Sabine Sluijters 28 april 2022, 10:18

Hoe een industriecluster zich voorbereidt op hoge gasprijzen en de energietransitie

Nu Rusland de gaskraan naar Polen en Bulgarije heeft dichtgedraaid, schiet de gasprijs omhoog. Naast de noodzaak om te verduurzamen, is dit voor industriële bedrijven een extra motivatie om zo snel mogelijk van het gas af te gaan. Ook IndustrieCluster Oost-Groningen zoekt naar oplossingen. “Er gaat geen dag voorbij dat het onderwerp energietransitie niet op tafel ligt.”

Industrie De industrie moet tijdig vergroenen om zijn voortbestaan veilig te stellen | Credits: Adobe Stock

De energietransitie stelt de industrie in Nederland voor grote uitdagingen. De overheid probeert bedrijven daarbij te helpen. Het beleid richt zich daarbij voornamelijk op grote industriële clusters zoals Chemelot en Rotterdam. Maar naast deze gebieden telt Nederland tienduizenden grote en middelgrote industriële bedrijven voor wie het energievraagstuk net zo’n grote uitdaging is.

In het gebied tussen Emmen en Delfzijl, In een straal ongeveer 40 km rondom de Oost-Groningse plaats Veendam liggen zeven bedrijven met in totaal veertien productielocaties verspreid. Deze bedrijven hebben zich verenigd onder de noemer IndustrieCluster Oost-Groningen. Hier maakt chemiebedrijf Nedmag magnesiumzout, haalt Royal Avebe zetmeel en eiwit uit zetmeelaardappelen, maakt Solidus Solutions kartonnen verpakkingen en produceert chemiebedrijf Kisuma stabilisators voor plastic. Ook Steenindustrie Strating, Eska (graphic board) en Smurfit Kappa Twincorr (golfkarton) maken deel uit van het IndustrieCluster.

Grootverbruikers van aardgas

Het mag dan niet een groot industriecluster heten, een aantal van de bedrijven zijn met een gasverbruik van 50 miljoen kuub per jaar wel degelijk ‘grootverbruikers’. Bij elkaar opgeteld verstoken de bedrijven zo’n 240 miljoen kuub aardgas per jaar, ongeveer evenveel als ruim 200.000 gezinnen. De helft daarvan zouden ze kunnen elektrificeren. Voor de andere helft moeten ze op zoek naar een duurzaam alternatief zoals groen gas of groene waterstof.

Voor alle bedrijven staat de noodzaak om te verduurzamen buiten kijf. Bovendien vragen de aandeelhouders en klanten erom en stijgen de prijzen voor energie en CO2. Ook technisch is het haalbaar om de industriële processen op een duurzame wijze van energie te voorzien. Maar de praktijk blijkt weerbarstig.

Geen groot industriecluster

Hoewel ze in hun dagelijkse productie niet van elkaar afhankelijk zijn, besloten ze in februari 2020 toch samen op te trekken in de energietransitie. Want wat voor een bedrijf of locatie alleen niet lukt, lukt misschien wel als je het samen doet, is de gedachte. Zoals het inkopen van alternatieven voor aardgas of het aanleggen van infrastructuur voor waterstof of elektriciteit.

Ook kunnen ze gezamenlijk beter hun stem laten horen richting de overheid. “Als we niet wat doen gaat alle aandacht naar de grote clusters.” zegt Bruning. Die focus op de grote clusters is exemplarisch voor de manier waarop de overheid de energietransitie aanpakt, vindt Bruning. “We hebben de neiging in Nederland om de energietransitie centraal te willen oplossen.”

Waterstof

Dat blijkt ook uit de werking van de SDE++, de subsidieregeling waarmee de overheid de energietransitie financiert. “Die subsidie gaat naar hele grote projecten zoals grote wind- en zonneparken, CO2-opslag op zee”, zegt Bruning. “Voor kleinere bedrijven of regionale initiatieven is het moeilijker om hiervoor in aanmerking te komen.”

Ook stopt de overheid veel geld in de bouw van het nodige pijpleidingenstelsel voor waterstof die Gasunie aanlegt. Deze zogenaamde waterstofbackbone moet de industrie in de vijf grote industriegebieden in Nederland op termijn van groene waterstof voorzien. De pijpleiding loopt ook dicht langs de bedrijven in IC Oost-Groningen. Door Gasunie is de benodigde infra in kaart gebracht om waterstof in de toekomst van deze backbone naar clusters van de veertien locaties te vervoeren. Maar dat vraagt wel om een regionale aanpak. Daarnaast is het moeilijk om nu al een business case te maken voor waterstof omdat onzeker is wanneer groene waterstof beschikbaar komt en wat het gaat kosten.

Besparen

Als je de energietransitie wilt versnellen dan moet je veel meer lokaal kijken wat de beste opties zijn om te verduurzamen, vinden de ondernemers. En dat begint in de eerste plaats bij besparen. “Wat je niet verbruikt hoef je ook niet te vergroenen”, zegt Marcel Oolbekkink. De afgelopen 20 jaar heeft zijn bedrijf Kisuma het energieverbruik per ton product gehalveerd.

De afgelopen 20 jaar heeft Kisuma het energieverbruik per ton product gehalveerd | Credit: Kisuma

Bij Solidus Solutions zet Van Koolwijk in op zoveel mogelijk zelfvoorzienendheid. Zo plaatste hij 6.600 zonnepanelen, produceert het bedrijf zelf biogas en kan een van de fabrieken mogelijk binnen twee jaar van het gas af door de ‘rejects’ (de stroom van vezels, plastic en hout die overblijft na de recylcing van oud papier) van de andere drie locaties in te zetten als alternatief.

Elektrificeren

De tweede stap is elektrificeren. Maar daar lopen de bedrijven tegen allerlei obstakels aan zoals lange levertijden en netcongestie. Voor Avebe paste dat nog op de huidige netaansluiting maar meestal is dat niet het geval. Ook Solidus Solutions wil zijn aansluitingen aanzienlijk verzwaren. De vraag is of dit snel genoeg gerealiseerd kan worden.

De netcongestie wordt veroorzaakt doordat er in de regio veel duurzame energie wordt opgewekt. Dat legt veel beslag op de infrastructuur. Daar komt bij dat gemeentes zich inspannen om nieuwe bedrijven aan te trekken, maar zich weinig bewust zijn hoe energie-intensief die fabrieken eigenlijk zijn. “Er gaat zich een isotopenfabriek vestigen in Veendam”, zegt Oolbekkink. “Daar moet ook behoorlijk wat voor aangelegd worden. Dan kan het voor ons zomaar op zijn.”

Dat betekent niet dat ze tegen vestiging van nieuwe bedrijven zijn. “Er moet alleen meer regionale regie komen”, vindt Bruning. Want als er een fabriek bij komt en als gevolg daarvan de anderen niet kunnen vergroenen, dan moet je kijken waar je procedures kunt versnellen.”

Groen gas

De industriële processen van deze bedrijven kunnen maximaal voor de helft geëlektrificeerd worden. Voor de andere 50 procent hebben ze moleculen nodig. Dat kan waterstof zijn of bijvoorbeeld groen gas, dat in het landelijk gebied een beter alternatief is. Maar net als waterstof is groen gas schaars. In Nederland wordt nu 230 miljoen kuub groen gas geproduceerd. De overheid heeft de ambitie om dit op te schroeven naar 2 miljard kuub. Maar zover is het nog lang niet. De 60 miljoen kuub die de bedrijven in IC Groningen nodig hebben is meteen een kwart van alles wat er in Nederland nu aan groen gas beschikbaar is. Vandaar het pleidooi van het IndustrieCluster om hiervoor ook regionaal de productie op te schalen.

Wat is groen gas?

Groen gas is de duurzame variant van aardgas en wordt gemaakt door biogas op te waarderen tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas. Biogas kan gemaakt worden door vergisting uit slib, afval van stortplaatsen, tuinafval, resten groente en fruit, en dierlijke restproducten zoals koeienmest. Ook kan het gemaakt worden met behulp van vergassing. Dat is een chemisch proces waarbij biomassa op hoge temperatuur wordt ontleed en synthesegas (syngas) geproduceerd wordt.

Het biogas wordt vervolgens gezuiverd en gedroogd en op dezelfde kwaliteit als aardgas gebracht. Na deze bewerkingen mag het groen gas heten en is het een duurzaam alternatief voor fossiel aardgas. Groen gas kan worden ingevoed op het normale gasnet en is bruikbaar voor iedereen met een gasaansluiting. Omdat groen gas dezelfde eigenschappen heeft als aardgas, is het niet nodig apparaten aan te passen.

Daarbij zijn er meerdere kapers op de kust. Want ook de transportsector aast op het duurzame gas voor de nu verplichte bijmenging. Een groengas leverancier krijgt drie keer zoveel subsidie als hij het groene gas verkoopt ten behoeve van transport, weet Bruning.

De wil om te vergroenen is er dus wel degelijk maar om het in de praktijk voor elkaar te krijgen is lastig. De vraag is hoe lang dat goed gaat. “We moeten in 2030 wel onze targets gehaald hebben”, zegt Bruning. “En als we als industrie die vergroening niet tijdig voor elkaar krijgen dan hebben we echt een probleem. Door hoge CO2-prijzen is het dan niet meer rendabel om door te gaan. Dan hou je je concurrentiepositie niet overeind.”

De situatie in IC Oost-Groningen staat niet op zichzelf. In Nederland zijn tienduizenden bedrijven die met vergelijkbare problemen kampen. Meer oog vanuit de centrale overheid voor deze groep bedrijven kan helpen, denken de ondernemers. De integrale aanpak als IC Oost-Groningen samen met provinciale/regionale overheden en TenneT, Enexis en Gasunie levert resultaten op en kan daarvoor een inspirerend voorbeeld zijn.

Daarnaast blijven de bedrijven in IC Groningen zelf stappen zetten. “Want”, zegt Koops, “wat je nu samen kunt realiseren, moet je oppakken.”

Wereldwijde CO2 emissies moeten voor 2025 dalen

Nog 30 maanden hebben we de tijd. Dan is het 2025 en zullen alle broeikasgasemissies moeten gaan dalen. Ondanks de vele ambities van overheden en bedrijven lijkt dat een bijna onmogelijke opgave. Want de CO2 uitstoot blijft stijgen. De afgelopen tien jaar meer dan ooit tevoren. IPCC rapport Tijdens een debatavond georganiseerd door De Dépendance, in Blue City in Rotterdam windt professor en hoofdauteur van het meest recente IPCC rapport Heleen de Coninck er geen doekjes om. “We zijn niet op de goede weg”, houdt ze het publiek op kalme toon voor. “Er is veel meer actie nodig.” Haar boodschap is niet nieuw. Al sinds het uitkomen van het eerste rapport in 1990 zegt het IPCC hetzelfde: een mooie toekomst is mogelijk maar dan moeten we snel actie ondernemen. Ook nu weer trekken de 278 auteurs die meeschreven aan het IPCC rapport deze conclusie, gebaseerd op 18000 wetenschappelijke artikelen die hierover gepubliceerd zijn.De CO2 uitstoot is het afgelopen decennium harder gestegen dan ooit tevorenOlie- en gasreserves “1992 was het beste jaar om te starten met maatregelen om van fossiele brandstoffen af te komen”, zegt Joyeeta Gupta. Zij is professor of environment and development in the global south aan de universiteit van Amsterdam en hoofdauteur van het IPCC rapport in 2007 waar de organisatie de nobelprijs voor de vrede voor ontving. “De muur was net gevallen, er was geld over om in andere zaken dan oorlog te investeren. En in die tijd was Nederland leidend op het onderwerp klimaatverandering. Maar in plaats daarvan besloten we de olie- en gasreserves zo lang mogelijk te gebruiken.” “In plaats daarvan hebben we gefeest”, vult Derk Loorbach aan. Als hoogleraar sociaal-economische transities aan de Erasmus Universiteit en directeur van het Dutch Research Institute for Transitions (DRIFT) verdiept hij zich in de werking van transities. “In de jaren ‘70 wisten we uit de wetenschap al dat het klimaat veranderde. Maar er was geen consensus. Die is er nu wel maar dat is 40 jaar te laat.” Duurzame Messias Dat mag zo zijn, maar treuren over gemiste kansen heeft weinig zin, vindt De Coninck. “Je kan het verleden niet meer veranderen. Maar de toekomst wel.” Over hoe we dat het beste kunnen doen lopen de meningen uiteen. Waar de een pleit voor een duurzame Messias die het lonkende perspectief predikt van een duurzamer, gezondere en eerlijker wereld, vindt de ander dat we vooral zelf het heft in handen moeten nemen. In de zaal zitten studenten, activisten van extinction rebelion, politici van Groen Links en SP, docenten, wetenschappers en onderzoekers. Dat het noodzakelijk is dat we van onze fossiele verslaving afkomen en meer investeren in duurzame technieken staat als een paal boven water. Maar de praktijk is weerbarstig. Want ondanks de oproep van het gezaghebbende International Energy Agency dat we geen nieuwe fossiele bronnen moeten aanboren, gebeurt dat wereldwijd nog dagelijks.Nobelprijswinnaar “Investeringen in fossiel moeten naar beneden en die in duurzaam omhoog”, vindt Gupta. Maar daarbij moeten we wel opletten dat we in onze haast om over de hele wereld duurzame energie te ‘oogsten’ niet weer dezelfde fouten maken als we met fossiele energie hebben gedaan waarschuwt de Nobelprijswinnaar. Ook moeten we het wereldwijde kapitaal anders inzetten. Want de totale investeringen in fossiele industrie zijn nog altijd veel groter dan in technologieën voor mitigatie en adaptatie. Ook zijn de investeringen in hernieuwbare energie 3 tot 6 keer lager dan noodzakelijk is om de temperatuur onder de 1,5 graad te houden. “Het probleem is dat we iets moeten doen dat nog nooit in de geschiedenis is gedaan”, zegt Loorbach. “We hebben een hoog geavanceerd niveau van welzijn gecreëerd op basis van fossiele brandstoffen. De vraag is niet of dat zal instorten maar wanneer.” Volgens Loorbach zal daarna een alternatieve toekomst voor in de plaats komen. “Zo werken transities. We raken uit evenwicht en vervallen in chaos. Daaruit ontstaat vervolgens iets nieuws.Derk Loorbach, Heleen de Coninck en Joyeeta Gupta debatteerden met elkaar en het publiek onder leiding van Geert MaarseExistentiële crisis Loorbach gelooft niet dat we onszelf uit deze existentiële crisis kunnen redden. Maar wel dat we alvast aan die nieuwe toekomst kunnen werken. “De geschiedenis leert ons dat individuen heel vindingrijk zijn.” Bovendien is dat volgens hem al gaande. “Veel verandering van onderop is al gaande. Bewegingen die bezig zijn met eco-villages, energie coöperaties, alternatieve valuta. Dat zijn miljoenen mensen die actief bezig zijn met een alternatieve toekomst. Het is nog lokaal en kleinschalig maar daar zit de toekomst.” Ook het laatste IPCC rapport toont aan dat we zelf een grote bijdrage kunnen leveren aan die betere toekomst. In 2050 kunnen we maar liefst 40 tot 70 procent emissiereductie bereiken met gedragsverandering zoals lopen of fietsen in plaats van autorijden en het aanpassen van je dieet. Ook hoeft het allemaal niet vreselijk veel te kosten. De helft van de CO2 emissies kunnen we vermijden met technieken die nu al minder kosten dan 100 euro per ton CO2 equivalent. Individuele actie Tegelijkertijd zijn systemische veranderingen ook noodzakelijk, zegt De Coninck. Want om je gedrag aan te passen moet ook het systeem veranderen dat nog altijd gericht is op groei en het aanwakkeren van consumptie. Maar daar hoeven we niet op te wachten, vindt de professor. “Hoe klein ook, alle individuele actie helpt. Want je verlaagt niet alleen je eigen emissies, je hebt nog veel meer impact. Je zorgt voor nieuw aanbod, je zendt een duidelijk signaal uit naar de politiek en de markt dat het anders moet. En je inspireert anderen.”Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.