Marc Seijlhouwer 15 september 2020, 14:53

Alle grote techbedrijven willen klimaatneutraal zijn. Is dat zo makkelijk?

Gisteren kondigden zowel Google als Facebook grootse ambities aan voor hun CO2-uitstoot. Google wil met terugwerkende kracht alle uitstoot compenseren, en vanaf 2030 helemaal uitstootvrij opereren. Ook Facebook heeft die ambitie. Kunnen techbedrijven echt zo snel groener worden?

Deepmind datacentrum datacentra google

De aankondigingen van Google en Facebook verschenen allebei gisteren. Eerder kondigden Apple en Microsoft al ambities voor 2030 aan. Alleen Amazon, de laatste van de ‘Big Five’ in de techindustrie, loopt nog achter met een ambitie voor 2040. Dat is begrijpelijk; Amazon bezorgt immers ook pakketjes, een sector die zich veel minder makkelijk laat vergroenen dan de techwereld, waar stroom de belangrijkste factor is.

5 gigawatt duurzame stroom en batterijen

Facebook zegt nu al 5,4 gigawatt aan nieuwe zon- en windprojecten besteld te hebben. Google wil ook 5 gigawatt installeren, en heeft het verder over batterijen om stroom op te slaan voor momenten dat er geen wind of zon is. Een datacenter moet immers dag en nacht draaien.  Nu draaiden de datacentra van Google al op 100 procent duurzame stroom, maar ze waren niet koolstof-neutraal. Dat moet binnen tien jaar veranderen. De eerder bereikte 100 procent duurzame stroom gebeurde namelijk met compensatie: de momenten dat de datacentra fossiele stroom nodig hadden, kocht Google elders groene stroom in, zodat het bedrijf netto op 100 procent groene stroom draaide.

Lees ook: In 2030 moet de iPhone klimaatneutraal zijn

Nu gaat Google dus een stap verder: er mag geen druppel fossiele brandstof meer gebruikt worden voor datacentrum-stroom. Daarmee steekt het bedrijf alle anderen naar de kroon. Facebook wil bijvoorbeeld ‘slechts’ netto nul in 2030 bereiken. Hetzelfde geldt voor Apple en Microsoft, hoewel Apple ook de productie van hun telefoons compenseert, wat meer werk is dan het compenseren van alleen elektriciteit.

Op dit moment is 61 procent van Googles stroomverbruik duurzaam en lokaal, laat een woordvoerder weten. In tien jaar moet de andere 39 procent, waarvoor nu gecompenseerd wordt, dus ook draaien op lokale stroom. Dat betekent ook dat Google niets meer hoeft te compenseren; in 2018 compenseerde het bedrijf nog 750.000 ton CO2.

1 procent van de stroom op aarde

De techbedrijven houden elkaars klimaatambities duidelijk nauwlettend in de gaten; binnen een maand kondigden ze allemaal nieuwe milieuplannen aan. Dat betekent niet dat de hele sector meteen groen is. Wereldwijd verbruiken datacenters ongeveer 1 procent van alle elektriciteit, en dat aandeel zal waarschijnlijk groeien; de vraag naar digitale diensten stijgt namelijk gestaag. De grote jongens willen nu het goede voorbeeld geven, op weg naar een toekomst waarin er geen fossiele stroom meer nodig is voor digitale infrastructuur. Als dat nu goed geregeld wordt, kan dat in de toekomst veel ellende schelen.

Lees ook: Datacenters Microsoft draaien op groene stroom

Bron: Facebook/Google | Beeld: Google

Maak plaats voor de elektrische deelauto: ‘de grootste concurrent van de eigen auto’

DuurzaamBedrijfsleven wordt uitgenodigd in Rotterdam, één van de drie steden waar Sixt Share is uitgerold. Aangezien we vanuit Amsterdam komen, gaf dit ons gelijk de gelegenheid om het concept te proberen. Volgens Sixt is het doodeenvoudig: ‘App downloaden. Registeren. Rijden.’ En veel meer dan dat is het inderdaad niet. We openen de app en zien vervolgens op een kaart de locatie van honderden beschikbare auto’s in de stad.We kunnen kiezen tussen een Volkswagen Golf, Nissan Leaf, BMW i3, Skoda Citigo, Seat Mii en een Jaguar I-Pace. We gaan natuurlijk voor de dichtstbijzijnde. Heb je mazzel, dan moet je twee minuten lopen, met pech tien. Je opent de auto met de app, stapt in, en de teller begint te lopen. Voor een vast bedrag per minuut. Een klein uur later zijn we op onze bestemming in Rotterdam. Uiteraard leggen we de auto keurig aan een laadpaal voor de volgende gebruiker.Delen, vroeger en nuSixt is niet de eerste die de elektrische deelauto introduceert. Al in 1968 maakte Amsterdam kennis met Witkar, een elektrisch voertuig voor het collectief. Dit initiatief had toen al als doel om autoverkeer en luchtverontreiniging in de stad te minderen. Voor een gulden per kilometer kon je met een witkar in de binnenstad van Amsterdam rijden. Sindsdien zijn grote sprongen gemaakt. In 2019 telde Nederland 51.149 deelauto’s en de ambitie in de Green Deal Autodelen II is dat dit er in 2021 100.000 zijn. De naar schatting 515.000 autodelers in Nederland (in 2019) moeten dan in 2021 uitgroeien naar 700.000.Sixt Share doet nu een flinke duit in het zakje. In de drie steden zijn honderden elektrische auto’s geplaatst die nu allemaal onderdeel zijn van de vloot van Sixt. Deze vloot is dynamisch doordat Sixt gemakkelijk de functie van zijn auto’s kan veranderen, naar één van de drie services die het platform aanbied: autoverhuur, taxidiensten, en nu dus carsharing. Allemaal te bedienen en boeken via één enkele Sixt app.Concurrent van eigen autoDeelauto’s hadden we al, maar Sixt Share is nieuw. “We zijn het eerste interstedelijke platform met zes verschillende, geheel elektrische auto’s”, vertelt Kenan Aksular, van Clearwater Innovations als partnership manager bij Sixt Share. Share is operationeel in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Dit betekent dat je van plek A naar B kan rijden zonder dat je de auto terug hoeft te brengen naar A. En op plek B kun je overal in de stad gratis parkeren op elke openbaar toegankelijke parkeerplaats. Daarnaast is het mogelijk om de auto in te leveren op Schiphol, Rotterdam Airport of bij één van de negentien Sixt-vestigingen in Nederland, zodat bijvoorbeeld ook Groningen en Maastricht te bereiken zijn.Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving kwam al in 2015 naar voren dat bijna een derde van de autodelers in Nederland de eigen auto weg doet of geen (extra) auto aanschaft. Ook rijden autodelers 15 tot 20 procent minder kilometers dan voordat zij de auto deelden.  “Bestuurders kijken eigenlijk alleen naar de variabele kosten zoals benzine, maar vergeten daarbij afschrijvings- en parkeerkosten”, zegt Aksular. “Maar als mensen kunnen vertrouwen op het aanbod van deelauto’s, gaan ze de kosten van hun eigen auto heroverwegen. In feite zijn we dus een concurrent van je eigen auto.”Aansluiting met bestaande mobiliteitSixt Share moet gezien worden als een aanvulling op het totale mobiliteitsaanbod. “Hiervoor zijn we druk in gesprek met ov-organisaties, gemeenten en grote bedrijven”, vertelt Aksular. “En natuurlijk willen we ons platform uitbreiden naar nog meer grote steden zoals Utrecht en Eindhoven.” Volgens Aksular is samenwerking cruciaal voor het succes van deelmobiliteit. “In een tram passen 216 mensen, in een auto vier. Met andere woorden: we zijn geen concurrenten van elkaar. We zijn juist complementair en onderdeel van één groot ecosysteem.”Vloot wordt digitaalAl in 2010 werkte Sixt samen met BMW aan een platform met deelauto’s: DriveNow. Hoewel BMW in 2018 de aandelen van Sixt overnam, bleef veel kennis en kunde bij Sixt. “Eigenlijk is Sixt hierna meteen doorgegaan met de ontwikkeling van de app en het digitaliseren van de vloot”, vertelt Aksular. “Als je vloot digitaal is, kun je eenvoudig van een huurauto een deelauto maken en vice versa.” Op deze manier kan Sixt adequaat inspelen op trends in de markt. “Wij willen dat onze auto’s zoveel mogelijk rijden.” En hier is veel te winnen: “De Nederlandse auto staat ongeveer 95 procent van de tijd stil. En dat terwijl auto’s veel plek in beslag nemen.”Meer woningen, minder parkeerplekkenGebiedsontwikkeling is een hot topic voor veel gemeenten vertelt Aksular. “Amsterdam wil tot 2025 52.500 woningen bij bouwen, maar tegelijkertijd heeft het de ambitie om tot 2025 ruim 10.000 parkeerplekken te schrappen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar benadrukt ook de noodzaak van alternatieve mobiliteitsoplossingen.” Amsterdam erkent dit ook en heeft het aantal stadsparkeervergunning voor elektrische deelauto’s uitgebreid van 350 in 2011, naar 2.500 in 2020.Corona verdrukt leaseEen autoverhuurmodel dat naar alle waarschijnlijkheid door veel grote bedrijven heroverwogen gaat worden is de zakelijk leaseconstructie. De coronapandemie lijkt blijvende sporen na te laten in de woonwerkverdeling van veel mensen. Waar voorheen nog vijf dagen in de week het kantoor werd bezocht, lijkt nu twee of drie dagen thuiswerken het nieuwe normaal. “Van de zeven dagen in de week dat je een leaseauto had, waren er vijf voor werk en twee voor jezelf. Maar waarom zou je nog een auto voor zeven dagen krijgen, als je maar twee of drie keer in de week naar kantoor gaat?”, vraagt Aksular zich af. Grote bedrijven zullen dus ook op zoek moeten naar andere oplossingen. En hier lijkt een grotere rol weggelegd voor het totale mobiliteitsaanbod, van deelauto tot OV en fiets.Onderdeel van energietransitieIn de toekomst ziet Aksular nog meer samenwerkingen met verschillende partijen voor zich. Hij verwacht dat Sixt Share ook een rol kan spelen in de energietransitie. “We zijn met energieleveranciers in gesprek om te sparren over de benodigde laadinfrastructuur als elektrische auto’s straks het straatbeeld beheersen. Kunnen we bijvoorbeeld onze vloot slim laden, op tijdstippen dat het aanbod groene stroom groot en betaalbaar is? Of kan de deelauto straks ook stroom terug leveren aan het net?”Aksular merkt aan alles dat deelmobiliteit bij veel partijen leeft en dat iedereen graag het gesprek aangaat om de mogelijkheden te verkennen. "Ik verwacht dat de transitie van bezit naar gebruik straks gemeengoed is. Uiteindelijk kiezen mensen altijd voor gemak en dan is een mobiliteitsoplossingen als Sixt Share gewoon een ideale toevoeging. Lees ook: 5 manieren om van autodelen een succes te makenBeeld: Sixt/StudioHiske