Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 28 juni 2012, 16:30

Verduurzamen pluimveehouderij kan beginnen

Vrijdag presenteert het Productschap Pluimvee en Eieren (PVE) zijn visie op het versneld verduurzamen van de vleeskuikenproductie. Maar eigenlijk is de sector het er al over eens wat er gebeuren moet. Volgens Jan Wolleswinkel, voorzitter van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP), is het simpel: “Nu de supermarkten het jawoord hebben gegeven kan het verduurzaamproces eindelijk beginnen.”

Vleesschap e1340893726865

Twee weken geleden kondigde het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) aan dat al het varkens- en kippenvlees dat in supermarkten wordt verkocht uiterlijk in 2020 moet voldoen aan striktere eisen voor dierenwelzijn, milieu en gebruik van antibiotica. “Een welkome ontwikkeling”, zegt Wolleswinkel, die per 1 juli a.s. vertrekt bij NOP. “Bij pluimveehouders bestond al jaren onzekerheid of supermarkten wel grote hoeveelheden duurzaam vlees wilden hebben. Nu continuïteit in de afname zeker is gesteld, kunnen boeren eindelijk naar de bank gaan om geld te regelen voor de noodzakelijke investeringen.”

Wakker Dier

Naar de mening van actiegroep Wakker Dier ligt het streefjaar 2020 nog wel erg ver weg. Via een deze week gelanceerd reclamespotje wil de stichting de pluimveehouderij dwingen al in 2015 af te stappen van de zogenoemde plofkippen. Wolleswinkel kan zich daar niet in vinden: “Het is gemakkelijk praten, als je zelf niet hoeft te betalen. Dit is een proces van jaren, er zijn nog verschillende hobbels op de weg. Nu duurt het bijvoorbeeld soms wel 7 jaar voor je als boer een vergunning krijgt om je stal te verbouwen. Hopelijk kan het productschap ervoor zorgen dat dat sneller kan.”

CBS

Uitgaande van de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telt Nederland 601 vleeskuikenbedrijven, met in totaal bijna 44 miljoen kuikens. Hiervan zijn volgens de NOP-voorzitter slechts zo’n 50 bedrijven aangepast aan de eisen die de supermarkten straks gaan hanteren. Al die bedrijven zullen hun stallen nu moeten gaan voorzien van bijvoorbeeld een overdekte uitloop voor de kippen en andere aanpassingen die bijdragen aan de leefomgeving van de pluimveestapel. De omschakeling gaat miljoenen kosten, en er zal nog veel moeten worden onderhandeld tussen betrokken partijen.

Voor Wolleswinkel is vrijdag niettemin zijn laatste werkdag: ,,Toen ik 13 jaar geleden in functie trad, startte net de discussie over de kooihuisvesting van leghennen. Dat hebben we pas afgerond. Ik draag het stokje met plezier over aan mijn opvolger. We staan nu toch weer aan het begin van een hele nieuwe ontwikkeling.”

Bron: ANP

Foto: R. van der Meij

Gemeenten laten kansen onbenut bij verduurzamen vastgoed

“De gemeenten denken vaak alleen aan het plaatsen van zonnepanelen en wat losse maatregelen”, zegt Rob Huisman, senior manager bij Deloitte. “Gemeenten stellen in hun onderzoek dat zij op koers liggen, maar bij bestaand vastgoed valt veel meer te besparen wanneer er integraal wordt verduurzaamd." Uit een rapport van Deloitte en Agentschap NL blijkt dat gemeenten behoorlijk wat kansen laten liggen bij het verduurzamen van bestaand vastgoed. Zo kan meer aandacht worden besteed aan afvalvermindering, waterverbruik en materiaalverbruik. Belemmeringen De gemeenten geven aan belemmeringen te ervaren die hen ervan weerhoudt het gemeentelijk vastgoed op grote schaal te verduurzamen. Ze zeggen beperkte kennis en ervaring te hebben met energiebesparende maatregelingen. Daarnaast worden er, volgens Deloitte, ook kansen gemist omdat de verschillende duurzaamheidspannen van gemeenten maar matig worden vertaald naar de werkvloer. Hierdoor wordt het aansturen van projecten lastig. Ook zouden veel gemeenten maar weinig kennis over energiebesparing en CO2-uitstoot hebben. Oplossingen Deloitte roept de hulp in van duurzame instellingen en bedrijven. Zo stelt het adviesbureau dat het verduurzamen van de vastgoedportefeuille om een geïntegreerde aanpak vraagt. Marktpartijen kunnen hierbij helpen door hun kennis over duurzame technieken en toepassingen daarvan in te zetten. ESCO’s, Energy Service Companies, kunnen hier bijvoorbeeld op inspelen. Dit zijn bedrijven die diensten leveren op het gebied van energie besparing, installatie- en gebouwbeheer. Uit eerder onderzoek van Agentschap NL bleek al dat ESCO-dienstverlening geschikt is om met weinig beleidsgeld veel te bereiken. 20-20-20 regel In 2020 moet Nederland, volgens Europees beleid, voldoen aan de 20-20-20 regel. Dit houdt in: 20 procent minder CO2-uitstoot, 20 procent minder energie verbruiken en 20 procent meer duurzame energie opwekking ten opzichte van 1990. Gemeenten dragen ook een steentje bij aan deze doelstelling, voornamelijk omdat 34 procent van de CO2-uitstoot veroorzaakt wordt door de bebouwde omgeving. Bron: Deloitte Foto: StoreTore