Willemijn van Benthem 15 juni 2021, 15:23

Maatregelen tegen klimaatverandering versterken ongelijkheid in Afrika en Azië

Dat er maatregelen moeten worden genomen tegen de effecten van de klimaatcrisis, is een feit. Dat er wat moet worden gedaan aan armoede en honger, ook. En zo zijn er nog meer doelstellingen op papier gezet, onder de noemer van de 17 Sustainable Development Goals (SDG’s). Maar wat is de impact van de maatregelen tegen klimaatverandering op de andere SDG’s? Uit onderzoek van het PBL blijkt nu dat het de inspanningen tegen armoede en honger afremt in Sub-Sahara Afrika, Zuid- en Zuidoost-Azië.

Afrikaanse boer afrika “De klimaatverandering treft Sub-Sahara Afrika en Zuid- en Zuid-Oost Azië, waar de ongelijkheid alleen maar toeneemt", zegt hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw Thea Hillhorst.

In de studie Climate Change Measures and Sustainable Development Goals brengt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor het eerst in kaart wat het effect is van de maatregelen tegen klimaatverandering op het behalen van de andere SDG’s. Ofwel: heeft de impact van de maatregelen om het klimaatakkoord te halen, geen afbreukrisico op de andere doelstellingen? De eindconclusie is dat het effect overwegend positief is, maar de mate ervan verschilt aanzienlijk per regio. Want vooral in Sub-Sahara Afrika, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië bestaat het risico dat maatregelen tegen klimaatverandering de inspanningen tegen armoede en honger afremmen, tenzij ze gepaard gaan met beleid dat arme mensen beschermt tegen mogelijke stijging van voedsel- en energieprijzen. 

Landen worden dubbel getroffen  

Hoogleraar Thea Hilhorst van het International Institute of Social Studies aan de Erasmus Universiteit (en lid van de KNAW), ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. “De klimaatverandering treft Sub-Sahara Afrika en Zuid- en Zuid-Oost Azië, waar de ongelijkheid alleen maar toeneemt. En ja, die landen worden dubbel getroffen. Een storm is een fenomeen, nog geen ramp. Maar als die storm heel kwetsbare mensen treft die niet de capaciteiten hebben om het tegen te gaan, ontstaat er wel degelijk een ramp.” Wat Hilhorst zegt, is dat de klimaatverandering niet het grote onderdeel van de ramp is, maar de kwetsbaarheid van mensen en systemen. “Als het in die gebieden alleen maar droger en warmer wordt, en ze geen droogteresistente gewassen hebben, of overheden die daar goed op reageren, dan krijg je vanzelf een ramp als hongersnood.” 

Lynn Zebeda: waar klimaatverandering, diversiteit en sociale ongelijkheid elkaar raken

Reduction versus creation

Ook stipt Hilhorst het verschil aan tussen disaster risk reduction en disaster risk creation. “Ik durf wel te zeggen dat de inspanningen tegen armoede en honger voor een groot deel teniet worden gedaan door het veranderende klimaat en oneerlijke handelsverhoudingen.” Het is volgens de professor het oude verhaal. “Het geld dat vanuit ontwikkelingshulp naar Afrika gaat vanuit onze landen, is maar een fractie van het geld dat uit Afrika komt naar ons. Wij verdienen goed aan de producten die zij aan ons tegen lage prijzen verkopen.” Dus wat haar betreft mogen de oneerlijke handelsverdragen onder de loep worden genomen.  

Tijd voor compensatie

Daarnaast is het wrange van de hele situatie, dat de klimaatcrisis veroorzaakt is door het westen, waardoor in het zuiden een echte ramp wordt gecreëerd door de genoemde oorzaken als armoede, slechte gezondheidszorg, honger. Tijd voor compensatie, vindt Hilhorst. “Klimaatverandering wordt niet veroorzaakt door Afrikanen, en als je dan kijkt naar de verdeling van de energieconsumptie, is dat schrijnend. Wij genieten van de energie, maar de effecten ervan komen op het dak van arme landen terecht.” Daarom zouden er ook afspraken gemaakt moeten worden om de landen te compenseren. “Zet de woestijnen daar vol met zonnepanelen, bijvoorbeeld, betaald door het Westen. En dan mogen ze de energie verkopen aan ons, en kunnen ze van hun verdiensten eindelijk op een eerlijke manier hun land sterker maken, zowel economisch, als menselijk als natuurlijk.” 

De effecten

Voor Noord-Amerika, Europa en Centraal en Zuid-Amerika laten de maatregelen meer positieve dan negatieve effecten zien op het behalen van andere SDG’s. De studie is geschreven in het kader van het convenant tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking. Onder dit convenant vindt onderzoek plaats naar, onder meer, duurzaam landgebruik en investeringen in toegang tot duurzame energie voor mensen in ontwikkelingslanden.

CFO’s erkennen belang van duurzaamheid, maar worstelen met de uitvoering: 'Het vereist een gedragsverandering'. Lees hier hoe dat zit.

Een nieuwe manier om schonere brandstof te maken van CO2 en waterstof, dankzij speciale spons

Jasper van Kampen, die op 4 juni promoveerde aan de universiteit, onderzocht een manier om duurzame brandstof te maken. Daarbij stuitte hij op een methode om DME te maken uit CO2 en CO2-rijk gas. Dit was al mogelijk, maar extreem inefficiënt. Door slim gebruik te maken van speciale materialen verbeterde hij het proces en testte hij het uit in een pilotfabriek van onderzoeksinstituut TNO.Een alternatief voor LPGDe industrie gebruikt DME onder andere als drijfgas en oplosmiddel, maar ook nu al als brandstof. Het is vooral populair in gebieden waar geen aardgasnetwerk aanwezig is, zoals Azië en de Verenigde Staten. Het kan dienen als een alternatief voor vloeibaar gemaakt aardoliegas (LPG) omdat het over ongeveer dezelfde eigenschappen beschikt. Groot voordeel is dat DME ook gebruikt worden in dieselmotoren met minimale aanpassingen en kan door bestaande pijpleidingen stromen.De zoektocht naar duurzame brandstof is volop aan de gang. Ook in de luchtvaartindustrie. Daar willen ze bijvoorbeeld poep en etensresten gebruiken.Het enige probleem: vooralsnog wordt DME niet ‘groen’ geproduceerd. Men gebruikt het fossiele synthesegas (syngas), omdat dat makkelijk en goedkoper is. Om DME schoon te produceren moet de waterstof die nodig is om het te maken, groen geproduceerd zijn en de CO2 die vrijkomt afgevangen worden. Om het helemaal CO2-neutraal te maken moet het broeikasgas dat vrijkomt bij verbranding ook afgevangen worden. Het is dus veel werk om van DME een schone brandstof te maken. Maar het is wel mogelijk om schoon te produceren, in tegenstelling tot andere fossiele stoffen.Het probleem is dat DME maken met waterstof en CO2 weinig efficiënt is. “Als je CO2 en waterstof combineert, ontstaat er een heel klein beetje DME en wat water, en dan stopt het proces alweer”, vertelt van Kampen aan de telefoon. “Maar ik heb een manier gevonden om het proces aan de gang te houden.”Spons in de reactorVan Kampens doorbraak leunt op een mineraal dat dienst doet als spons. Het zit in de reactor, als een soort kattengrit, en adsorbeert het water uit de reactorkamer, waardoor het evenwicht in de reactie van CO2 en waterstof naar DME verstoort raakt. Daardoor reageert CO2 langer met waterstof en ontstaat er meer DME. Door het water te blijven adsorberen wordt er continu DME gemaakt. Op een gegeven moment is de ‘spons’ vol. “Dan moet je hem ‘uitknijpen’, bijvoorbeeld door de temperatuur te verhogen of de druk te verlagen.” Om te zorgen dat het proces toch continu door kan gaan, zijn er twee reactoren nodig die elkaar steeds afwisselen terwijl de andere de spons aan het uitknijpen is.Het hele proces werkt niet alleen in het lab, maar is ook gevalideerd in een ‘proefreactor’ bij TNO. “De volgende stap is het testen op grote schaal in een industriële omgeving. Als het daar ook goed werkt, zijn er veel plekken om het toe te passen”, denkt van Kampen. “Het voordeel: ik gebruik alleen maar technieken die al bestaan. In principe kun je het dus vrij snel gaan gebruiken.” Een voorwaarde is wel dat er genoeg groene waterstof én genoeg CO2 beschikbaar is. Op dit moment kijken veel bedrijven naar opslag van CO2 onder de grond; alleen daarmee kunnen ze aan de toekomstige klimaatregels voldoen. “Maar als je CO2 nuttig gebruikt, levert het ook nog geld op. Dat interesseert bedrijven”, zegt van Kampen.Duurzamere brandstof als vervanging van fossielDME is in Nederland relatief onbekend, omdat wij hier vooral gas gebruiken als warmtebron. In landen waar geen aardgas-infrastructuur is, is LPG (liquid petroleum gas) populair. DME is dan een alternatief dat beter kan zijn voor het milieu, mits groen geproduceerd. Van Kampens werk zorgt ervoor dat zulk groen DME een stapje dichterbij is.