Barbara Baarsma: "Economische groene groei van drie procent goed voor welzijn en welvaart"

De Perfect Storm begint steeds harder te waaien, nu corona, klimaatcrisis en oorlog samenvallen. Juist in zo’n tijd, waarin de roep om consuminderen almaar luider doorklinkt en meer bijval ontvangt, is een boek met Groene Groei als titel op z’n minst prikkelend te noemen. Dat treft, want auteur van het onlangs gepubliceerde boek Barbara Baarsma gaat heikele thema’s niet uit de weg. ‘Met het oog op toekomstige generaties moet je vol inzetten op groene groei.’

Barbara Baarsma
Barbara Baarsma is hoogleraar toegepaste economie en CEO van de Rabo Carbon Bank

Op het zonnige terras van een in de Amsterdamse media- en zakenwereld geliefde uitspanning neemt Barbara Baarsma uitvoerig de tijd om haar pleidooi voor ‘zinvolle economische groei’ kracht bij te zetten. De hoogleraar toegepaste economie en CEO van de Rabo Carbon Bank spreekt bevlogen over het thema, omdat volgens haar ‘economische groei onterecht in een kwaad daglicht is komen te staan. (Omdat we elkaar veel vaker spraken, tutoyeren we elkaar).

De Club van Rome loste vijftig jaar geleden al een schot voor de boeg met het alarmerende rapport Limits to Growth. De grenzen aan de groei waren bereikt. Waarom denk je er anders over?

"Ik denk dat groeien binnen grenzen beter is. De kosten van de gezondheidszorg lopen volledig uit de pas met het bruto binnenlandsproduct (BBP). De vergrijzing neemt toe, wat naast hogere zorgkosten leidt tot arbeidskrapte en meer geld dat nodig is om de AOW te betalen. We hebben ook te maken met een stikstof- en klimaatcrisis. Allemaal zaken die we lang van tevoren aan zagen komen en waar ook voor gewaarschuwd is, maar mogelijke oplossingen zijn telkens vooruit geschoven."

Daarom krijgt de oproep van de Club van Rome nu meer weerklank. De grenzen gaan knellen, dus als we minder gaan groeien blijven we binnen de grenzen.

"Het gevaar van minder groeien is dat dat heel veel zaken die we nodig hebben voor een hoge levensstandaard te grabbel worden gegooid. Groei heb je nodig om de kosten van de vergrijzing te betalen: de AOW en de zorgkosten. Onderwijs, rechtspraak en defensie worden allemaal uit collectieve middelen betaald, ook daarvoor is economische groei nodig. Je wil geen wachtrijen in de zorg en op de woningmarkt. Je wil geen toename van criminaliteit, waardoor je je onveilig voelt. Voor je het weet beland je in een vertrouwenscrisis en nemen polarisatie en wantrouwen nog meer toe."

Een deel van de bovenlaag die er financieel goed voorstaat zegt met iets minder genoegen te willen nemen. Ze zouden het geen probleem vinden tien procent van hun inkomen af te staan, zeggen ze genereus op borrels of tuinfeestjes. Ze willen graag consuminderen.

"Laat ik voorop stellen dat ik het waardeer als mensen vrijwillig een bijdrage leveren door te consuminderen. Ik kan ook minder gaan vliegen, in een minder groot huis gaan wonen of minder nieuwe kleding kopen. Maar het zou heel pedant zijn als ik tegen een heel groot deel van de samenleving zeg: “Beste middenklasse, jullie moeten gaan consuminderen.” Laat staan dat je de boodschap naar India of Afrika uitdraagt. Wie aan de goede kant van de streep staat heeft extra mogelijkheden en verantwoordelijkheden om op het consumptiepatroon te letten, maar je moet niet met het vingertje naar de rest van de samenleving wijzen. Opgeteld is er in Nederland meer groei en dus meer belastinggeld nodig om meer mensen in de welvaart te laten delen en daarmee ook polarisatie tegen te gaan."

Naar welke groeicijfers wil je streven?

"Ik denk dat we een procent of drie aan economische groei nodig hebben om toekomstige generaties hetzelfde welzijns- en welvaartsniveau dat we nu hebben te geven. Daarbij gaat het niet om groei als doel, maar als middel om zoveel mogelijk mensen zo gelukkig mogelijk te maken. Wie zijn het gelukkigst? Dat zijn de mensen die het gevoel hebben dat ze de meeste regie hebben over hun leven en over hun toekomst. Die regie ontglipt veel mensen nu. Hoe moet dat met de zorg? Met de wachtlijsten en de eigen bijdrage? Met de kinderen die geen eigen huis kunnen krijgen? Verlies van regie is de voornaamste voorbode voor polarisatie. Groei is nodig om dat tegen te gaan."

"Money speaks louder than words"

Hoe kunnen we nog de goede afslag nemen?

"We kunnen alle knelpunten oplossen door niet te kiezen voor krimp, maar voor groene groei. Een groot deel van het BBP verdienen we in het buitenland, door onze export. Bedrijven verdienen een groot deel van het BBP, moeten die minder gaan groeien?"

Nee, maar het hangt af van de manier waarop je het doet. Niet voor niets hoor je ook vaker een pleidooi voor bruine krimp.

"Ik pleit liever voor groene groei en ontgrijzing, waardoor de bruine krimp vanzelf meebeweegt."

Welke kant moet het precies op? Veel leiders eindigen hun analyse met de weinig dynamische constatering dat het allemaal heel complex is.

"Ik geef in mijn boek vijf redenen waarom groei nodig is. Onder meer om tegemoet te komen aan onze menselijke behoeften en driften; om de schulden van huishoudens, bedrijven en overheden af te bouwen en om de kosten van herverdeling op te kunnen brengen. Ik noem ook vijf redenen waarom groei niet zaligmakend is. Dat geld en koopkracht niet de voornaamste factoren zijn die geluk bepalen; dat groei gericht is op het groter maken van de koek in plaats van op het beter verdelen. En grondstoffen zijn niet onuitputtelijk. Klimaat, grondstoffen en bossen tellen niet of nauwelijks mee in het BBP, waarmee alles van waarde weerloos wordt, zoals Lucebert in zijn gedicht uit 1954, ‘De zeer oude zingt’, treffend verwoord: “Alles van waarde is weerloos.”"

Maar hoe kan het dan anders?

"Ik had deze inleiding nodig om je vraag te beantwoorden. Het kan anders door groene groei. Die voor mij staat voor stabiele groei en voor structurele groei die rekening houdt met de belangen van toekomstige generaties en met groei binnen de planetaire grenzen, die geen grondstoffen uitput. Dan kun je groeien binnen grenzen. In het boek vertel ik hoe we het huidige, grillige verloop van het BBP stabieler kunnen maken en hoe we in structurele- in plaats van conjuncturele groei kunnen investeren. En hoe we kunnen vergroenen."

Hoe doe je dat?

"Als econoom is beprijzing voor mij een belangrijk instrument. Beprijzing met een regulerende heffing. En dat moet de overheid economiebreed aanpakken. Met heffingen als een carbontaks, een stikstofheffing en een vettax, dan betalen we voor zaken die daarmee in het BBP meetellen. Met als doel de kosten van bijvoorbeeld uitstoot op gelijke voet mee te laten tellen in maatschappelijke afwegingen. Dat werkt beter, want niet in geld uitgedrukte kosten en baten tellen niet voor vol mee: 'Money speaks louder than words.'"

Het kabinet kiest er niet voor, zie je in het regeerakkoord van Rutte IV.

"Er staan tientallen miljarden klaar in het stikstoffonds en in het klimaat- en transitiefonds, die als subsidies worden uitgekeerd. Net als in het eerder opgezette Nationaal Groeifonds. Maar dan bied je een wortel aan zonder stok, die de besteding van die subsidies in de goede richting kan duwen. Een stok in de vorm van heffingen is nodig om de transitie de goede kant op te krijgen. En je zorgt dat de vervuiler betaalt. Met een heffing kun je een deel van de opbrengst gebruiken voor groene innovaties."

Waar begin je mee als je gaat beprijzen?

"Om het niet te ingewikkeld te maken begin je met de grootste klapper en dat is de carbontaks. Die zorgt ervoor dat een appel goedkoper wordt dan chips. Dat vlees duurder wordt ten opzichte van een krop sla. Dat zie je terug in het BBP. Zo kom je tot groene groei. Een deel van de opbrengst van de heffingen kun je gebruiken om het belastingstelsel aan te passen. Met name in de richting van marginale belastingtarieven voor de lagere- en middeninkomensgroepen. Zo dragen de zwakste schouders niet de zwaarste klimaatlasten. Helaas is het overheidsdenken nog niet zover."

En het bedrijfsleven?

"Ook bedrijven zagen een hele verzameling crises aankomen. Als bedrijf heb je de verantwoordelijkheid zelf in actie te komen en niet te wachten tot de overheid gaat beprijzen."

Bedrijven wijzen graag naar anderen. Ze willen geen gekke Henkie zijn door als eerste een stap te zetten.

"Aan die bedrijven zou ik willen vragen of ik hun missie dan even mag zien. Dat zal iets zijn in de trant van: “We willen een groene wereld achterlaten voor toekomstige generaties.” Mooie termen, maar in de praktijk doe je er niets mee als je wacht op anderen. Als je zo’n missie hebt, zeg ik: “Live up to it.”’

En hoe zit het met de banken? Daar mag toch ook nog wat gebeuren dacht ik.

"Zeker, laat ik dicht bij huis blijven. Wat is, als je alles afpelt, het beprijzingsinstrument van een bank? Het kredietrisico, dus het risico dat iemand zijn lening niet kan terug betalen. Dat risico is waarschijnlijk lager voor duurzame boeren dan voor conventionele boeren. Het kostenvoordeel dat we als bank nu hebben bij financiering van duurzame boeren, zou je moeten delen door hen een rentevoordeel te geven. Daar moet je je intern beprijzingsmechanisme op aanpassen, zodat je stuurt op vergroening."

"Het donutmodel is een geloof in krimp"

Baarsma heeft haar boek als hoogleraar geschreven, de Rabobank had er geen bemoeienis mee. Inmiddels hebben collega’s bij de bank het boek wel gelezen, zegt ze. Sommigen vinden vergroening best spannend, zeker omdat het wel heel snel moet gaan met de transitie. Anderen vinden dat er veel in zit, in wat ze schrijft, ze willen graag kijken hoe je het verschil kunt maken. Ze wil niet dat iedereen zomaar het idee van groene groei overneemt, maar het echt doordenkt, zodat het echt het eigen idee wordt van wie het leest. En dat mag van haar even tijd kosten en debat vergen, graag zelfs. De Rabobank is wereldwijd groot, er werken 40.000 mensen, daarom vindt ze het logisch dat er verschillende opinies zijn, net als in de maatschappij. Haar boek is bedoeld om de discussie aan te scherpen.

Ook om de concurrentie tussen banken onderling op scherp te zetten?

"Juist niet. Ik hoop dat iedere bank zich richt op de sector waar ze het meest van weet en die kennis inzet om de sector te vergroenen. Rabo is de grootste food- en agribank ter wereld, met veel kennis en sturingsmogelijkheden en daardoor ook veel verantwoordelijkheid. Rabo is aan haar stand verplicht de food- en agriportefeuille te vergroenen. Ja, dat betekent dat je op termijn afscheid moet nemen van sommige klanten. Dat zal pijn doen, maar het is wel nodig."

Rabo Carbon Bank heeft als doel het verduurzamen van de landbouw. Een enorme klus, want de landbouw heeft wereldwijd een stevige ecologische afdruk. Hoe kun je toch zorgen voor groene groei in de landbouw?

"Om vergroening van de landbouw te bereiken zorgen we dat boeren twee extra inkomensstromen krijgen, met de verkoop van carbon credits en reductie-credits. Met carbon credits wordt betaald voor het verwijderen van CO2 uit de atmosfeer, door die op te slaan in het land van de boer. Door duurzaam te boeren wordt de bodem gezonder, met veel biodiversiteit, en fungeert die als koolstofput. En reductie-credits, doordat er op de boerderij minder broeikasgassen worden uitgestoten door met andere diervoeding of een methaanvergister te werken."

Hoe ontstaat er groei?

"We hangen een prijskaartje aan de ecosystemen die boeren leveren. Die zijn van grote waarde voor ons allemaal, maar we betalen er niet voor. Door de beprijzing kan de landbouwproductie vergroenen en groeien. Een gezonde bodem is immers productiever. Dat is nodig om de groeiende wereldbevolking te voeden, zolang de groei maar binnen planetaire grenzen blijft."

Op lange termijn kan groene groei er zo uitzien, maar het lange termijn denken is nog lang niet wijdverspreid. Hoe kan dat beter?

"Er is leiderschap met durf, lef en moed voor nodig. En het is ook een kwestie van de juiste woorden kiezen. Bedrijven in transformatie richten zich op duurzame langetermijnwaardencreatie voor een brede groep stakeholders, dat is het nieuwe motto, in plaats van kortetermijnaandeelhouderswaarde. Dat laatste is het equivalent van kiezerswinstdemocratie in de politiek: alleen naar de korte termijn kijken. De politiek zou meer gebruik moeten maken van langetermijnvisies om kaders te geven waarbinnen bedrijven problemen op moeten lossen. De vraag is hoe je een op korte termijn aangestuurd bedrijf als de politiek, langetermijnbeleid laat maken. Als directeur van SEO Economisch Onderzoek legde ik tijdens een workshop met ambtenaren vaak de volgende vraag voor: “Ben je als ambtenaar op aarde om op de Tweede Kamer te laten inzien dat het gaat om lange termijn, om belastinggeld zo efficiënt mogelijk uit te geven, of om je minister of staatssecretaris uit de wind te houden om lastige publiciteit te voorkomen? Ze gaven eerlijk toe dat het laatste antwoord de waarheid was, daar werden ze op afgerekend. Er is nog een lange weg te gaan."

De angst regeert?

Bij bedrijven voor aansprakelijkheid en rechtszaken, bij de politiek om kiezers te verliezen. Politici zouden veel beter moeten uitleggen dat ze beleid voeren dat misschien in de huidige kabinetsperiode nog niet voltooid zal zijn, maar wel perspectief biedt voor later. Dan zet je ook je ego opzij, Het gaat niet om jou, de credit mag ook bij een opvolger liggen. Ik kan nu zelf bij Carbon Bank de goede richting aangeven, maar misschien wordt het pas heel groot als ik weg ben. Nou en?"

Voorlopig lijkt niet groene groei, maar anti-groei het tij mee te hebben. Zoals Kate Raworth met het Donutmodel. Zijn er aansprekende voorbeelden die de andere kant op wijzen?

"De Donuteconomie pleit voor economische krimp en wil tegelijkertijd vergroenen en meer herverdeling van rijk naar arm. Raworth noemt de fixatie op groei een geloof, maar dat kun je van haar geloof in krimp ook zeggen. Ze maakt in haar zeven stappen model niet duidelijk, hoe je elke wereldburger zonder groei toegang kunt verschaffen tot de binnenste ring van de Donut, tot het sociale minimum. Als ik naar voorbeelden zoek, kom ik uit op Nieuw-Zeeland, daar zit een premier (Jacinda Ardern) met een langetermijnverhaal. Er is nog veel dat schuurt, maar wel vaker op de lange termijn en de toekomstige generatie gericht. Bij haar spelen mooie, belangrijke begrippen als brede welvaart en sociaal contract een grote rol. Haar beleid is ook niet zozeer gericht op consuminderen, als wel op anders consumeren, voor mijn part “consu-anderen.” Als eten, wonen en mobiliteit duurder worden, ga je misschien minder vliegen of minder bewerkt voedsel eten, maar het hoeft niet te leiden tot minder groei. Integendeel, zo ben je juist op weg naar groei binnen grenzen."

Groene Groei. Over de (on) zin van economische groei, Barbara Baarsma, uitgeverij Pluim.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Change Inc.

join the changesluit je gratis aan

Bij een ecosysteem van 42.512 professionals, bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst. Met dagelijks kwaliteitsjournalistiek, inzichten en evenementen, want morgen wordt vandaag bedacht.

Join the change, word lid

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven

Events


Producten & Diensten

Magazines


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu