Sebastian Maks
16 augustus 2023, 11:15

Raad van State keurt aanleg van CO2-opslagnetwerk onder de Noordzee goed

De Raad van State heeft toestemming gegeven voor Porthos, een project waarbij grootschalig CO2 wordt opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Het project krijgt veel kritiek van milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB), die een rechtszaak aanspande tegen de staat. Volgens MOB zou er te veel stikstof vrijkomen bij de aanleg van de benodigde pijpleidingen in onder meer de Rotterdamse haven. Nu oordeelt de Raad van State dat het project mag doorgaan, omdat “het is uitgesloten dat de gebieden er significante gevolgen van ondervinden”.

Adobe Stock 621546227 Volgens MOB zouden Natura-2000 gebieden rondom de Rotterdamse haven lijden onder de aanleg van Porthos. De Raad van State ontkent dat dat op de lange termijn het geval is. | Credits: Adobe Stock

Porthos staat voor ‘Port of Rotterdam CO2 Transport Hub and Offshore Storage’. Het idee is om de CO2-uitstoot van bedrijven in de Rotterdamse haven af te vangen en via een onderzeese pijpleiding te transporteren naar een oud gasveld, twintig kilometer uit de kust. Daar wordt het op een diepte van drie tot vier kilometer opgeslagen. Het gaat om CO2 afkomstig van waterstofproducenten als Air Liquide en Air Products, maar ook van oliebedrijven als Shell en ExxonMobil en andere grote uitstoters. De Nederlandse overheid heeft 2 miljard euro vrijgemaakt om het project te ondersteunen.

Bezwaar van milieuorganisaties

MOB heeft kritiek op het project en heeft daarom een rechtszaak aangespannen tegen de overheid. Enerzijds heeft dat een principiële reden: de overheid betaalt grootvervuilers om hun rommel op te ruimen, terwijl die dat eigenlijk zelf zouden moeten doen, vindt de organisatie. Milieudefensie onderschreef die opvatting eerder: “Mensen betalen belasting voor hun vuilniszakken, maar Shell en Exxon krijgen miljarden om hun afval op te ruimen”. Naar eigen zeggen heeft MOB aangeboden de zaak te laten vallen als bedrijven zelf voor de kosten zouden opdraaien, maar hebben die bedrijven dat geweigerd.

Anderzijds beroept MOB zich op de Natuurbeschermingswet. Doordat er bij de aanleg van het Porthos-project stikstof vrijkomt, zou de overheid met die wet in strijd zijn.

‘Geen significante gevolgen’

De Raad van State geeft in zijn uitspraak van de zaak aan dat er juist aan de eisen van die wet is voldaan. Bart Jan van Ettekoven, voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, legt de uitspraak toe tijdens een persmoment. “Het Porthos-project leidt weliswaar tot een tijdelijke en beperkte toename van de stikstofuitstoot op delen van de omliggende Natura 2000-gebieden, maar de ministers hebben op basis van objectieve gegevens aangetoond dat het in dit geval uitgesloten is dat deze natuurgebieden daarvan significante gevolgen ondervinden. Dat is het relevante criterium.”

Onderzoek voor elke casus

De minister hebben hun onderzoek gedaan op basis van “de juiste uitgangspunten en met de vereiste diepgravendheid”, voegt Van Ettekoven daaraan toe, waarmee volgens de Natuurbeschermingswet is gehandeld. Bovendien noemt hij de vrees van MOB dat er met het project een drempelwaarde voor toekomstige projecten zal ontstaan, ongegrond. Elk project wordt aan eenzelfde, diepgravend ecologisch onderzoek onderworpen. Ook wordt er gekeken naar specifieke milieukenmerken van de omliggende gebieden.

Wat is CCS; het opslaan van CO2?

CCS staat voor ‘Carbon Capture and Storage’: het vangen en opslaan van CO2 uit schoorstenen en andere bronnen. Het is voor de (fossiele) industrie een gewild middel om de uitstoot te verminderen. Lege gasvelden in de Noordzee kunnen als reservoir dienen voor de afgevangen CO2. En misschien dat die CO2 in de toekomst een nuttige grondstof wordt. Maar de opslag is controversieel, omdat het de overstap naar duurzame productiemethodes vertraagt. Toch lijkt CCS essentieel voor de klimaatdoelen; zonder kunnen de targets voor CO2 niet gehaald worden, stelt het IPCC. Het lijkt daarom een onmisbare overgangstechniek te worden.

Lees hier meer over CCS.

Meer over het Porthos-project:

Waarom het kleine Singapore groots is in voedselinnovaties

Singapore is uitgegroeid tot het boegbeeld van de moderne voedselvoorziening. Al is de eilandstaat, opgericht in 1965, nog jong en heeft het nauwelijks eigen voedselvoorzieningen. Zo’n 90 procent van al het voedsel wordt geïmporteerd, wat Singapore erg afhankelijk maakt van andere landen. Maar het land heeft een doel gesteld: in 2030 wil het voor 30 procent in de eigen voedselbehoefte voorzien. En dat werkt voedselinnovaties in de hand. Urban farming Meer voedsel van eigen bodem is een uitdaging in het dichtbevolkte gebied. De metropool telt 25.000 inwoners per vierkante kilometer (Nederland iets meer dan 500). Maar één procent van het beschikbare landoppervlak wordt gebruikt voor de landbouw. En dus moet het land creatief zijn. Singapore teelt niet in de breedte, maar in de hoogte. Er wordt ondergronds en bovenop de daken geteeld. Zo worden gebouwen omgetoverd tot voedselfabrieken. Een voorbeeld hiervan is Citiponics: een daktuin bovenop een grote parkeergarage. Kweekvlees Singapore loopt voorop met kweekvlees. Eind 2020 gaf de eilandstaat als eerste land ter wereld toestemming voor de verkoop. Het vlees komt niet van geslachte dieren, maar is opgekweekt in een bioreactor. Kweekvlees wordt gezien als een oplossing voor milieuproblemen en dierenleed. Ook is er veel minder ruimte nodig om kweekvlees te produceren in vergelijking met de traditionele vleesindustrie. In het dichtbevolkte Singapore is dat erg voordelig. De gekweekte kip van het bedrijf Eat Just mag in Singapore gegeten worden.Regelgeving Dat de overheid voedselinnovaties stimuleert, is ook goed terug te zien in de wetgeving. De wetten en regels om nieuwe producten op de markt te brengen zijn in Singapore soepeler dan andere plekken op de wereld. Zo komt het dat de ontwikkelingen in de Aziatische eilandstaat relatief snel gaan. Samenwerken Ook werken de Singaporese overheid, het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen nauw met elkaar samen. In het kleine land weten alle instellingen elkaar goed te vinden. Daaruit ontstaan mooie initiatieven. De eerste universitaire opleiding alternatieve eiwitten werd geïntroduceerd op de Nanyang Technological University (NTU) in Singapore. Het lesprogramma is samengesteld met de non-profit organisatie The Good Food Institute Asia-Pacific en behandelt de wetenschap achter drie van de belangrijkste alternatieve eiwittechnologieën: plantaardig eiwit, kweekvlees en fermentatie. De samenwerking gaat ook de grens over. Zo heeft de Singaporese overheid samenwerkingsovereenkomsten met Nederland, zoals Wageningen Universiteit en Research (WUR). Financiering Dit alles maakt Singapore een aantrekkelijke plek voor start-ups in de voedingsindustrie. Een extra stimulans om naar de Aziatische metropool te trekken, zijn de vele financieringsmogelijkheden. Beginnende bedrijven kunnen onder andere aanspraak maken op het Singaporese staatsinvesteringsfonds Temasek voor ondersteuning bij productontwikkeling, markttoegang, opschaling en distributie. Naast beginnende bedrijven zijn er ook talloze multinationals gevestigd in Singapore. Verschillende organisaties tuigen programma's op waarin gevestigde voedselproducenten de start-ups helpen en begeleiden in hun opschalingsproces. Ook investeert het bedrijfsleven fors in nieuwe technieken en plantaardige producten. Lees ook: Duurzame stadslandbouw: 'Het kan dus!' Hoe duurzaam is Singapore?Kweekvlees in Europa: heeft Zwitserland de primeur?