Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 21 januari 2014, 06:45

Hoe praat je over duurzaamheid zonder greenwasher te worden?

Praat je als bedrijf te veel over je groene prestaties, dan word je al snel gezien als een greenwasher. Maar communiceer je te weinig, dan weet niemand wat je doet. De juiste balans vind je door precies te weten waarom je bezig bent met duurzaamheid, vindt Jeanet Rink.

2014 01 Duurzaamheid Reputatie v01 e1390224436274

De relatie tussen duurzaamheid en reputatie is een interessante. Bedrijven die zich teveel richten op het profileren van hun duurzame inspanningen lopen het risico om als niet betrouwbaar te worden gezien. Maar bedrijven die serieus bezig zijn om duurzaamheid tot de kern van hun bedrijfsactiviteiten te maken vinden het soms lastig om zich hierop te profileren. Immers, het doel is verduurzaming en niet een beter imago. Een lastig dilemma.

Dit dilemma wordt ook duidelijk in de manier waarop duurzaamheid wordt gemeten. Onderzoeken als de Sustainable Image Index (SSI) en RepTrak focussen op een duurzaam imago en meten de gepercipieerde duurzaamheid van bedrijven. Scoor je hoog op een van deze lijsten, dan wordt je als duurzaam bedrijf gezien.

Een andere type onderzoek richt zich juist specifiek op de prestaties ten aanzien van duurzaamheid. Harde criteria als uitstoot en milieu-impact, maar ook de mate waarin medewerkers meedelen in de winst van het bedrijf worden hierin meegenomen. Denk hierbij aan een recente en omvangrijke studie van Climate Counts.

 

Imago of prestatie?

 

Als je deze rankings naast elkaar legt dan blijkt dat het meest duurzame bedrijf niet altijd de beste reputatie heeft of andersom. Dat is  een groot risico en een gemiste kans.

Het is een groot risico voor de bedrijven die wel een duurzame reputatie hebben, maar daar niet daadwerkelijk mee bezig zijn. Een onwaarschijnlijk voorbeeld daarvan is oliemaatschappij BP die zich in de vroege jaren 2000 omdoopte van British Petroleum naar Beyond Petroleum. Om die slogan kracht bij te zetten werd er bijvoorbeeld geïnvesteerd in zonnepanelen. De voorzichtig duurzame reputatie die het bedrijf daarmee opbouwde werd grondig teniet gedaan door het incident met boorplatform Deep Water Horizon.

 

Het meest duurzame bedrijf heeft niet altijd de beste reputatie en andersom.

 

Het is een gemiste kans voor bedrijven die duurzaamheid als strategisch uitgangspunt hebben gekozen. Zij verduurzamen hun processen en producten, maar richten zich misschien niet direct op de reputatiewaarde die dit zou kunnen hebben. Dat zouden ze wel moeten doen. Als het bijvoorbeeld gaat om een hele technische innovatie van een product, zeg een nieuw type batterij, is het wellicht niet voor iedereen duidelijk wat de innovatie precies inhoudt ten opzichte van concurrerende producten en welke duurzame impact dit heeft. Heldere en begrijpelijke communicatie is belangrijk maar er wordt vaak onvoldoende aandacht aan besteed, zo blijkt uit onder meer het DuurzaamheidKompas. Daardoor hebben campagnes weer vaak te weinig resultaat.

Daarnaast is een duurzame keuze ook relevant voor de gebruiker. Consumenten worden bedolven onder fairtrade en anderszins duurzame keurmerken in de supermarkt, maar hoe kun je als consument echt weten welke hagelslag duurzamer is dan het andere merk?

 

Integrale aanpak

 

De sleutel is om als bedrijf de interne motivatie ten aanzien van duurzaamheid glashelder te krijgen. Een heldere positionering kiezen op duurzaamheid  en deze goed kunnen communiceren, daar gaat het om.

Als je een bank bent die geen duurzaam bankproduct levert, maar wel geld geeft aan een sportploeg dan voeg je geen duurzame waarde toe.  Dat is niet erg, maar wees eerlijk over de motivatie, zowel binnen het bedrijf als naar buiten toe. Je kunt je beter iets bescheidener profileren op duurzaamheid maar de verwachtingen overtreffen dan hoog van de toren blazen en vervolgens door de mand vallen.

 

Als je een bank bent die geen duurzaam bankproduct levert, maar wel geld geeft aan een sportploeg dan voeg je geen duurzame waarde toe.

 

Bedrijven die zich serieus bezighouden met duurzaamheid kunnen met communicatie waarde toevoegen aan hun bedrijf. Dit geldt bijvoorbeeld voor een kledingbedrijf als  C&A die zich samen met Organic Exchange inzet voor de productie van biologisch katoen die ook van goede kwaliteit is.

Om als duurzaam bedrijf herkend en gewaardeerd te worden is het nodig om zowel te focussen op harde prestaties, als beeldvorming en begrip bij stakeholders. Hiervoor is een integrale aanpak noodzakelijk. Een integrale aanpak houdt in dat je allereerst onderzoekt wat de eigen motivatie is om te willen verduurzamen. Verduurzamen om bij te dragen aan een beter milieu vraagt een andere aanpak als verduurzamen om reputatieschade te voorkomen.

Kijk vervolgens in hoeverre je prestaties (producten en gedrag) in lijn zijn met de interne motivatie en drijfveren. Vraag ook naar de motieven en drijfveren van relevante stakeholders. Alleen zo kun je kiezen voor een duurzame positionering die authentiek is en geloofwaardig.

Jeanet Rink is eigenaar van Het Witte Bureau, een bureau voor integrale communicatie. Het Witte Bureau richt zich op de relatie tussen duurzaamheid en reputatie en heeft hiervoor een aantal unieke producten ontwikkeld, waaronder de Integrale Reputatie Scan en de Integrale Duurzaamheids Scan. Kijk voor meer informatie op www.hetwittebureau.nl.

Foto: David Roessli via Flickr.com

Zeewolde koploper in gemeentelijke duurzaamheidsranglijst

De stichting Duurzame Samenleving, die sinds 2006 een wereldranglijst van duurzame landen publiceert, heeft alle 408 Nederlandse gemeenten op zestien punten getoetst. Het is voor het eerst dat alle Nederlandse gemeenten langs zo'n groene meetlat worden gelegd. Dit wordt gedaan aan de hand van een de nieuwe index, de GDI-2014.Zestien criteriaDe zestien criteria waarmee Duurzame Samenleving de gemeenten vergeleek waren niet alleen gericht op het energieverbruik of de kwaliteit van het water, lucht en natuur. Punten als onderwijs, sociale zekerheid, gezondheid, sport, veiligheid, werkgelegenheid en de financiële status van gemeenten zijn ook vergeleken. Gezamenlijk bepalen deze punten hoe duurzaam een gemeente daadwerkelijk is, aldus de stichting.Volgens organisatieadviseur Geurt van de Kerk, één van de samenstellers van de duurzaamheidsindex, geeft GDI-2014 gemeenten - in een paar muisklikken - inzicht in de status van duurzame ontwikkeling. Zo komen sterke en punten van verbetering boven tafel. Op de website van de GDI-2014 kan iedereen vanaf vandaag het resultaat van zijn of haar eigen gemeente inzien.Kop- en achterlopersVan de provincies is Flevoland de koploper op het gebied van duurzaamheid, gevolgd door Friesland en Gelderland. De opgespoten provincie scoort hoog dankzij haar grote oppervlakte aan natuurgebieden en aandeel in hernieuwbare energie: Flevoland is de provincie met de meeste windmolens.Zuid-Holland scoort het slechtst van de twaalf provincies, onder meer door hoge consumptie (en dus meer afval), mindere waterkwaliteit en hoge concentraties fijnstof in de lucht. Ook Groningen, Noord-Holland, Drenthe en Limburg scoren laag op het gebied van duurzaamheid.Van de Kerk geeft aan dat de index nog volop in ontwikkeling is: "We hebben bijvoorbeeld de gegevens van de uitstoot van CO2 in gemeenten verzameld, maar nog geen kans gezien om deze op een statistisch verantwoorde manier in de index te krijgen." Hij hoopt dat gemeenten en andere geïnteresseerden willen bijdragen aan verbetering van de index.Grote stedenVan de zes steden met meer dan 200.000 inwoners behaalt Tilburg de hoogste score in de ranglijst.  Amsterdam, Den Haag en Rotterdam staan bijna onderaan. De waslijst met bijvoorbeeld start-ups of initiatieven die zich bezighouden met duurzaamheid in steden wordt alsmaar groter. Aangezien het aantal duurzame onderneming géén criteria is geeft de index wellicht dan ook een vertekend beeld.Er zijn dan ook bezwaren tegen de GDI-2014. Zo is bijvoorbeeld de Lochemse wethouder Thijs de la Court, met positie #65 in de Duurzame 100 van Trouw, niet te spreken over de duurzaamheidsindex.Volgens de la Court zijn de zestien punten waarop de index is gebaseerd te willekeurig en te grofmazig. "Er is sprake van een selectieve beoordeling", zegt hij. "Hier hebben gemeenten niets aan."Ideale uitgangspositieWethouder duurzaamheid Gerben Dijksterhuis van Zeewolde is blij met de koppositie van zijn gemeente in de GDI-2014. Zeewolde dankt die positie onder andere aan haar windenergiebeleid. "Het is voor ons in Flevoland makkelijker windmolens te plaatsen dan op het ‘oude’ land. Onze uitgangspositie is ideaal, die voorsprong hebben we."Maar het duurzame beleid van Zeewolde wordt niet alleen bepaald door windenergie. Dijksterhuis: "We proberen lokale initiatieven te koppelen aan het bedrijfsleven. Ons streven is om straks de duurzame energie en het voedsel die in onze regio wordt geproduceerd, ook echt in onze eigen gemeente te consumeren." Volgens Dijksterhuis is een duurzaamheidsindex niet zaligmakend: "Maar onze positie geeft aan dat we op de goede weg zijn.”De index is gebaseerd op openbare bronnen van het CBS en van organisaties als het Planbureau voor de Leefomgeving en ministeries.Bron: ANP & Trouw | Foto: ANWB Vrijwilligers via Flickr