Romy de Weert 03 december 2021, 14:18

“SDG’s vergroten de overlevingskansen van je bedrijf”

De Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties moeten hoger op de agenda’s van bedrijven en overheden, vindt Judith Maas, directeur van SDG Nederland. “Als een bedrijf in de toekomst nog bestaansrecht wil hebben, moet het tot in de kern verduurzamen.”

SDG goal 2 zero hunger WFP-officier Nimdoma Sherpa hief een vlag op om doel 2, Zero Hunger, te vertegenwoordigen in een afgelegen bergdorp in Noordwest-Nepal. | Credits: WFP / SDG Nederland

Wereldleiders hebben gesproken op de grote klimaattop in Glasgow. Nu is het bedrijfsleven aan zet om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad. Om de klimaatdoelen te halen móéten we verduurzamen. De SDG’s (Sustainable Development Goals) zijn een middel om dat doel te behalen. Maar hoe pas je als onderneming de SDG’s toe in je bedrijfsvoering? Op welke van de 17 SDG’s leg je de focus? Judith Maas, directeur van SDG Nederland, legt het uit.

Waarom zijn SDG’s belangrijk voor het bedrijfsleven?

“Paul Polman, oud-CEO van Unilever, zei laatst op een conferentie: ‘Als je nu nog geen net zero plan hebt, lig je eruit.’ Als jij wil dat je bedrijf in de toekomst bestaansrecht heeft, dan moet je het tot in de kern duurzaam maken. Het SDG-raamwerk is het meest complete raamwerk dat voldoet aan duurzaamheid op alle aspecten, van ecologisch tot sociaal. Als een bedrijf aan de meetlat van de SDG’s voldoet, ben ik ervan overtuigd dat het de overlevingskansen van het bedrijf vergroot.

In het kort: wat zijn de Sustainable Development Goals?

193 landen van de VN willen de wereld een betere plek maken. Daarom stelden ze in 2015 een gezamenlijk masterplan op: 17 doelen die aandacht hebben voor mensenrechten, economische groei, vrede, veiligheid en het klimaat. In 2030 moeten al die doelen bereikt zijn.

Bedrijven kunnen toch ook zelf hun duurzaamheidsbeleid opstellen?

“Er is geen raamwerk zo compleet en breed gedragen als de SDG’s. Alle landen van de VN staan hierachter. Als je de SDG’s gebruikt als kompas, dan maak je geen fouten. Dan koop je niet per ongeluk ‘foute’ zonnepanelen waar de grondstof is gewonnen uit mijnen die mensenrechten schenden.”

Hoe helpen jullie bedrijven hierbij?

“We werken veel samen met MVO Nederland en VNO-NCW. Nu adviseren we bedrijven nog individueel, maar we willen naar een systeem toe waarbij we iedere sector advies geven. Dat is een megaklus, waar ik ook wel van geschrokken ben. Maar tegelijkertijd zie je dat er allerlei adviesbedrijven ontstaan die werken met de SDG’s. Wij wijzen bedrijven door naar die SDG-adviseurs.”

Wat is jullie kerntaak als jullie bedrijven doorverwijzen?

“Onze rol is vooral het organiseren en verbinden. We willen alle partijen samenbrengen en samenwerkingen tot stand brengen die anders niet zouden plaatsvinden. We hebben zelf ook niet alle wijsheid in pact. Daar is de SDG-agenda veel te complex voor. Maar we kunnen wel handvaten bieden. Als je als bedrijf de diepte in wilt gaan, dan verwijzen we je door. Dat kan bijvoorbeeld MVO Nederland zijn of een duurzame inkooporganisatie.

Er zijn 17 SDG’s. Hoe bepaal je als bedrijf wat belangrijk voor je is?

“Ik zou alle 17 SDG’s langslopen, want de kans is groot dat je tot hele verrassende inzichten komt. Zo heeft ieder bedrijf bijvoorbeeld te maken met eerlijk werk (SDG 8 red.). Kijk als bedrijf waar je in excelleert, en waar je als bedrijf schade veroorzaakt en werk daaraan.”

Dat gaat natuurlijk niet in één dag. Het is een ingewikkeld proces. Soms zijn er grote investeringen voor nodig. Daarom ben ik blij dat we steeds meer samenwerken met de financiële sector. Want er is genoeg geld. Het moet alleen op de juiste plek worden ingezet. Want duurzaam investeren rendeert.

Bovendien is het ook een bepaalde denkwijze die je jezelf als bedrijf eigen moet maken. Als je eenmaal doorhebt hoe je een bepaalde SDG centraal stelt, dan kun je dat bij veel meer SDG’s doen. De SDG-agenda leert ons dat heel veel oplossingen lokaal en specifiek zijn. Dat maakt een one-size-fits-all oplossing zo lastig.”

Hoe komen de SDG’s hoger op de agenda van het bedrijfsleven?

“Als je écht iedereen mee wilt krijgen, dan heb je toch wet- en regelgeving nodig. Wat mij betreft mag de overheid die vandaag nog inzetten. Die datum van 2030 hijgt in onze nek en ik kan daar af en toe behoorlijk buikpijn van krijgen. Wij plaatsen koplopers op een podium, waardoor men gaat inzien dat er ook duurzamere alternatieven zijn. Als we zo steeds meer mensen en bedrijven inspireren, volgt de overheid vaak met beleid. Maar 2030 komt steeds dichterbij dus we kunnen niet heel lang meer blijven kijken naar mooie voorbeelden.”

Volgens onderzoek zou de focus van bedrijven en overheden in Nederland op SDG14 en SDG15 moeten liggen: leven onder water en leven op land. Gek genoeg blijkt uit eigen onderzoek van Change Inc. dat daar juist de minste aandacht voor is. In plaats daarvan richten bedrijven zich vooral op klimaatactie. Hoe komt dat?

“Klimaat is een hele meetbare SDG die hoog op de politieke agenda staat. Je hebt er bovendien heel veel concrete oplossingen voor, zoals het verminderen van uitstoot. Leven op land en leven onder water worden als veel abstracter beleefd. Het is veel indirecter en complexer. Toch kun je daar wel degelijk beleid op voeren en resultaten boeken. Als je als bedrijf bijvoorbeeld windenergie op zee afneemt, kun je dat doen van energiebedrijven die het leven onder water respecteren. Voor leven op land kun je bijvoorbeeld kijken naar duurzame inkoop of waar je afval terecht komt.

Bovendien denk ik dat bedrijven door consumenten sneller en harder worden afgerekend op het thema klimaat. Daar móéten ze dus wel op inzetten. Leven op land en leven onder water zijn eerder grote taken voor de overheid, maar er is zeker ook werk te doen bij bedrijven.”

Onderzoek van Change Inc. en Journallab

Change Inc. werkt samen met de Stichting Journallab en internetonderzoeker Jeroen de Vos in een onderzoek naar de Sustainable Development Goals. In dat gezamenlijke onderzoek kijken we naar het gebruik van SDG’s in het Nederlandse bedrijfsleven, en de verschillen tussen beursgenoteerde bedrijven, familiebedrijven en coöperaties.

Ook dit interview met directeur Judith Maas van SDG Nederland is in het kader van het onderzoek afgenomen. We publiceren het verhaal als onderdeel van een drieluik over de SDG’s.

Wil je meer weten over de resultaten van het onderzoek dat we uitvoerden, of over de rol van de SDG’s binnen het bedrijfsleven? Lees dan dit artikel over de SDG Action Days.

Hoe een flexibel bedrijfsrestaurant zorgt voor een duurzaam voedselsysteem

Toen de coronacrisis twee jaar geleden toesloeg, werd Albron hard geraakt. Het bedrijf was verantwoordelijk voor de catering van 400 bedrijfsrestaurants die per 1 maart 2020 potdicht zaten, en tot op de dag van vandaag nog steeds niet op de volle honderd procent draaien. “Het heeft de hele markt veranderd”, zegt Mariska Sluijs, manager business development bij Albron. Het foodservicebedrijf moest mee veranderen om te zorgen dat er - ook in de anderhalvemeter-samenleving en alles wat daarna komt – de behoefte aan bedrijfscatering blijft. Maar dan op een andere manier. Responsive catering werd daarop het antwoord, wat zoveel betekent als dat de klant een stuk flexibeler is dan voorheen. Albron start met een dienstverlening die aansluit op de visie van de opdrachtgever en wat de gasten van het bedrijfsrestaurant willen. Denk aan een saladebar, curry’s of verspillingsvrije soepen. Vervolgens wordt elk half jaar geëvalueerd of de juiste modules nog aan staan. Als kan worden versneld op de visie van het bedrijf, of als de gasten toch behoefte hebben aan iets anders, kan dit worden gewijzigd. Een flexibiliteit die voor alle partijen handig is, ook met oog op eventuele verspilling. In totaal biedt Albron zestig modules aan. “Je moet het eigenlijk zien als verschillende legoblokjes,” zegt Sluijs. “Elke klant kan er zijn eigen bouwwerk van maken, door het continu aan te laten sluiten op de visie en feedback van de gasten. En de blokken passen allemaal op elkaar.” Lees ook: Israëlische start-up haalt 13 miljoen dollar op voor het maken van koemelk zonder koeHeel groen eten, of toch liever comfort food? Maar wat houdt zo’n module dan in? Veronique Simons is product group manager bij Albron en heeft de modules samengesteld. “Binnen de categorie soep hebben we bijvoorbeeld drie verschillende soorten. In de basis zijn het soepen met een bepaald smaak-, duurzaamheids- en gezondheidsprofiel. Maar je kunt ook een extra duurzame soep nemen, gemaakt van niet verspilde groente. Of de vitale module, soepen samengesteld volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum. Binnen elke assortimentscategorie kun je kiezen hoe duurzaam en gezond je het wilt maken, niet duurzaam kan niet.”Zonde, want de bedrijfscateraar wil het liefste iedereen meekrijgen in de transitie. Daarom vraagt Albron nu eerst aan de werknemers waar zij behoefte aan hebben. Zo kwam er bij de Volksbank uit onderzoek naar voren dat de meeste medewerkers graag balanced eten, in een bedrijfsrestaurant met de nadruk op gezonde voeding, en daarna kiezen voor comfort, waar meer comfortfood te krijgen is. Weinig medewerkers opteerde voor de favoriete keuze van de bestuurders: het meest duurzame restaurant, onder de naam green. “Dat is het tegenstrijdige wat je ziet,” zegt Sluijs. “De opdrachtgever wil het liefst zo groen mogelijk, maar de gast is daar nog niet klaar voor. Dus moeten we een groeiplan verzinnen, zodat we alle mensen kunnen meenemen in die duurzame transitie” Simons valt haar bij: “Wij pakken de mensen niet hun gehaktbal af, maar sturen ze richting de juiste keuze.” Vervolgens krijgt de klant, in dit geval dus de Volksbank, een voorstel voor de modules die hij aan kan zetten en die passen bij de behoefte van de klant en haar medewerkers. “Het bieden van de passende, gezonde en duurzame keuze en hierin richtinggevend zijn vinden we erg belangrijk”, zegt Johan Klerks, regievoerder bij de Volksbank en verantwoordelijk voor het welzijn van de medewerkers. “Met deze flexibele aanpak kunnen we samen met Albron op het vlak van eten en drinken de dingen doen die goed voor onze mensen zijn.”Meten is weten De klant kan ook precies zien hoe de bedrijfskantine scoort op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en daarnaast nog wat de CO2-voetafdruk van de kantine is. Dat staat in de zogenoemde impactmonitor. Ook de voedingswaarden, dus het gemiddelde percentage zout, suiker en kilocalorieën in de producten, wordt getoond. En daarnaast laat het de score zien op de eiwittransitie, waarbij eiwitten uit vlees meer vervangen worden door plantaardige opties. Simons: “De data zijn gebaseerd op de informatie van de inkoopafdeling, die alles keurig bijhouden als ze inkopen, en gaan altijd over het meest recente kwartaal. Je ziet ook het Albron-gemiddelde staan ten opzichte van de rest van de locaties. En als je op de productgroep klikt, kun je preciezer zien waar de CO2-uitstoot vandaan komt en daar gericht op sturen.” Ook de gasten die in het bedrijfsrestaurant komen, hebben straks meer inspraak: via de Yummy-app kunnen ze gerechten beoordelen. Daardoor weet Albron steeds beter waar de gasten op welke locatie behoefte aan hebben. “Doordat ze aangeven welke gerechten ze juist wel of juist niet lekker vonden, kunnen we gericht sturen. Zo kunnen we favoriete gerechten vaker op de kaart te zetten én ook verder verduurzamen. En als we nog meer informatie hebben, kunnen we straks een algoritme gebruiken om het lokale assortiment beter in te plannen”, zegt Simons. De app is nog in ontwikkeling, maar wordt in februari verwacht. Uiteindelijk moet responsive catering er vooral voor zorgen dat zowel de klant als ook de gasten meer inspraak hebben, waardoor Albron een beter passend assortiment kan aanbieden. Om zo klanten en medewerkers mee te nemen in de transitie naar een duurzaam voedselsysteem. Zeewier basis voor biertje Bavaria: hoe zit dat? Lees het hier.