Redactie Change Inc. 05 juni 2024, 14:17

Europese verkiezingen: wat zijn de klimaatplannen van de grote Nederlandse partijen?

Op 6 juni gaat Nederland opnieuw naar de stembus, dit keer voor de Europese verkiezingen. Met de klimaatstandpunten van de nationale verkiezingen nog vers in het achterhoofd, dook Change Inc. in de Europese verkiezingsprogramma’s van de zes grote partijen. Wat willen VVD, D66, NSC, BBB, PVV en GroenLinks/PvdA in Europa voor elkaar boxen op het gebied van klimaat en duurzaamheid?

Getty Images 1870727314 Morgen gaat Nederland weer naar de stembus. Weet jij al wat je stemt? | Credits: Getty Images

In dit artikel neemt Change Inc. de Europese verkiezingsprogramma’s van de zes grootste Nederlandse partijen door. Per partij lichten we een aantal opvallende punten uit. De redenaties bij de opgesomde standpunten zijn partij-eigen en worden niet aangevuld met fact checks of reflecties door Change Inc. Daarbij weidt de ene partij meer uit over klimaat en duurzaamheid dan de ander.

VVD

De VVD begint zijn klimaathoofdstuk met de erkenning van het feit dat klimaatverandering impact heeft op ons land en verband houdt met gevolgen als extremer weer. Maar omdat ‘klimaat zich niet tot landsgrenzen beperkt’, pleit het voor klimaatmaatregelen in Europees verband. Ook wil de VVD minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Kernenergie is daarbij een ‘onmisbaar element’ in de energietransitie. In die transitie ziet de VVD nog steeds een beperkte rol voor olie en gas, om betaalbaarheid en draagvlak te bewaren. Verder denkt de partij dat de EU een rol kan spelen in het verbinden van energie-infrastructuren van verschillende landen om zo de levenszekerheid te vergroten.

Via het Europese emissiehandelssysteem (ETS) wil de VVD aansturen op de ‘vervuiler betaalt’. Sectoren die nu buiten het ETS vallen, zoals de binnenvaart, moet binnenkort ook toegevoegd worden. Ook moeten meer sectoren betrokken worden bij de CO2-grensheffing CBAM. Lucht- en scheepvaart moeten verduurzamen, maar ook betaalbaar blijven. De belastingvrijstelling op de brandstoffen in deze sectoren gebruiken, moeten wel verdwijnen. Tot slot pleit de VVD voor een versnelling van het vergunningsproces voor duurzame projecten.

PVV

Volgens de PVV zijn we de afgelopen jaren steeds verder de ‘EU-fuik’ in gezwommen. De partij wil er dan ook vooral voor waken dat er niet meer zeggenschap naar Brussel gaat. In het klimaathoofdstuk laat de PVV weten dat klimaatverandering van alle tijden is. Tegelijkertijd is Nederland de afgelopen jaren overspoeld door een ‘tsunami aan regels’, zoals de Green Deal en CO2-heffingen. Volgens de PVV mag natuur- en stikstofbeleid er niet toe leiden dat boeren ‘het faillissement in worden gedrukt’ of dat de woningbouw wordt platgelegd. Het hoofdstuk sluit af met: ‘En of je vlees eet, het vliegtuig pakt of een brandstofauto rijdt, dat bepalen we zelf wel. Niet Brussel.’

D66

D66 wil vol inzetten op duurzame energie en een snellere reductie van de CO2-uitstoot. Fossiele subsidies moeten afgeschaft worden en vervuilers moeten meer betalen. D66 pleit voor een klimaatneutraal Europa in 2040, zodat we in 2050 klimaatpositief kunnen zijn. De partij heeft ambitieuze plannen op het gebied van natuurbeleid. Zo wil het dat in 2030 ten minste 30 procent van alle land en zeegebieden zijn hersteld. Het oppert een plan voor ‘grensoverschrijdende Europese parken, zoals in de Verenigde Staten, die onder Europese coördinatie beschermd worden. De partij ziet het liefst ook een grensoverschrijdend spoornetwerk dat alle Europese hoofdsteden met elkaar verbindt. Ook moet het openbaar vervoer voor afstanden tot 700 kilometer goedkoper en aantrekkelijker zijn dan het vliegtuig.

D66 presenteert ook plannen die van Europa een circulaire economie moeten maken in 2050. Zo moeten er circulaire doelen komen voor sectoren of producten zoals staal, plastic en kleding. Ook wil het dat producten zo ontworpen worden dat je ze kunt demonteren of repareren. Wat betreft de landbouw wil D66 dat subsidies in de intensieve bio-industrie worden stopgezet. Het biologisch areaal moet daarentegen fors worden vergroot en de productie van kweekvlees moet gestimuleerd worden.

NSC

Voor NSC is ook bij klimaatbeleid het toverwoord ‘bestaanszekerheid’. Ja, het is belangrijk om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen af te bouwen (in Europees verband) en de natuur te versterken, maar dit moet ‘in omvang en tempo haalbaar en betaalbaar zijn’. Daarom is NSC voorstander van het toetsen van de gevolgen van maatregelen als CO2-beprijzing, om ervoor te zorgen dat energiekosten betaalbaar blijven voor burgers en bedrijven. Kwetsbare Nederlanders moeten hulp krijgen bij het verduurzamen van bijvoorbeeld hun huis en auto, en dat moet betaald worden uit de inkomsten van het ETS (specifiek het gedeelte voor de gebouwde omgeving en de transportsector). Ook moet er oog blijven voor de binnenlandse industrie, die volgens NSC dreigt te vertrekken als gevolg van huidig klimaatbeleid. NSC pleit ervoor om geothermie- en waterstoftechnologieën te stimuleren. Het kappen van hout met alleen als doel om er bio-energie mee op te wekken, moet stoppen. Er moet een Europees kenniscentrum komen dat zich met de uitbreiding van kernenergie bezighoudt. En als vereiste om in te kunnen stemmen met de Europese begroting noemt NSC het herzien van het Natura 2000-netwerk, dat geleid zou hebben tot ‘onverteerbare stikstofdiscussies’.

GroenLinks-PvdA

Ook in Europa voeren GroenLinks en PvdA gezamenlijk campagne, al zijn ze daar wel onderdeel van verschillende partijen. De partijen sturen aan op een systeemverandering naar een groene welzijnseconomie, maar met een sterk sociale tint. Ze willen dat personen met een krappe beurs voorrang krijgen bij het gebruik van groene stroom, schoon vervoer en duurzame huisvesting. Het Europese Sociaal Klimaatfonds moet daarom volgens hen flink worden uitbreid. Ze willen al in 2040 klimaatneutraal zijn en pleiten voor een snelle uitfasering van fossiele brandstoffen. De Europese Investeringsbank moet een grotere verantwoordelijkheid krijgen in de transitie en meer kapitaal beschikbaar stellen voor groene investeringen tegen een lage rente.

Er wordt in Europees verband vol ingezet op het ombouwen van vervuilende, fossiele sectoren naar ‘kansrijke maakindustrieën’. En voor sectoren die geen toekomst hebben, geldt: die moeten stoppen. Het moet verplicht worden voor bedrijven om te ondernemen met duurzaamheid en natuurbescherming in het achterhoofd. Bonussen voor topmannen- en vrouwen moeten daarvan afhangen. Het landbouwsysteem moet op de schop, en daarbij moet aandacht zijn voor boeren die de omslag willen maken naar kringlooplandbouw. Op mobiliteitsgebied moeten belastingvoordelen voor de luchtvaart verdwijnen en wordt er vol ingezet op treinvervoer.

BBB

De BBB wil het op klimaatgebied iets rustiger aan doen, omdat de partij vindt dat er in Europa te ambitieuze doelstellingen geformuleerd zijn. Voorop bij de BBB staat het belang om klimaatbeleid goed af te wegen tegen de invloed die dat beleid heeft op burgers en bedrijven. Daarom is de partij het oneens met de doelstelling om in 2040 90 procent klimaatneutraal te zijn. Zulke strenge eisen zouden klimaatrechtszaken aanwakkeren, die een ongewenst gevaar vormen voor het bedrijfsleven. De BBB is voorstander van het benutten van Europese gasvoorraden, en ziet een grote rol voor kernenergie. Zonne- en windenergie moeten minder aandacht krijgen. De partij wil grote Europese samenwerking om duurzame energie te produceren en wil in Europese context het elektriciteitsnetwerk integreren en versterken. Het afvangen en opslaan van CO2 is een goede ontwikkeling, maar alleen als de kosten opwegen tegen de baten. Zo niet, moeten er wederom minder strenge klimaatdoelstellingen worden geformuleerd. Wel wil de partij initiatieven steunen die het hergebruiken van materialen stimuleren, aangezien die materialen nodig zijn in de energietransitie.

Voor de landbouwsector ziet de BBB mogelijkheden voor het opwekken van groene energie, door middel van bijvoorbeeld waterstof- en biogasinstallaties. Verder is de partij tegen de Natuurherstelwet, moet er een herziening komen van het Natura 2000-netwerk en moet de nitraatrichtlijn op de schop.

Lees ook:

Changemaker Vincent van der Holst redt broeken en mensenlevens: ‘Toen ik met het idee kwam, zag ik iedereen met hun ogen rollen’

Hoe zorg jij voor verduurzaming? “Met BOAS redden we gebruikte spijkerbroeken van de verbrandingsovens en verkopen die als vintagebroeken op onze webshop en in onze winkel in Amsterdam. 90 procent van de winst die we daarbij maken, doneren we aan goede doelen. De kledingindustrie is verantwoordelijk voor ongeveer 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Daarmee is het een van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Binnen die industrie is denim een stof die veel water kost, veel CO2-uitstoot en waar veel land voor nodig is. Er wordt veel met die stof geproduceerd, dus hoe langer je die producten kunt gebruiken, repareren en upcyclen, hoe beter. Maar helaas belandt er nog te veel in de verbrandingsoven. Het redden en verkopen van spijkerbroeken die nog mooi en populair zijn, is natuurlijk makkelijk. Moeilijker is het verkopen van spijkerbroeken met gaten erin. Ik heb een hekel aan spullen weggooien, dus daarom zijn we naar de Amsterdam Fashion Academy gestapt. We gaven alle spijkerbroeken die we niet konden verkopen aan creative designers en zeiden: maak hier maar wat moois mee. Ze hebben er fantastisch mooie producten van gemaakt die wij weer kunnen verkopen. Voor wat eerst dus eigenlijk afval was, hebben we nu op onze webshop een goede prijs gekregen.” Op jullie webshop gebruiken jullie een veilingmodel. Gedurende de dag worden jullie broeken steeds goedkoper. Is jouw afkeer tegen het weggooien van spullen ook de reden dat jullie voor dat model hebben gekozen? “Klopt, het is eigenlijk het model dat bloemenveilingen gebruiken. Dat is ontworpen om zo snel mogelijk al je voorraad te kunnen verkopen. Bloemen zijn namelijk niet lang houdbaar, dus willen verkopers daar dezelfde dag nog vanaf. Dat wilden wij ook met vintagekleding voor elkaar krijgen. We willen al onze broeken kwijt, dat is goed voor het milieu en lost bovendien het probleem van een restvoorraad op. Daar hebben veel modewinkels namelijk moeite mee. Bovendien vinden we dat klanten veel beter weten wat een product waard is dan wij, dus daarom mogen ze in feite zelf de prijs bepalen. De eerste persoon die op de koopknop drukt, krijgt de broek voor de prijs die op dat moment geldt.” Je wil de kledingindustrie verduurzamen en de winst doneren aan goede doelen. In dat geval zou je ervoor kunnen kiezen om bij een bestaand kledingmerk te gaan werken en daar te knokken voor die doelen. In plaats daarvan begon je een eigen bedrijf. Waarom eigenlijk? “Er wordt bij grote modebedrijven gigantisch veel winst gemaakt die ze niet met de wereld delen. Hun aandeelhouders zullen het nooit goed vinden dat de bedrijven meer dan een fractie van hun winsten doneren aan goede doelen. Daarom kan ik eigenlijk niet meer voor ze werken. Ik heb in het verleden wel voor corporates gewerkt, en ook voor ngo’s als War Child en Save the Children. Het jaarbudget van die ngo’s werd soms binnen een dag bij de corporates bij elkaar verdiend. Ik vroeg me dan altijd af: hoe krijgen we het geld van de ene plek naar de andere? Die vraag heeft me nooit meer losgelaten en daarom ben ik zelf een bedrijf begonnen dat wél als doel heeft om 90 procent van de winst te doneren aan goede doelen.” Naar welke goede doelen gaat jullie winst? “Er sterven nog veel te veel mensen in andere delen van de wereld aan voorkombare ziektes. Ziektes die we in Nederland niet meer kennen, omdat we daar vaccinaties of medicatie voor hebben. Een voorbeeld is malaria, waar jaarlijks 600.000 mensen door sterven, terwijl preventie ervan heel makkelijk is. We maken genoeg winst op de wereld om daar wat aan te kunnen doen. Bij BOAS zien we dat dus als laaghangend fruit om mensenlevens te redden.” BOAS bestaat iets langer dan een jaar. Hoeveel geld hebben jullie al kunnen doneren? “Heel eerlijk gezegd, maken we op dit moment met BOAS nog geen winst. We zijn dus hard bezig met het aantrekken van financiering. We hebben één grote financier binnengehaald en zijn iets verder in het proces met twee andere. Tot het moment dat we winst maken, moeten we dus creatief zijn met onze manieren om geld te doneren. Daarom ga ik op 7 juni een recordpoging doen om geld op te halen voor de Against Malaria Foundation. Ik ga proberen het record van fietsen zonder handen te verbreken. Ik ben een wielrenner en heb daar mijn fysieke en mentale gezondheid aan te danken. Ik bekeek een lijstje met records en zag dat het record zonder handen fietsen momenteel op 130 kilometer staat. Natuurlijk is dat ver, maar ik denk dat het niet onmogelijk is. Al zeg ik niet dat ik het ga halen, er kan natuurlijk veel misgaan.” Meer dan 100 kilometer op een racefiets zonder je handen te gebruiken, dat lijkt me niet prettig. Met een glimlach: “Nee, maar een recordpoging hoeft natuurlijk ook niet prettig te zijn. Ik rijd wel op een gravelfiets, die heeft dikkere banden waardoor je iets stabieler bent. En ik ga het op een afgesloten parcours doen, het mag namelijk niet op de openbare weg. Ik heb dit soort absurde uitdagingen in het verleden vaker gedaan, want ze werken zo goed. Mensen kunnen mij uitlachen, maar geven daarbij wel geld aan een goed doel. Die kans wil ik niet laten liggen.” Tegen welke struikelblokken loop je als duurzame ondernemer aan? “Even kort door de bocht: het meest duidelijke struikelblok voor bedrijven die hun winst aan goede doelen willen geven, is dat niemand in ze wil investeren. Als ik naar een investeerder stap en zeg dat ik spijkerbroeken van de afvalstapel wil redden en dat ik daarmee geld kan verdienen, vinden ze dat een leuk idee. Maar het moment dat ik opbreng dat de winst voor 90 procent naar het goede doel gaat, haken ze af. Dus we vissen uit een minuscule vijver aan echte impactinvesteerders of zelfs filantropen. Dat is lastig. Een ander struikelblok is dat mensen écht in je moeten geloven. In het begin is het natuurlijk alleen nog maar een idee. Toen ik met het idee van BOAS kwam, zag ik iedereen met hun ogen rollen. Heb je Vin weer met zijn gekke plannen, dachten ze. Mensen zijn altijd tegen verandering van de status quo. Ze denken dat iets niet kan omdat het nog nooit gedaan is. Daar zijn we in het begin enorm tegenaan gelopen. Uiteindelijk is het een kwestie van volhouden.” Met wie zou je nog eens willen samenwerken? “Het zou voor ons heel mooi zijn om met grote broekenmerken te werken. We zijn nu bijvoorbeeld een samenwerking met MUD Jeans aangegaan. Er is bij kledingmerken een groot probleem met retourzendingen. Die worden nu vaak nog gedumpt en verbrand. Daar moeten we echt vanaf. Binnenkort moet dat ook, omdat regelgeving het niet meer toestaat dat kleding wordt verbrand. Maar er is zoveel mee mogelijk. Ik zou daar graag met die merken samen aan werken. En wat mijn bedrijf natuurlijk het meest nodig heeft, zijn filantropen die zeggen: wij vinden BOAS een goed idee, we gaan hierin investeren omdat het goed is voor de wereld. Filantropen die bereid zijn om hun geld niet meer terug te zien, omdat ze weten dat ze er levens mee hebben gered. We hopen dat ze inzien dat ze hun geld kunnen vermeerderen voor een goed doel in plaats van de derde Ferrari of een extra nul op de bankrekening.” Lees ook: Changemaker Ellyne Bierman (Reflower): ‘Verse bloemen blijven 10 dagen mooi, kunstbloemen 10 jaar’Changemaker Joost de Kluijver (Closing the Loop): ‘Je moet mij vooral in het begin inzetten, maar daarna in een dwangbuis stoppen’Changemaker Kadir van Lohuizen legt met zijn camera de wereldwijde voedselketen vast: ‘Beelden zeggen veel’De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.