Dimitri Reijerman 01 februari 2016, 10:27

Microsoft ziet kansen in onderzeese datacenters

Microsoft test waterdichte containers die op de zeebodem gecombineerd kunnen worden tot een datacenter. De containers worden daarbij direct door het zeewater gekoeld.

15113565826 a2c236dbdb k

Onder de naam Project Natick werken onderzoekers van Microsoft aan een nieuw concept voor toekomstige datacenters. Daarbij gaat het ontwerp uit van containers die gevuld worden met servers. Het afvangen van de warmte die de servers produceren verloopt via warmtewisselaars en door de ruimte te vullen met stikstof onder hoge druk.

Microsoft heeft een prototype van een datacontainer getest op 9 meter diepte voor de kust van Californië. Met honderden sensoren is het gevaarte in de gaten gehouden. De module bleef 105 dagen probleemloos draaien en heeft ook commerciële rekenklussen uitgevoerd voor het Azure-cloudnetwerk van Microsoft. Alle systemen in de containermodule zijn op afstand aan te sturen.

Volgend jaar wil Microsoft een grotere container testen. Daarbij gaat de softwaregigant samenwerken met een nog te selecteren bedrijf dat kennis in huis heeft op het gebied van golf- en getijdenenergie, of andere vormen van duurzame energieopwekking die rendabel zijn in de oceaan.

Efficiënte koeling

Het toepassen van datacontainers op de zeebodem kan in potentie veel energiebesparing opleveren, omdat zeewater een efficiënte manier van koeling biedt. Doordat koelingskosten een groot deel van de kosten uitmaken van een datacenter, biedt het concept toekomstkansen. 

Volgens Microsoft zijn er geen aanwijzingen dat het zeeleven nadelig wordt beïnvloed door de datacontainers. De geluidsproductie onderwater zou minimaal zijn en ook is met sensoren slechts een zeer kleine opwarming gemeten. Als er duurzame elektriciteit gegenereerd kan worden op de zeebodem is de opwarming zelfs netto nul.

Project Natick biedt nog een voordeel voor ICT-bedrijven: datacontainters kunnen tot dicht bij drukbevolkte gebieden worden geplaatst, ook bij steden waar grond en duurzame energiebronnen schaars zijn. Daarnaast zijn onderzeese datacontainerparken veel sneller aan te leggen dan de traditionele datacentergebouwen op land.

Een uitdaging vormt het stabiel laten draaien van onderzeese datacenters. Bij serverproblemen kan een medewerker immers niet direct fysiek ingrijpen. In de ogen van de ontwerpers moet een datacontainer vijf jaar autonoom kunnen draaien, mogelijk zelfs tien jaar. Het ontwerp van de containerbehuizing zelf moet daarnaast geheel recyclebaar zijn en zeker twintig jaar meegaan.

Bron: Microsoft | Foto: Microsoft

Windgas geeft boorplatforms op zee tweede leven

Offshore boorplatforms bij uitgeputte of onrendabele gasbronnen kunnen met de productie van waterstof een nieuwe functie krijgen. Dat blijkt uit een studie van Catrinus Jepma, professor Energie en Duurzaamheid aan de Universiteit Groningen.In het gehele Noordzeegebied raken op termijn 600 boorplatforms voor olie- en gas overbodig. Ook zal de Noordzee de komende decennia plaats bieden aan 30 tot 50 gigawatt aan offshore windparken.De variabele energieopbrengst uit de nieuwe windparken is volgens Jepma met elektrolyse-installaties om te zetten in ‘betaalbare duurzame waterstof’.De professor heeft goede hoop dat er al voor 2020 een pilotproject kan starten: “Binnen de sector heerst een sterke drive naar actie.”Alternatief voor onderzeese kabelsBelangrijk voor de businesscase is de inzet van de afgeschreven boorplatforms. “Olie- en gasbedrijven die platforms op de Noordzee uit bedrijf halen, kijken tegen hoge ontmantelingskosten aan”, zegt Jepma.Tegelijkertijd lopen ook de kosten en kabelverliezen voor het aan land brengen van windstroom op, naarmate ontwikkelaars windparken verder op zee bouwen.Als er nabij een windpark tientallen kilometers uit de kust een gasplatform beschikbaar is, dan is het volgens de studie van Jepma mogelijk interessant om de kosten voor de kabel uit te sparen. In plaats daarvan gaan de windparken direct op zee waterstof produceren.Betaalbare groene waterstofDe hernieuwbaar geproduceerde waterstof is vervolgens in pure vorm met schepen aan land te brengen. Ook kan het gas tot enkele procenten bijgemengd worden in de bestaande aardgasleidingen die van de platforms naar de kust lopen.Volgens Jepma zijn er goede marktkansen voor op deze wijze geproduceerde waterstof. De professor gaat er daarbij van uit dat waterstof uit hernieuwbare bron in de chemiesector of voor mobiliteitstoepassingen grofweg dubbel zoveel waarde heeft als waterstof uit fossiele bronnen.Het Energy Delta Institute voerde de studie uit in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Nogepa, de Nederlandse brancheorganisatie voor de olie en gasindustrie. In een vervolgstudie in samenwerking met partijen uit de olie- en gassector, en Energie Centrum Nederland (ECN) werkt Jepma verschillende cases uit. Daaruit zal moeten blijken of er in concrete gevallen inderdaad een businesscase te maken is. Foto: Kim Hansen (side) & Glenn Beltz (header), via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)