- en contractmanager Rijkswaterstaat) en Bas van Dam (oprichter Being Development). De niet misverstane boodschap van deze middag: ‘Het is tijd’. De samenkomst viel samen met de tweede week waarin de COP26 in Glasgow plaatsvond. De centrale vraag was dan ook: hoe gaan we transitie naar een klimaat-neutrale wereld versnellen?Veranderen begint bij de basis Volgens Lucas Simons zijn vooral bedrijven aan zet als het om het halen van de klimaatdoelen gaat. Als CEO van NewForesight is Simons gepokt en gemazeld in het adviseren van bedrijven over lastige duurzaamheidsvraagstukken. Zijn kennis over het veranderen van systemen tekende hij op in het boek Changing the Game. Hij trapte de sessie af met de observatie dat er in Glasgow meer bedrijven waren, dan tijdens alle vorige COPS bij elkaar. “Dat biedt hoop”, vindt hij. “Want eigenlijk moeten niet alleen ’s lands leiders het doen, maar zijn vooral bedrijven aan zet.” Simons ziet daar een groot voordeel in, want het bedrijfsleven kan sneller systemische veranderingen realiseren. “Wat er nu vooral nodig is: versnelling en aandacht voor innovatie en financiering.” Tijd voor actie Die financiering speelt een belangrijke rol, vindt ook Lidewij de Haas. De directeur van Arcadis Nederland begon ooit als stagiair bij het ingenieursbureau en is sindsdien gebleven. Vanuit de missie Improving Quality of Life wil De Haas veranderingen inzetten bij onder andere de invulling van de aanbestedingen, zodat aan de voorkant van een project al duurzaamheid op de kaart wordt gezet. “Al onze opdrachtgevers hebben duurzaamheidsambities. Ik kan niet bedenken waarom niet ook 100 procent van alle vragen van opdrachtgevers duurzaam worden. En wij willen graag naar 100 procent duurzame projecten”, aldus De Haas. Ook Maria van der Heijden van MVO Nederland ziet een belangrijke rol voor het bedrijfsleven weggelegd. Daarbij merkt ze op dat het onderwerp duurzaamheid verschuift van de burelen van de duurzaamheidsmanagers naar de bestuurskamers. Dat is goed nieuws. En ook noodzakelijk, vindt zij: “Bestuurders hebben zich goed te verhouden tot de nieuwe economie en die gaat nou eenmaal samen met net zero en circulariteit.” Oprichter en CEO Bas van Dam van Being Development vindt het vooral tijd voor actie. “Ik merk dat er nog veel wordt gesproken over duurzaamheid maar dat het onderwerp in de praktijk nog te weinig echt wordt toegepast. Veranderen mag op een hoger tempo.” Samen op de onbekende weg Om te kunnen veranderen, ziet Van Dam een oplossing in het durven doen. “Ik merk dat 10 tot 15 procent van de bedrijven intrinsiek gemotiveerd is om echt duurzame stappen te zetten, en dat we de rest van de bedrijven nog vaak moeten overhalen.” Het belang en de winstgevendheid van duurzaam bouwen is vaak nog onbekend. De Haas herkent dat: “We kunnen bedrijven bewust maken door ze de goede vragen te stellen.” Volgens Simons is het inderdaad de combinatie van mensen en kennis, die de versnelling gaat brengen. Als je doet wat je altijd gedaan hebt, dan krijg je wat je altijd kreeg. “Je moet het oude ter discussie durven stellen en daarvoor goed kijken naar de processen en alle onderdelen daarvan: wat kunnen we duurzaam doen? En belangrijk is hierin ook: niemand kan dit alleen.” Zowel Van Dam van Being als De Jong van Rijkswaterstaat zien in de praktijk dat het inderdaad belangrijk is om álle mensen in álle lagen te betrekken. De Jong: “Dus ook de mensen die echt met de handen aan de aarde werken, ingenieurs en bouwers. Zij kunnen met hun kennis en ervaring een grote bijdrage leveren aan de oplossingen. Maar ook is effectief leiderschap nodig om projecten succesvol af te ronden.” Koploper naar de toekomst Van Dam ziet een grote toekomst voor een planmatige en projectmatige aanpak. “Het moet helder zijn: wat wil je wanneer bereiken en wat mag het kosten? We moeten gezamenlijk toewerken naar het punt dat het lucratief wordt voor de massa om duurzaam te bouwen.” Dan werken voorbeelden inspirerend, zoals het nieuwe kantoorgebouw van DPG Media, een van de grootste hybride gebouwen (deels van hout) van Europa. Van Dam: “Dat laat zien dat het kán, maar ook wat de bijkomende voordelen zijn: houtbouw gaat sneller dan bouwen met beton, stoot minder CO2 uit en is daardoor goedkoper. Je zet zoveel meer stappen in een keer.” Simons: “Er komen nu slimme technieken en oplossingen aan, zoals modulair bouwen en de digital twin. Het is zaak om die innovaties in te zetten en te zorgen voor genoeg aanbod. Dan gaat het in een hogere versnelling en worden innovaties weer business as usual en kunnen we de doelstellingen van 2050 weer sneller behalen.” Simons put uit zijn ervaring als trainer: “Het gaat om het geven van het goede voorbeeld en daar zit een volgordelijkheid in.” Hij lacht. “Het is net als bij kinderen, je laat ze zien wat je wel moet doen, maar ook wat je juist niet moet doen en waar ze vooral mee moeten stoppen.”Van der Heijden gelooft ook in het geven van het goede voorbeeld: “We hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid, en 70 procent van de bedrijven houdt zich niet aan de collectieve afspraken en heeft de lange termijn focus te weinig in beeld. Het is tijd voor actie, we kunnen niet blijven experimenten.” De Jong is het daar mee eens. “Bedrijven moeten koploper durven zijn.” Uit je comfortzone De Haas vindt dat naast goede voorbeelden, ook het bieden van stimuleringsregels kan helpen. Want versnelling is inderdaad nodig. “We kunnen ons probleem niet doorschuiven naar de volgende generatie.” Het is inderdaad de kunst om future generation proof te werken, om te zorgen dat wat we nu doen, niet op de rekening komt te staan van de volgende generaties. De Jong valt De Haas bij: “Ondernemers als Elon Musk laten zien dat het kan, en ook dat je al doende kunt leren. Kijk maar naar het aantal Tesla’s op straat.” “Maar”, vindt Simons, “dan moeten wel alle freeriders en alle oude belangen eruit. Denk goed na hoe je barrières kunt weghalen, waardoor partijen juist wel meedoen. Het is mogelijk om het Parijsakkoord te behalen, maar we moeten uit onze comfortzone durven stappen.” Prachtplannen voor de toekomst In de Break Out sessies na het debat werden de deelnemers opgedeeld in drie groepen om te brainstormen over de duurzame invulling op drie onderwerpen: gebouwen, beweegbare bruggen en dijken. Hoe zien deze in de toekomst eruit als we klimaatneutraal (Paris Proof) willen zijn? Experts van Arcadis begeleidden de groepen in het brainstormen, het overleggen en het vastleggen van de uitkomsten, om daarna gezamenlijk een getekende uitkomst te maken en te presenteren. Hier kwamen plannen uit waarin thema’s als energie, klimaatadaptatie en gezondheid werden verwerkt. Zo werd een huis in de natuur bedacht (in de toppen van bomen gebouwd, met als thema City as a Forest) omdat de gebouwde omgeving veel meer gebruik kan maken van de natuur. Maar ook bij de dijken werd gekeken naar meer dan bescherming alleen: een Dijk als Vliegwiel, want hoe kan een dijk zo worden neergezet dat er meerdere en zeker ook duurzame belangen worden gediend? En de Bewust Beweegbare Brug, waar zelfs werd overdacht of we in de toekomst nog wel bruggen nodig hebben. Wat in de multidisciplinaire aanpak vooral bleek, was dat het meenemen van de natuur in de gebouwde omgeving voor creatieve en constructieve oplossingen zorgt. En deze uitkomsten leiden weer tot het Paris Proof werken in de gebouwde omgeving. Want de grootste boodschap van deze dag was wel: “Laten we het niet doorschuiven naar de volgende generatie.” Bekijk de getekende presentaties van de Paris Proof Innovation Challenge hieronder Hebben we in de toekomst nog bruggen nodig?Hoe kan een dijk zo worden neergezet dat er meerdere en zeker ook duurzame belangen worden gediend?Hoe kunnen gebouwen de mens een gezonde leefomgeving bieden in balans met de natuur?Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.