Rianne Lachmeijer 20 maart 2023, 14:35

Opwarming tot 1,5 graad beperken: “We kunnen het nog, maar dan moet het wel snel”

Het wordt snel warmer op aarde. Al tussen 2030 en 2035 overschrijden we waarschijnlijk de 1,5 gradengrens. Zowel de beloften van regeringen zijn niet stevig genoeg, als het daadwerkelijke beleid dat ze uitvoeren. Dat blijkt uit het samenvattende rapport van het VN-klimaatpanel IPCC. Daarin zijn ook lichtpuntjes te vinden: in 2030 is halvering van de wereldwijde uitstoot mogelijk met maatregelen die minder dan 100 dollar per ton CO2-reductie kosten.

Adobe Stock fabriekspijp stoot rook uit over bomen “Elke tiende graad telt”, zegt Detlef Van Vuuren, medeauteur van het IPCC-rapport. | Credits: Adobe Stock

“De noodzaak én de mogelijkheden liggen op tafel”, zegt medeauteur Detlef Van Vuuren verwijzend naar het meest recente klimaatrapport van IPCC. Het gaat om een synthese-rapport: een overzicht van alle wetenschappelijke klimaatkennis. In dit rapport is dus ook de informatie uit de drie eerdere deelrapporten en de drie speciale rapporten terug te vinden.

Wetenschappelijke kennis voor nieuwe klimaatplannen

Met het rapport richt het IPCC zich op beleidsmakers die het als basis voor nieuwe klimaatplannen kunnen gebruiken. Aanpassing van de beleidsplannen is hoognodig, want met het huidige beleid stevenen we hoogstwaarschijnlijk op 3 graden opwarming af.

“Het huidige beleid is nog steeds ruim onvoldoende”, benadrukt klimaatonderzoeker Van Vuuren tegenover een groep journalisten die (online) aanschuiven bij een bespreking van het rapport. Maar: “We zien wel effect van beleid.”

De wereld was in het afgelopen decennium gemiddeld al 1,1 graad warmer dan in 1850. Daarbij verschilt het waar je meet. Boven land komen de temperaturen bijvoorbeeld hoger uit dan boven de oceanen: 1,6 graad boven land versus 0,8 graad boven de oceanen.

Kwetsbaar Nederland

Het VN-klimaatpanel waarschuwt dat met elke 0,1 graad bovenop 1,5 graad opwarming de risico’s op weersextremen als heftige neerslag, droogte en hittegolven toenemen. Ook kan het kwetsbare ecosystemen zoals warmwaterkoralen en polaire gebieden ontwrichten. Die ontwrichting kan vervolgens een negatieve kettingreactie veroorzaken. Ruim 3 miljard mensen leven in gebieden die als ‘bijzonder kwetsbaar’ gelden.

Voor Nederlanders gaat het dan vooral om de zeespiegelstijging. “Een deel van die zeespiegelstijging is onafwendbaar”, vertelt Aimée Slangen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Zij schreef ook mee aan het IPCC-rapport. Het is al duidelijk dat de zeespiegel een halve meter gaat stijgen door de opwarming die er nu al heeft plaatsgevonden en tot ver na 2100 zal blijven stijgen. Het tempo daarvan wordt sterk bepaald door de broeikasgassenuitstoot vanaf nu. “Zeespiegelstijging heeft een heel lang geheugen.”

‘Elke tiende graad telt’

Het blijft belangrijk om de opwarming zo snel mogelijk en zoveel mogelijk te beperken. Ook als we hoger uitkomen dan 1,5 graad, moeten we niet opgeven. “Elke tiende graad telt”, aldus Van Vuuren. “1,6 graad is alweer veel beter dan 1,7.” En er is überhaupt nog hoop, want op dit moment kunnen we zelfs de 1,5 graad opwarming nog halen.

Hoe de 1,5 graad nog te halen is

Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken moet de wereldwijde broeikasgasuitstoot in 2030 ruim 40 procent lager liggen dan in 2019. In 2040 zo’n 70 procent lager. Voor het ‘ruim onder de 2 graden’-doel zijn de benodigde reducties in 2030 20 procent ten opzichte van 2019 en bijna 50 procent in 2040. In dat geval kunnen we iets later dan 2050 op netto nul CO2-emissie uitkomen.

Het IPCC constateert dat het mogelijk is om de wereldwijde uitstoot in 2030 te halveren met maatregelen die minder dan 100 dollar per ton CO2-reductie kosten. Per sector somt het VN-klimaatpanel de oplossingen met bijbehorende kosten op. Zoals hernieuwbare energiebronnen inzetten voor de energiesector. Qua kostenreductie helpen technologische ontwikkelingen een handje mee. Zo waren hernieuwbare energiebronnen eerder nog de duurdere keuze, maar nu al vaak de goedkopere. Ook efficiënter energiegebruik, elektrificatie, groene infrastructuur in stedelijke gebieden, herbebossing en het verminderen van voedselverspilling zijn technisch goed mogelijk en worden steeds goedkoper.

Daarnaast merkt Van Vuuren dat zaken op beleidsvlak de goede kant opschuiven. “Maar nog lang niet in het tempo dat we nodig hebben.” Voor hem is “urgentie” daarom de hoofdboodschap van dit rapport. Slangen is het daarmee eens, maar wil ook benadrukken dat er nog hoop is: “We kunnen het nog, maar dan moet het wel snel.”

Lees ook:

Nederland gaat grootschalig waterstof produceren op zee boven Groningen: "Lopen wereldwijd voorop"

Volgens het ministerie moet het windpark ten noorden van Groningen de grootste waterstofproductielocatie op zee worden. Het windpark zal zo'n 500 megawatt aan elektrolysecapaciteit krijgen. Het gebied boven de Waddenzee is volgens minister Rob Jetten de ideale locatie, omdat hier al een windpark gepland stond. Bovendien denkt hij dat een bestaande aardgasleiding hergebruikt kan worden voor het transport naar land én dat het goed aangesloten kan worden op het waterstofnetwerk op land. Duidelijkheid scheppen "Dit is een flinke schep bovenop de doelstelling uit het Klimaatakkoord: vier gigawatt elektrolyse in 2030", zegt Jetten. "Het gebied hebben we nu al als voorkeurslocatie aangewezen, zodat de voorbereidingen snel kunnen beginnen en we de sector duidelijkheid geven, zodat zij hun investeringsplannen kunnen gaan maken." Volgens het ministerie is er veel draagvlak voor het project in Groningen en steunen lokale overheden de plannen. "De provincie en de gemeente zetten vol in op een groene economie, waarbij de productie van duurzame energie centraal staat." Samenwerking in de regio Het ministerie werkt samen met de regio Groningen en andere betrokken partijen rondom het Waddengebied. Momenteel wordt onderzocht hoe een waterstofleiding van het windpark naar land gebracht kan worden en 'hoe de waterstofproductie veilig en ecologisch verantwoord kan gebeuren'. Dit jaar nog wordt uitgewerkt hoe het waterstofnetwerk op zee eruit moet komen te zien en moet duidelijk worden of het mogelijk is om bestaande gasleidingen te hergebruiken. Rond 2031 moet het windpark operationeel zijn.Lees meer over groene waterstof: Project in Groningen slaat zonne-energie op als waterstof Markt voor groene waterstof gaat explosief groeienKrijgt de Noordzee een waterstofnet?