Sebastian Maks
17 januari 2024, 14:26

Het Parijs-akkoord kan de EU duizenden miljarden euro’s besparen

Een bondgenootschap van ngo’s heeft berekend dat het een economisch verstandige keuze is voor de Europese Unie om zich te houden aan het klimaatakkoord van Parijs. Met het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius kan de Unie ongeveer 1 biljoen euro (1.000 miljard) besparen voor het jaar 2030. Niet alleen levert een passend klimaatbeleid geld op, ook worden er veel toekomstige uitgaven mee vermeden.

Getty Images 1415417331 De baten van het klimaatakkoord van Parijs zijn hoger dan de kosten, met een factor tussen de 1,4 en 4. | Credits: Getty Images

Climate Action Network publiceerde de bevindingen in een rapport, getiteld ‘Paris Pact Payoff’. Het bondgenootschap, dat bestaat uit ruim 1.900 ngo’s uit 130 verschillende landen, voerde het onderzoek uit om eens kritisch te kijken naar de daadwerkelijke kosten en opbrengsten die voortkomen uit het klimaatakkoord van Parijs. Die vinden veel mensen niet opwegen tegen de baten, menen de ngo’s, wat de reden zou zijn dat de energietransitie nog teveel wordt uitgesteld.

Besparing

Maar de studie van Climate Action Network, in feite een kosten-batenanalyse, bewijst het tegendeel. De baten van het klimaatakkoord van Parijs zijn hoger dan de kosten, met een factor tussen de 1,4 en 4, afhankelijk van bepaalde scenario’s. Het akkoord kan de Europese Unie biljoenen (duizenden miljarden) euro’s aan klimaatkosten besparen, maar ook heel veel geld opleveren. Volgens de ngo’s is het daarom niet alleen voor het klimaat slim om de opwarming van de aarde te beperken, ook voor de portemonnee is het een verstandige keuze.

Voor het onderzoek werden drie scenario’s onderscheden: naleving van het Parijs-akkoord (opwarming van de aarde beperken tot 1,5 graden Celsius), de huidige wereldwijde beleidskoers (3 graden Celsius opwarming) en helemaal geen beleid (het zogeheten nulalternatief). Ook werden de geldwinsten onderverdeeld in twee categorieën: directe opbrengsten van het klimaatbeleid en de vermeden verliezen die veroorzaakt worden door klimaatverandering.

Vermijden van klimaatkosten

Met name de vermeden verliezen zijn erg significant. Met vermeden verliezen doelen de onderzoekers bijvoorbeeld op schade door extreme weersomstandigheden en het verlies van biodiversiteit. Het onderzoek wees uit dat de Europese Unie zo’n 22 biljoen (22.000 miljard) euro bespaart met beleid dat in lijn is met het Parijs-akkoord, in vergelijking met het nulalternatief. In vergelijking met de huidige beleidskoers bespaart de Unie 4 biljoen (4.000 miljard) euro aan klimaatkosten. De vermeden verliezen zijn berekend voor het jaar 2100.

Geld opleveren

Ook kan het Parijs-akkoord de EU veel opleveren. Daarmee wordt zoal bedoeld: een verhoogd welzijn van mensen en daardoor lagere zorgkosten, een goedkopere en stabielere energievoorziening, meer banen, en een hogere koopkracht. De winsten bedragen in totaal ten minste 1 biljoen euro tot het jaar 2030, ongeveer 6,8 procent van het bbp van de EU. Voor Nederland zelf zijn de winsten iets hoger, is in het rapport te lezen: ongeveer 7 procent.

“Wij eisen dat ministers klimaatmaatregelen bovenaan hun agenda zetten, op basis van het onweerlegbare bewijs uit de wetenschap, de economie en de maatschappelijke gevolgen”, zegt
Olivier Vardakoulias, een van de auteurs van het rapport van Climate Action Network. “Een effectieve implementatie van klimaat- en energiedoelstellingen, afgestemd op een pad van 1,5 graden Celsius opwarming, is niet alleen verstandig, maar de enige haalbare koers. Er is geen goedkoper, betrouwbaarder of rechtvaardiger alternatief voor doortastende en versnelde klimaatmaatregelen.”

Lees ook:

Changemaker Quirine de Weerd (Lidl): ‘Verandering moet niet alleen vanuit de consument komen’

Hoe zorg jij voor verduurzaming binnen Lidl? “De afgelopen jaren hebben we een duidelijk plan gemaakt. Wat zijn de uitdagingen waar we als wereld voor staan? En hoe kunnen we met Lidl onderdeel van de oplossing zijn? De opgave is enorm, maar we nemen onze verantwoordelijkheid. Ik kijk graag naar wat we nú kunnen doen en hoe het wél kan. Wachten op wet- en regelgeving doen we niet. Dat is niet onze manier.” Het transportbeleid is daar een voorbeeld van: Lidl heeft uitgesproken alle winkels vóór 2030 te bevoorraden met elektrische vrachtwagens. De Weerd: “Door het gebrek aan landelijke regels trekken steden hun eigen plan. Zo komt Amsterdam met een zero emissie-zone. Nijmegen en Arnhem volgen, maar andere steden nog niet. Voor ons is dat onhandig omdat we landelijk opereren. Dus hebben we de knoop doorgehakt dat we overstappen op elektrisch vervoer. We gaan niet achterover hangen en wachten tot de wet ons verplicht om te verduurzamen. Bovendien leggen we de lat graag hoog. Voor onszelf, maar ook voor andere bedrijven. We laten graag zien wat er al mogelijk is.” Waar zie je dat je al verschil maakt? “Lidl staat voor betaalbaar. De aanname is dat iemand in de keten daar de dupe van is. Als team hebben we veel tijd en energie in dit onderwerp gestoken. Met resultaat: Lidl heeft het beste mensenrechtenbeleid van alle supermarkten. Voor mij is dat het bewijs dat goedkoop en eerlijk samen kunnen gaan. Ook qua gezondheid zetten we stappen. Ons productaanbod valt voor 36 procent in de Schijf van Vijf, waar andere supermarkten volgens eigen rapportage blijven steken op 20 procent. Volkorenproducten zoals spaghetti, brood en crackers zijn nog altijd duurder dan vergelijkbare varianten. Bij Lidl hebben we die prijs gelijkgetrokken. Ik vind dat heel tof. Een gezondere leefstijl moet toegankelijk en dus betaalbaar zijn. Pas wanneer iedereen mee kan doen, maak je impact.” Hoe krijg je anderen mee in de duurzame missie? “Binnen Lidl doe ik dat door duurzaamheid ook commercieel te benaderen. Ik heb eerder bij zowel de inkoop- als de verkoopafdeling gewerkt, dus ik weet goed welke commerciële belangen er zijn. Daardoor kan ik die vertaalslag makkelijker maken. Als team nemen we de collega’s mee in onze missie en enthousiasmeren we ze zoveel mogelijk. Dat werpt zijn vruchten af. Iedereen is echt intrinsiek gemotiveerd om een bijdrage te leveren. Dit werkt ook in zijn voordeel bij het aantrekken van nieuwe collega's. We merken dat ook jongeren liever bij een duurzaam bedrijf werken. Daarnaast vragen we input aan onze klanten. In Almere loopt nu een pilot waarbij we vlees en vleesvervangers naast elkaar in het schap leggen. We hopen dat mensen zo worden verleid om eens een vleesalternatief te kiezen. Lukt dit, dan vragen we hoe deze keuze tot stand is gekomen. Heeft dat te maken met dierenwelzijn of met milieu-impact? De prijs is ook een optie: we maken de alternatieven bewust goedkoper. Het kan natuurlijk ook dat mensen geen vlees kiezen vanuit gezondheidsoverwegingen. Als we weten waar mensen op aan gaan, kunnen we dat meenemen in onze strategie om vegetarisch en plantaardige producten aantrekkelijker te maken.” Welke obstakel hoop je in de nabije toekomst te doorbreken? “Het kan lastig kan zijn om data te verzamelen met betrekking tot duurzaamheid. Ik merk dat er nog weinig goede tools op de markt zijn. Dat maakt het een klus om cijfers uit de organisatie te halen. De meetmethode om voedselverspilling te monitoren, hebben we ontwikkeld met supermarkten en de Universiteit van Wageningen. Dat kost veel tijd. De systemen die ons hierin ondersteunen, zijn nog niet ruim voorhanden. Dat komt nu zo’n beetje op gang, maar naar mijn mening gaat het nog niet snel genoeg.” Welk doel heb je voor ogen? “Ik vind dat we in Nederland maar weinig waarde toekennen aan eten. We beschouwen het als iets vanzelfsprekends, maar dat is het natuurlijk niet. Veel mensen weten niet hoe het productieproces eruitziet voordat voedsel op het bord ligt. Ik denk dat er qua educatie nog een wereld te winnen is. Als mensen niet weten wat de meest duurzame keuze is en waarom dat belangrijk is, kopen ze het niet. Maar dat is ook te makkelijk. Om eerlijk te zijn, vind ik dat verandering niet alleen vanuit de klant kan komen. Die verantwoordelijkheid ligt ook bij de supermarkten en andere voedselaanbieders. Die moeten eigenlijk alleen kwalitatief en duurzaam eten aanbieden, zodat een klant automatisch een goede keuze maakt. Bij Lidl zijn we hier druk mee bezig. Steeds meer producten zijn voorzien van een duurzaamheidskeurmerk. Natuurlijk moeten mensen zelf bepalen wat ze wel en niet eten, maar waar ik naartoe wil is dat het hele assortiment al een goede keuze is.” Wat kan beter binnen Lidl? “Als bedrijf doen we veel om te verduurzamen, maar het is nog steeds een best bewaard geheim. Ik hoor nog te vaak: ‘Oh, dat wist ik helemaal niet van Lidl!’. Dat is jammer. Het komt, denk ik, doordat we de klant vaak vertellen wat in de aanbieding is en daarvoor naar de supermarkt te komen. Dat is een duidelijke, simpele boodschap. Het duurzaamheidsverhaal ligt genuanceerder en is veel lastiger om over te brengen. Misschien doen we het daarom nog te weinig. Daar hebben we dus nog een opdracht te doen!” Met welke partij zou je willen samenwerken en waarom? “Een samenwerking op het gebied van biodiversiteit lijkt me interessant. Voedselleveranciers hebben daar ook een rol in te spelen. Lidl is al partner van de organisatie Deltaplan Biodiversiteitsherstel, maar qua interne kennis is er nog ruimte voor verbetering. Daarnaast zou ik de samenwerking willen intensiveren met PreZero. Het recyclingbedrijf is een zusterbedrijf van Lidl, we vallen onder dezelfde holding. Ik geloof dat daar potentie in zit. Ik stel me zo voor dat we samen goed kunnen sparren. Misschien maken we gezamenlijk in de toekomst vijf of tien standaardverpakkingen die we optimaal kunnen hergebruiken zodat de grondstofwaarde behouden blijft. Dat lijkt me wel wat.” Bekijk ook deze Changemakers: Changemaker Marianne van Leeuwen: 'Als je verduurzaming elitair maakt, dan gaat het nooit lukken'Changemaker Thaddeus Anim-Somuah: 'We moeten allemaal meedoen. Be the change!'Changemaker Stephan Bredewold: 'Als straks de groene waterstoffabrieken opengaan, staan onze stations al'De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.