Paul van Liempt 19 mei 2023, 11:00

Samenwerking op alle fronten, maar niet meer mondiaal

Na zijn strijd om de pensioenen te hervormen, zet de Franse president Macron nu vol in op de industrie. Na zijn aantreden in 2017 beloofde hij de traditioneel belangrijke Franse industriepolitiek nieuw leven in te blazen en hij laat er geen gras over groeien. Terwijl meer samenwerken allerwegen het credo is, ziet het internationale politieke speelveld er heel anders uit. Welke kant gaat het precies op?

Liempt Elke week schrijft Paul van Liempt een column over leiderschap

Om de wereld echt in transitie te brengen en alle mooie internationale doelen tussen 2030 en 2050 te laten slagen, is samenwerking de sleutel. Hoe meer en hoe sneller er onvermoede coalities worden gesloten, hoe beter het is. Bedrijven, overheden, NGO’s en filantropen zullen de handen vlug ineen moeten slaan om de almaar luider klinkende roep om systeemverandering te voltrekken. Het is geen prioriteit meer elkaar te beconcurreren, maar om samen op weg te gaan naar nieuwe tijden.

De sympathieke oproep staat in schril contrast tot de realiteit van de oorlog in Oekraïne, die de Westerse wereld niet alleen ruw wakker schudde uit een droom van onkwetsbaarheid, maar ook een andere opgave op tafel legde. Hoe kun je afzien van concurrentie als de grote machtsblokken in de wereld zich juist op het eigen speelveld terugtrekken? De ontwikkelingsstrategie van de Chinese overheid, het Belt and Road Initiative, om de belangrijkste handelsroutes wereldwijd in eigen voordeel te kunnen benutten, liep ver vooruit op de rest van de wereld. Amerika, voorzichtig onder Obama, versneld onder Trump en van een uitroepteken voorzien door Biden met de Inflation Reduction Act, volgde al snel. En Europa kon, gedwongen door deze ontwikkelingen en op scherp gezet door de oorlog, niet achterblijven.

De Europese leider met de grootste ambities op dit vlak is Emmanuel Macron. De Vlaamse zakenkrant De Tijd schreef: ‘Frankrijk zet de turbo op zijn re-industrialisering om te voorkomen dat het de concurrentieslag met de Verenigde Staten en China verliest. Om dat te verwezenlijken lanceert Emmanuel Macron stimuli voor goederen van Europese makelij.’ In de jaren zeventig was de industriële sector goed voor bijna 25 procent van het BBP, nu ligt dat op 12 procent. Macron is vastbesloten een inhaalslag te bewerkstelligen. Investeerders kunnen rekenen op vereenvoudiging van bureaucratische procedures, producenten van warmtepompen, zonnepanelen, batterijen en halfgeleiders krijgen aanzienlijke belastingvoordelen. En wie een elektrische auto koopt, kan rekenen op een zogenaamde ecobonus, door Macron heel slim ‘Made in Europe’ genoemd. Want hij wil wel degelijk samenwerken, het is geen Franse ‘Alleingang’, maar wél met de juiste partners.

Voor de Financial Times schreef Macron een opiniestuk over het evenement ‘Choose France’, waar hij tweehonderd CEO’s ontmoette in het paleis van Versailles. Zijn inzet: ‘We are committed to building back French Industry and fostering our economic power.’ Ook in de FT laat Macron geen ruimte voor twijfel. Natuurlijk, hij sprak met Elon Musk, die hij een haf jaar geleden ook al in Amerika ontmoette om te spreken over elektrische auto’s en batterijen. En ‘de strijd om het binnenhalen van de eerste Europese fabriek voor autobatterijen van het Taiwanese ProLogium’, heeft hij ook gewonnen, schreef NRC. Ook sprak hij maandag op het evenement met topmannen van Pfizer en Walt Disney. Maar, vertrouwt hij de FT toe, dat doet hij uiteindelijk ten behoeve van heel Europa: ‘However, this battle for re-industrialisation must obviously be fought on a European Scale, as well. Since becoming president of France in 2017, I have consistently argued for the idea of European sovereignty.’ En nu goed blijven opletten dat Frankrijk niet het China van Europa wordt, dan is de kans op een groene afloop in 2050 niet denkbeeldig, juist dankzij Macron.

80 procent minder plastic afval? Dit moet er volgens de VN veranderen aan ons plasticverbruik

1. Stoppen met onnodig gebruik We produceren op dit moment wereldwijd 430 miljoen ton plastic per jaar. Twee derde van dat plastic is voor kort gebruik bedoeld, en de helft daarvan slechts voor eenmalig gebruik. De VN heeft becijferd dat als we niks aan ons plasticgebruik veranderen, deze hoeveelheid in 2040 is verdubbeld. Het goede nieuws? Ook met de huidige stand van de techniek kunnen we de hoeveelheid plastic die we nodig hebben drastisch verminderen – en de plastic afvalberg met 80 procent verkleinen. De eerste stap is kritisch kijken naar welk plastic we echt nodig hebben. Plastic wegwerptasjes, wegwerpbekertjes en hotelshampoo in miniflesjes zijn in veel gevallen volstrekt overbodig. Ook kan gedacht worden aan het efficiënter verpakken van producten. Door op die manier afscheid te nemen van plastic producten, kan er in 2040 jaarlijks 9 procent plastic bespaard worden, stelt het onderzoek. 2. Van wegwerp naar hergebruik Veel plastics worden nu maar één keer heel kort gebruikt, zoals bij voedselverpakkingen. Het terugnemen van verpakkingen en ze extra rondjes mee laten draaien in de economie kan aanzienlijke besparingen opleveren. Dit kan door producten verpakkingsvrij in winkels aan te bieden en klanten zelf hun potjes mee te laten nemen, door plastic flesjes en bakjes terug te nemen en in te zetten op statiegeldsystemen. Van een wegwerpmaatschappij veranderen in een hergebruiksamenleving kan zo’n 21 procent minder plasticgebruik betekenen, schat de VN. Producten hergebruiken is arbeidsintensiever dan ze simpelweg weggooien. Nieuwe logistieke systemen moeten worden opgezet om plastic in te zamelen, schoon te maken en opnieuw te gebruiken. Daarom stelt de VN voor om arbeid minder te belasten, en grondstoffen juist meer. Dit kan de overgang naar een op hergebruik gebaseerde economie een duw in de rug geven. Ook een speciale belasting op nieuw geproduceerd plastic is een van de aanbevelingen. 3. Recyclen Maar 6 procent van het nieuw geproduceerde plastic is afkomstig van gerecycled materiaal. Dat heeft veel te maken met hoe plastic producten worden ontworpen. Bij 80 procent van het plastic bedoeld voor kort gebruik is het economisch niet haalbaar om het te recyclen vanwege ongelukkig gekozen materiaalcombinaties, lastig te verwerken verfstoffen of onhandige formaten. Door ontwerpstandaarden gericht op recycling af te spreken, kan dit ondervangen worden. Om plastic te recyclen, moet het natuurlijk eerst worden opgehaald. Hoog-inkomenslanden scoren daar vrij goed op – maar lang niet overal in de wereld verloopt het inzamelen van afval vlekkeloos. Op het platteland van lage-inkomenslanden wordt gemiddeld maar zo’n 30 procent van het plastic afval opgehaald. Plastic dat niet wordt ingezameld wordt vaak in de buitenlucht verbrandt, met enorme uitstoot van broeikasgassen tot gevolg. Het inrichten van recycling-infrastructuur is daarom van groot belang. Met name het opzetten van recyclingfaciliteiten in lage-inkomenslanden zou prioriteit moeten hebben, stelt de VN. Op die manier moet het haalbaar zijn om in 2040 20 procent van het plasticafval te vermijden. 4. Vervang plastic door duurzamere materialen Waarom gebruiken we eigenlijk zoveel plastic? Een belangrijk antwoord op die vraag is: plastic is spotgoedkoop. En dat levert problemen op bij de vervanging ervan. Alternatieven voor plastic zijn vaak duurder – denk aan allerlei vormen van biologisch afbreekbaar plastic, houten lepels of bamboe rietjes. Wel dragen veel alternatieven bij aan lagere broeikasgasemissies. Zacht plastic vervangen door duurzaam geproduceerd papier kan bijvoorbeeld een uitstootreductie van 25 procent opleveren. Daarom zouden overheden via belastingen het gebruik van alternatieven moeten stimuleren. Dit zou 17 procent minder plastic afval kunnen betekenen. Maar het zomaar vervangen van plastic door andere materialen is géén goed idee. Alternatieven moeten worden getoetst aan het kostenplaatje, het landgebruik dat nodig is voor het winnen van de grondstoffen, de uitstoot van broeikasgassen die gepaard gaat met de productie en de impact op de volksgezondheid. Daarnaast moet het duidelijk zijn wat er na gebruik met het afval moet gebeuren – zo zijn sommige biologisch afbreekbare plastics pas afbreekbaar bij temperaturen hoger dan 50 graden. Dit vraagt om helder beleid rondom het labelen van materialen, zodat het voor gebruiker en afvalverwerker duidelijk is hoe de materialen moeten worden verwerkt. Meer over plastic: Zonlicht breekt plastic af en verklaart deel van 'verdwenen plastic paradox'‘Hoeveelheid plastic afval bijna drie keer zo groot in 2060’Oproep grote investeerders: 'Stop nu met die bergen plastic'