Luc Hillege 07 november 2013, 10:21

Europese staalindustrie: CO2-doel volstrekt onmogelijk

De Europese staalvereniging Eurofer duikt in de loopgraven: de industrieclub denkt in 2050 een CO2-reductie van 15 procent te realiseren. Brussel vraagt minstens 88 procent.

Mouser Williams

Staal is een onmisbaar product en een belangrijke industrie voor Europa. In 2009 had de sector een omzet van €170 mrd. De staalindustrie is echter ook een energie- en CO2-intensieve  industrie. Bij de productie van één ton Europees staal komt gemiddeld 1,65 ton CO2 vrij. In totaal is het verantwoordelijk voor ongeveer 21 procent van de Europese industriële CO2-uitstoot.

Reden dus voor Brussel om ambitieuze reductiedoelstellingen te formuleren: in 2050 moet de sector 88 tot 92 procent minder CO2 uitstoten.

Volstrekt onrealistisch, stelt een recent rapport van Eurofer, de industrievereniging van Europese staalboeren. De vereniging stelt dat er op dit moment nog geen economisch haalbare technologieën zijn die voldoende potentie hebben om de Europese doelstelling te realiseren. Eurofer denkt zijn CO2-uitstoot met 15 procent te kunnen verminderen in 2050.

 Drie scenario’s tot 2050

Het Eurofer-rapport schetst drie scenario’s tot 2050, waarvan het ‘economic’ scenario het meest haalbaar wordt geacht. Daarin domineren reeds bestaande, kosteneffectieve technieken. Het scenario leidt tot een vermindering van 10 tot 15 procent in CO2-uitstoot tussen 2010 en 2050.

In de overige twee scenario’s spelen technieken die nu nog in ontwikkeling zijn een belangrijke rol, zoals het recyclen van hoogovengas en CO2-opslag en –afvang (CCS). Zelfs in het meest gunstige scenario kan de CO2-uitstoot met maximaal 63 procent verminderen. Dat is ver verwijderd van de 88 procent die Brussel eist.

Overzicht van technieken binnen de staalindustrie 2010-2050. Bron: Eurofer

Europees beleid

Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) vindt het ‘economic’ scenario van Eurofer pessimistisch.  Hij verwijst naar een onderzoeksrapport van het Climate Action Network Europe. Die studie toont aan dat 80 procent CO2-reductie mogelijk is in de staalsector met technieken die in het jaar 2025 uitgerold kunnen worden.

Eickhout wordt lijsttrekker voor GroenLinks bij de aankomende Europese verkiezingen. Hij werkte in het verleden als klimaatwetenschapper bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en houdt zich voornamelijk bezig met dossiers klimaat, economische crisis, financiële markten en de toekomst van de EU. Foto: Martin Pluimers

“Volgens de wetenschap moeten we onze CO2-uitstoot met 80 tot 95 procent reduceren in het jaar 2050 om gevaarlijke klimaatverandering te kunnen voorkomen,” aldus Eickhout. “Een 15 procent reductie is in deze context dus compleet onacceptabel. Alle sectoren moeten een duit in het zakje doen, ik zie niet in waarom we alleen de staalsector een hand boven het hoofd moeten blijven houden.”

Eickhout vindt dat Europa zijn klimaatambitie moet verhogen en benadrukt dat het Europese emissiehandelsysteem ETS hervormd moet worden. “Vervuilers kunnen op dit moment bijna gratis CO2 uitstoten waardoor het niet rendabel is om te investeren in klimaatvriendelijke technieken. We moeten dus onze klimaatambitie in Europa verhogen, een ambitieuze klimaatdoelstelling voor het jaar 2030 vaststellen en de CO2-markt hervormen zodat er weer schaarste aan CO2-rechten ontstaat.”

Innovatie

Eickhout vindt ook dat innovatie meer gestimuleerd moet worden. “Lidstaten zouden innovatieve technieken die CO2 besparen, zoals het ULCOS (Ultra Low CO2 Steel) project, beter moeten ondersteunen. Deel van de veilingopbrengsten van de CO2-markt zouden aangewend moeten worden voor het uitrollen van dit soort baanbrekende technologieën.”

Dat sluit aan bij de bereidwilligheid van de Europese staalindustrie om te investeren in R&D die verdere besparing in energieverbruik en CO2-uitstoot mogelijk moet maken. CO2-opslag verdient speciale aandacht, stelt Eurofer.

Oneindig hergebruik

Is er ruimte voor een Europese staalindustrie als de klimaatdoelstelling niet gehaald kan worden? Eickhout: “Er is momenteel overcapaciteit in de Europese staalmarkt, maar dat neemt niet weg dat ik wel degelijk een rol zie  voor een efficiënte, duurzame staalindustrie die staal levert voor onze windmolens en elektrische auto´s bijvoorbeeld.”

Maar om competitief te blijven moet de staalindustrie grote stappen zetten richting een circulaire economie, waarin ijzer ook na toepassing in auto’s of koelkasten weer bruikbaar wordt. “Europa heeft structureel hogere energieprijzen dan de rest van de wereld en we importeren voor miljarden aan dure ijzererts en fossiele energie. Alleen een efficiënte staalsector die schroot beter inzet heeft dus toekomst in Europa. En gelukkig heeft staal de handige eigenschap dat het oneindig hergebruikt kan worden.”

Foto: Mouser Williams via Flickr

Brussel toomt subsidie duurzame energie in

Overheidsinterventies op de energiemarkt worden afgeraden door de Europese Commissie. Ter bevordering van de concurrentie en innovatie zijn er niet-bindende richtlijnen opgesteld om financiële steun minimaal te houden.EuropaDe Commissie dringt aan op het blootstellen van duurzame energie aan marktprijzen om markwerking te creëren. Verder wordt er een alternatief op subsidies voorgesteld om premies toe te kennen aan bedrijven met innovatieve productiemethodes.De Europese richtlijnen zijn niet bindend, maar brengen wel een druk met zich mee. Zo worden ze wel gebruikt bij de beoordeling van de gevallen van staatssteun. De Commissie gaat echter wel op zoek naar een manier om de richtlijnen bindend te verklaren.PvdADe Partij van de Arbeid is het niet eens met de plannen van Europa. Volgens de partij is er uit meerdere onderzoeken gebleken dat de fossiele energiemarkt vier keer zo veel subsidies ontvangt dan de groene tak. “Het echte probleem is te vinden in de investeringen in de vervuilende-energiesector en dat wordt totaal genegeerd”, aldus Judith Merkies, Europarlementariër voor de PvdA.Zij wijst ook op de schadelijke gevolgen van fossiele brandstoffen voor de volksgezondheid en de indirecte kosten die daaraan verbonden zijn. Een onderzoek toonde bijvoorbeeld aan dat Nederlandse kolencentrales indirect zo’n €386 mln aan gezondheidszorgkosten en inkomstenderving veroorzaken.DuitslandHet debat is opgelaaid nadat in Duitsland de kosten voor duurzame energie sterk zijn gestegen. Duitsland zoekt naar financiële balans in de energiesector na het sluiten van de kerncentrales. De Duitse netbeheerders van wind- en zonne-energie schuiven de rekening naar de consument waardoor deze sinds 2009 is vervijfvoudigd.Guenther Oettinger, Eurocommissaris voor Energie, stelt dat het ultieme doel van de markt is burgers en bedrijven voorzien van veilige en betaalbare stroom. “Staatsinterventie moet toekomen aan deze doelstellingen, moet kostenefficiënt zijn en dient zich te kunnen aanpassen aan veranderlijke omstandigheden.Foto: m.ewert via flickr