5 minuten lezen

Regionale Energie Strategie kost onnodig open ruimte

De Regionale Energie Strategie speelt in Nederland een centrale rol in de uitvoering van de energietransitie. Die aanpak leidt echter tot schade aan natuur en beperkt de landbouw. Maar er zijn meer opties, zoals meer inspelen op aardwarmte en de import van duurzame energie. Die bredere blik hebben we nodig, betoogt Jaap Schröder, voormalig onderzoeker aan de Wageningen University & Research.

Regionale Energie Strategie kost onnodig open ruimte

Opwarming van de aarde vraagt om een andere kijk op energie. De energietransitie die hiervoor nodig is, trekt vrijwel niemand meer in twijfel. Toch komt van de Nederlandse energiebehoefte, in totaal ruim 3.000 Peta Joules (PJ), op dit moment nog maar zo’n 10 procent uit hernieuwbare bronnen. Daarbij wordt biomassa, hoewel volop in discussie, ook nog meegeteld. De resterende opgave is dus heel groot. Als eerste stap op die nog lange weg verdeelde het Rijk ons land in 30 regio’s. Vervolgens vroeg het Rijk elk van hen onder de noemer van Regionale Energie Strategie (RES) gebieden aan te wijzen waarbinnen in totaal alvast 151 PJ extra hernieuwbare energie kan worden opgewekt. Uit het inmiddels ingeleverde huiswerk blijkt dat daarbij vooral voor ‘wind en zon op land’ gekozen wordt, dat wil zeggen voor windturbines en zogenaamde zonneparken. De energie uit die turbines en velden met zonnepanelen komt boven op de circa 30 en 7 PJ die nu al door bestaande windturbines op land en zonneparken geproduceerd worden. Om het landelijke RES doel van 151 PJ te realiseren, moet straks op iedere 10 vierkante kilometer Nederland een extra windturbine dan wel 10 hectare extra zonnepark komen. Met die uitkomst wordt om te beginnen afstand genomen van de zogenaamde zonneladder. Die ladder bepleit dat natuur- en landbouwgrond pas aan energieopwekking geofferd moet worden als de mogelijkheden voor zonnepanelen op daken, langs wegen en kanalen en op bedrijfsterreinen volledig benut zijn. Dat is allesbehalve het geval.

Vorig jaar al deelden natuurbeschermingsorganisaties hun zorgen over de komst van meer turbines en zonneparken in een brief aan de regering. Ze benadrukten dat we niet alleen in een energiecrisis verkeren maar ook in een biodiversiteitscrisis. Op de Veluwe stuit de RES vanwege de kans op dodelijke botsingen van vogels met windturbines inmiddels op de aanwezigheid van de Wespendief, een zeldzame roofvogel. Vooraanstaande planologen hekelen het gebrek aan regie en concentratie. Zij vergelijken het te verwachten eindresultaat van de RES met uitgestrooide ‘confetti’ en ‘hagelslag’. Het landbouwbedrijfsleven wijst daarnaast op de noodzaak om zuinig met goede landbouwgrond om te gaan. Daarin passen zonneparken niet. De bio-based economy, ook een opgave, vraagt immers eerder om meer dan om minder landbouwgrond dan een oil-based economy. Bovendien gaat het bepleite herstel van boerenlandnatuur ook om extra ruimte vragen. Sommigen proberen de pil te vergulden door te eisen dat die turbine- en zonneparken van bloemrijke randen en paden voorzien moeten worden. Ondanks goede voornemens komt dit nauwelijks van de grond. Bovendien zijn gewilde vormen van boerenlandnatuur zoals weidevogels, hazen en dassen er niet bij gebaat.

Tegen de achtergrond van ons huidige energiegebruik, 3.000 PJ, lijken de RES-voorstellen á raison van 151 PJ een minimaal noodzakelijke, eerste stap op weg naar een verdere energietransitie. Alleen zonnepanelen langs onze 17.000 kilometer aan auto- en waterwegen leveren immers niet meer dan circa 10-20 PJ op. Toch zijn de huidige RES-voorstellen niet onvermijdelijk. Om te beginnen bedraagt de jaarlijkse energiebesparing op dit moment 1,5 procent. Dat betekent dat over zo’n 25 jaar 1.000 PJ minder nodig kan zijn. Bovendien neemt de winning van aardwarmte op dit moment een enorme vlucht. Het College van Rijksadviseurs schat in dat het gebruik van rest- en aardwarmte binnen enkele decennia circa 1.000 PJ voor zijn rekening kan nemen. De ingenieurs van Deloitte becijferden voorts dat boven op de huidige 10 PJ nog eens circa 210 PJ aan extra energie opgewekt kan worden door niet meer dan een kwart van alle daken met zonnepanelen te beleggen. De Nederlandse Wind Energie Associatie berekende op haar beurt dat op het Nederlandse deel van de Noordzee ruim 660 PJ aan windenergie kan worden geproduceerd, boven op de huidige 11 PJ. Met dit alles kunnen in elk geval de ambities van het Klimaatakkoord worden gehaald. Al deze binnenlandse alternatieven hebben trouwens als uitgangspunt dat Nederland kost-wat-kost zelfvoorzienend zou moeten zijn op energiegebied. Dat is niet meer dan een keuze. Temeer omdat in woestijngebieden met windturbines en CSP (concentrated solar power’ centrales) meer dan voldoende hernieuwbare energie en energiedragers voor een groeiende wereldbevolking geproduceerd kunnen worden met aanzienlijk minder schade aan andere landgebruiksfuncties.

Het voorgaande verduidelijkt dat er andere opties bestaan dan waar de RES nu op aanstuurt. Daarmee is niet gezegd dat de geschetste alternatieven goedkoper zijn, maar ze gaan in elk geval minder ten koste van natuur, landbouwgrond en openheid. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Nederland verdient een ruimere blik op haar energietransitie.

Tekst: Jaap Schröder

 

Het Betoog

Change Inc. waardeert de betrokkenheid van lezers en toekomstmakers zeer. Ook een opinieartikel aanleveren voor de rubriek ‘Het Betoog’? Stuur de bijdrage naar hoofdredacteur Roy op het Veld: roy@change.inc. Het artikel moet een wezenlijke bijdrage leveren aan het debat en iets toevoegen aan wat al eerder op Change Inc. verschenen is. De redactie beslist over plaatsing.

Lees ook


CHANGE INC.

join the changesluit je gratis aan

Bij een ecosysteem van 42.512 professionals, bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst. Met dagelijks kwaliteitsjournalistiek, inzichten en evenementen, want morgen wordt vandaag bedacht.

Join the change, word lid

Aansluitend artikel

‘Een alternatief voor de biomassa-installatie? Dat zou doodzonde zijn’

Biomassa staat ter discussie. Terwijl politiek Den Haag neigt naar het afschaffen van subsidies en de Sociaal Economische Raad (SER) maant tot voorzichtigheid, blijft ‘laagwaardige’ biomassatoepassing de komende jaren een rol spelen als transitiebrandstof. Deze miniserie belicht drie organisaties die bio-grondstoffen inzetten voor het opwekken van elektriciteit of warmte: een startup, een biomassa-installatie en een gemeente. Deel 2 van de serie: de biomassa-installatie in het Brabantse Goirle.

‘Een alternatief voor de biomassa-installatie? Dat zou doodzonde zijn’

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu