Sabine Sluijters 09 november 2021, 13:15

Ziekenhuis of casino: wie krijgt bij netcongestie voorrang op het elektriciteitsnet?

Er moet een debat komen over welke projecten prioriteit krijgen bij een aansluiting op het elektriciteitsnet. Dat zei Jeroen Sanders, CTO van netbeheerder Enexis vandaag in een uitzending van Future Business Live. De schaarse ruimte op het stroomnet kan zo optimaal benut worden voor het halen van bijvoorbeeld CO2-doelstellingen.

Elektriciteitsnet De groei van duurzaam opgewekte stroom en toenemende elektrificatie leiden tot overbelasting van het elektriciteitsnet | Credits: Adobe Stock

Het elektriciteitsnet is in grote delen van Nederland overbelast. Zowel capaciteit voor het leveren als voor het terugleveren van stroom is op bepaalde plekken schaars. Bedrijven, energiecoöperaties en ontwikkelaars van met name zonneparken kunnen daardoor steeds vaker geen aansluiting krijgen.

First come first serve

Op dit moment worden aansluitingen aan het stroomnet in volgorde van aanvraag gerealiseerd. Dit wettelijke ‘first come first serve’ principe stelt dat netbeheerders klanten helpen in volgorde van binnenkomst, ongeacht of de aanvraag voor een casino is, of voor een ziekenhuis of een zonnepark. Wie geen aansluiting krijgt komt op een wachtlijst.

Dit principe zorgt niet altijd voor de uitkomsten die het best zijn voor de maatschappij, vindt Sanders. “Ik ga ervan uit dat iedereen uiteindelijk zal worden aangesloten, maar het kan niet allemaal nu en tegelijk. Er moeten dus keuzes gemaakt worden in de volgorde waarin dat gebeurt. De vraag is hoe je dat zo efficiënt mogelijk doet met zo min mogelijk maatschappelijke pijn. Want het first come first serve-model maakt geen onderscheid in de aanvragen.”

Geen capaciteit meer

Daardoor kan het gebeuren dat een casino wel een aansluiting krijgt maar een ziekenhuis niet, simpelweg omdat het casino de aanvraag eerder heeft ingediend. “Het zijn lastige keuzes, want er zijn altijd winnaars en verliezers”, zegt Sanders. “Onze oproep is dan ook: laten we hier het debat over voeren.”

Netbeheerders zijn niet degene die moeten bepalen wie als eerste wordt aangesloten en wie pas later. “Dit soort besluiten moeten democratisch gelegitimeerd worden”, vindt Sanders. “Dat zou dus door de Rijksoverheid, gemeenten of provincies moeten worden bepaald, het liefst in onderlinge samenhang. Wij als netbeheerders kunnen meedenken en de consequenties van de keuze in kaart brengen.”

Politieke keuze

Want wat slim is en wat niet, is een politieke keuze. Zo zal de ene partij vooral voorrang willen verlenen aan bedrijven terwijl anderen misschien prioriteit willen geven aan woningbouw. Volgens Sanders kan de overheid daarin helderheid geven door criteria op te stellen voor doelmatigheid of efficiency. “Of ze bepalen per geval wat de volgordelijkheid moet zijn op basis van de aanvragen die wij krijgen. Dan kunnen ze keuzes maken afgestemd op ruimtelijke inpassing en andere vraagstukken.”

Sanders staat hierin niet alleen. Ook andere netbeheerders zien het afschaffen van first come first serve als deel van de oplossing van het overvolle elektriciteitsnet. In een brief die Netbeheer Nederland vorige week aan de formateurs Remkes en Koolmees stuurde pleit de organisatie voor een afwegingskader om te bepalen wat eerst en wat later wordt gerealiseerd. Daarbij zouden netcapaciteit, maatschappelijke kosten, realisatietijd en ruimtelijke impact doorslaggevende criteria moeten zijn.

Tijdelijke oplossing

De drukte op het elektriciteitsnet speelt door heel Nederland, zowel in de landelijke gebieden waar veel ruimte is voor zonne- en windparken, als in de dichtbevolkte stedelijke gebieden waar de industrie in toenemende mate elektrificeert. En hoewel er hard gewerkt wordt zal de filevorming op het net niet binnen afzienbare tijd opgelost zijn. Het kost de netbeheerders nog zeker zes jaar a tien jaar om het net aan te passen.

Door in de tussentijd af te stappen van een first come first serve-principe kan maatschappelijke pijn voorkomen worden, denkt Sanders. “Als een verzorgingshuis, een datacenter en een zonnepark allemaal een aansluiting willen, moeten we de discussie voeren over de meest wenselijke volgorde van aansluiten.”

Wil je de uitzending van Future Business Live terugzien? Dat kan hieronder.

Een elektrisch vliegtuig voor 100 man: vanaf 2026 vliegen we allemaal duurzaam

De ‘Wright Spirit’, zo heet het nieuwe elektrische vliegtuig. Vanaf 2026 moet deze kist vluchten van een uur maken zonder een grammetje kerosine te verbranden. Het volledig elektrische vliegtuig heeft krachtige, lichtgewicht elektromotoren aan boord die het vliegtuig in de lucht houden.Dat klinkt als een droom, maar Wright timmert al een tijd aan de weg. Het bedrijf ontwierp speciale elektrische machinerie die lichter is dan de versies die we in andere machines zien. Doordat de elektromotor de helft weegt van vergelijkbare modellen, past er meer power in een vliegtuig. Zo ontstaat er genoeg stuwkracht om zonder verbrandingsmotor de lucht in te gaan. Londen, Parijs, Frankfurt Een uur vliegen klinkt kort. Maar in het kleine Europa is het lang genoeg om vanuit Londen een heleboel landen te bereiken. En daarmee is een belangrijke bron van uitstoot, de korteafstandvluchten, te voorkomen. Omdat de uitstoot van de luchtvaart snel omlaag moet (de Nederlandse sector wil bijvoorbeeld 35 procent minder uitstoot in 2030) maakt Wright haast met hun ontwerp. Ze bouwen een bestaande kist om tot elektrisch model en willen zo snel mogelijk proefvluchten gaan doen. Daarna volgt een lang proces om te testen of alles veilig en verantwoord is. In 2026 zou dan, als alles goed gaat, de eerste commerciële vlucht plaats kunnen vinden. Een ambitieuze tijdlijn van een ambitieus bedrijf. Maar als het lukt, laat Wright zien dat er niet per se alternatieve, duurzame brandstoffen zoals SAF of groene waterstof nodig zijn voor groene luchtvaart. Hoewel de langeafstandsvluchten voorlopig nog fossiele brandstof nodig hebben, kan de vlucht naar Parijs, Brussel of Frankfurt in de nabije toekomst misschien wel elektrisch. Of je pakt de trein, dat is natuurlijk nog milieuvriendelijker.