Eva Segaar 06 mei 2022, 15:04

Zweedse Oatly wil met havermelk het voedselsysteem opschudden

Havermelkproducent Oatly staat bekend om zijn activisme en opvallende marketing, zoals ‘it’s like milk but made for humans’. Change Inc. spreekt met duurzaamheidsdirecteur Caroline Reid over de plannen van de eigenzinnige havermelkproducent. “Door de CO2-uitstoot van onze havermelk op de verpakking te zetten, dagen we de voedingsmiddelenindustrie uit om ook hun cijfers te laten zien.”

Londonlifestyle 17 0 Oatly staat bekend om haar activisme en opvallende marketing, zoals hier met de slogan 'Post milk generation'. | Credits: Oatly

In Nederland vindt de haver-cappuccino al gretig aftrek. Zo erg zelfs dat het vorig jaar zomer een aantal weken niet geleverd kon worden, omdat de vraag harder groeide dan het aanbod. Er werd gesproken van een havermelkimpasse, en veel Amsterdamse yuppen waren ten einde raad.

Sustainability director Europa, Midden-Oosten en Afrika Caroline Reid is blij dat steeds meer mensen de havermelk, -yoghurt en -smeersels weten te vinden. “Want dat is hard nodig voor een duurzaam voedselsysteem”, zegt ze tijdens het Beter Eten Festival, georganiseerd door grootgrutter Albert Heijn.

CO2-uitstoot van voedsel is hoog

Later die middag spreekt ze in de enorme kas in de Haarlemmermeer de bezoekers toe over de duurzaamheidsmissie van Oatly. “Wij willen mensen helpen om beter te eten zónder dat het ten koste gaat van de planeet”, zegt Reid. Want grofweg een derde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen komt voort uit het voedselsysteem. De helft daarvan wordt veroorzaakt door de zuivel- en vleesindustrie. “Dat is natuurlijk krankzinnig veel”, zegt Reid ernstig.

Daarom wil Oatly invloed uitoefenen op de vraag- en aanbodkant. Aan de ene kant zijn er de boeren die de haver verbouwen. Die zitten vooral in Scandinavië en Canada. Zij moeten regeneratief gaan verbouwen; dus met oog op natuurherstel zonder dat de bodem uitput. Nu verbouwen boeren vooral veel van dezelfde soort en spuiten ze met pesticiden om te zorgen voor een hoge opbrengst. Maar dat gaat ten koste van de biodiversiteit en het bodemleven.

Lees ook: Hoe vergaat het havermelkproducent Oatly na de beursgang?

Caroline Reid, duurzaamheidsmanager bij Oatly: “Wij willen mensen helpen om beter te eten zónder dat het ten koste gaat van de planeet”

‘Boeren zitten vast in een kapot systeem’

Regeneratieve landbouw is een mooi streven voor veel boeren. Maar vaak blijkt het lastig om te wijken van het traditionele systeem . “Een systeem dat kapot is”, zegt Reid. “Dat in stand wordt gehouden door subsidies vanuit de Europese Unie. Daardoor is zuivel en vlees vaak goedkoper dan plantaardige producten. Terwijl dat helemaal niet klopt. In dierlijke producten stoppen we veel meer energie en grondstoffen. ” Denk aan soja dat van de andere kant van de wereld moet komen om van een Nederlandse koe een biefstuk te maken.

“Bij Oatly gebruiken we onze stem om dat te veranderen”, zegt Reid. “We hopen dat we die verandering ook gaan zien met de Farm to Fork strategie vanuit de Europese Unie. Maar in de tussentijd helpen we boeren om meer regeneratief te boeren.”

Wat is regeneratieve landbouw?

Er is wereldwijd nog geen definitie van wat regeneratieve landbouw precies is. Bij Oatly zeggen ze dat het erom gaat dat het land wordt hersteld waarbij er even veel of meer wordt teruggegeven dan je eruit haalt. Daarvoor hebben ze een wereldwijd haverprotocol opgesteld. “Dat noemen we proatocol, met oa van oats”, zegt Reid terwijl ze knipoogt. In Zweden zijn al 40 indicatoren geïdentificeerd die het landbouwsysteem verbeteren. Als boeren aan indicaties voldoen, krijgen ze een hogere prijs voor hun oogst.

Een voorbeeld van zo’n indicatie is dat de boer bufferstroken aanlegt, en deze gebruikt als natuurlijke bemesting. Of de haver wordt samen met peulvruchten geteeld. Door de teelt ook af te wisselen met een meerjarig gewas, verbetert de biodiversiteit en de bodem. “We weten hoe belangrijk het is, kijk maar naar het laatste IPCC-rapport. Klimaatverandering is al aan de gang. We moeten daarom op onze boerderijen meer in harmonie met de natuur werken.”

Om precies te weten waar boeren mee geholpen zijn doet Oatly onderzoek met verschillende landbouwbedrijven. In Finland loopt een onderzoek waar de Wageningen Universiteit ook aan meedoet. De onderzoekers willen achterhalen wat een goed regeneratief systeem is waar zoveel mogelijk boeren aan mee kunnen doen. “Zo veranderen we het systeem en zorgen we dat in 2029 al onze haver van regeneratieve boerderijen komt.”

‘Consument moet kennis hebben om duurzame keuze te maken’

Ondertussen worden aan de vraagkant consumenten bewust gemaakt van de CO2-uitstoot van hun eetpatroon. Maar om het echt goed te kunnen vergelijken moet het volgens Reid verplicht worden dat alle producenten hun CO2-uitstoot op hun verpakkingen zetten. “Zo heb je als consument echt de kennis om de duurzame keuze te kunnen maken.”

Daarvoor heeft Oatly investeerders als Blackstone nodig, zegt Reid. In 2020 stuitte het bedrijf op veel kritiek van havermelkfans, omdat Blackstone juist investeert in soja. In de Amazone worden voor de sojateelt massaal bomen gekapt. Maar door de investering van Blackstone kan Oatly groeien, heeft het meer schaal en kan het meer mensen bereiken, zegt Reid. “We zijn ervan overtuigd dat, vanuit een duurzaam oogpunt, het verleggen van kapitaal naar duurzame investeringen het belangrijkste is wat wij op de lange termijn voor de planeet kunnen doen.”

Beleggers hebben steeds meer interesse in duurzaam beleggen, concludeerde investeringswebsite Morningstar eerder deze maand. Hoe dat precies zit, lees je hier.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Elektrische zonnetrein gaat Nederlandse binnensteden bevoorraden

In Den Bosch is groothandel Sligro als eerste met de Trens-trein begonnen om zijn horecaklanten te bevoorraden. Volgende maand komt er een tweede stad bij. Als het aan oprichter en directeur Jan van Haaren van Trens ligt, volgen daarna nog vele steden. “Wij willen een rol spelen bij de groene revolutie in binnensteden. Dat die emissievrij moeten worden zit inmiddels bij iedereen tussen de oren”, zegt hij. Dertig zero emissiezones in 2025 Hij heeft het politieke tij mee. In het klimaatakkoord is namelijk afgesproken dat in 2025 minimaal dertig en hopelijk veertig Nederlandse steden een zero-emissiezone hebben ingevoerd, zodat ze schoon bevoorraad kunnen worden. Dat betekent dus geen uitlaatgassen meer van vrachtwagens of bedrijfsbusjes in de stad. Daarvoor is elektrisch vervoer nodig. Het invoeren van deze zero-emissiezones scheelt in 2030 circa 1 megaton CO2 per jaar. Dat is net zoveel als alle huishoudens in Den Haag en Rotterdam samen in een jaar uitstoten. Steden in heel het land zijn er al mee bezig: 27 hebben aangekondigd in 2025 zo’n zone in te voeren. Gemeenten en bedrijven bouwen hubs aan de rand van de stad om van daaruit via kleine elektrische busjes en vrachtwagens mensen en goederen naar de binnenstad te vervoeren. Vervoerders die moeten overstappen kunnen 5.000 euro subsidie krijgen om zo’n bus of vrachtwagen te leasen of aan te schaffen. Vanaf 2030 mogen er sowieso geen bussen of vrachtwagens met een verbrandingsmotor de binnensteden in. Lees hier hoe PreZero afval wil inzamelen in een emissievrije binnenstad Veranderingen gaan te langzaam De elektrische zonnetreinen van Trens kunnen steden helpen om winkels en horeca te bevoorraden. De komende jaren hoopt het bedrijf tientallen compacte, elektrische voertuigen te kunnen bouwen en leveren om steden te ontlasten. Eind vorig jaar vond het bedrijf daarvoor nieuwe investeerders en startte het een samenwerking met Bloomit Ventures, MPPD en Karhod om zijn ambitie te versnellen. Van Haaren: “Iedereen zegt dat ik goud in handen heb, maar dat moet nog blijken. Men is al een hele tijd bezig met het milieu, maar de veranderingen die nodig zijn worden niet actief genoeg ondersteund om echte stappen te zetten van diesel naar elektrisch en van zwaar naar licht. Ik ben een groot voorstander van zero emissiezones, maar vind wel dat de vervoerders en distributeurs een handje geholpen moeten worden. Het is een enorme opgave. Ze moeten allemaal de knop omzetten.”De elektrische zonnetrein in Den Bosch is een bezienswaardigheidAlternatief voor stank en opstoppingen Wie in een willekeurige binnenstad ’s ochtends op een terras gaat zitten, weet waar hij over praat. Walmen van stationair draaiende vrachtwagens, lawaai van af en aanrijdende leveranciers en overal busjes en vrachtwagens die de weg versperren en voor opstoppingen zorgen. Het is een ongezonde chaos. In historische binnensteden met smalle straatje, die nooit ontworpen zijn voor vrachtwagens, is dit helemaal een probleem. Niet alleen de vervuiling, maar ook de zware aslast van vrachtwagens. Die beschadigen straten en bruggen. Voor de eerste klant Sligro was de keuze voor een duurzaam alternatief logisch. Grote vrachtwagens worden steeds vaker geweerd, halen venstertijden niet of komen niet op tijd bij de klant. Dat vroeg om een andere aanpak. De door Trens ontwikkelde elektrische Sligro Wegtrein, die de horecagroothandel nu inzet in Den Bosch, is slechts 1,85 meter breed, slingert moeiteloos tussen alle opstoppingen door en is op tijd bij de klant. Ook het publiek vindt het leuk om te zien en maakt af en toe foto’s van de duurzame attractie. Daarom start Sligro er volgende maand ook mee in een andere stad. Met pakketbezorgers DHL en DPB voert Van Haaren eveneens gesprekken. Hun grote vrachtwagens kunnen de stad niet in en de kleine kunnen niet genoeg pakketten meenemen. De oplossing voor de toekomst is ook hier om met een grote vrachtwagen naar een cityhub buiten de stad te rijden en vandaaruit alles met elektrisch vervoer naar het centrum te transporteren.Licht en sterk De zonnetrein van Trens heeft twee, drie of vier aanhangers en kan twintig rolcontainers of zestig personen vervoeren. De trein combineert zo de wendbaarheid van een bestelbus met het capaciteit van een vrachtwagen. De locomotief heeft vier elektromotoren van 25 kilowatt en trekt met gemak elf ton aan gewicht een helling op. De trein heeft een actieradius tot 300 kilometer, die nog eens vergroot wordt door de lichtgewicht zonnepanelen op het dak. Die leveren op een zonnige dag 4.000 wattpiek extra stroom per uur, waar de trein acht kilometer extra mee kan rijden. Een belangrijk voordeel is ook het lichte gewicht. “De locomotief weegt 3.000 kilo en heeft een aslast van 1.500 kilo, de wagons wegen 3.500 kilo en hebben een aslast van 1.750 kilo. Vergelijk dat maar eens met een vrachtwagen die gemiddeld een aslast van 7.000 kilo heeft”, stelt Van Haaren. Lees hier meer over lichtgewicht zonnepanelen Begonnen met quads Van Haaren maakt al sinds 2000 elektrische voertuigen met zonnepanelen op het dak. Hij begon met elektrische quads, ter grootte van een golfkarretje, voor de toeristische sector. Bijvoorbeeld voor campings. “Die hadden toen te maken met de groene barometer en kregen klachten over lawaai en stank van de tractortjes die ’s ochtends de vuilnisbakken kwamen legen”, vertelt hij. Het zou ook een alternatief kunnen zijn voor de zware landrovers in Afrika, dacht hij, maar daar wilde niemand geld in steken. Daarom verlegde hij zijn focus naar de toeristenbranche, waar de vraag naar elektrisch rijden en zonne-energie ook opkwam. “In natuurrijke omgevingen hebben dieseltreintjes geen pas dus zijn we daarvoor elektrische treintjes gaan maken. Er rijden er nog twee van in de duinen bij Schoorl, maar ook daar bleek onvoldoende markt voor”, zegt hij. Van toeristentrein naar bevoorrading Sinds 2005 mikt hij op binnensteden, met name op de toeristentreintjes die daar rijden. Inmiddels heeft hij al 25 elektrische zonnetreinen geproduceerd en geleverd in Nederland, Duitsland, Spanje en andere Europese landen. Toch bleken in die sector de omzetten van ondernemers vaak te laag om deze treinen aan te kunnen schaffen. “Ik wilde ze daarom doorontwikkelen voor andere markten: het semipublieke openbaar vervoer en de bevoorrading van binnensteden. Daarom ben ik met partner Peter Cats in 2016 met Trens begonnen”, aldus Van Haaren. Wet moet aangepast Hoewel de elektrische zonnetreinen een oplossing bieden voor zero-emissiezones, denkt de wetgever daar nog anders over. In principe is het verboden om personen te vervoeren in een aanhanger of meer dan één aanhanger te hebben bij het vervoer van goederen. “Dat komt omdat er soms levensgevaarlijke vehikels op de weg rijden. Daar is die wet voor gemaakt”, zegt Van Haaren. Trens wil zijn treinen dan ook steeds laten testen en keuren door de RDW, zodat gemeenten er daarna weloverwogen ontheffing voor kunnen afgeven. “We zijn nu in overleg met de wetgever om dit te veranderen. Wellicht wordt er een pilot opgezet voor ons soort voertuigen. In Den Bosch draait nu een pilot van Sligro waarbij de voertuigen goed worden getest. Na inmiddels een half jaar operationeel te zijn is iedereen enthousiast en staan de seinen nog steeds op groen”, zegt hij.De trein combineert zo de wendbaarheid van een bestelbus met het capaciteit van een vrachtwagen.