Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 18 maart 2014, 17:21

Hernieuwbare energieproductie Essent gedaald

Sinds Essent in handen is van het Duitse RWE heeft het bedrijf minder hernieuwbare energie geproduceerd.

Biomassa brazilie800

Dat blijkt uit het eindrapport van de stichting die het bedrijf controleert. Uit de rapportage blijkt dat in 2013 minder hernieuwbare energie is opgewekt dan in 2012. Ook ten opzichte van 2009, het jaar dat Essent werd verkocht, is de duurzame energieproductie gedaald. De CO2-uitstoot nam toe en grootschalige investeringen in wind en zon blijven vooralsnog uit.

Oorzaken

Het rapport noemt verschillende oorzaken. Ten opzichte van 2009 is dat vooral een boekhoudkundige. De sterke daling tussen 2009 en 2010 van energieproductie uit wind is een gevolg van de overdracht door Essent van windturbines in Duitsland aan RWE Innogy Duitsland. Die komen daardoor niet meer in de cijfers voor.

Ten opzichte van 2012 is forse vermindering van het aandeel duurzame energie te zien. De stopzetting van subsidies voor bijstook met biomassa in 2013 leidde tot een daling van 24 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Als eind dit jaar het nieuwe subsidieschema in werking treedt, neemt de productie naar verwachting weer toe.

Investeringen

Voor de komende jaren ziet Essent een tweeledige rol in de energietransitie in Noordwest-Europa. De maatschappij wil blijven inzetten op fossiele brandstoffen, om te voldoen aan de ‘behoefte aan back-up capaciteit’ als zon en wind te weinig zouden leveren.

Op het gebied van hernieuwbare energie investeert het bedrijf in windenergie en bijstook van biomassa. De duurzame tak Innogy investeert onder meer in windparken op zee in Duitsland en Groot-Brittannië, maar niet meer dan twee parken tegelijk. Door de economische crisis blijft het bedrijf voorzichtig, maar wil wel investeringen in innovatie en meewerken aan een bio-based economie.

In Nederland committeert het bedrijf zich aan de doelstelling uit het Energieakkoord van 25 petajoule (PJ) bijstook van biomassa in 2023. Het huidige niveau ligt rond de 12 PJ. 

Tegenslag

Als gevolg van de economische crisis daalde wereldwijd de vraag naar energie, waardoor verschillende nieuwe zuinigere gascentrales zijn stilgelegd. Stoken was duurder dan de energieopbrengst. Daardoor bleven de totale CO2-emissies in 2013 vrijwel gelijk aan het jaar ervoor, maar waren de emissies op basis van geleverde energie iets hoger dan in 2012.

Tegelijkertijd nam de totale capaciteit toe door gesubsidieerde investeringen in hernieuwbare energie. Er ontstond een overschot en de prijzen daalden. De marges op energie zijn nog steeds laag en volgens Essent zal dat op de korte termijn niet veranderen. In maart van dit jaar noteerde RWE voor het eerst in zijn bestaan een verlies van € 2,8 mrd.

Boete

Bij de verkoop van Essent in 2009 aan RWE stelden de provincies en gemeenten als voorwaarde dat Essent ook onder Duitse leiding verder zou verduurzamen. Daarvoor werd een aparte stichting in het leven geroepen. De Essent Sustainability Development Foundation houdt in april op te bestaan.

Op basis van het rapport zouden zij het energiebedrijf een boete kunnen opleggen van zo’n € 40 mln. wegens het schenden van die afspraak. Vooralsnog is dat echter niet aan de orde. De komende weken bespreken de voormalige eigenaars het rapport en bepalen dan de mogelijke gevolgen.

Bron: RTL, Eindrapport Essen Sustainability Development Foundation | Foto: Jose Reynaldo Da Fonseca via Wikimedia Commons

Overheid vergeet duurzaamheid bij inkoopbeleid

Dit blijkt uit een rapport van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). In het rapport is de inkoop van telefoons, bedrijfskleding, natuursteen en koffie van 25 overheidsinstellingen onder de loep genomen. Rijksoverheid, provincies, waterschappen, gemeenten en ministeries besteden hier per jaar ruim €60 mrd. aan.SOMO schrijft dat de overheid haar invloed kan aanwenden om het sociale en duurzame beleid van multinationals te verbeteren. In de telefoonbranche wordt het werknemers bijvoorbeeld moeilijk gemaakt zich te organiseren in een vakbond. Op sommige koffieplantages is zelfs vaak nog sprake van slavernij of dwangarbeid. Sociale Voorwaarden Het inkoopbeleid kent onder de naam ‘Sociale Voorwaarden’ al wel duurzame doelstellingen, maar in de praktijk wordt hier nauwelijks naar gekeken. Het grote probleem zit in een compleet andere interpretatie van de doelstellingen bij verschillende overheidsorganen. Bij 60 procent is respect voor internationale arbeidsnormen opgenomen in het bestek, maar niet volgens het landelijk beleid. Slechts 8 procent neemt de Sociale Voorwaarden letterlijk op in de voorstellen. Selectiefase De gemeente Utrecht loopt bij de inkoop van natuursteen voor op de rest. Utrecht vraagt leveranciers in de selectiefase al om een risico-analyse. Bij andere overheidsinstanties komt dit pas aan de orde in de contractfase. Selectie vooraf zou volgens SOMO een sleutelrol kunnen spelen voor het landelijk inkoopbeleid. De inkoper kan van tevoren al een leverancier kiezen die duurzaam werkt.Overheidsinstanties letten wel op duurzaamheid en sociale rechten, maar hierin zijn geen duidelijke richtlijnen per product vastgesteld. Zo wil de gemeente Bergen op Zoom graag biologische koffie, maar de gemeente Almere legt de focus op Fair Trade. Dit maakt de beoordeling van duurzaam beleid erg lastig.Het onderzoeksbureau bekeek alleen de tenders en niet de uiteindelijke aankoop. In veel gevallen was namelijk niet duidelijk welke leverancier de opdracht binnenhaalde. SOMO onderzoekt wereldwijd multinationale ondernemingen en het resultaat van hun activiteiten op mens en milieu.Bron: SOMO | Foto: Arne Kuilman by Flickr