Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 14 maart 2014, 15:38

GroenLinks, D66, VVD hebben meeste duurzaamheidswethouders

Duurzaamheid is sinds enkele jaren een vast onderdeel van het gemeentebeleid. Bijna 60 procent van 35 onderzochte gemeenten heeft een wethouder Duurzaamheid in het college.

Stembureau800

Dat blijkt uit het rapport Gemeentelijke duurzaamheid: hoe organiseer je dat? van Bastiaan Zoeteman, hoogleraar Duurzaamheid bij Telos, het onderzoekscentrum verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Wethouders met Duurzaamheid in hun portefeuille zijn het meest afkomstig van GroenLinks (29 procent), D66 (23 procent) en de VVD (17 procent).

 

Economische kans

 

Gemeenten moeten in hun beleid in toenemende mate voldoen aan richtlijnen en wettelijke regels. Ze zijn onder meer verplicht om hun aankoop- en aanbestedingsbeleid duurzaam in te richten en moeten voldoen aan de afspraken uit het Energieakkoord.

Uit Zoetemans onderzoek blijkt dat bijna de helft van de onderzochte gemeenten dit niet als een noodzakelijk kwaad ziet, maar als economische kans. Sommige gemeenten richten samen met bedrijven innovatiecentra op. Met prijsvragen, informatiecentra in de wijken en gerichte campagnes via social media als Twitter en Facebook proberen ze hun boodschap te verspreiden en het draagvlak te vergroten. 

 

Klimaatneutraal

 

Voor grote steden als Amsterdam, Leiden en Zwolle betekent het Energieakkoord van 2013 dat zij extra maatregelen moeten nemen om de doelstellingen te halen. In het akkoord is afgesproken dat alle gemeenten voor 2050 klimaatneutraal werken. Daar bestonden nog geen concrete uitgewerkte plannen voor. Andere gemeenten hebben meer haast en willen al eerder klimaatneutraal zijn, zoals Almere, Groningen, Haarlem, Maastricht, Tilburg en Utrecht.

Naast het aanstellen van een aparte wethouder, ontwikkelen gemeenten duurzaamheidsprogramma's en toetsen belangrijke besluiten aan strenge criteria. Gemeenten kunnen van elkaar leren, zegt Zoeteman. Ook na de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart blijft dit thema op de agenda staan.

Foto: Onderwijsgek via Wikimedia Commons

'CO2-uitstoot niet lager door groene subsidies'

Dat zei econoom Machiel Mulder in zijn oratie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens Mulder, bijzonder hoogleraar Regulering van Energiemarkten, hebben de subsidies geen enkel positief effect zolang er een systeem voor emissiehandel bestaat. Overheden kunnen hun middelen effectiever inzetten door fundamenteel onderzoek te stimuleren naar energiebesparing en duurzame energie. Emissiehandel Het Europese Systeem voor Emissiehandel (ETS) blijkt milieumaatregelen eerder te frustreren dan te helpen, constateert Mulder. Terwijl ETS juist is opgezet om de CO2-uitstoot te beperken. Vervuilende bedrijven kopen en schone bedrijven verkopen hun emissierechten.Dat betekent in de praktijk dat bedrijven met subsidies investeren in schone energie, om vervolgens hun emissierechten verkopen. De prijs blijft daardoor kunstmatig laag. Voor vervuilers is het goedkoper certificaten te kopen dan om hun CO2-uitstoot te verminderen. Netto levert het geen CO2-reductie op, zegt hij. Meeprofiteren Daarnaast zouden de subsidies marktverstorend werken. Energiebedrijven blijven investeren in hernieuwbare energie, omdat ze een gegarandeerde vergoeding ontvangen. Dat leidt tot overcapaciteit en groeiende prijsverschillen tussen onder meer Nederland en Duitsland.Hij pleit voor andere manieren om de uitstoot van broeikasgassen omlaag te brengen. CO2-uitstoot is een mondiaal probleem. Investeringen die goed zijn voor het milieu en waarvan de hele wereld kan meeprofiteren, werken daarom het beste. Mulder: 'Isolatietechnieken, schonere auto's en energie-efficiëntie zijn betere instrumenten tegen klimaatverandering dan overheidssubsidies.'Bron: Rijksuniversiteit Groningen | Foto: Dave Patten via Flickr