Rianne Lachmeijer 07 juni 2021, 09:48

Emissiehandelssysteem funest voor energie-intensieve industrie? Nee hoor, vervuilende bedrijven verdienden er juist aan

Europese bedrijven in de energie-intensieve industrie verdienden tussen 2008 en 2019 circa 50 miljard euro door de kosteloze toewijzing van emissierechten in het kader van het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Dat blijkt uit een onderzoek van adviesbureau CE Delft.

Adobestock energie intensieve industrie emissiehandelssysteem vervuilende bedrijven verdienden Duitse, Franse, Italiaanse en Spaanse bedrijven behaalden de grootste winsten met de gratis emissierechten. | Afbeelding: Adobe Stock.

De ijzer-, staal-, cement en petrochemiesector profiteerden het meest van de gratis emissierechten. Ook raffinaderijen deden er hun voordeel mee. In het onderzoek, dat CE Delft in opdracht van Carbon Market Watch uitvoerde, bekeek het adviesbureau achttien landen uit de Europese Unie. Ook onderzocht het bedrijven in het Verenigd Koninkrijk.

En "de winnaars" zijn…

In het rapport staat dat bedrijven in Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje de grootste winsten behaalden, maar ook in Nederland profiteerde de industrie. In ons land profiteerden met name de ijzer- en staalsector, raffinaderijen en petrochemie.

Hoe een emissiehandelssysteem werkt

Bij een emissiehandelssysteem stelt (de Europese) overheid een plafond aan de totale uitstoot. Vervolgens kunnen bedrijven verhandelbare certificaten kopen voor de hoeveelheid CO2 die zij uitstoten. Europese bedrijven kregen ook een aantal CO2-certificaten cadeau. Niet alle bedrijven vallen onder het systeem. Degene die er wel onder vallen zijn bedrijven uit de eerder genoemde sectoren; onder andere staalproducenten, raffinaderijen en chemische bedrijven.

Meer weten over CO2-belasting en emissiehandel? Lees dan dit verslag van een discussie over een Nederlandse variant. Hoe kan een extra Nederlandse CO2-belasting eruit zien?

Hoe de bedrijven profiteerden

Uit het rapport van CE Delft blijkt dat de bedrijven tussen 2008 en 2019 op drie manieren profiteerden van de emissiehandel. Ten eerste rekenden zij de “kosten” van de gratis emissierechten door in de productprijs. Zo betaalden eindgebruikers in de ijzer- en staalsector in totaal 12 tot 16 miljard euro extra, en bij raffinaderijen 7 tot 12 miljard euro.

Ten tweede kregen bedrijven te veel gratis emissierechten. Deze verkochten ze vervolgens op de CO2-markt. Dit leverde de cementsector circa 3,1 miljard euro op en petrochemische sector 600 miljoen euro. Ten derde kochten bedrijven goedkopere rechten van internationale compensatieprojecten om vervolgens hun gratis emissierechten met winst op de markt te verkopen. Dit leverde de ijzer- en staalsector 850 miljoen euro op, raffinaderijen 630 miljoen en de cementsector 610 miljoen.

De winsten zijn opvallend, omdat deze gratis emissierechten-regeling juist in het leven is geroepen om concurrentienadelen voor de energie-intensieve industrieën te verkleinen. Uit dit rapport blijkt juist dat het emissiehandelssysteem op deze wijze economisch voordeel oplevert voor deze vervuilende industrieën.

Lees het rapport hier.

Het emissiehandelssysteem op de schop

Het rapport bewijst nogmaals dat het emissiehandelssysteem aan verbetering toe is. Dat besef is ook al ingedaald in Brussel. Zo worden de regels voor emissiehandel deze zomer herzien. Daarnaast denkt de Europese Commissie erover om een Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) in te stellen: een grensbelasting voor CO2. Op die manier moeten Europese bedrijven geen concurrentienadelen ondervinden van strengere CO2-regels.

Diederik Samsom, als kabinetschef van Frans Timmermans medeverantwoordelijk voor de Europese Green Deal, benadrukt dat het milieu in Brussel nu geen bijzaak meer is. Wat maakt de Green Deal anders dan andere milieuplannen?

Activistische aandeelhouder wil ExxonMobil tot duurzame koers dwingen

Hedgefund Engine no1, dat voor 40 miljoen dollar slechts 0,02 procent van de aandelen van ExxonMobil bezit, neemt daarmee een kwart van de zetels aan de bestuurstafel in. Het activistische fonds grijpt in bij ExxonMobil omdat het vreest dat het bedrijf anders ten dode is opgeschreven. “Geen enkel bedrijf heeft in de olie- en gassector tot nu toe meer invloed gehad dan ExxonMobil”, schrijft Engine no1 op zijn website. “En toch is het bedrijf niet in staat om de transitie in de sector bij te houden. Dat resulteert in slechte bedrijfsresultaten waar aandeelhouders de dupe van zijn.”Om te voorkomen dat ExxonMobil het lot van andere ooit iconische bedrijven volgt en ten onder zal gaan, is het noodzakelijk dat het bedrijf verandert, vindt Engine no1. Exxon moet daarom verduurzamen voordat het te laat is. Door drie nieuwe bestuurders aan te stellen wil de organisatie het bedrijf voorzien van de juiste kennis om die transitie te maken.Ervaring in olie-industrieWant deze herpositionering van ExxonMobil vergt inzicht in de trends die de toekomstige energiesector vormgeven en de kansen die dat biedt. En volgens Engine no1 heeft geen van de zittende bestuursleden daar kaas van gegeten. In tegenstelling tot de drie nieuwelingen die nu plaats mogen nemen aan de vergadertafel. Want zowel Gregory Goff als Kaisa Hietala als Alexander Karsner hebben veel ervaring in de olie- en gasindustrie maar combineren dat met een duidelijke focus op duurzaamheid, innovatie en financieel rendement.Kaisa HietalaZo is de vorige week benoemde Kaisa Hietala (49) klimaatwetenschapper, gespecialiseerd in de effecten van klimaatverandering op de Noordpool. In plaats een carrière als wetenschapper koos zij er ruim twintig jaar geleden voor om in de olie- en gasindustrie te gaan werken. Haar doel: de sector van binnenuit veranderen. In de twintig jaar dat Hietala bij Neste werkte speelde de Finse een centrale rol in de strategische transformatie van het bedrijf naar een van de grootste en meest winstgevende producenten van duurzame diesel en vliegtuigbrandstoffen. Volgens Hietala zou het ‘zonde’ zou zijn als de olie-industrie de transitie niet maakt. “Want de sector is zo alom tegenwoordig en heeft zoveel expertise. Ze moet die capaciteiten alleen anders inzetten.”Alexander KarsnerOok de woensdag ingestemde Alexander Karsner, heeft zich zijn hele loopbaan begeven in het energieveld. Als investeerder, beleidsmaker voor de Amerikaanse overheid en als strategisch adviseur over bedrijfsinnovatie bevordert hij duurzaamheid en innovatie in de energiesector. Naast zijn huidige functie van strateeg bij het bedrijf X, het innovatieve brein van Alphabeth (het moederbedrijf van Google) is Karsner als energiewetenschapper verbonden aan de universiteit van Stanford. Binnen de Amerikaanse overheid stond hij aan het hoofd van het departement voor hernieuwbare energie en energie-efficiënte. Hier was hij verantwoordelijk voor omvangrijke onderzoeksprogramma’s naar mogelijkheden om het Amerikaanse energiesysteem 100 procent duurzaam te maken.Gregory GoffVan de drie nieuwe bestuurders heeft Gregory Goff de meeste ervaring in de olie- en gassector. Goff werkte meer dan dertig jaar in verschillende leidinggevende functies bij ConocoPhilips en was topman van Marathon Petroleum en olieproducent Andeavor waar hij acht jaar lang aan het roer stond. Goff staat vooral bekend om zijn vermogen om bedrijven financieel te transformeren. Een kunstje dat hij zo goed beheerst dat hij in 2018 door het toonaangevende tijdschrift Harvard Business Review werd uitgeroepen tot een van de best presterende CEO's ter wereld.Namens Engine no1 nemen deze drie nu zitting aan de bestuurstafel van ExxonMobil. Het doel is om het bedrijf te voorzien van de nodige kennis om die transitie te maken. Het is een benoeming waar de rest van het bestuur zich met hand en tand tegen heeft verzet. De nieuwe bestuursleden zouden ongeschikt zijn en het toelaten van activisten in het bestuur zou slecht zijn voor de financiële resultaten en de uitbetaling van dividend in gevaar brengen.Financiele gevolgen van niet duurzaam beleidDat verweer heeft niet gewerkt. Engine no 1 wist genoeg aandeelhouders te overtuigen dat een strategiewijziging noodzakelijk is om ExxonMobil’s resultaten te verbeteren. Want dat is wat de activistische aandeelhouder wil. Engine no1’s campagne was niet in de eerste plaats gericht tegen Exxons onverantwoordelijke beleid ten aanzien van klimaatverandering, maar tegen de financiële consequenties daarvan. En dat is een boodschap waar de meerderheid van de aandeelhouders van Exxon zich in kon vinden. Het geeft aan dat steeds meer beleggers inzien dat niet-duurzame activiteiten schadelijk zijn. Het is de vraag hoeveel de drie nieuwe bestuursleden voor elkaar kunnen krijgen. “Het zijn geen idealisten die nu benoemd zijn”, zegt hoogleraar corporate governance Leen Paape. “Dit zijn mensen die hun sporen hebben verdiend. En ze hebben de steun van de aandeelhouders. Dat geeft ze een groot mandaat. Die gaan zeker impact maken.” Bovendien zal het niet bij drie blijven, denkt Paape. “Deze drie zullen proberen om zodra dat kan andere boardleden te vervangen.”KlimaatdoelenDe benoeming van de drie nieuwe bestuursleden is de zoveelste overwinning voor kleine aandeelhouders in korte tijd. Eerder al moest ConocoPhilips zijn klimaatbeleid heroverwegen nadat een meerderheid van de aandeelhouders de klimaatresolutie van activistische aandeelhouder Follow This aannamen. Daarna kreeg Shell een gevoelige tik op de vingers van de Nederlandse rechter die het bedrijf veroordeelde het ondernemingsbeleid in lijn te brengen met de Klimaatdoelen van Parijs.Welke methode het meeste impact zal hebben zal in de nabije toekomst duidelijk worden. “Of het nou een gerechtelijke uitspraak is, een klimaatresolutie die wordt aangenomen of een hedgefund dat zich speciaal richt op duurzaamheid, het is een trend die nu duidelijk zichtbaar wordt”, zegt Paape. “Of die bestendigt is de vraag. Ik hoop het wel.”