Paul van Liempt 13 augustus 2021, 08:08

Werner Schouten: 'Ik wil graag de discussie aanjagen over wat vooruitgang betekent'

Voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging Werner Schouten praat gedreven over klimaat, veranderende waardenpatronen, ruimtevaart, Shell en de rol van zijn eigen generatie in de transformatie naar een samenleving waarin brede welvaart en zorg voor het klimaat voorop staan. “Ik hoop er in 2100 nog te zijn.”

Werner schouten door celine wagenmakers "Jongeren hebben meer zorgen over de toekomst en het klimaat. Maar er is een discrepantie tussen eraan denken en er aan doen. | Fotografie: Céline Wagenmakers

Werner Schouten (23) vindt integraal denken van essentieel belang. Duurzaamheid wordt in zijn ogen te vaak platgeslagen tot alleen het klimaat. Hij noemt het 'een gevaarlijke ontwikkeling', omdat juist dit reductionisme ons in de crisis heeft gezogen. Het gaat niet meer over biodiversiteit, grondstoffenschaarste of sociaal kapitaal, maar alleen nog over het verminderen van CO2-uitstoot. Om te doorgronden hoe de complexe systemen van deze tijd werken heb je juist meerdere disciplines nodig. Vernauw de discussie over klimaatverandering daarom niet tot een debat over alleen maar CO2-reductie, vindt hij. En kijk bij de energietransitie niet alleen naar economie en technologie, maar ook naar sociaal- en menselijk kapitaal.

Producten die niet ten koste gaan van mensenrechten 

True Price, de echte kostprijs van producten, noemt hij een essentiële voorwaarde voor een nieuwe economie. Een economie die het niet meer toelaat dat je producten ontwikkelt die ten koste gaan van mensenrechten of de toekomst van jonge generaties. Door het instrument van True Price te hanteren weet je wat je effectieve klimaat- of sociale schade is. “Daar heeft het gros van het bedrijfsleven geen idee van”, zegt hij.

Op een rustige zomerse namiddag praten we op het terras van café-restaurant Dauphine in Amsterdam over klimaat, vooruitgang, brede welvaart en de belangrijke rol van jongeren in de transformatie die gaande is. Schouten spreekt weloverwogen, zelfverzekerd en goed geïnformeerd, maar zonder spoor van arrogantie. Eerder ingetogen, dan als een overenthousiaste koopman of dominee die een boodschap aan de man wil brengen.

Elegante formulering in plaats van schrille toon

Bewonderenswaardig volwassen en evenwichtig voor een begin twintiger. Voor iemand ook die op jonge leeftijd als voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging het thema namens zijn generatie in twee jaar tijd vol op de kaart heeft gezet. De talloze ontmoetingen met ministers, CEO's en andere hoge vertegenwoordigers uit de polder, vergezeld gaande van de bijbehorende schouderklopjes, hebben zijn ego niet op hol doen slaan. Daarvoor is hij te veel op de inhoud gericht en zich volledig bewust van de ernst van de situatie waarin we verkeren. Hij hanteert liever de elegante formulering dan de schrille toon. Maar dat we vaart moeten maken met de energietransitie om een leefbare wereld in stand te houden is bij hem diep verankerd.

Per 1 oktober vertrekt hij als voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging. Hij staat pas aan het begin van een veelbelovende loopbaan, waarbij hij in eerste instantie denkt aan de oprichting van een denktank om de maatschappelijke discussie over sociale innovatie en vooruitgang aan te jagen. “Helaas is Nederland niet echt een denktank-land, maar ik zoek naar iets in die richting.”

Waarom is een denktank zo'n goed instrument?

“Omdat we in deze tijd van pragmatisme, waarin het opportunisme heel hardnekkig is, een fundamentele waarden-gedreven discussie nodig hebben over de opbouw van een nieuwe economie die verder reikt dan de korte termijn. Deze tijd vraagt om een gedeeld frame, om iets dat je samen oppakt. Kijk naar het watermanagement in Nederland, naar de rol van de Deltacommissaris. Daar is weinig politieke discussie voor nodig, we begrijpen het belang allemaal. Het klimaat is nog niet zover. De intellectuele armoede rondom duurzaamheid is groot.”

Merkte je dat ook bij de extreme wateroverlast in Limburg?

“Vooral in termen van leiderschap merkte je dat overduidelijk omdat je het heel goed met Duitsland kon vergelijken. Het contrast in Nederland met Merkel kon niet groter. Ze maakte meteen de link met het klimaatbeleid en legde ter plekke de koppeling tussen klimaat en watersnoodramp aan de samenleving uit. Rutte wilde die connectie juist niet zo snel maken. Klimaatverandering bonst harder op de voordeur dan ooit, we zitten in een enorme crisis, maar de demissionair minister-president laat na de koppeling te maken als iedereen toekijkt. Als ons niet wordt uitgelegd wat de volle hevigheid is van de problematiek waar we middenin zitten, moet het je ook niet verbazen dat je met de energietransitie weerstand oproept bij burgers.”

Het contrast met het coronabeleid kan ook niet groter

“Zeker! Rutte maakte dat tot Chefsache. Hij vertelt wekelijks op televisie dat hij moeilijke maatregelen moet nemen waar niemand op zit te wachten. Dat het de maatschappij veel geld kost. Hij heeft er een gezamenlijk verhaal van gemaakt waarvoor hij bij de meeste mensen begrip vond. Het klimaatverhaal vertelt hij niet, en de overheid ook niet, wat tot veel mist en desinformatie leidt. Er is geen eenduidig verhaal verteld waardoor de markt aan de haal kan gaan met het klimaatverhaal. Het is hoog tijd om een OMT van het klimaat op te richten.”

Maar dan wel graag van een bredere samenstelling dan dit OMT, met alleen virologen en epidemiologen

“Natuurlijk, je moet meerdere disciplines bij elkaar brengen. Naast de klimaatdeskundigen ook technische wetenschappers, economen en gedragsdeskundigen. Uiteindelijk moet de wetenschap leidend zijn in de opties die worden aangeboden. Daarna moet het parlement besluiten wat er gebeurt. Nu kunnen politici nog willekeurig shoppen in klimaatopties die ze goed uitkomen, met als gevolg dat klimaatbeleid tekortschiet en weinig samenhang heeft.”

Geraakt in Koreaanse achterstandswijk

Werner Schouten weet dat hij aan het begin van een lange reis staat, maar is er tot in zijn vezels van overtuigd dat hij het verhaal van de energietransitie, waarin brede welvaart, een beter klimaat en een ander waardenpatroon samengaan, tot het eind van zijn leven trouw zal blijven. Het heeft alles te maken met een krachtig rechtvaardigheidsgevoel waarvoor het zaadje werd geplant in Zuid-Korea. Hij wilde zijn technische opleiding aan de Universiteit Twente verbreden met vakken als business en psychologie en volgde daartoe een Summerschool aan een universiteit in Zuid-Korea, 'een soort paleisje.' Twee stappen buiten die 'spic en span' universiteit liep hij een heel andere realiteit binnen, de wereld van de minder bedeelde Zuid-Koreanen. Smalle straatjes met elektriciteitskabels die boven de weg uitkwamen en vervallen huisjes.

Elke ochtend wandelde hij door die achterstandswijk naar de universiteit en kwam telkens op ongeveer dezelfde plek dezelfde vrouw tegen. Op zijn iPad laat Schouten een foto zien van een vrouw van een jaar of vijfenzeventig met een gebochelde rug, met een rekje op haar rug met het karton dat ze verzamelde voor de verkoop, om haar schamele inkomen aan te vullen. Communiceren was onmogelijk, maar ze begroeten elkaar altijd met een grimas of een knikje. Hij maakte gebruik van een app op zijn smartphone die hem waarschuwde als er vuile lucht zijn kant op kwam, zodat hij een mondkapje voor kon doen. Zij was nooit beschermd, terwijl ze het grootste deel van de dag op straat doorbracht. Hij zat acht tot tien uur binnen, in de beschermde omgeving van de universiteit. Terwijl hij alleen al door de vlucht naar Zuid-Korea meer CO2 had uitgestoten dan zij in haar hele leven had gedaan. En zij ondervond er de nare gevolgen van. Na een korte pauze: “Als dat je raakt, niet alleen in je hoofd, maar ook op het niveau van je hart, dan moet je daar iets mee doen.” Het is precies deze ervaring die hem nooit meer los heeft gelaten en voor altijd de drijvende kracht achter zijn missie zal zijn.

Speelt de missie voor een betere wereld ook op individueel niveau?

“Het speelt op alle niveaus, anders zit je voor je het weet in een soort ongeorganiseerde verantwoordelijkheid vast, in de trant van: ‘Ik kan wel een vegetarische schnitzel eten, maar de impact van Shell is veel groter, dus mijn bijdrage doet er niet toe.’ Je wijst naar de ander, die moet het normeren. De overheid wijst naar bedrijven die weer naar klanten wijzen. Zo blijven we naar elkaar wijzen en vastzitten in georganiseerde onverantwoordelijkheid. En dat terwijl een beter klimaat juist overal begint. De rechter in de Shell-zaak zei: ‘Het is niet alleen de verantwoordelijkheid van landen dat ze het akkoord van Parijs halen, maar ook van ieder bedrijf op zich.’ Met die ene zin prikte ze de georganiseerde onverantwoordelijkheid door. Dat vond ik hoognodig.”

Shell probeert het zo: 'Als wij een groot olieveld uit Amerika weghalen, komt er misschien een private equity partij die het overneemt en nog vervuilender is.' Een soort gelijke redenering als na het vonnis van de rechter in Nederland

“Onderdeel van het vonnis is juist dat als er minder olie wordt ontwikkeld, het tot minder gebruik van olie leidt. Je moet er systemisch naar kijken: het vonnis draagt bij aan risico's voor andere partijen die in zo'n olieveld investeren. Je weet dat je ook zo'n uitspraak aan je broek kunt krijgen. Ik vind het treurig dat we hiervoor naar de rechter moeten stappen. Blijkbaar zijn we er als samenleving niet toe in staat dit zelf te regelen. Dat Shell in hoger beroep gaat is helemaal treurig. CEO Ben van Beurden denkt dat zijn strategie juist is en hij op de goede weg zit. Maar het is de weg van de kortzichtige korte termijn.”

Shell werkt natuurlijk ook met veel hoogwaardige, technisch vooraanstaande mensen. Wil je toch dat ze zichzelf uiteindelijk opheffen?

“Shell heeft veel knappe koppen in dienst. Ze weten heel veel van de bodem. En ze kunnen goed complexe projecten draaien. Er wordt schaliegas uit de zee gehaald bij Australië met een drijvende boot, dat is een ontzettend ingewikkeld project waar zij wel toe in staat zijn. Complexe miljardenprojecten zijn ook heel hard nodig voor de energietransitie. Je moet ook waterstofeilanden bouwen in de Noordzee. En grootschalige windparken opzetten. Of CO2 in de grond opslaan. Daar heb je die talenten voor nodig.”

Waarom willen ze hier niet aan?

“Omdat ze vastzitten in een gestolde vorm van meestribbelen, wat ze zelf zien als actief leiderschap. Ze vinden dat ze er alles aan doen om de energietransitie te versnellen, maar ze willen slechts 20 procent van hun relatieve uitstoot tot 2030 reduceren. Er liggen zoveel meer kansen, ook als je ziet dat Shell meer investeert in marketing dan in hernieuwbare energie. Ze paaien nu ook de aandeelhouders door voor miljarden eigen aandelen in te kopen. Had dat geld in de energietransitie gestopt. Dan kun je toch niet met droge ogen volhouden dat je volledig inzet op de energietransitie?'

Kunnen we het ons veroorloven snel van olie en gas af te gaan?

“Je moet de gaskraan niet binnen een paar jaar dichtdraaien. Je kunt er als samenleving wel een grote gezamenlijke opgaaf van maken hoe je er zo snel mogelijk af kan. Maar het ideaal van hernieuwbare energie in 2040 is makkelijk haalbaar. Het rapport van het Internationaal Energie Agentschap geeft aan dat er geen nieuwe exploratie nodig is, wil je onder je carbon-budget blijven.”

In de beeldvorming wordt nog veel angst gecreëerd. Als we te snel afscheid nemen van fossiel zitten we in de winter af en toe in de kou

“Fascinerend hoe dat werkt. Na de presentatie van de Green Deal zag je ook in de media alleen negatieve beelden en angstvorming: wat betekent dit voor de prijs aan de pomp? Alleen dat soort vragen. Ik dacht: waarom concentreren we ons op wat we in potentie kunnen verliezen, in plaats van op wat we kunnen winnen als samenleving? Bossen en steden staan in brand in Griekenland, Siberië, Turkije een Canada. Wanneer gaan we dat eens aan elkaar koppelen?”

We hebben welvaart opgebouwd in het Westen die we niet willen prijsgeven. Die vraag over de prijs gaat ook over de dreigende tweedeling arm-rijk. Wie betaalt de rekening?

“Die tweedeling moet je voorkomen. Klimaatverandering kan nooit zonder herverdelingsvraagstukken. Dat moet samengaan. Maar we moeten vooral ook naar de baten kijken: geen bosbranden en overstromingen meer.”

Is kernenergie een optie?

“Daar zeg ik niet a priori nee tegen. Als je de risico's goed kunt afdekken is het een optie om te overwegen, maar het is wel duur. Op één, twee en drie staat voor mij toch hernieuwbare energie. De politiek moet ook meer geld in het klimaat durven steken. Er gaan miljarden naar welzijn en zorg, naar onderwijs en naar defensie, allemaal belangrijk. Maar er gaat maar 0,8 procent van ons overheidsbudget naar het klimaat. Daar is nog een wereld te winnen.”

“Ik hoop hier nog te zijn in 2100”

Werner Schouten pleit hartstochtelijk voor meer diversiteit in de boardroom en in het toezicht. En dan doelt hij vooral op meer jonge vertegenwoordiging in Raden van Commissarissen en Raden van Bestuur. Juist vanwege de snelle voortgang van digitalisering en de transitie naar een brede welvaart komt de kennis en kunde van een aanstormende jonge generatie goed van pas, vindt hij. Het kan op termijn een deel van je aandeelhouderswaarde kosten als je er niet in investeert, waarschuwt hij. Juist omdat je een product van je tijd bent, hebben jongeren meer voelsprieten voor digitalisering en de rol en ontwikkeling van klimaat en brede welvaart. “Ik hoop hier nog te zijn in 2100”, zegt hij, om het perspectief aan te geven. Daarom hoopt hij ook dat bedrijven hun focus naar die tijd verleggen. Schouten verwijst naar de term 'Future Self Identification.' Jongeren kunnen zich voorstellen wie ze zijn in 2050 en kunnen daar makkelijker nu op anticiperen zodat ze dan ook nog fijn kunnen leven.

Nadeel is dat jongeren snel met andere modes meegaan. Hoe weet je dat ze blijvend aan de brede welvaart blijven werken op een invloedrijke post, zodat jij bijvoorbeeld over tien jaar geen tweede Ben van Beurden wordt?

“Haha, dat zou zonde zijn. Maar het is waar, je moet ervoor oppassen. Het waardenpatroon van jongeren is vloeibaar. Dat transformatieve kun je behouden door een sterke, op maximaal 1,5 graden opwarming gerichte groep, bij elkaar te houden. Als het een team-effort is, is de kans groter dat het langer meegaat. En je kunt ze mixen met huidige bestuurders die er net zo over denken. Die bomen willen planten in een schaduw waar ze zelf nooit zullen staan. Die huidige bestuurders zijn van belang voor de solidariteit die je zoekt.”

Hoe groot is de groep jongeren die de wereld wil transformeren?

“Een bepaald bewustzijn is over de hele linie groter dan bij andere generaties. Het aantal vegetariërs van mijn generatie is het dubbele van de rest. We hebben meer zorgen over de toekomst en het klimaat. Maar er is een discrepantie tussen eraan denken en er aan doen. We zijn ook opgegroeid in een tijd van goedkope vliegvakanties en het gemak van plastic prullaria die vanuit China hierheen wordt verscheept. Dus er is werk aan de winkel.”

Hoe staat het met jouw vliegschaamte?

“We krijgen steeds meer last van klimaatschizofrenie. Je ziet de gevolgen van vliegen en van ons consumptiepatroon steeds beter. Tegelijk word je nog continu verleid en aangemoedigd om te vliegen en te consumeren in alle online advertenties die langskomen. Daardoor is er een gat tussen duurzaam denken en duurzaam doen. Het oorspronkelijke argument om te vliegen was dat je nieuwe culturen ontmoet, waardoor er beter begrip voor elkaar ontstaat wat leidt tot wereldvrede. Ik ben in Zuid-Korea geweest en ik kan niet ontkennen dat dat en verrijkende ervaring was. Maar je ziet dat het gros van de mensen niet naar de andere kant van de wereld gaat voor de verrijkende ervaring, maar voornamelijk voor toerisme. Ik merkte dat in mijn reis met de trein door Europa en deed weinig ervaringen op die je verder brengen in je denken. Overal stuit je op gelijksoortige toeristische attracties. Zo'n reis is dan meer hedonisme dan vooruitgang. En ik weet ook dat duurzaam vliegen binnen dertig jaar onmogelijk is. Vraag je dus af wat je prioriteiten zijn en of dat ook zonder vliegen kan. Ik heb daarom besloten niet meer te vliegen.”

De belangrijke vraag wat vooruitgang betekent kwam ook weer los na de ruimtevaartreizen van de beroemde miljardairs

“Je zag twitter ontploffen. Veel mensen vonden het zonde van het talent dat die ruimtevaartraketten zijn ontwikkeld. Dat talent hadden ze kunnen aanwenden voor maatschappelijk belangrijker zaken. Ik vond het opmerkelijk dat die vraag niet eerder al in andere gevallen werd gesteld. Waarom halen we die prullaria uit China via AliExpress? Waarom steken bedrijven zoveel talent in het bedenken van een nieuw ijsje voor de zomer? Of het optimaliseren van een like-button op Facebook? Is dat het echt waard om al die Research & Development gelden daar aan te besteden? Als de onzinnigheid er heel dik bovenop ligt, zoals bij ruimtevaarttoerisme, gaan we de discussie over vooruitgang wel aan, bij andere zaken nog niet.”

Wat is vooruitgang?

“Het gaat vooral over het leven meer betekenis geven, meer dan over het leven gemakkelijker maken. Coolblue zorgt ervoor dat je je winkelmandje nog soepeler kunt vullen. Of dat je je pakketje niet binnen vier, maar binnen één uur in huis hebt. Maar zijn dat investeringen die "in the end" bijdragen aan welzijn of een betere verbinding met elkaar? Die bedrijven weten wel wat ons echt gelukkig maakt, kijk maar naar de commercials die ze maken over families die gezellig samen zijn. Ze spelen in op waar we diep van binnen naar verlangen. Vervolgens verkopen ze je een zinloze gadget of auto die daar niet aan bijdraagt. Ik wil niemand die auto of die gadgets ontnemen, maar wel aangeven dat een ander consumptiepatroon een duurzamere vorm van welzijn oplevert. Ik zou daarom vaker de discussie willen voeren wat we vooruitgang vinden. Voor mij is het een leven met minder competitiedrang, waardoor je je veiliger voelt. Zodat er ook meer ruimte is voor solidariteit. Daarom moet je niet alleen bouwen aan technische innovatie, maar ook aan sociale innovaties om de energietransitie verder te brengen.”

Je stopt op 1 oktober als voorzitter van de Jonge Klimaat Beweging. Zou je daarna het jongste lid van een Raad voor Commissarissen willen worden?

“Daar sta ik zeker voor open. Maar ik wil ook over een denktank gaan brainstormen. Meedoen aan de Impact Economy Foundation, waar Michel Scholte een van de oprichters van is. Mijn studie Global Business Sustainability afmaken. En ik verheug me op een theatershow die ik ga maken komend najaar. Afgelopen jaren sprak ik met mensen uit de top van het bedrijfsleven en de overheid over klimaatverandering aan de hand van cijfers, rapporten en gepolitiseerde meningen. De vraag die ik in mijn theatershow oproep: waar is de mens in de transitie gebleven? We zijn zo geharnast in cijfers en rapporten dat we onszelf op afstand hebben gezet van het probleem. In mijn theatershow, die 'Klimaatspiegel' heet, zoek ik de kwetsbaarheid op wanneer ik mijn eigen CO2-verslaving onder ogen kom. Het op lange termijn vooruitkijken en het aanpassen van het waardenpatroon aan veranderende omstandigheden zijn twee belangrijke assets, maar hoe verhoud ik mezelf ertoe? Maak de klimaatcrisis tot iets van jezelf. Als het goed gaat betreed ik dan in 2100 een betere, nieuwe wereld.”

Een paar dagen na ons lange interview komt het IPCC-rapport naar buiten. De kernachtige reactie van Schouten: “Het IPCC-rapport schetst een afgrijselijk, maar herkenbaar beeld. Hopelijk is het een bijl aan de wortel van het luisterende oor van de politiek aan fossiele lobby's.”

On the way to PlanetProof: wat betekent het keurmerk?

PlanetProof heeft een lange geschiedenis, die teruggaat naar 1992. Toen ontstond Milieukeur, het keurmerk dat de Stichting Milieukeur (SMK) bedacht op initiatief van de ministeries VROM en Economische Zaken. “Het keurmerk kwam er om de productie en consumptie van duurzame producten te stimuleren”, zegt Wim Uljee, communicatiemanager bij SMK. “Maar Milieukeur groeide hard in de agrifood-sector en bleek geen ‘sexy’ naam voor food, dus werd het in 2018 omgedoopt tot On the way to PlanetProof.”Het keurmerk staat voor minder impact op het milieu dan de gangbare teelt. Zo worden bij de productie tussen de 25 tot 50 procent minder bestrijdingsmiddelen gebruikt, wordt er minder kunstmest gebruikt, zuiniger omgegaan met water en energie, en worden de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen verminderd.Kortom, een keurmerk dat staat voor verduurzaming. De eisen worden ieder jaar strenger. “Vandaar dat ‘On the way’ ervoor staat”, zegt Uljee. “Om uiteindelijk uit te komen bij een landbouwproductie die in balans is met de draagkracht van de aarde. Afgelopen jaren hebben we de eisen jaarlijks strenger gemaakt. Komend jaar doen we dat niet, om de sector wat rust te gunnen.”Het keurmerk is er voor aardappelen, groenten en fruit, zuivel, eieren, verwerkte producten en bloemen en planten. Voor elk onderdeel verschillen de eisen, maar het uitgangspunt is altijd dat het product het milieu minder zwaar belast dan vergelijkbare producten uit de gangbare teelt, en dat de eisen bovenwettelijk zijn.Lees ook: Veevoer met 90 procent minder land dankzij microben en zonlichtGroenten, bonen en peulvruchtenDe rodekool van Hak draagt al sinds 2019 het keurmerk, en het bedrijf ligt op schema om dit jaar al haar Nederlandse groenten en peulvruchten (85 procent van het assortiment) gecertificeerd te krijgen. Wat komt daar allemaal bij kijken? “De telers moeten aan 36 eisen voldoen en in onderdelen van het teeltproces aanpassingen doorvoeren”, zegt Yolanda van Grootel, woordvoerder bij Hak. “Die eisen gaan vooral om verbetering van de bodemvruchtbaarheid, inzet van minder en natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen en het zoveel mogelijk mechanisch bestrijden van onkruid. Maar er zijn ook eisen ten aanzien van goed waterbeheer en het bevorderen van de biodiversiteit in en om het areaal.” Volgens Van Grootel zorgt dat voor minder uitstoot van stikstof en fosfaat door beperking van mestgebruik, is het oppervlaktewater schoner en zijn er meer nuttige insecten en vogels op het land, als natuurlijke vijand van het ongedierte.Maar waarom vindt Hak dit het juiste keurmerk om op alle producten door te voeren? “Het is het meest optimale systeem als het gaat over de combinatie tussen verduurzaming, grootschalige lokale teelt en opbrengstzekerheid”, zegt Van Grootel. “Deze drie aspecten zijn noodzakelijk om grote stappen te zetten bij het verduurzamen van de teelt, want het systeem wordt steeds strenger en de lat ligt elke keer weer hoger.”Kan zuivel wel duurzaam zijn?Ook de melk van FrieslandCampina draagt het keurmerk, terwijl koeien voor veel methaanuitstoot zorgen, een veel sterker broeikasgas dan CO2. En uit het recent verschenen IPCC rapport werd nogmaals duidelijk hoe belangrijk het is dat alle broeikasgassen zo snel mogelijk worden teruggedrongen. Uljee van Stichting Milieukeur snapt de scepsis. “Maar melk en zuivel worden toch wel geproduceerd, en dan kun je beter de impact die de grote industrietak op het milieu heeft verminderen door te verduurzamen.”Zo worden er voor de On the way to PlanetProof-melkveehouders eisen gesteld aan de biodiversiteit, het klimaat en dierenwelzijn. “Melkveehouders zijn verplicht groene stroom af te nemen of op te wekken, en fossiele energie is een no go. Ook zijn er normen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gesteld, wordt er minder geploegd zodat CO2 in de bodem wordt vastgelegd, staan de koeien minimaal 120 dagen per jaar in de wei en moet 50 procent van het veevoer van eigen land komen.”Vervolgens controleren onafhankelijke certificatie-instellingen gemiddeld één keer per jaar bij alle keurmerkhouders, van teler tot melkveehouder, of alles in de haak is. En SMK ontvangt voor ontwikkeling en beheer van het keurmerk een financiële bijdrage van de keurmerkhouders.Luister nu de podcast met Jouri Schoemaker van Pieter Pot: 'De duurzame keuze moet verleidelijk zijn'De supermarktenAlle supermarkten verkopen al groent- en fruit met het keurmerk, behalve de Albert Heijn: die heeft daarvoor een eigen label in het leven geroepen, ‘Beter voor Koe, Natuur & Boer.’ Best verwarrend voor de consument. Zijn er sowieso niet veel te veel keurmerken? “Nee”, zegt Uljee resoluut. “Er zijn niet teveel keurmerken, maar wel teveel labels en logo’s. Het is belangrijk om daar onderscheid in te maken.” Logo’s zijn bijvoorbeeld het vegan en vega-vinkje, keurmerken zijn bijvoorbeeld Fairtrade, biologisch en Beter Leven. “Het probleem met logo’s is dat ze niet altijd even transparant en betrouwbaar zijn. On the way to PlanetProof is dat wel, en staat daarom ook in de top 10-voedselkeurmerken opgesteld door Milieu Centraal.”Maar het keurmerk mag volgens Uljee zeker nog bekender worden bij de consument: de naamsbekendheid ligt nu tussen de 40 en 50 procent. Daarom staat er voor komend najaar het één en ander gepland qua communicatie in de supermarkten. “Alle losse groente en fruit die in de supermarkten worden verkocht zijn vaak On the way to PlanetProof geteeld, maar de supermarkten mochten dat nog niet uitdragen, omdat ze daarvoor zelf ook gecertificeerd moeten zijn. De Jumbo en de Aldi zijn dat sinds kort, dus die gaan daar nu voluit over communiceren.”Ook is SMK bezig met het aanleggen van een database, waarbij de prestatie van keurmerkhouders kan worden vergeleken met die van gangbare boeren. “Zo kunnen we echt aantonen dat het duurzamere producten oplevert”, zegt Uljee. Dat staat voor 2022 op de rol. En zo wordt het voor de consument ook inzichtelijker, wat uiteindelijk weer bij moet dragen aan het vertrouwen in, en de bekendheid van het keurmerk.Lees ook: Wat zet je op tafel als je zo duurzaam mogelijk wilt eten?