Rianne Lachmeijer 10 januari 2019, 07:35

Rabobank: "Wij willen de huisbankier van de energietransitie in Nederland zijn"

Om de energietransitie van de grond te krijgen, zijn veel investeringen nodig. Het gaat om verduurzaming van woningen, financiering van start-ups met innovatieve businessmodellen en investeringen in grote energieprojecten, zoals offshore windparken. Banken kunnen daarbij een rol spelen. ‘Wij staan vooral in dienst van de energietransitie’, zegt Bas Bakker, sector bankier energie van Rabobank.

Toren geen credits nodig

Een bijdrage leveren aan de Nederlandse energietransitie maakt onderdeel uit van de internationale missie van de Rabobank: Growing a Better World Together. Hoe de Rabobank die rol oppakt weten Bas Bakker en Theo Harms.  

Elk in een ander domein zetten zij zich in om klanten te helpen bij verduurzaming. Terwijl Harms binnen de Rabobank het team leidt dat zich inzet voor het wegnemen van zoveel mogelijk drempels voor particuliere klanten bij woningverduurzaming, helpt Bakker juist de grotere bedrijven bij de energietransitie. “Wij kunnen als bank zelf niet echt vergroenen. Wij moeten dat echt samen met onze klanten en andere partijen doen", aldus Bakker.

Lees ook: Rabobank: “Om verandering gedaan te krijgen moeten we af en toe risico nemen”

Verduurzaming van de woningvoorraad

Eén van de grote opgaves van Nederland is de verduurzaming van de woningvoorraad. Om aan de klimaatdoelen van Parijs te voldoen wil de Nederlandse overheid voor eind 2021 30.000 tot 50.000 bestaande woningen per jaar aardgasvrij maken. Uiteindelijk moeten dat 200.000 huizen per jaar worden om in 2050 de hele Nederlandse woningvoorraad te hebben verduurzaamd. “Er is geen ontkomen meer aan voor mensen”, stelt Harms.

Hij verwacht dat de verduurzaming van woningen onder andere financieringsvragen bij mensen zal oproepen. “Daar willen wij onze klanten zo goed mogelijk bij helpen.” Die hulp biedt de Rabobank op verschillende manieren. Zo werkt de bank samen met de startup Green Home die woningeigenaren advies geeft over de beste verduurzamingsmogelijkheden.

Daarnaast heeft de bank een groene hypotheek: eigenaren met een bijzonder duurzame woning krijgen een lager rentetarief op hun lening. Ook biedt de Rabobank het zogenoemde Rabo Groendepot aan. Dat depot kunnen huizenkopers binnen twee jaar na de aankoop van hun woning aanspreken om verduurzamingsmaatregelen te treffen.

Tot slot is de Rabobank samen met andere banken voorstander van gebouw-gebonden financiering. Daarbij wordt een lening niet gekoppeld aan de bewoner, maar aan het vastgoed. De woningeigenaar betaalt een vast bedrag per maand, maar tegelijkertijd daalt de energierekening door de energiebesparende maatregelen. Als de eigenaar de woning verkoopt, gaat de betalingsverplichting over op de volgende eigenaar.

Lees ook: ‘Voorkomen van nieuwbouw levert circulair de meeste winst op’

De grootste hindernissen én kansen voor verduurzaming van de woningmarkt

Vaak wordt betaalbaarheid genoemd als mogelijke belemmering voor de verduurzaming van de woningvoorraad. Harms ziet dat anders. “Veel mensen hebben toch wel wat spaargeld en kunnen van daaruit al een aantal no regret maatregelen zelf financieren, zoals isoleren of zonnepanelen.”

De grootste hindernissen ziet hij op andere vlakken: “Het urgentiebesef bij mensen; dat is nog niet zo groot.” Ook onzekerheid vormt een probleem. Zo is het voor veel woningeigenaren nog onduidelijk wat de beste warmteoplossing is, omdat pas na 2021 in de regionale energiestrategie duidelijk wordt welke warmtebron per wijk wordt uitgerold.

'Het urgentiebesef bij mensen is nog niet zo groot.'

Toch is er volgens Harms praktisch gezien nog een veel grotere hindernis dan urgentiebesef en onzekerheid: de ontbrekende bouwcapaciteit om de hele energietransitie te realiseren. Als alle woningeigenaren vandaag hun huis willen verduurzamen, dan ontbreekt het aan handen en aan slimme bouwconcepten om die transitie efficiënt te realiseren.

Deze uitdaging biedt tegelijkertijd kansen. “Als je vroeger bezig was met het bedenken van een innovatieve techniek voor verduurzaming dan was het de vraag of er klanten zouden zijn. Door deze hele beweging weet je nu zeker dat die klanten er zullen zijn. Dus er ontstaat werkgelegenheid op dat terrein.” Als Nederland hierin uitblinkt, kan ons land die oplossingen vervolgens exporteren. “Dus al die dynamiek; al die veranderingen; dat creëert gewoon kansen.”

De energietransitie: een complete transformatie

Met de verduurzaming van de woningvoorraad is Nederland er nog niet. Zo moeten bijvoorbeeld bedrijven hun processen verduurzamen, innovatieve technologieën ontwikkelen en overstappen op hernieuwbare energie. Op al die vlakken zijn nog (grote) stappen te zetten.

De Rabobank wil daarbij helpen, zegt Bakker. “Wij willen graag de huisbankier van de energietransitie in Nederland worden. Wij willen, waar we kunnen, een bijdrage leveren aan het versnellen van die ontwikkelingen. Overigens wel met in acht name van het feit dat we natuurlijk een stabiel, veilig, efficiënt en betaalbaar energiesysteem in Nederland moeten houden, want die verplichting hebben we natuurlijk als grote systeembank ook."

Zo investeert de Rabobank niet langer in kolen, maar wel in gas. “Het belang van gas binnen de fossiele brandstoffen neemt toe, omdat het een transitiebrandstof is en ook een back-up brandstof is in de verdere elektrificatie van ons energiesysteem.”

Rabobank: van oudsher financier van hernieuwbare energie

Wereldwijd staat de Rabobank in de top tien van financiers van hernieuwbare energie in de Bloomberg New Energy finance League Table (2017). Ook in Nederland is de bank één van de grootste financiers van hernieuwbare energie. Zo financiert het al sinds de jaren ’90 windturbines. Volgens Bakker ligt de oorzaak van het relatief lange track record op het gebied van hernieuwbare energie in de oorsprong als boerenbank.

'Wij willen een bijdrage leveren aan het versnellen van de ontwikkelingen.'

“Wij zijn bijvoorbeeld relatief eerder en grootschaliger met windenergie begonnen dan andere financiële instellingen, omdat boeren op het erf de eerste windturbines neerzetten.” Zo groeide de Rabobank uit van financier van tweebladige windmolens op boerenerven naar een van ’s werelds grootste financiers van (offshore) windenergie.

“En met geothermie gaat het eigenlijk hetzelfde. Degene die in Nederland echt pionieren met geothermie zijn bijvoorbeeld de tuinders in het Westland.” Rabobank is als grote financier in de agrifoodsector vanaf het begin bij dit soort projecten betrokken en doet daardoor ervaring en kennis op die bij opschaling van pas komt. 

Die taak is wellicht makkelijker op te pakken voor de Rabobank dan voor andere banken, vanwege de coöperatieve structuur van de bank. “Dat geeft ons denk ik wat meer ruimte om net even iets meer te doen en net iets meer middelen beschikbaar te stellen dan een ander”, aldus Bakker. “Bovendien heeft Rabobank een duidelijke missie en purpose die actief wordt uitgedragen en ondersteund door Wiebe Draijer die persoonlijk sterk betrokken is op dit gebied.”

‘Prosumers’, grootschalige windprojecten en waterstof

Bakker onderscheidt twee grote trends op energiegebied. Aan de ene kant noemt hij de ‘prosumer trend’. Daarbij gaan lokale energiecoöperaties kleinschalig energie opwekken, bijvoorbeeld met behulp van biomassa, geothermie of een eigen windturbine. Een belangrijk kenmerk daarvan is dat het om situationele oplossingen gaat waardoor de oplossingen vaak lokaal blijven. Daar tegenover staat de ontwikkeling van grootschalige energieprojecten. Bij die trend draait het nu vooral om offshore windenergie en netverzwaring.

'Voor de elektriciteitssector weten we voor een belangrijk deel hoe we die kunnen vergroenen'

“Voor de elektriciteitssector denk ik dat we voor een belangrijk deel weten hoe we die kunnen vergroenen, maar hoe we definitief transport, industriële warmte en de huishoudelijke warmtevraag kunnen vergroenen, dat is iets minder scherp op dit moment”, zegt Bakker.

Waterstof wordt vaak genoemd als potentiële gamechanger. Zo zou waterstof kunnen worden gebruikt als brandstof voor de transportsector, als oplossing voor de industriële warmtevraag en als opslagsysteem voor overtollige hernieuwbare energie. Bakker stelt echter dat het nog onduidelijk is of waterstof al die beloften kan waarmaken. “We weten het gewoon nog niet, maar we gaan wel een actieve bijdrage leveren om de antwoorden te vinden.”

Luister ook: De podcast met Ad van Wijk over waterstof.

In dienst van de energietransitie

Ondanks de onzekerheid over de toekomstige energieoplossingen stelt Bakker dat het ontzettend belangrijk is om die nieuwe technologieën verder volwassen te maken én actief bij te dragen aan de opschaling van oplossingen die er al zijn, zoals windenergie. Om aan de opwarmingscriteria te voldoen, zullen we breed moeten inzetten. “Ik denk dat we niet de luxe hebben om te kiezen.”

Het is ook niet aan de Rabobank om te bepalen hoe de toekomstige energiemix eruit komt te zien, stelt Bakker. Het is een politieke keuze die onder andere afhankelijk is van technologische en geopolitieke ontwikkelingen. Wel kan de bank vanuit haar financiële rol en als dienstverlener samen met haar klanten die de technologieën beheersen de businesscases testen en valideren op financiële haalbaarheid. “Dus wij staan vooral in dienst van die energietransitie.”

Lees ook: Kansen van Klimaatakkoord voor de energiesector: "Achterstand omzetten in een voorsprong"

Niet de enige huisbankier

Bakker geeft aan dat de Rabobank zeker niet de enige huisbankier van de energietransitie hoeft en kan zijn, omdat het een enorme klus is waarbij alle hulp hard nodig is. “Het is een grote reis die we met elkaar goed door moeten zien te komen.”

Daarbij is het belangrijk om een doomsday scenario te voorkomen. “Als het doomsday wordt dan doet niemand iets meer.” Daarom pleit Bakker voor een positieve insteek. “Het is ontzettend belangrijk om ook positiviteit en een handelingsperspectief te zien en te bieden aan alle mensen die hierbij betrokken zijn. Om iedereen echt mee te krijgen en enthousiast te maken. Het is heel belangrijk om daar aandacht voor te hebben.”

Lees meer over de energietransitie op onze themapagina.

Afbeeldingen: Rabobank & Adobe Stock

Kleefse Waard: van industrieterrein naar proeftuin

Het Gelderse industriepark dateert uit 1941 en is een voormalig complex van AkzoNobel. Ontwikkelaar Schipper Bosch veranderde het in 2003 aangekochte terrein in een cleantech campus, waar multinationals zoals Veolia en Accsyss Group maar ook start-ups als Hymove gevestigd zijn.Route naar eco-industrial parkDe parkeigenaar en bedrijven bewandelen samen de route om in de toekomst een eco-industrial park te worden. Om dat te bereiken worden aan verduurzaming en innovaties op het gebied van energie, afval, mobiliteit en gebouwen gewerkt. Veolia dat sinds 2014 het totale netwerk van utilities op het terrein bezit, heeft de eerste stappen al gezet.“Wij hebben in de eerste twee jaar de voor de hand liggende verduurzamingsslagen gemaakt. We hebben bijvoorbeeld een grote stoomketel gereviseerd (zie onderstaande foto) waardoor er een stuk minder gas wordt verbruikt en de uitstoot verlaagd is. Ook hebben we enkele problemen met geluidsoverlast voor omwonenden direct aangepakt “, vertelt Jan Lenstra, COO van Veolia Nederland voor water en energie. De volgende stappen worden per businesscase bekeken. “We moeten het namelijk wel kunnen rond rekenen. Een duurzame oplossing die afhankelijk is van subsidie is geen oplossing. En nog belangrijker: we moeten werken met betrouwbare technologieën. Duurzaamheid staat hoog op de agenda van veel bedrijven, maar continuïteit is het allerbelangrijkste.”Stapsgewijs van grijs naar groenEen plan dat nu vorm krijgt is de constructie en inpassing van een biomassacentrale. De biomassacentrale, die gestookt gaat worden met resthout uit de omgeving, vervangt de gasgestookte warmtekrachtcentrale. De nieuwe centrale zal vanaf eind 2019 stoom en warmte aan het park leveren, maar wellicht ook groene warmte aan het stadsverwarmingsnetwerk van Arnhem.Niet iedereen is enthousiast over het verbranden van houtachtige biomassa maar voor industrieën is het een bewezen en daarom betrouwbare technologie. Lenstra ziet het als een stap op de duurzaamheidsladder. “De energietransitie bestaat niet uit één oplossing of technologie. Het zijn verschillende stappen die we samen moeten zetten. Daarbij moeten we ook aandacht hebben voor de energiemix. Zonne- en windenergie alleen zijn niet genoeg om fabrieken continu te laten draaien.”"Een duurzame oplossing die afhankelijk is van subsidie is geen oplossing"Voor houtachtige biomassa betekent dit dat het in de toekomst wellicht niet de meest duurzame oplossing is, maar het is wel een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. “De eerste en oudste ketel draaide bijvoorbeeld op kolen. Dat werd vervangen door zware stookolie, voordat er werd overgestapt op gas. En nu gaan we naar biomassa. Het is elke keer een stap om te verduurzamen. Over 10 of 15 jaar kunnen we misschien wel meer met waterstof of geothermie.”Ook op andere delen in het park wordt de energie verduurzaamd. Zo wordt er onderzoek gedaan naar windmolens op het terrein, en komen er steeds meer zonnepanelen op de daken van bedrijven. Nieuwe bedrijven in het park worden aangesloten op een warmtenet, dat nu nog 30 procent van de bedrijven op het industrieterrein van warmte voorziet, maar Veolia hoopt dit uit te kunnen breiden in de komende jaren.Proeftuin voor innovatieIPKW wordt ook wel een proeftuin voor innovatie genoemd. Wat in Arnhem werkt, kan op elke andere plek in Nederland en daarbuiten op grote schaal worden toegepast, is de gedachte. Veolia onderzoekt bijvoorbeeld of het mogelijk is om een kleine ketel van de waterzuiveringsinstallatie op waterstof te stoken. De ketel wordt nu nog op gas gestookt. Andere bedrijven op het terrein en de onderwijsinstellingen werken mee aan het onderzoek. “Het wordt wel een uitdaging om de verschillende systemen aan elkaar te koppelen. Maar als het op de kleine ketel werkt, dan kan het ook werken voor de grote ketel op IPKW en andere locaties buiten het park”, vertelt Lenstra."De energietransitie bestaat niet uit één oplossing of technologie. Het zijn verschillende stappen die we samen moeten zetten"Het draait overigens niet alleen om technologische innovatie, benadrukt Lenstra. Voor veel uitdagingen bestaan al technologieën maar zijn er slimme nieuwe toepassingen, samenwerkingen of aangepaste wet- en regelgeving nodig. Op het gebied van reststromen is er nog veel te winnen. “Op het park werken we bijvoorbeeld nog met diverse afvalpartijen. Als we dat terugbrengen naar één dan hebben we een beter overzicht van het volume van de reststromen, en kunnen we zien of we daar wat anders mee kunnen en mogen doen”, geeft Lenstra als voorbeeld.Een ander voorbeeld is de verwerking van slib. Het slib op het park is niet hoogwaardig genoeg om het voor biogas te gebruiken. Maar als er afvalwater van andere industrieterreinen wordt geïmporteerd is dat misschien wel een mogelijkheid. Dan hoeft het slib niet langer afgevoerd te worden om ergens anders te worden verbrand. “In de toekomst willen we graag dat alles op het park wordt hergebruikt. Restwarmte, plastic, hout en ga zo maar door”, blikt Lenstra vooruit.Sociale innovatieVoor een eco-industrial park is echter ook het sociale aspect belangrijk. In een straal van 3 kilometer van IPKW liggen verschillende woonwijken. De bewoners worden zoveel mogelijk bij de plannen van het industriepark betrokken. “Open en transparante communicatie is heel belangrijk. Bedrijven kijken vaak alleen naar het technische stuk maar ook het sociale component is essentieel. Bij bewoners heerst soms angst voor veranderingen maar door te communiceren kan dit vaak worden weggenomen”, stelt Lenstra.Eén keer per twee jaar gaan daarom de deuren van de bedrijven op IPKW open voor mensen uit de omgeving. Dat daar 10.000 tot 15.000 mensen op afkomen is een positief signaal. Over twee jaar is er weer een open dag. “Dan kunnen mensen ook weer een kijkje bij ons in de keuken nemen en zien hoe de biomassacentrale werkt.”Lees meer over de energietransitie op onze themapagina. Foto: Veolia Nederland