Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 06 november 2015, 07:05

Nieuwe lastechniek maakt lichtgewicht componenten sterker

Amerikaanse ingenieurs hebben een lasmethode ontwikkeld die lichte materialen stevig met elkaar verbindt. De lastechniek verbruikt 80 procent minder energie dan conventionele oplossingen.

Amsterdam motorway ring 28 A1029

De lastechniek, ontwikkeld aan de Amerikaanse Ohio State University, maakt gebruik van dunne metaalfolies en zware stroompulsen.

80 procent zuiniger, 50 procent sterker

Daarmee zijn lichte metalen als aluminium 50 procent steviger met zwaarder maar ook sterker staal te verbinden. Met de techniek zijn auto’s en vliegtuigen lichter en robuuster te maken, wat het brandstofverbruik reduceert.

“Metalen zijn de laatste jaren steeds sterker geworden, onder meer dankzij microstructuren”, zegt Glenn Daehn, professor aan Ohio State. “Bij conventioneel lassen maken we die structuren kapot, omdat het metaal smelt.”

Met de nieuwe methode hebben Daehn en zijn collega’s al succesvol titanium, magnesium, aluminium, ijzer en nikkel verbonden.

Impactlassen

Bij het nieuwe lassen plaatsen de ingenieurs het folie tussen de metalen objecten die ze willen verbinden. Dankzij een krachtige stroompuls door de folie verdampt dit materiaal en slaan de te verbinden materialen krachtig op elkaar. Door de impact ontstaat een stevige verbinding.

Tijdens het lassen smelten niet de grote objecten zelf maar alleen het folie. Omdat er veel minder materiaal te verhitten is, ligt het energieverbruik daarbij 80 procent lager. Tegelijkertijd behouden de metalen hun structuur beter en is ook de las zelf 50 procent sterker.

Bron: Ohio State | Foto: Eneas De Troya, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

 

Afzet chemische gewasbescherming sinds 1985 gehalveerd

Dat blijkt uit cijfers van het Compendium voor de Leefomgeving van het CBS. De cijfers zijn gebaseerd op de afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw van de bij Nefyto aangesloten bedrijven.Nefyto is de brancheorganisatie voor bedrijven die in Nederland gewasbeschermingsmiddelen produceren of op de markt brengen. De veertien leden vertegenwoordigen samen 95 procent van de Nederlandse omzet in gewasbeschermingsmiddelen.De afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw is tot begin jaren negentig van de vorige eeuw fors gedaald. Wat hiervan de oorzaak was, maakt het Compendium voor de Leefomgeving niet bekend. In de periode tussen 1985 en 2014 was de afzet het laagst in 2001 en 2003. In 2014 lag de totale afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen op ruim 9 miljoen kilo actieve stof. Dat is meer dan de helft van de 21 miljoen kilo in 1985.Daling door restrictiesIn 2014 was de totale afzet ruim 3 procent lager dan in 2013. Van insecticiden en acariciden, tegen teken en mijten, is er 190.000 kilo actieve stof afgezet. Dit is een stijging van 7 procent ten opzichte van 2013, volgens het Compendium voor de Leefomgeving te wijten aan het warme weer in 2014.Fungiciden, bedoeld ter bestrijding van schimmels, behoren sinds 1995 structureel tot de grootste afzetgroep. In 2014 verkochten aanbieders hiervan ruim 4 miljoen kilo actieve stof. Hiermee was de afzet bijna 13 procent hoger dan in 2013. De afzet van herbiciden, of onkruidverdelgers, was met bijna 3 miljoen kilo actieve stof in 2014 circa 13 procent hoger dan in 2013. In beide gevallen was het warme weer de belangrijkste oorzaak.De afzet van ‘overige middelen’, zoals grondontsmettingsmiddelen en minerale olie, daalde ten opzichte van 2013 met bijna 30 procent naar ruim 2 miljoen kilo actieve stof. Dit is volgens het Compendium voor de Leefomgeving het gevolg van een lagere afzet van grondontsmettingsmiddelen veroorzaakt door gebruiksrestricties.Bron: Compendium voor de Leefomgeving | Foto: Chafer Machinery, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)