Romy de Weert 03 juni 2022, 08:00

Nieuw WHO-rapport legt de verwoestende impact van de tabaksindustrie bloot

De tabaksindustrie is nóg vervuilender dan we dachten, blijkt uit onderzoek van de WHO. Zo is er voor één sigaret 3,7 liter water nodig en wordt er jaarlijks zo’n 200.000 hectare land gekapt voor tabaksplanten. De WHO pleit voor drastische maatregelen.

Adobe Stock 265137916 Voor één sigaret is omgerekend 3,7 liter water nodig. | Credits: Adobe Stock

Roken is niet alleen slecht voor de gezondheid, maar ook voor het milieu. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) presenteerde deze week het rapport ‘Tobacco: poisoning our planet’. De tabaksindustrie zou de gezondheid van onze planeet zwaar aantasten.

15 olympische zwembaden

En dat komt niet alleen door de CO2 die vrijkomt bij het roken van een sigaret. De teelt van de tabaksplanten is tevens niet milieuvriendelijk. Wereldwijd is er ieder jaar zo’n 22 miljard ton water bij gemoeid, dat is net zoveel als 15 miljoen olympische zwembaden. “Of grofweg het watervolume dat de Amazone, de grootste rivier ter wereld, op één dag afvoert”, staat in het WHO-rapport.

Naast watergebruik zijn er ook nog eens veel pesticiden en chemicaliën nodig voor de tabaksteelt. Die chemicaliën komen terecht in het oppervlaktewater, vervuilen meren, rivieren en drinkwater. En tabaksplanten hebben net als andere gewassen vruchtbare grond nodig om op te groeien.

200.000 hectare land

“Jaarlijks wordt er ongeveer 200.000 hectare land vrijgemaakt voor de teelt en het drogen van tabak”, staat in het rapport. Dat zijn zo’n 600 miljoen bomen die plaats moeten maken voor tabaksplanten. De WHO stelt dat de tabaksindustrie verantwoordelijk is voor 5 procent van de wereldwijde ontbossing: een verdwijnend gebied ter grootte van Kaapverdië, ieder jaar.

Zo’n 25 procent van de arbeiders die op het land werken hebben last van nicotinevergiftiging, die via de bladeren de huid intrekt. | Credit: Adobe Stock

De productie en distributie van tabak zorgen bovendien voor een hoop CO2-uitstoot, in totaal 80 miljoen ton per jaar. Over de hele levenscyclus zorgt tabak voor net zoveel CO2 als 3 miljoen vluchten tussen Europa en Amerika.

Greenwashing

Het onderzoek waarschuwt consumenten voor greenwashing door de tabaksindustrie. “Ze passen tactieken toe om de reputatie te creëren dat ze duurzaam en klimaatvriendelijk zijn”, zo wordt er geschreven. Dat gebeurt volgens de WHO via Corporate Social Responsibility-schema’s en sociale investeringen, zoals in scholen en gezondheidssystemen.

“Dit geldt met name voor lage- en middeninkomenslanden, en de strategie streeft naar erkenning voor de bijdragen van de industrie aan het algemeen belang. De zelfgerapporteerde gegevens van de sector zijn echter bedoeld om het publiek te misleiden en activiteiten in stand te houden in tabaksproducerende landen. Het ontbreekt aan essentiële informatie over de enorme omvang van de vernietiging die het milieu en de gemeenschappen wordt opgelegd.”

Maatregelen

Volgens de WHO moet er dringend actie komen. De Europese Unie moet een heffing invoeren op koolstofintensieve producten, zoals tabak. Als het principe ‘de vervuiler betaalt’ wordt omarmd, dan zou de tabaksindustrie al snel fikse bedragen moeten betalen voor de milieuschade die ze aanrichten. Zo zou bijvoorbeeld Duitsland jaarlijks zo’n 218 miljoen euro kwijt zijn aan het opruimen van gedumpte tabaksproducten, zoals sigarettenpeuken.

Ook moet er volgens de organisatie een verbod komen op sigarettenfilters, net zoals in veel landen gebeurt voor wegwerpplastic.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Overbelast elektriciteitsnet, tóch een nieuw zonnedak: Groendus en HAK delen de risico’s

We wekken in Nederland steeds meer duurzame energie op. Een prachtige ontwikkeling, maar het zorgt inmiddels ook voor problemen op het elektriciteitsnet. Netcongestie, ofwel overbelasting van het elektriciteitsnet, komt op steeds meer plekken voor. Daar is sprake van als er te weinig ruimte is op het net om alle duurzame energie kwijt te kunnen die lokaal wordt opgewekt. Door netcongestie lopen energieopwekkende bedrijven (en huishoudens) steeds vaker inkomsten mis. De energie die zij opwekken en zelf niet gebruiken, kunnen ze immers niet altijd kwijt. En dat betekent geen vergoeding voor teruglevering. Dat is problematisch. De inkomsten die zij mislopen, zijn namelijk belangrijk om een positief rendement op hun investering te behalen. Problemen op het elektriciteitsnet Netcongestie is in steeds meer regio’s een probleem. Zo ook in Giessen, Noord-Brabant. Een logisch gevolg daarvan: duurzame energieprojecten worden er on hold gezet, totdat de capaciteit van het elektriciteitsnet is vergroot. Of erger nog: ze worden geannuleerd. Groendus en HAK besloten een andere koers te varen. Zij realiseerden toch een nieuw zonne-energieproject, ondanks de financiële risico’s. Het gaat om 4.380 zonnepanelen op het dak van de groentefabrikant, met een gezamenlijke capaciteit van bijna 2 megawattpiek. Gerhard van de Lagemaat, directeur projecten bij Groendus: “Toen HAK bij ons aanklopte voor een gefinancierde zonnecentrale op het dak, kwamen de problemen op het elektriciteitsnet al snel naar voren. Er bleek nul teruglevercapaciteit beschikbaar. Een logische keuze zou zijn om de stekker uit het project te trekken, maar we besloten om buiten de lijntjes te kleuren.” Lees ook: Hoe lossen we de file op het stroomnet opFinanciering rondkrijgen Groendus liet een zogeheten gelijktijdigheidsanalyse los op de beoogde zonne-energiecentrale. Daarbij werd het elektriciteitsverbruik van HAK vergeleken met het opwekprofiel van de zonnepanelen. “Daaruit bleek dat 80 procent van de opwekte energie direct gebruik kan worden door HAK”, aldus Van de Lagemaat. “Dat was voldoende om een businesscase te creëren.” Om het zonne-energieproject gefinancierd te krijgen, waren er wel wat extra garanties nodig. Zo neemt Groendus de investering van de zonnecentrale voor zijn rekening. HAK betaalt een maandelijkse leasevergoeding aan Groendus, waarbij de groenteproducent garandeert dat het 80 procent van de opgewekte zonne-energie afneemt. “Als je dit soort projecten gefinancierd wil krijgen, moet je altijd een aantal vinkjes kunnen zetten. Voldoende netcapaciteit is zo’n vinkje, maar die stond in dit geval op rood”, vertelt Van de Lagemaat. “Door het project op deze manier in te steken, wilde Rabobank het toch financieren.” Groendus werkt sinds 2020 nauw samen met Rabobank om duurzame energieprojecten versneld te financieren en realiseren. Zo stelde de bank begin 2020 al ruim 20 miljoen euro beschikbaar voor duurzame zonnecentrales. Recentelijk werd de samenwerking uitgebreid met nog eens 33 miljoen euro. Balanceren op gebiedsniveau Naar verwachting is de netcongestie in Giessen over drie tot vijf jaar opgelost. Tegen die tijd kan de zonne-energiecentrale van Groendus en HAK dus wel zonne-energie terugleveren aan net. “Dat hopen we in ieder geval wel”, zegt Van de Lagemaat. “Maar in de tussentijd zoeken we ook naar andere oplossingen. Bijvoorbeeld door het elektriciteitsverbruik bij HAK te verplaatsen naar andere tijdstippen, zodat de opgewekte zonne-energie nog beter benut wordt.” Van de Lagemaat verwacht dat Groendus in de toekomst vaker duurzame energieprojecten op deze manier kan realiseren in regio’s waar overbelasting een probleem is. Maar het is zeker niet overal een oplossing voor dat probleem, benadrukt hij: “In dit geval had HAK een hoog eigen gebruik, waardoor we het op deze manier konden insteken. Maar dat is lang niet altijd het geval. Bij distributiecentra is het eigen verbruik bijvoorbeeld een stuk lager en zou er geen businesscase zijn.” Het is dan ook belangrijk om met het probleem van netcongestie aan de slag te gaan, besluit hij, want de kaart van Nederland kleurt wat dat betreft steeds roder. “Bij meer en meer geplande duurzame energieprojecten is het twijfelachtig of ze wel door kunnen gaan”, aldus Van de Lagemaat. “Een mogelijke oplossing is het balanceren van het energienet op gebiedsniveau. Dat vraagt om goede metingen en data-gedreven sturing van zowel energieproductie als energieverbruik. Zo krijgen de overschotten van energieopwekkende bedrijven toch een nuttige herbestemming, wordt de businesscase van duurzame energieprojecten beter én wordt het elektriciteitsnet ontlast. We onderzoeken de mogelijkheden hiervan momenteel in een aantal pilotprojecten.”Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.