Romy de Weert 21 februari 2022, 11:19

Hergebruik CO2 in industrie is niet voldoende om klimaatdoelen te halen

De uitstoot in de industrie moet fors omlaag. Maar technieken die CO2 afvangen en hergebruiken zijn vaak niet voldoende om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Dat zeggen onderzoekers van de Radboud Universiteit.

Adobe Stock 298118198 De CO2-uitstoot van de industrie moet fors omlaag om de klimaatdoelen van het Parijs-akkoord te halen. | Credits: Adobe Stock

De industrie is een van de grootste vervuilers. De CO2-uitstoot moet daar fors omlaag om de klimaatdoelen van het Parijsakkoord te halen. Het verminderen van de uitstoot gebeurt nu vooral met CCS (Carbon Capture and Storage), waarbij de CO2 ondergronds wordt opgeslagen. Een andere manier is door CO2 af te vangen en te gebruiken in het productieproces, ook wel CCU genoemd (Carbon Capture and Utilisation). Dat klinkt mooi, maar uit onderzoek van de Radboud Universiteit lijkt het niet veel op te leveren.

Lees ook: Wereldwijd mislukken projecten om CO2 op te slaan. Heeft CCS wel een kans in Nederland?

Hoe werkt CCU?

Er zijn verschillende opties om CO2 af te vangen en opnieuw te gebruiken. Je kunt het bijvoorbeeld afvangen uit de gassen die vrijkomen bij de verbranding van een fossiele brandstof door een energiecentrale of fabriek. Maar het kan ook direct uit de atmosfeer gehaald worden, of uit duurzame biomassa. Als je die vrijgekomen CO2 afvangt, kun je het opnieuw gebruiken in de glastuinbouw, of je kunt het omzetten in brandstoffen. Om de CO2 voor een lange tijd op te slaan, kun je het gebruiken als bouwmateriaal.

Milieuwetenschapper en auteur van het onderzoek Kiane de Kleijne rekende samen met haar collega’s uit hoeveel CO2-besparing verschillende CCU-methodes opleveren. En of dat voldoende is om de klimaatdoelen van Parijs te halen: in 2030 moet de industrie minstens 50 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990 en in 2050 moet de uitstoot nul zijn.

De onderzoekers keken vooral naar de bestaande CCU-technieken en hoe ‘volwassen’ die technieken zijn. Oftewel: kunnen we met die technieken lang vooruit?

De conclusie is niet al te rooskleurig: voor de meeste CCU-technieken is het onmogelijk om de klimaatdoelen van 2030 en 2050 te halen. “Sommige technologieën verminderen de CO2-uitstoot te weinig over de hele levenscyclus, andere zijn te laat volwassen”, zegt medeauteur Heleen de Coninck in een persbericht. “Er blijven maar een paar over die in een nul-CO2 wereld mee kunnen komen.”

Na 2030 strengere eisen

Slechts een paar technieken kunnen zorgen dat de doelstelling van 2030 wordt behaald. Maar na 2030 zijn die methodes niet genoeg om ook de 2050-doelstellingen te behalen. Na 2030 worden de eisen namelijk een stuk strenger: de totale uitstoot moet in twintig jaar naar nul teruggebracht worden. “We zien dat de meeste technologieën niet de potentie hebben om richting nul uitstoot te gaan. Voor de meeste vormen van CCU pluk je dus op de lange termijn geen vruchten meer”, zegt medeauteur Steef Hanssen in het bericht.

De oplossing? Hanssen: “Voor die langere termijn moet je aan minstens twee van de drie criteria voldoen”, zegt Hanssen. “De CO2 moet permanent opgeslagen zijn in een product, het proces van afvang en hergebruik is zelf CO2-neutaal en de CO2 komt direct uit de atmosfeer of van duurzame vormen van biomassa.”

Technieken die aan twee van de drie criteria voldoen, moeten volgens de onderzoekers nog ontwikkeld worden. “Er is meer innovatie nodig op het gebied van CCU”, concludeert auteur De Kleijne.

Lees ook: Hans de Neve (Carbyon) haalt CO2 uit de lucht voor de productie van hernieuwbare kerosine

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Plastic van suikerbiet maakt bieten-businesscase voor boeren rond

Het zijn zware tijden, vertelt Cosun Beet Company-CEO Paul Mesters in de vroege ochtend aan de telefoon. Energie is duur, materiaal is duur, arbeid is duur. In zulke tijden een innovatieve fabriek bouwen is niet makkelijk. Hij wil maar zeggen: de uiteindelijke beslissing om een bioraffinaderij voor de resten van suikerproductie te bouwen is nog niet gemaakt. Maar eigenlijk hoopt Mesters er wel erg op. “Als we het nu niet doen, moet het project voorlopig de koelkast in”, zegt hij. “Er is nu enorm momentum in de markt. Bedrijven als Unilever willen heel graag overstappen op grondstoffen met een natuurlijke oorsprong. Dan kunnen ze plastic, gemaakt van olie, vaarwel zeggen.” Restproducten uit suikerbiet En dat is precies waar de Cosun Beet Company in wil stappen. Vroeger heette dit bedrijf de Suiker Unie; de meeste inwoners van stad Groningen zullen de fabriek bij Hoogkerk wel kennen. Maar de naam verraadt het al: het bedrijf wil nu meer doen dan alleen maar suiker maken van suikerbieten. De restproducten - vooral bietenpulp - moeten ook hoogwaardig gebruikt worden. Dat levert geld op én het is duurzaam. Zeker als het minder milieuvriendelijke spullen zoals plastic vervangt. Het bedrijf werkt al veel langer aan dit soort initiatieven. “We zijn al tien jaar bezig met deze innovatie. Daardoor hebben we ook een voorsprong op de rest van de markt.” Het betekent echter ook dat Mesters niet veel kan vertellen over hoé de raffinage van pulp werkt. Lees ook dit verhaal over wat je allemaal kunt met een suikerbiet Geen afval Dat bietenpulp is niet waardeloos; als ik het afval noem, corrigeert Mesters me meteen. “We maken er al heel lang veevoer van en er zijn meer toepassingen. Maar we willen dingen doen die hoogwaardiger zijn, en die meer geld opleveren.” Want natuurlijk speelt de economische kant een belangrijke rol. Zeker nu, door inflatie en geopolitieke spanningen, alles duurder wordt. Mesters: “De prijs van een suikerbiet is 40 euro per ton, terwijl voor de boer alle middelen om te verbouwen meer kosten. Suiker is een internationale, enorme markt waarin grote prijsstijgingen moeilijk zijn.” Een boer moet 45 euro krijgen per ton, wil hij rondkomen. Door slimme dingen te maken van de pulp is zo’n hogere prijs mogelijk. Polyacrylaat is een plasticsoort die de industrie nu veel gebruikt. Cosmetica en schoonmaakmiddelen kunnen niet zonder. Maar het is fossiel van aard, en biobased is nu helemaal in. Dat er een vervanger uit pulp kan worden gemaakt is dus een uitkomst. Suikerbieten als melkkoeien De fabriek moet, als hij er komt, 5 procent van de pulp die Cosun Beet Company produceert in Groningen, kunnen verwerken. Dat komt neer op 30.000 ton pulp per jaar. Op termijn kan dat nog meer worden. “Maar we gebruiken vooral de vezels uit de pulp. Van wat er overblijft, kunnen we in de toekomst nog meer nuttige dingen maken”, legt Mesters uit. Hij vergelijkt het met de melkindustrie; boeren maken kaas, maar gebruiken daarna ook de wei en de lactose nog nuttig. Natuurlijk zal de fabriek aan de moderne duurzame eisen voldoen. Het proces om van pulp ‘groene toepassing’ te maken vereist geen absurde temperaturen. De raffinaderij kan dus op groene stroom draaien, en dat moet ook gebeuren. ”Een kleine voetafdruk is een randvoorwaarde om dit project van de grond te krijgen”, zegt Mesters. Patenten vrijgeven Omdat Cosun Beet Company al jaren onderzoek doet naar hightech toepassingen van bietenpulp, willen ze hun kennis niet zomaar delen met de concurrentie. Maar zou dat, met het oog op duurzaamheid niet beter zijn? Mesters twijfelt. “Natuurlijk wil je iedereen vooruit helpen. Maar wij moeten ook onze investeringen terugverdienen.” Wat wel zou kunnen, is dat ze de kennis voor andere gebieden aan suikerbedrijven verkopen.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.