Chantal Blommers 15 februari 2023, 09:00

De natuur 'aan het infuus': onderzoekers enthousiast over bodemtransplantatie

Hoe help je aangetaste natuurgebieden om te herstellen? Onderzoekers van NIOO hebben daarop een antwoord gevonden: met een bodemtransplantatie. “Fascinerend hoe snel je op deze manier resultaat boekt.”

Natuurgebieden Van linksboven met de klok mee: grasland in München (Duitsland) voor en na bodemtransplantatie, bodemtransplantatie in actie voor een droog bos in Brasilia (Brazilië), boslandbouw-voorbeeldgebied bij Salamanca (Spanje) en voorbereidingen in het kustgebied van Orange County in Californië (Verenigde Staten). | Credits: Wolfgang von Brackel, Maximiller Feirrera, Ignacio Santa-Regina, Megan Lulow

De natuur moet ‘aan het infuus’. Op vele plekken op aarde zijn natuurgebieden beschadigd. Als we niks doen, zal de natuur zichzelf herstellen, maar dan ben je zeker dertig, misschien wel veertig jaar verder. Onderzoekers bogen zich daarom de afgelopen jaren over hoe het herstelproces te versnellen is.

Volgens Jasper Wubs, onderzoeker van het Nederlands Instituut voor Econologie (NIOO-KNAW), is bodemtransplantatie het antwoord op die vraag. Door gezonde natuur deels af te graven en dit te planten in een gebied dat moet herstellen, wordt soms al na twee jaar meer biodiversiteit gezien. Het geeft het natuurherstel een boost.

Meer plantengroei

“Je kunt in een gebied plantenzaden aanbrengen via maaisel of zaaien, maar ons onderzoek heeft aangetoond dat de diversiteit en soortensamenstelling van de vegetatie letterlijk en figuurlijk harder groeit bij bodemtransplantatie”, zegt Wubs. Gemiddeld zorgt bodemtransplantatie ervoor dat de plantengroei 40 procent meer lijkt op de natuur in het ‘donorgebied’ dan bij enkel zaaien. “Bij de transplantatie neem je behalve zaden, het hele bodemleven mee. Je brengt dus gezonde aarde, bodemdieren en plantengemeenschappen mee”, legt Wubs uit. “Het is fascinerend om te zien hoe snel je op deze manier resultaat boekt.”

Succesvol toegepast

Wubs en andere onderzoekers van NIOO toonden eerder al aan dat deze manier van natuurherstel in Nederland goed werkt. “We hebben dit met succes toegepast in het natuurgebied Reijerscamp in Gelderland. Als donorgebied fungeerde onder meer de Doorwerthse heide. Hoe dichterbij het donorgebied ligt, hoe beter. Je wilt namelijk niet dat je planten ‘meeneemt’ naar een gebied waar die van nature niet thuishoren.”

Na het Nederlandse succes volgde een internationaal onderzoek, onder leiding van Wubs. In totaal werden 46 experimenten verspreid over 17 landen en vier continenten uitgevoerd. Het resultaat is duidelijk. Wubs: “Van de tropen tot de toendra: gebieden waar natuurherstel nodig is, profiteren van een behandeling met natuur uit een ‘donorgebied’. Vooral als je dit op grotere oppervlakten toepast.”

Verder onderzoek

De bevindingen werden deze week gepubliceerd in het Journal of Applied Ecology. “De resultaten zijn overal anders”, zegt Wubs. “We zagen dat het succes ofwel steeds verder toenam op de lange duur, of juist steeds verder afnam. Op grond met leem erin en op plekken van meer dan 180 vierkante meter is het succes groter. We weten nog niet zo goed waarom op de ene bodem het herstel beter is dan op een andere bodem. Daar moeten we nog meer onderzoek naar doen. Maar het werkt en dat is natuurlijk goed nieuws.”

Dun laagje is genoeg

Daarbij is bovendien vast komen te staan dat er maar weinig ‘donorgrond’ nodig is. “Er wordt zelfs succes geboekt bij het strooien van een dun laagje grond van nog geen halve centimeter”, zegt Wubs. Dat is goed nieuws, want om de natuur op de ene plek te herstellen, moet die op de donorplek wel (iets) worden aangetast.

“Er is altijd wat schade, omdat je de grond ergens weghaalt”, legt Wubs uit. “Maar op een gezonde plek zal de natuur ook weer snel herstellen. Vergelijk het met een verstoring van de grond door dieren, zoals wilde zwijnen. Zij kunnen ook flink wat aarde omwoelen. Qua impact is wat wij doen daarmee te vergelijken.” Hoe de donornatuur zo min mogelijk kan worden belast, is ook iets dat nog verder onderzocht gaat worden.

Dé oplossing

Hoe gezonder onze ecosystemen, hoe gezonder de planeet en hoe gezonder de mensen. De uitdagingen zijn groot. Niet voor niets maken ook de VN met het plan Decade on Ecosystem Restoration zich hard voor natuurherstel. Het Nederlands Instituut voor Ecologie denkt met bodemtransplantatie dé oplossing in handen te hebben om de natuur wereldwijd te versterken. Onderzoeker Wubs: “Dit betekent dat we beter in staat zijn om biodiverse ecosystemen te herstellen, waar dat uit zichzelf niet voldoende lukt.”

Hij hoopt dan ook dat wereldwijd vervolg zal worden gegeven aan wat het onderzoek heeft aangetoond. “Dit is zeer interessant voor natuurbeheerders en beleidsmakers. We hebben een manier gevonden om de natuur een handje te helpen, een infuus te geven. Dat is een fantastische ontwikkeling.”

Lees ook:

Groen geföhnde chips op je party een stap dichterbij

De chipsfabriek in Broek op Langedijk, denk aan Lay’s, Cheetos en de borrelnoten van Duyvis, elektrificeert zijn fabrieksproces samen met Eneco. Op het fabrieksterrein wordt momenteel een thermische opslag gebouwd die zijn warmte uit groene elektriciteit haalt. Door de opslag kan de duurzame warmte nog efficiënter worden ingezet om de chips te bakken, zo is het idee. De bouw ervan start in januari 2024 en zou een CO2-reductie van 98 procent moeten opleveren. Zo werkt het De warmte-opslag is ontwikkeld door het Duitse bedrijf Kraftblock dat groene energie uit zon en wind opslaat in warmtebatterijen om later te kunnen gebruiken. Dat is voor de chipsfabriek de oplossing om van gas over te stappen op elektrificatie.De batterij bestaat snel gezegd uit een grote container gevuld met bolletjes van ijzerslakken en een bindmiddel die warmte kunnen vasthouden. Die bolletjes zijn zo’n 30 tot 40 mm groot. Met een grote föhn, een E-heater, wordt elektriciteit omgezet in hete lucht tot 800 graden Celsius. Die hete lucht wordt door de balletjes heen geblazen die het vasthouden. Door er later weer koude lucht doorheen te blazen, komt de energie weer vrij. Deze warmte wordt uiteindelijk door de fabriek ingezet om de thermische olie voor het bakproces te verhitten. In 200 landen Het is volgens Eneco, die in 2035 samen met klanten als PepsiCo klimaatneutraal wil zijn, een voorbeeld voor de grootschalige voedselindustrie. PepsiCo produceert ook dranken, zoetwaren en ontbijtgranen. Het verduurzamen van de chipsfabriek geldt voor het bedrijf als een pilot om later ook te kunnen uitrollen naar haar andere fabrieken in ruim 200 landen. Tegen 2040 wil de multinational wereldwijd klimaatneutraal werken. Nog meer duurzamere snacks: Vegan bitterbal Cas & Kas kan half miljoen ton CO2 besparenBurger King werkt met Vegetarische Slager aan plantaardig pop-up restaurant in KeulenProef! Vegan tiramisu van Albert Heijn