Hidde Middelweerd 07 november 2022, 10:00

Een circulaire en CO2-neutrale procesindustrie in 2050, hoe krijgen we dat voor elkaar?

Nagenoeg alle producten waar wij dagelijks gebruik van maken, worden gemaakt door de procesindustrie. Van cosmetica en voedingsmiddelen tot staal en plastic. Een gigantische sector dus, die in de aankomende decennia ook voor een gigantische uitdaging staat: volledig circulair en CO2-neutraal worden. Hoe gaat de procesindustrie die monsterklus klaren?

Adobe Stock 330519143 De procesindustrie is een gigantische sector, die het gros van de producten maakt waar we dagelijks gebruik van maken. | Credits: Andrey Armyagov via Adobe Stock

De transities die bedrijven binnen de procesindustrie moeten maken, worden steeds complexer. Zo complex zelfs dat ze het niet langer alleen kunnen. “De circulaire economie is daar een uitstekend voorbeeld van. Oplossingen en innovaties die daaraan bijdragen, vereisen altijd samenwerking tussen meerdere bedrijven, in meerdere schakels van de keten”, zegt Tjeerd Jongsma, algemeen directeur van het Institute for Sustainable Process Technology, of kortweg ISPT. Het Amersfoortse innovatieplatform heeft een duidelijk en ambitieus doel voor ogen: een CO2-neutrale en circulaire procesindustrie in 2050.

Om dat doel te behalen, zijn sector-overstijgende samenwerkingen onmisbaar. Maar dergelijke (vaak unieke) samenwerkingen zet je niet zomaar op poten. “Daarom heeft de procesindustrie een onafhankelijke en betrouwbare partij nodig, die een veilige setting biedt waar dergelijke samenwerkingen kunnen ontstaan”, zegt Klaartje Rietkerken, director of operations bij het kennisinstituut. “Die partij is ISPT.”

Hoe geeft ISPT invulling aan die rol?

Rietkerken: “We hebben bovenal een regisserende en organiserende rol. We ontwikkelen verduurzamingsprogramma’s in samenspraak met de industrie, zetten de juiste mensen en bedrijven met elkaar aan tafel om daar invulling aan te geven en initiëren projecten die leiden tot een duurzamere procesindustrie. De resultaten daarvan communiceren we vervolgens naar de rest van BV Nederland, zodat iedereen ervan kan leren. Dit doen we met een team van gepassioneerde experts.”

Jongsma: “We vormen een community van meer dan 150 partners, die al jaren samenwerkt op basis van vertrouwen. Daardoor ontstaan oplossingen voor verduurzamingsvraagstukken die er anders niet waren geweest.”

Die oplossingen zijn hard nodig. CO2-neutraal én circulair worden, dat klinkt als een enorme uitdaging…

Jongsma: “Dat is het ook. De procesindustrie is momenteel verantwoordelijk voor zo’n 35 tot 40 procent van de totale CO2-uitstoot in Nederland. En je moet je realiseren dat die uitstoot in de afgelopen decennia al enorm is teruggedrongen. Energiebesparing, energie-efficiëntie, het verbeteren van systemen en processen… Nederland is een duur land, dus industriële bedrijven waren altijd al zo zuinig mogelijk. De volgende stap, waar we nu aan de vooravond van staan, wordt een disruptieve. Tot nu toe vond verduurzaming vooral binnen bedrijfsmuren plaats. Nu moeten bedrijven sámen impact gaan maken. Een grote uitdaging, maar ook een grote kans.”

Rietkerken: “Fossiele brandstoffen en olieachtige producten hebben bijvoorbeeld altijd aan de basis gestaan van de procesindustrie, maar hernieuwbare elektriciteit wordt de nieuwe norm. Dat is bijzonder ingrijpend: processen worden opnieuw ingericht, ketens opnieuw ingedeeld. Het illustreert hoe complex de transities tegenwoordig zijn. Het laaghangende fruit is grotendeels al wel geplukt. Nu moeten er echte keuzes gemaakt worden.”

Tekst gaat verder onder het kader.

Wat staat de procesindustrie precies te wachten in de aankomende decennia?

Jongsma: “De uitdagingen zijn grofweg op te delen in drie transities:
de energietransitie, de materialentransitie en de transitie in de
agrifood-sector. Elke transitie kent zijn eigen uitdagingen. Zo is
beschikbaarheid van energie een belangrijk vraagstuk in de
energietransitie. Is er straks genoeg duurzame energie beschikbaar om de
procesindustrie te laten draaien zoals die nu draait? Dat is verre van
vanzelfsprekend. Elk land wil immers tegelijkertijd de omslag naar
duurzame energie maken. Schaarste ligt
dus wel degelijk op de loer.”

Rietkerken: “Ook bij de materialentransitie is beschikbaarheid een
belangrijk vraagstuk. Nederland is bijvoorbeeld een grote producent en
exporteur van plastics. Als je dat (nu nog) lineaire systeem wil
ombuigen naar een circulair systeem, moeten de exportproducten op de een
of andere manier hun weg terugvinden naar ons. Dat is een grote
logistieke uitdaging, op internationale schaal.”

Jongsma: “De agrifood-sector is momenteel ook nog een zeer lineair
systeem en de beschikbare landbouwgrond raakt uitgeput. Dat moet anders
en de uitdagingen zijn legio. Hoe zetten we in op regeneratieve
landbouw? Hoe kunnen we de reststromen circulair maken? En hoe zorgen we
voor hoogwaardige, minder bewerkte voedingsmiddelen? Met al die
vraagstukken moeten we aan de slag.”

Wat is er nodig om die transities succesvol te maken?

Jongsma: “De oplossing zit echt in de verbinding. Tussen bedrijven,
tussen sectoren en tussen schakels in de keten. Daarbij zijn
regisserende partijen zoals ISPT onmisbaar, om die verbindingen te
faciliteren. Wat me positief stemt, is dat Nederland bij uitstek een
geschikt land is om hier vorm aan te geven. Dankzij onze
poldermentaliteit zijn we gewend om met elkaar te praten, gezamenlijk
tot oplossingen te komen en gezamenlijk de handschoen op te pakken. Ik
verwacht daarom dat de Nederlandse procesindustrie een koploperspositie
kan pakken in de verduurzamingsuitdagingen.”

Zijn er al voorbeelden van succesvolle samenwerkingen, die zoden aan de dijk zetten?

Jongsma: “Absoluut. Onlangs zaten de vier grote zuivelcoöperaties van
Nederland bij ons aan tafel, om gezamenlijk een strategie voor
regeneratieve landbouw op te stellen en naar buiten te brengen.
Hetzelfde geldt voor Tata Steel en Dow Chemicals, die onderzoeken bij
ons of reststromen uit de staalindustrie kunnen dienen als grondstoffen
voor de chemiesector. En nog een mooi voorbeeld: door de energiecrisis
staan kassen die op aardgas draaien nu stil. Maar kassen die hun warmte
uit datacenters halen, draaien nog gewoon. Die integratie van sectoren,
daar moeten we naartoe.”

Rietkerken: “En Shell en Dow werken gezamenlijk aan de ontwikkeling
van elektrische kraaktechnologie (met kraken worden chemische bouwstenen uit grondstoffen gemaakt, waar momenteel nog zogeheten stoomkrakers voor gebruikt worden, red.). Dit is het type samenwerking dat het verschil kan maken.”

Zijn jullie positief over het behalen van de ambities? En waarom?

Jongsma: “Ja, om verschillende redenen. Ten eerste zie je dat
iedereen in de procesindustrie, tot in de boardroom, het belang van
verduurzaming onderschrijft. En ook niet onbelangrijk: heel veel
bedrijven zijn bereid om zich openbaar aan verduurzamingsambities te
verbinden. Dat is een mooie ontwikkeling, die snel is gegaan. Tien jaar
geleden was het nog bijzonder als je je met dit onderwerp bezighield, nu
doet de gehele sector het. Daarnaast heeft de procesindustrie in het
verleden al grote slagen gemaakt. Met andere woorden: we weten dat we
impact kunnen maken, we weten dat het kan.

Technisch gezien kan alles. Hoogovens kunnen op waterstof draaien,
vliegtuigen kunnen op schone kerosine vliegen… Maar niet alles zal
economisch uit kunnen. En niet alles kan in Nederland. De
procesindustrie moet zichzelf de vraag gaan stellen: welke
producten (met de hoogste toegevoegde waarde) kunnen we blijven maken
met de energie die er beschikbaar is? Als we hier bulkproducten maken
die elders in de wereld goedkoper worden geproduceerd, doen we onszelf
tekort, denk ik. Met andere woorden: niet alle industrieën hebben
toekomst in Nederland. Er zullen bedrijven sneuvelen, maar er zullen ook
een heleboel mooie bedrijven bijkomen. Maar de ambitie van een
circulaire en CO2-neutrale procesindustrie kunnen we halen, juist in
Nederland.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Klimaatcompensatie voor het eerst op de agenda bij de COP27

Armere landen dragen relatief weinig verantwoordelijkheid voor klimaatverandering, omdat hun emissieniveau beduidend lager ligt dan die van rijkere landen. Maar ze ondervinden wel de gevolgen van klimaatverandering én beschikken over minder middelen om zich ertegen te wapenen. Daarom wordt er al vaker geroepen om klimaatcompensatie, ofwel financiële compensatie voor de schade ten gevolge van klimaatverandering. Klimaatcompensatie Tijdens de COP26 in Glasgow werd een voorstel voor een dergelijk financieringsregeling nog afgeschoten. Tijdens de klimaattop in Egypte staat het onderwerp weer op de agenda. “Dit staat nu voor het eerst op de formele agenda van de klimaattop en stelt ons in staat om deze dringende kwestie te bespreken”, zei Sameh Shoukry, president van de COP27, tijdens de plenaire opening van de top. De discussies tijdens de COP27 zullen niet meteen tot een bindende financieringsregeling leiden, benadrukte Shoukry. Ze zijn wel bedoeld om ‘uiterlijk in 2024’ tot een definitief besluit over klimaatcompensatie te komen. Meer weten over de COP27? Lees dan dit artikel: Wat kunnen we verwachten van de COP27 en welke afspraken willen mensen graag zien?Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.