Rianne Lachmeijer 05 juli 2021, 08:48

Bedrijven met vrouwen in de top presteren financieel beter, toch is diversiteit niet de norm. Hoezo?

​Vrouwen in het bedrijfsbestuur hebben is goed voor business. Toch is in veel bedrijfsbesturen diversiteit nog lang niet de norm. Door Covid-19 nam de ongelijkheid toe, terwijl er überhaupt nog een lange weg te gaan is. Genoeg redenen voor Michael Herskovich van BNP Paribas Asset Management om als belegger bedrijfsbesturen aan te spreken op het aannemen van vrouwen. “Eén vrouw in het bestuur is niet genoeg.”

Adobestock vrouwen diversiteit financieel presteren "Het is beter om verschillende meningen mee te wegen bij een besluit." Adobe Stock.

Het duurt meer dan 135 jaar om de economische kloof tussen mannen en vrouwen te dichten, becijferde het World Economic Forum in maart. Eerder dacht de organisatie dat het 99 jaar zou duren, maar Covid-19 verslechterde de verwachtingen. Dat komt onder andere doordat vrouwen vaker in sectoren werken die het zwaarst zijn getroffen door lockdowns, en daarnaast meer belast worden met de zorg voor het gezin.

Het rapport volgt de voortgang op vier gebieden: economische participatie en kansen; opleidingsniveau; gezondheid en politieke activiteit. In het rapport noemt World Economic Forum een aantal zaken die het proces versnellen, waaronder de vormgeving van strategieën en beleid om gelijke wervingspraktijken te stimuleren. Daarbij kunnen financiële instellingen een rol spelen, weet Michael Herskovich, Global Head of Stewardship bij BNP Paribas Asset Management. “Als investeerder kunnen we door te stemmen verandering stimuleren." Hij doelt daarmee op het stemrecht dat investeerders als aandeelhouders van beursgenoteerde bedrijven hebben bij jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen. In die vergaderingen zijn dit soort bedrijven verplicht om verantwoording af te leggen aan de aandeelhouders.

Hoe een aandeelhouder kan bijdragen aan diversiteit aan de top

Al jaren weegt BNP Paribas Asset Management diversiteit mee wanneer het op aandeelhoudersvergadering over aanstellingen van nieuwe bestuursleden stemt. In 2019 legde de vermogensbeheerder die aanpak vast in beleid en brengt het de stemmingskeuzes actief naar buiten. Zo stemt BNP Paribas sinds 2019 tegen elke mannelijke kandidaat voor de directeursfunctie als er wereldwijd geen vrouwen in de raad van bestuur van de onderneming zitten.

Voor Europa, Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland scherpte de vermogensbeheerder deze strategie per 2020 verder aan: minimaal 30 procent van het bestuur moet vrouw zijn. In het verlengde daarvan stemt de vermogensbeheerder tegen de aanstelling van mannelijke bestuursleden als het bestuur niet uit ten minste 20 procent vrouwen bestaat.

In sommige gevallen maakt BNP Paribas Asset Management een uitzondering, bijvoorbeeld als een bedrijf duidelijke progressie boekt maar nog net niet op de juiste cijfers uitkomt. “Dit geeft ruimte om het gesprek aan te gaan met bedrijven en stimuleert hen om te verbeteren.”

Ook zijn de eisen lager voor bepaalde regio’s. Zo benadrukt Herskovich dat het logisch is om 30 procent vrouwen in het bestuur van Japanse en Zuid-Koreaanse bedrijven na te streven, maar dat de praktijk ook meespeelt in deze afwegingen. “We moeten strenger zijn dan de heersende praktijk, omdat we geloven dat het een belangrijk thema is. Tegelijkertijd moeten we een goede balans vinden tussen streng zijn en in geen enkel bedrijf beleggen.” Zo bestaan Japanse en Zuid-Koreaanse besturen gemiddeld voor 6 procent uit vrouwen. In eerste instantie streefde BNP Paribas Asset Management naar minstens één vrouw in het bestuur in Aziatische en Latijns-Amerikaanse bedrijven. Nu 80 procent van de bedrijven waarin de vermogensbeheerder belegt daaraan voldoet, schroeft het de ambities op. Nu streeft het naar 15 procent.

Diversiteit: sociaal én financieel wenselijk

Herskovich staat achter de diversiteitsaanpak. “Wanneer je meer diversiteit hebt in achtergrond, geslacht, nationaliteit, expertise, enzovoorts, dan levert dat meerdere perspectieven op en dat verbetert de collectieve besluitvorming. Dat is de sterke overtuiging die wij hebben. Het is beter om verschillende meningen mee te wegen bij een besluit. En als er mensen met verschillende achtergronden in een groep zitten is het gemakkelijker om het oneens te zijn met elkaar.”

'Wanneer je meer diversiteit hebt, dan verbetert de collectieve besluitvorming.'

Uit een onderzoek van adviesbureau McKinsey blijkt dat kansenvergroting voor vrouwen en andere achtergestelde groepen goed is voor de economie. ‘In tegenstelling tot de vrees dat economische inclusie ten koste gaat van economische groei, ondersteunt ons onderzoek het idee dat economische groei op zijn best is wanneer deze het meest inclusief is. Omgekeerd vormen ongelijkheid en economische uitsluiting een bedreiging voor de economische groei’, schrijft senior partner van het adviesbureau, Bob Sternfels in het voorwoord van het rapport Diversity wins: How inclusion matters.

Managements-teams waar vrouwen meer dan 30 procent van het totaal uitmaken, presteren financieel gemiddeld beter dan die met minder of geen vrouwen, schrijft McKinsey in het rapport. Herskovich is niet verbaasd door deze uitkomsten. “Maar het is altijd goed om studies te hebben die dit aantonen.” Hij hoopt dat meer vrouwen in de bestuurskamers er ook toe leidt dat op andere niveaus het aantal vrouwen toeneemt. “Dat het ook zal helpen om in de hele organisatie meer diversiteit te bereiken.”

Lange weg

Ondanks de meerwaarde van meer vrouwen in het bestuur, is er nog een lange weg te gaan. Weliswaar voldoet 60 procent van de Noord-Amerikaanse bedrijven, aan de wens van BNP Paribas Asset Management dat 30 procent van de bestuurders vrouw is. Maar in 2025 wil de vermogensbeheerder dat dit cijfer al op 40 procent ligt. “Als we op 40 procent zijn, dan beschouwen we de klus als geklaard”, zegt Herskovich.

Hij vindt dat aandeelhouders, naast lokale overheden die wetten invoeren, een belangrijke rol spelen bij het nastreven van meer diversiteit. “Als meer investeerders dit soort beleid voeren, dan zorgt dat ervoor dat bedrijven sneller bewegen. En wij willen dat zij sneller gaan, omdat er nog een lange weg te gaan is. Vergeleken met vijf à tien jaar geleden is er sprake van een grote verbetering, maar we zijn nog ver verwijderd van een evenwicht of gelijkheid binnen besturen.”

Lees ook het betoog van Nicolette Loonen en Marleen Janssen Groesbeek: Bankiers en beleggers moeten de wereld redden

Daad bij het woord

BNP Paribas Asset Management spoort niet alleen de bedrijven waarin het investeert aan om meer vrouwen aan te nemen, ook in de eigen organisatie past het deze visie toe. Op dit moment bestaat de executive committee van BNP Paribas voor 30 procent uit vrouwen. Over vier jaar moet dat ook 40 procent zijn. Afgelopen maand volgden de werknemers een verplichte diversiteitscursus. “Het maakt dus echt onderdeel uit van onze strategie. Niet alleen als investeerder, maar ook in het bedrijf op zichzelf. De grondgedachte waarom we diversiteit nastreven, geldt dus ook voor ons eigen gedrag.”

Lees ook het interview met Lynn Zebeda, die met haar bedrijf impact maakt op het punt waar klimaatverandering en sociale ongelijkheid elkaar raken. "Ik streef naar een aanpak die de verschillen en geleefde ervaringen erkent, maar geen onderscheid maakt, ook in de boardroom."

“Dit artikel is verschenen in Change Inc. Magazine #3, met daarin een special over een toekomstbestendige voedselketen. Meer lezen? Bestel nu éénmalig gratis het Change Inc. magazine #3 hier of lees het magazine online!”

Dit zijn de grootste waterstofprojecten ter wereld

Update 13 juli: Australië kondigde een nieuwe 'waterstofhub' aan, met een capaciteit van 50 gigawatt. Dit project zou het op een na grootste project ter wereld zijn, en het grootste dat in één land gepland is. Deze Western Green Energy Hub moet 100 miljard dollar kosten en komt op een uitgestrekte vlakte in het zuiden van Australië. Wanneer het project klaar is, is onbekend - maar West-Australië wil voor 2030 100 gigawatt aan waterstoffabrieken hebben.1. HyDeal Ambition, Spanje, 67 gigawattEuropa wil voortrekker zijn in de duurzame transitie. Dat waterstof daarbij een grote rol speelt, betekent ook dat Europa veel waterstof moet produceren. Het HyDeal Ambition-project is daar de grote troef: een park dat 67 gigawatt aan waterstof-producerende fabrieken krijgt. Genoeg om jaarlijks 3,6 miljoen ton waterstof te maken, voor een lage prijs: 1,50 euro per kilo. De waterstoffabriek komt bij een zonnepark van 95 gigawatt op het Iberisch schiereiland. Vanaf daar zal de waterstof via het bestaande netwerk van pijpleidingen naar Frankrijk en andere Europese landen gaan. Hoewel het het grootste geplande waterstofpark ter wereld is, moet het al snel de eerste waterstof leveren: in 2022. In 2030 zal dan de beoogde prijs van 1,50 euro bereikt worden, waardoor deze waterstof (bijna) kan concurreren met waterstof gemaakt van aardgas.2. Kazachstan, 30 gigawattHoewel dit kersverse project nog geen officiële naam heeft, kondigde de nationale investeerder van Kazachstan en de Duitse investeerder Svevind deze week aan dat ze een ‘memorandum of understanding’ hebben over een waterstofproject van 30 gigawatt. Dit moet drie miljoen ton waterstof per jaar produceren. Opmerkelijk, want het in capaciteit meer dan twee keer zo grote HyDeal-project (zie hierboven) moet ook ongeveer drie miljoen ton produceren. Hoe het ook zei: Kazachstan is een olie- en gasland dat grote geldreserves heeft. Het is bovendien een uitgestrekt land, en de steppes zullen straks versierd worden met windmolens en zonnepanelen die de stroom leveren voor het waterstofproject. Een exacte datum is nog niet genoemd, maar de ontwikkeling van een waterstoffabriek duurt, van financiering tot eerste productie, minstens vijf jaar.3. Mauritanië, 30 gigawattNog een zeer recent onthuld project, uit West-Afrika: een waterstoffabriek met dezelfde capaciteit als Kazachstan. Het land tekende een ‘Memorandum of Understanding’ met een Australisch bedrijf dat onder andere waterstoffabrieken bouwt. De benodigde energie zal komen van zon en wind, die het land beiden in overvloed heeft. Het moet de lokale economie een boost geven.4. Asian Renewable Energy Hub, Australië, 14 gigawattAanzienlijk kleiner dan de vorige kandidaten in de lijst, maar de Asian Renewable Energy Hub in het westen van Australië is wel een van de verst gevorderde grote projecten. Zo weten we al dat de stroom van windmolens op het land komen, in combinatie met zonne-energie die in Australië ruim beschikbaar is. De waterstof zal vermoedelijk geexporteerd worden naar Aziatische landen om de industrie daar groener te maken. In 2027 moet het project klaar zijn; zo’n concrete datum hebben de meeste andere projecten op deze lijst niet. Australië, dat zichzelf graag wil profileren als waterstofland, wilde de benodigde vergunningen voor het project versneld uitschrijven. Maar er ontstond recent ophef toen de milieuminister het project ‘onacceptabel’ noemde omdat het de vogeltrek zou kunnen verstoren.5. NortH2, Nederland, 10 gigawattTen slotte een stukje Hollands glorie: het voorgenomen NortH2-project, waar Shell een belangrijke aanjager is, behoort met zijn 10 gigawatt tot de grootste geplande waterstofparken. Met offshore wind uit de Waddenzee moet het project een boost geven aan de ontwikkeling van Groningen, dat nu al meer inzet op waterstof dan andere provincies. Bovendien kan het gasnetwerk aldaar dienst doen voor waterstoftransport. Op dit moment loopt er een haalbaarheidsstudie en het project moet uiterlijk 2040 helemaal af zijn. Maar de betrokken partijen, vooral bedrijven uit de olie- en gasindustrie, wachten ook op subsidie vanuit de EU en Nederland om het project te financieren.Eervolle vermelding:6. Bécancour, Canada, 20 megawattEen dwerg in vergelijking met de reuzen hierboven, maar de enige die echt bestaat: de waterstoffabriek in Quebec, Canada van het bedrijf Air Liquide. Deze faciliteit met 20 megawatt capaciteit maakt 3000 ton waterstof per jaar met hulp van stroom uit waterkracht. Het project opende dit jaar officieel zijn deuren, en levert nu groene waterstof aan de omliggende industrie en aan zwaar transport.