Sabine Sluijters 20 januari 2022, 15:56

Zo ziet een grote groene waterstoffabriek van 1 gigawatt eruit

Het ISPT ontwierp een schaalmodel van een groene waterstoffabriek van 1 gigawatt. Het is het eerste ontwerp dat laat zien hoe waterstofproductie op grote schaal eruitziet. De fabriek kan in 2030 operationeel zijn in een van de havengebieden in Nederland.

Waterstoffabriek 1 GW Het ontwerp voor de grootste waterstoffabriek van Nederland | Credits: ISPT

Het ISPT presenteerde het schaalmodel donderdag in een online symposium. De waterstoffabriek kan flexibel opereren, afhankelijk van de hoeveelheid wind afkomstig van windmolens op de Noordzee. Bovendien voldoet het ontwerp aan voorwaarden van het energienetwerk en vereisten in veiligheid, gezondheid en omgeving. ISPT maakte het ontwerp in samenwerking met samen met industriële partners Dow Chemical, Gasunie, Nobian, OCI, Ørsted en Yara, en kennisinstituten TNO, Imperial College London, TU/e en de Universiteit Utrecht.

Waterstof op gigawattschaal

In de energietransitie speelt waterstof een belangrijke rol als CO2- en fossielvrije energiedrager, grondstof voor de industrie en brandstof voor zwaar transport. Maar om te kunnen voorzien in de grote energievraag van onder meer industrie en transport, moeten we waterstof op enorme schaal gaan produceren. De huidige productiefaciliteiten hebben een capaciteit van megawatts, terwijl we in 2030 al gigawattinstallaties nodig hebben. Maar hoe zo’n fabriek eruitziet was tot vandaag niet bekend.

“De grote waarde van dit project is dat het laat zien dat het kan”, zegt Nienke Homan, voormalig gedeputeerde van de provincie Groningen en nu board member bij de Green Hydrogen Organisation. Waterstof is belangrijk, want het is een duurzame vervanger voor fossiele grondstoffen en brandstoffen in de productie van allerlei spullen die wij allemaal gebruiken. “Verduurzamen zonder de industrie te vergroenen kan niet”, zegt Homan.

Waterstoffabriek in Nederlandse haven

De fabriek zou gebouwd kunnen worden in een van de havengebieden van Nederland. “We hebben waterstofproductie op gigawattschaal nodig om de industrie in Nederland minder CO2 uit te laten stoten”, zegt Erik vd Heijden van het Havenbedrijf Rotterdam. Ook komt in Rotterdam een grote hoeveelheid windenergie van de Noordzee aan land. Dat kan niet allemaal het net op. “Dankzij dit ontwerp weten we hoeveel ruimte nodig is voor een waterstoffabriek, en met welke randvoorwaarden we rekening moeten houden.” Voor de fabriek is 10 hectare nodig, ongeveer vergelijkbaar met 15 voetbalvelden.

Ook maakt het model duidelijk wat de kosten zijn om op deze schaal waterstof te produceren. De investeringen in de fabriek tellen op tot 1,5 miljard euro, wat neerkomt op 730 tot 830 euro per kilowatt waterstof. De prijs is afhankelijk van de techniek die de fabriek gebruikt om waterstof te maken. “Dit model is belangrijk omdat het laat zien wat waterstofproductie op deze schaal kost en wat het reductiepotentieel is”, zegt Steven Engels, directeur waterstof van het Deense Ørsted. “Daarmee kunnen we de industrie uitdagen om die kosten te verlagen.”

Want groene waterstof klinkt in theorie steeds veelbelovend, maar in de praktijk is het nog veel duurder dan grijze waterstof gemaakt met aardgas. Daarom is het volgens Engels zo belangrijk dat we niet alleen plannen maken maar het ook gaan doen. “We kunnen niet in een klap op Gigawattschaal bouwen. Dat moet in kleine stappen.”

Nederland waterstofland

Nederland is niet het enige land dat bezig is met waterstof. Maar als voormalig gasland met een Noordzee waar we veel windenergie kunnen opwekken die nodig is voor de productie van waterstof staan we uitstekend voorgesorteerd om een koploperspositie in te nemen. Maar dat bekent wel dat de overheid, net als voorheen met wind op land, zon op dak en wind op zee, moet investeren en een duidelijke industriepolitiek voeren. Tegelijkertijd moeten we meer risico durven nemen, vindt CDA kamerlid Henri Bontenbal. “Ik ben bang dat we te lang bezig blijven met uitdokteren. Bij deze vorm van industriepolitiek hoort ook risico nemen. De ambitie is er, het geld is er, maar de waarde zit in de actie.”

‘Driekwart woningcorporaties heeft geen plan voor het gasloos maken van woningvoorraad’

Woningcorporaties worstelen met de vraag hoe ze hun bestaande woningvoorraad moeten verduurzamen. Dat blijkt uit het Marktonderzoek Verduurzaming Warmtevoorziening dat een consortium onder leiding van Econic uitvoerde onder zestig woningcorporaties. Met name de onzekerheid over technische oplossingen, geldgebrek en onduidelijkheid op beleidsniveau zorgen ervoor dat 76 procent van de ondervraagde woningcorporaties nog geen planning heeft voor het gasarm of gasloos maken van hun woningvoorraad. "In 2018 wilden we in 2030 gedeeltelijk gasloos zijn, maar door hogere kosten en beperkte capaciteit van onze mensen en vakmensen wordt dat niet gehaald. Ook omdat technische oplossingen nog niet helder zijn”, laat een ondervraagde woningcorporatie weten. Van de 24 procent die wel al een planning heeft sluit 64 procent aan op een bestaand warmtenet. Belangenbehartiger Dorris Derksen bij vereniging voor woningcorporaties Aedes herkent dat er op sommige punten onduidelijkheid is qua beleid of regelgeving. “Tegelijk zien we dat corporaties juist wel aan de slag zijn.” Aan de slag met duurzaamheid Ook het marktonderzoek erkent dat woningcorporaties zich bezighouden met duurzaamheid. ‘Bij verduurzaming gaat het vooralsnog over goed geïsoleerde, gezonde en betaalbare woningen.’ De meerderheid van de ondervraagde corporaties is druk met onderzoek naar de beste verwarmingsoplossing. Maar een keuze maken ze vaak nog niet. “Waterstof, biogas, open/gesloten bronnen, warmtenetten, all-electric. We schuiven alles zo ver mogelijk naar achteren om desinvestering te voorkomen”, laat een ondervraagde woningcorporatie weten.Het vooruitschuiven van keuzes zit Alexander Weisz van Econic dwars. “Om de klimaatdoelen te halen moeten we echt op de korte termijn versnellen. We moeten vooral doen wat nu wel kan. Dat besef moet er komen”, vindt hij. Het consortium waar hij aan deelneemt, werkt aan de ontwikkeling van een nieuw soort hybride warmtepompsysteem. Een systeem dat nu al toe te passen is. Dat maakt het logisch dat hij pleit voor deze oplossingen. “Met een mix tussen gas en hybride warmtepompen kun je woningen vaak al een heel stuk duurzamer maken.” Dat nog niet alle woningcorporaties een keuze maken, vindt Derksen juist begrijpelijk. “Daar is onder andere ook afstemming met huurders voor nodig. Voor hen kan dit een aanzienlijke ingreep in hun woning betekenen.” Daarnaast is er geen standaardoplossing die voor alle woningen werkt. “Er is niet één betere warmteoplossing dan de andere. Het hangt echt af van de lokale situatie.” Tot slot kunnen woningcorporaties het volgens haar niet alleen. Of het nou om een warmtenet of all-electric oplossingen gaat. “Het is goed om daarin samen op te trekken met in elk geval gemeenten en netbeheerders.” Het marktonderzoek is hier te downloaden. Extra versnelling voor de woningcorporaties Hoe kan het dan sneller? Om woningcorporaties als startmotor aan te zwengelen, ziet Derksen verschillende kansen. Duidelijkheid over de wijkplannen van de gemeente, over regelgeving en over beleid zijn volgens haar essentieel om echt vaart te maken. En de afschaffing van de verhuurderheffing natuurlijk. Deze belasting op sociale huurwoningen zit woningcorporaties al langer dwars. Dit jaar wordt deze belasting met 500 miljoen euro verlaagd. De afschaffing ervan is opgenomen in het regeerakkoord.“Voor het regeerakkoord zaten de woningcorporaties allemaal een beetje gevangen in die verhuurderheffing”, merkte Maarten van Poelgeest ook. Als voorzitter van het uitvoeringsoverleg Gebouwde Omgeving hoorde hij het vaak. “Of je het nou over nieuwbouw, verduurzaming of doorstroming had, de verhuurderheffing beperkte altijd in meer of mindere mate het gesprek. Zij zeiden aan het einde altijd: ‘Ja, dat is allemaal leuk en aardig, maar we hebben dat geld gewoon niet.’” Daarom verwacht hij veel van de afschaffing. “Er ontstaat nu meer financiële armslag dus ze kunnen sneller gaan.” De onzekerheid over regelgeving en beleid blijft dan als hindernis over. “Zolang die onzekerheid er is, zal er qua versnelling niet zo veel gaan gebeuren”, schat Van Poelgeest in. Maar echt zorgen maakt hij zich niet. “Het is de kunst om de komende jaren niet alleen maar naar de aantallen te kijken.” In plaats daarvan pleit hij voor een twee sporen aanpak. Enerzijds inzetten op warmtenetten waar het kan. Anderzijds door tot een standaardaanpak te komen voor specifieke woningen. Dan doelt hij niet specifiek op woningcorporaties, maar op de woningmarkt in het algemeen. Als voor vijftig woningen een bepaalde aanpak goed werkt, wil hij deze aanpak aanbieden aan woningeigenaren met vergelijkbare woningen. “Dat is allemaal zoeken en proberen.” De versnelling komt daarmee later. Maar op 1 januari 2050 gaat de gaskraan dicht. Daar is hij stellig over. “Er moet nog enorm veel gebeuren, maar we hebben nog 29 jaar de tijd.” Lees ook: Onze stad in 2050: 'Het toekomstbeeld van de nieuwe stad is niet zo vastomlijnd is als we denken'Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.