Paul van Liempt 07 mei 2021, 10:54

Realisme in Amsterdam wint van moralisme uit Den Haag

Van leiders wordt het uiterste gevergd. Vooral in deze tijd, waarin de lontjes kort zijn, er veel op het spel staat en de grenzen van de vaak willekeurige regelgeving steeds meer worden opgezocht. Een goed oog voor realisme helpt meer dan verheven moralisme, zagen we na het kampioenschap van Ajax. En een Amsterdamse multinational blijkt dezelfde school toegedaan.

Banner paul van liempt2

Veel begrijpelijk gemopper na de beelden van een opeengepakte mensenmassa die uitzinnig het 35ste kampioenschap van Ajax vierde. Ik had ook mijn aarzeling, maar die werd weggenomen door een sublieme reconstructie twee dagen later in Het Parool. Natuurlijk vraag je je thuis op de bank verongelijkt af waarom zij zich niet aan de regels hoeven te houden en jij wel. Zeker als je in een sector werkzaam bent die al tijden wordt geacht op slot te blijven.

De leidinggevenden in dit land hebben afgelopen maanden gemerkt hoe lastig het is de samenleving in het gareel te houden. Dat uitgerekend de ministers Grapperhaus en De Jonge, zacht gezegd niet de uitblinkers in tijden van corona, al vrij snel een moreel oordeel velden, maakte daarom weer een onhandige en ongemakkelijke indruk. 'Het had niet mogen gebeuren', verweet Grapperhaus spelers en staf van Ajax die de schaal toonden. En De Jonge vond dat Ajax 'meer maatschappelijke verantwoordelijkheid' had moeten nemen. Hij schoot meteen daarna ook in deze uitzonderlijke situatie in zijn mantra: 'Ik denk dat het goed is om ons te realiseren dat we ons nog een hele tijd aan de regels hebben te houden. We moeten echt nog even gedisciplineerd zijn.' Dat van het handen wassen hield hij nog net voor zich.

Openbare orde versus coronaregels

Uit de reconstructie blijkt dat het makkelijke verheven woorden zijn van de bewindslieden. Gelukkig hadden de leidinggevenden in Amsterdam meer oog voor de realiteit. De driehoek – burgemeester, politiechef, hoofdofficier van justitie – moest een Salomonsoordeel vellen. En al snel werd duidelijk dat ingrijpen geen optie was, 'het was dit of oorlog.' Het Parool schrijft: 'Het handhaven van de openbare orde kreeg prioriteit, niet dat van de coronaregels.'

In de stad waren geen massabijeenkomsten, geen opstootjes en geen vechtpartijen. Bij de krant bekende 'insiders en bronnen' geven toe dat het 'een lelijk plaatje gaf, waar we niet trots op zijn, maar het was de minst slechte optie.' Anders was de lont in het kruitvat gestoken, als je de oorlog was aangegaan 'tegen de doorgesnoven en dronken meute.'

Duurzaamheid moet je gewoon doen

Meer realisme boven verheven, moralistische taal, las ik in een mooi interview met Heineken-topman Dolf van den Brink in NRC Handelsblad. Op de vraag of hij zich als duurzaamheidsgoeroe gaat ontpoppen, antwoordt hij: 'Nee zeg, gewoon no-nonsense. Ik hoef geen Messias te zijn die daarvoor op de bühne staat, zoals de generatie voor ons dat nog wel moest: de Paul Polmans. Zij hebben het pad gebaand, wij moeten het nu gewoon doen.'

En: 'Ik kan wel de koning worden in duurzaamheid, maar als we niet groeien en geen winst maken zit ik niet zo lang op deze stoel. Het moet dus en-en worden: we moeten én een groeibedrijf zijn met goede winst én forse stappen zetten op duurzaamheid.' Goed om te horen dat het ook bij deze Amsterdamse multinational samen kan gaan. En gek genoeg klinkt deze reële taal opwindender dan een Messiaans vergezicht, omdat de impact door de haalbaarheid veelbelovender kan zijn.

Iedere nieuws, achtergronden en columns van Change Inc. lezen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief

 

 

Kantine van campus TU Delft wordt vega: "Dit past in ons klimaatactieplan"

Op dit moment worden wereldwijd 573 miljoen ton dierlijke eiwitten geconsumeerd, ofwel 75 kg per persoon op jaarbasis. De stap van de TU Delft om bij vlees en vis op het menu te vervangen door vegetarische varianten, past dan ook goed in het grotere plaatje waar we wereldwijd in zitten, als je het onderzoek dat de prestigieuze Boston Consulting Group leest. In Food for Thought: The Protein Transformation, valt te lezen dat op dit moment de markt van alternatieve eiwitten 13 miljoen ton per jaar groot is, en dat die naar verwachting zal uitgroeien tot 11 procent van de gehele eiwitconsumptie ofwel 97 miljoen ton in 2035. Als wordt ingezet op ondersteunende regelgeving en technologie kan dit getal zelfs oplopen tot 22 procent.Andy van den Dobbelsteen vertelt hoe decaan professor Dick van Gameren van Bouwkunde besloot om het restaurant in zijn faculteit (3000 studenten, 600 medewerkers) volledig vegetarisch te maken. “Hij nam die beslissing omdat hij wist hoe belangrijk voedsel op de campus is voor de CO2-voetafdruk van de TU Delft en dat we voor een flinke reductie over moeten naar veel meer plantaardig en veel minder dierlijk voedsel. De TU Delft moet in 2030 CO2-neutraal zijn, dus dit past volledig in onze klimaatactieplannen.”  Eigen keuze Inmiddels is de stap van de TU Delft op verschillende media opgepakt. Ook worden daarin stemmen verwoord die het een vervelende tendens vinden dat je mensen geen vrije keuze meer geeft door vlees en vis van het menu te schrappen. Van den Dobbelsteen moet daarom lachen. “Het aanbod in alle restaurants van de TU Delft wordt gevarieerder dan voorheen. Het accent ligt op duurzaam, diervriendelijk, biologisch, lokaal, seizoensgebonden voedsel. De basis is plantaardig, maar op veel plekken wordt gewoon nog vlees en vis aangeboden. Er komen alleen veel meer vleesvervangers van hoge kwaliteit.”Volgens de hoogleraar mogen mensen uiteraard nog steeds eten wat ze willen, maar gaat er vanwege het duurzame aanbod in het restaurant van Bouwkunde gewoon geen vlees of vis meer aangeboden worden. “Het wordt een hoogwaardig vega en vegan restaurant.” Als iemand per se toch vlees wil eten, kan die een van de andere restaurants bezoeken.  Breed gedragen  De reden voor Van den Dobbelsteen is duidelijk. Het gaat om een aanpak die tot een veel lagere uitstoot van broeikasgassen leidt. “En die wordt door alle lagen van het management gesteund. Bij het proces naar een duurzame campus zijn ook alle partijen betrokken: studenten, academische staf en ondersteunend personeel. Onze cateraar Cirfood werkt hier superpositief aan mee.” Door om te schakelen naar vega en vegan is er vanuit de kantine van Bouwkunde de helft minder uitstoot ten opzichte van vroeger.En er staat nog meer op stapel. Van den Dobbelsteen licht toe: “We pakken in teams met studenten en medewerkers ook het energiesysteem aan, maar ook de gebouwen, de inkoop en het afvalbeheer, de mobiliteit, de ICT en AI en het voedsel dus.” De TU Delft geeft daarnaast openheid in hun jaarlijkse CO2-boekhouding en duurzaamheidsjaarverslag. “Het is een groot en ambitieus project, en dat moet ook.” Van den Dobbelsteen heeft een droom: een groene, schone en gezonde campus die een slimme stad in zichzelf is. “Een campus die klimaatrobuust is, CO2-neutraal, circulair en natuur inclusief. Waar innovatief onderzoek en onderwijs plaatsvindt dat bijdraagt aan een betere wereld en waar heel Delft - of meer - trots op is.”  De wereld is veranderd De stap van de TU Delft sluit aan bij een internationale trend. Ook chef-kok en eigenaar van het beroemde sterrenrestaurant Eleven Madison in New York (drie Michelinsterren) gaat om. Met de mededeling dat het restaurant haar deuren op 10 mei weer mag openen, heeft het aangekondigd een geheel veganistisch kaart te hebben. Daarbij is hetzelfde duurzaamheidsuitgangspunt als startpunt genomen: de coronapandemie heeft chefkok Daniel Humm de ogen geopend dat ons huidige voedselsysteem niet duurzaam is.Lees ook het interview met topman van de plantaardige beweging Livekindly, Kees Kruythoff: ‘De grootste voedselverspilling zit niet in het weggooien van eten, maar in het in stand houden van een dierlijke voedselketen’