Hidde Middelweerd 14 juli 2020, 17:09

“Verduurzamen doe je met kleine stappen, die uiteindelijk grote impact maken”

De maritieme en offshore sector staat voor een enorme verduurzamingsopgave. Maar er is één probleem. Verduurzaming kost ontzettend veel geld, terwijl de concurrentie moordend is. Hendrik Veder Group biedt een oplossing: een circulair concept dat juist fors op de kosten bespaart. CEO Egbert Vennik: “Effectief verduurzamen doe je vooral met kleine stappen, die uiteindelijk grote impact maken.”

Hendrik veder group

Vennik staat sinds september van vorig jaar aan het roer van Hendrik Veder. Eén van de eerste dingen die hij deed bij het 475 jaar oude bedrijf? Het uitrollen van een nieuwe (en inmiddels succesvolle) duurzaamheidspropositie. “We zetten in op de hoogste orde van duurzaamheid: hergebruik”, zegt hij.

Kabels en touwen

Hendrik Veder is producent en wereldwijd leverancier van staalkabels, synthetische kabels, touw en al het hef- en hijsmateriaal dat daarbij hoort. De producten van het bedrijf worden veelvuldig gebruikt in de maritieme en offshore sector. Om schepen te verslepen bijvoorbeeld. Of windmolens overeind te krijgen. De producten van Hendrik Veder zijn daarnaast in de tuinbouw terug te vinden. Daar worden de kabels gebruikt om grote zeilen (die de gewassen beschermen tegen de zon) op hun plek te houden. Het bedrijf heeft inmiddels honderden jaren ervaring binnen zijn vakgebied. Eén van de oudste onderdelen van het bedrijf (Touwfabriek G. van der Lee) leverde zelfs nog touwen aan Michiel de Ruyter. 

Van eenmalig gebruik naar hergebruik

Vennik ontdekte al snel een manier om de dienstverlening van Hendrik Veder uit te breiden en te verduurzamen. Dat is niet verrassend. Als algemeen directeur van glasrecycler Maltha, regiodirecteur van afvalverwerker Van Gansewinkel en medeoprichter van Van Scherpenzeel BV (tegenwoordig Veolia Papier & Plastics Recycling) deed Vennik kennis en expertise op rondom hergebruik en recycling. Dat komt uitstekend van pas bij Hendrik Veder. Het bedrijf is namelijk actief in een sector waar producten slechts een paar keer of zelfs eenmalig gebruikt worden, legt Vennik uit: “Bedrijven gebruiken een kabel voor een specifiek project, slaan die ergens op en vervolgens ligt dat ding daar. Soms vergeet een bedrijf zelfs dat het over die kabel beschikt en bestelt voor een volgend project gewoon weer een nieuwe. Dat kan efficiënter.”

'We zetten in op de hoogste vorm van duurzaamheid: hergebruik'

Hendrik Veder pakt het tegenwoordig dan ook anders aan. De opzet is simpel: als bedrijven klaar zijn met een project, leveren ze de kabel weer in bij Hendrik Veder. “Wij controleren die op kwaliteit, refurbishen hem en zorgen ervoor dat hij wederom aan de hoogste kwaliteits- en veiligheidseisen voldoet. Vervolgens registreren we de kabel in een database en leveren hem weer als het bedrijf daar om vraagt”, aldus Vennik. Bedrijven kunnen er daarnaast ook voor kiezen om hun kabels te verhuren of verkopen aan derden, vervolgt hij. Dat is voor beide partijen interessant. Het ene bedrijf huurt of koopt immers een kabel tegen een aantrekkelijkere prijs, terwijl de ander verdient aan een kabel waar hij op dat moment toch niets mee doet.

Lees ook: Circulaire economie in Nederland: hoe staat het ervoor?

Cable-to-shackle

Wanneer een kabel het einde van zijn leven bereikt heeft, blijft Hendrik Veder ook betrokken. Samen met verschillende partners neemt het de recycling van de kabel voor zijn rekening. Een metaalrecycler brengt een staalkabel bijvoorbeeld terug tot grondstofniveau, zodat er een shackle (harpsluiting) van gemaakt kan worden. En een spuitgietbedrijf is in staat om een synthetische kabel om te toveren tot scheepsboei. Vennik: "Dat is bij uitstek circulair, want de grondstoffen krijgen in dezelfde sector een herbestemming."

“Soms schiet de kwaliteit van de kabel tekort om er een hoogwaardig product als een shackle van te maken, maar dan kan het een container of vuilnisbak worden”, vervolgt hij. “En een synthetische kabel kan ook een tuinbankje worden. Dat klinkt tegenwoordig heel logisch, maar in onze sector gebeurde het nog niet.”

Economisch interessant én duurzaam

Het circulaire concept wordt dan ook goed ontvangen. Zo zijn baggermaatschappij Van Oord en het Italiaanse Saipem, twee grote klanten van Hendrik Veder, inmiddels druk bezig met het hergebruiken en recyclen van hun staalkabels. Vennik: “Wij bieden onze klanten een verduurzamingsroute die vanaf dag één geld oplevert. Dat is belangrijk: als duurzaamheid economisch gezien niet interessant is, zijn de bedrijven die ervoor gaan op één hand te tellen.”

Dat geldt zeker voor de maritieme sector, waar bedrijven op wereldwijde schaal met elkaar concurreren en een level playing field vaak ontbreekt, omdat veel rederijen staatssteun ontvangen. Het is dan ook niet verassend dat maritieme bedrijven huiverig zijn als het om duurzaamheid gaat, zegt Vennik: “We krijgen vaak een Pavlovreactie: ‘Dat zal wel te duur zijn.’ Die reactie is deels terecht. Duurzame oplossingen voor de scheepvaart, zoals nieuwe aandrijfsystemen en schonere brandstoffen, vergen inderdaad forse investeringen. Die zorgen ervoor dat je concurrentiepositie naar de haaien gaat, maar met onze propositie versterk je die positie juist.”

'Wij bieden klanten een verduurzamingsroute die vanaf dag één geld oplevert'

Hergebruik en recycling van kabels en touwen is weliswaar een kleinere verduurzamingsslag dan de aanschaf van een hypermodern en duurzaam schip, maar dat is volgens Vennik niet erg. Het zijn namelijk juist de kleine stappen die tot grote impact leiden: “We moeten eens ophouden met de wereld in één keer te willen veranderen”, zegt hij. “Zo werkt het simpelweg niet. Wie te groot denkt, denkt vaak ook te duur. Dan haakt er vanzelf iemand af en wordt er onder de streep weinig tot niets gerealiseerd. Door kleine stappen te zetten, kom je nu in actie. En die kleine stappen kunnen op termijn grote impact maken.”

Luister ook naar onze podcast met Annemieke Nijhof, boegbeeld van de Topsector Water en Maritiem, over de coronacrisis

Van kabel naar kabel

Hendrik Veder is inmiddels goed op weg om grote impact te maken. Zo werkt het samen met Van Oord aan de eerste shackle die gemaakt is van een gebruikte staalkabel. Als dat gelukt is, staat de volgende mijlpaal op de agenda: “Uiteindelijk willen we tot een volledig circulair concept komen, waarbij een oude kabel gerecycled wordt tot een nieuwe”, aldus Vennik. “Technisch gezien is dat nu al mogelijk, maar de grote uitdaging zit hem in de businesscase. Duurzame oplossingen moeten minimaal dezelfde kwaliteit hebben en maximaal hetzelfde kosten. Anders begint de klant er niet aan.”

Lees ook: 'Circulaire economie kan de industriële uitstoot van Europa halveren'

Beeld: Hendrik Veder Group

In Utrecht plaatsen ze de laadpalen vlak voordat ze nodig zijn

Het nieuwe systeem helpt Engie om investeringen beter in te schatten en om laadpalen gespreid te plaatsen, zodat er geen achterstanden ontstaan. Op het moment dat de verkoop van elektrische auto’s piekt, zoals eind vorig jaar het geval was, moeten de bedrijven die laadpalen plaatsen als een razende investeringen doen. Met het algoritme kunnen investeringen beter voorspeld worden wat helpt voor een meer stabiel plaatsingsproces gezien het werk over een langere periode uitgespreid kan worden. Allerlei soorten dataHet voorspellende programma gebruikt allerlei soorten data, zoals bijvoorbeeld de publiek beschikbare gegevens van het CBS en subsidieregelingen voor elektrische auto’s per wijk. Ook stopt Engie er gegevens in uit andere steden waar het bedrijf al laadpalen plaatste, zoals Den Haag en Rotterdam. Zoveel mogelijk gegevens die invloed kunnen hebben op de verkoop van batterijwagens worden meegenomen.Wat daarbij helpt, is dat Utrecht al een plan maakte voor de locaties van laadpalen. Samen met bewoners koos de stad de beste plekken uit. Dat heeft als voordeel dat burgers minder vaak bezwaar maken tegen de locatie van een laadpaal op het moment dat hij geplaatst gaat worden. Die bezwaarprocedure zorgde vaak voor lange aanlooptijden tot een laadpaal echt geplaatst kon worden. Lees ook: Overheid investeert 30 miljoen euro in laadpaalnetwerk door heel NederlandAlle laadpalen die Engie de komende tijd plaatst zullen toekomstproof zijn. “Ze kunnen twee richtingen op laden, zodat een auto ook gebruikt kan worden om het stroomnet te balanceren”, vertelt Roberto Balzarelli van Engie. “Hoewel bidirectioneel laden nog in de kinderschoenen staat hebben we samen met de gemeente bedacht dat het belangrijk is dat de laadpalen hier wel mee om kunnen gaan.” De komende vier jaar moeten er in totaal 1.600 laadpalen in Utrecht komen.Luister ook naar de podcast van Robin Berg, die bidirectioneel laden in Utrecht lanceerde:Bruikbaar in andere stedenHet data-gedreven systeem is volgens Balzarelli in principe overal toepasbaar. “Dit is de eerste keer dat iets dergelijks in Nederland komt. Het kan in alle gebieden toe worden gepast, als je maar genoeg data hebt. Zelfs als de locaties van te voren niet bekend zijn kan dit systeem uitkomst bieden, hoewel je dan wel meer bezwaren kan krijgen, die vertraging opleveren.” Maar dat data een grotere rol gaat spelen in de wereld van laadpalen, is voor Engie duidelijk. “We zagen deze trend al aankomen en investeerden daarom de afgelopen jaren in data-onderzoek. Nu kunnen we de vruchten plukken van die investeringen.”Lees ook: Nieuwe autobatterij laadt in vijf minuten opBron: Engie | Beeld: Adobe Stock