André Oerlemans
07 november 2023, 11:00

Bouwboeren oogsten eerste 18 huizen van het land

De Bouwboeren hebben in Midden-Nederland de eerste achttien huizen van het land geoogst. Nou ja, huizen. Isolatiemateriaal voor achttien huizen. Binnenkort gaan ze er ook bouwmaterialen van maken en op termijn biobased woningen bouwen. “We willen de hele keten per regio sluiten.”

Bouwboeren oogst Bouwboeren Luc (links) en Wout de Wit (rechts) hebben hun eerste oogst binnengehaald | Credits: Bouwboeren

Steeds meer projectontwikkelaars en aannemers stappen over op biobased bouwen. Alleen door alternatieven te zoeken voor beton, staal en cement kan de bouwsector zijn CO2-uitstoot voldoende terugdringen. In zijn kamerbrief
van vorig jaar december maakte minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) bekend dat hij de teelt van vezels als grondstof voor bouwmaterialen gaat stimuleren. In het voorjaar trok het kabinet daar 200 miljoen euro uit het Klimaatfonds voor uit.

Proefoogst

Die biobased materialen moeten komen van bosbeheerders en boeren, zoals de Bouwboeren
uit Houten. Initiatiefnemers Luc en Wout de Wit konden als circulaire projectontwikkelaar en architect nauwelijks aan biobased materialen komen, dus besloten ze in 2021 om die dan maar zelf te gaan verbouwen. Ook wilden ze daarmee boeren een alternatief verdienmodel bieden. Voor de bouwboeren is 2023 een proefoogstjaar. Dit voorjaar zaaiden zes boeren uit de regio Utrecht en West-Betuwe in totaal acht velden in met vijf gewassen: olifantsgras, zonnekroon, twee typen sorghum en vezelhennep. Die groeien prima zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen. In totaal werd 25 hectare ingezaaid. Volgend jaar zal dat 100 hectare zijn. Ook hebben zich al drie nieuwe boeren gemeld.

Complex jaar

Het eerste jaar was een complex jaar, zegt bouwboer Luc de Wit. “We hadden een extreem nat voorjaar, gevolgd door extreme droogte. Desondanks zijn de velden op één hennepveld na goed opgekomen”, vertelt hij. “Daarna bleek er in augustus geen geschikte oogstmachine beschikbaar en moest het oogsten tot drie keer toe worden uitgesteld.” Uiteindelijk kwam er eind september een oogstmachine uit Groningen, waarna de gewassen vanwege het mooie weer nog twee weken konden drogen op het land. “De opbrengst was dit jaar iets minder dan verwacht, maar dit is een les voor volgend jaar. Daarom kijken we of we samen met de boeren of de loonwerkers zelf zo’n oogstmachine kunnen aanschaffen”, zegt De Wit.

De BouwBoeren hebben een Biobased Factory die van de gewassen halffabricaten voor bouwmaterialen maakt.

50.000 producten

Van de opbrengst kan genoeg inblaasisolatie gemaakt worden voor achttien duurzame huizen. Dat gaat niet vanzelf. De Bouwboeren hebben daarvoor een mobiele fabriek ontwikkeld die ter plekke bij de akkers van de landbouwgewassen bruikbare halffabricaten maakt. Hier hebben de boeren de Biobased Factory voor opgericht. De mobiele verwerkingsfabriek zal over drie weken voor het eerst de opgeslagen balen van vezelachtige gewassen verwerken tot biobased vezels, houtachtige delen of groene microvezels. Daar kunnen weer bouwplaten of isolatiemateriaal van gemaakt worden. Allemaal bouwmaterialen voor de bouw, industrie en logistiek. “Met onze halffabricaten kun je meer dan 50.000 producten maken”, zegt De Wit. “Volgend jaar gaan we samen met de TNO en de Universiteit Wageningen bekijken wat we nog meer kunnen maken met de Biobased Factory.”

Brandveilig

De eerste oogst wordt verwerkt tot inblaasisolatie. Uit de eerste, niet-officiële brandtesten blijkt dat het langer dan twee uur duurt voordat dit materiaal door schroeit. “Daarna zijn we gestopt met testen”, zegt hij. Het argument van critici dat huizen brandgevaarlijker zouden worden van biobased materialen, lijkt daardoor verworpen.

De eerste biobased woningen heten Beehome. | Credit: Biobased Housing Solutions

Biobased woningen

Als de Biobased Factory voldoende draait en opgeschaald is, willen de Bouwboeren de volgende stap maken: huizen bouwen van biobased materiaal. Daarvoor hebben ze het bedrijf Biobased Housing Solutions opgericht, zodat de kringloop van zaadje tot woning rond is. Die woningen krijgen een skelet van hout en isolatiemateriaal van het land. Tijdens de Provada werden dit jaar de eerste biobased huizen aangekondigd: Beehome. De woningen zijn behalve biobased ook CO2-negatief en nemen per woning 50 ton CO2 meer op dan ze tijdens het totale productieproces uitstoten. Wout de Wit: “We zitten in de laatste fase van de engineering. Biobased huizen bouwen is de logische volgende stap in het hele proces. We willen de regionale keten sluiten.”

Lees ook:

Hengeloos bedrijf ontwikkelt unieke elektrolyser die waterstof direct onder hoge druk brengt

Elektrolysers worden gebruikt om waterstof mee te maken. Deze systemen splitsen, met behulp van elektriciteit, water in zuurstof en waterstof. Als deze elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt, zoals wind en zon, is de waterstof groen en komt er geen CO2 vrij bij het proces. Waterstof onder druk Maar om waterstof op te slaan, te vervoeren of te gebruiken moet het gas eerst onder hoge druk gebracht worden. Het gas is namelijk erg licht, neemt daardoor veel ‘ruimte’ in en zal dus eerst gecomprimeerd moeten worden. Willen we waterstof door onze gasleidingen vervoeren dan is bijvoorbeeld een druk tot 70 bar nodig. En willen we waterstof tanken voor voertuigen, dan is de benodigde druk nog veel hoger van 350 tot zelfs 700 bar. Ter vergelijking: in de band van je fiets gaat zo’n 4 bar. Geen extra apparaten “De reguliere elektrolysers produceren waterstof van atmosferische druk tot hooguit 30 bar”, vertelt Hans Nijman, business developer bij NEWES Hydrogen. “Maar dat is eigenlijk te weinig voor de industrie om er iets mee te kunnen doen. Daarom wordt doorgaans, met behulp van compressoren, de waterstof onder de juiste druk gebracht. Onze elektrolyser elimineert deze stap, doordat wij direct waterstof onder een druk tot 350 bar kunnen produceren.”Schets van de 1 megawatt elektrolyser.Aanvullende systemen En dat brengt een aantal voordelen met zich mee. In de eerste plaats omdat er nadelen aan compressoren kleven, legt Arie Meerkerk, innovatiemanager bij NEWES, uit. “Compressoren zijn omvangrijke en kostbare apparaten met een slecht rendement die op zichzelf ook weer onderhoud nodig hebben. Ook heb je aanvullende systemen nodig zoals drooginstallaties en koelingen, die elk ook energie verbruiken.” Al die elementen tellen op bij de kostprijs die gemoeid gaat met het produceren van groene waterstof. Vergelijkbaar met stoomketels Het gepatenteerde systeem van NEWES combineert de technieken van een alkaline elektrolyser met elementen die je ook in stoomketels tegenkomt. NEWES comprimeert het water dat het systeem ingaat, in plaats van het gas dat er nadien uitkomt. Het is een truc die ook uitgehaald wordt in stoomketels. En dat is niet zo vreemd als je weet dat NEWES deels voortkomt uit het in 1868 opgerichte Stork uit Hengelo. Dit bedrijf groeide uit tot een bekende naam, mede dankzij de ontwikkeling van stoommachines. “Onze technologie vind je nog steeds terug in stoomketels die gebruikt worden voor de energievoorziening in diverse industrieën”, zegt Nijman. “Hoewel er nog steeds veel gebeurt in deze sector, zien we dat de markt langzaam aan het verschuiven is. Dankzij onze elektrolyser kan NEWES ook bestaansrecht hebben in een toekomstige groene en duurzame energiesector."Soorten elektrolyser Er zijn momenteel verschillende types elektrolysers op de markt. Alkaline-elektrolysers en polymer electrolyte membrane (PEM)-elektrolysers worden bijvoorbeeld al op grote schaal ingezet. De gemene deler bij die elektrolysers: ze beschikken allemaal over een membraan, die de anode en kathode van elkaar scheidt. Het membraan voorkomt daarmee dat er ongewenste chemische reacties plaatsvinden. Daarnaast verloopt het elektrolyseproces erdoor efficiënter en slimmer.Opschalen naar 1 megawatt Inmiddels heeft NEWES zijn systeem op kleine schaal getest. Deze elektrolyser kan waterstof tot 140 bar druk produceren. De volgende stap is de ontwikkeling van een demonstratiefabriek van 1 megawatt tot 350 bar. Energieopslag met kleine elektrolyser Daarnaast is NEWES ook bezig met de ontwikkeling van een kleine elektrolyser met een capaciteit van 50 tot 500 kilowatt voor de energieopslag van groene stroom. Dit apparaat kunnen bedrijfseigenaren bijvoorbeeld aansluiten op een hernieuwbare stroombron zoals een dak met zonnepanelen. De kleine elektrolyser is vervolgens in staat om maandenlang energie op te slaan in de vorm van waterstof; handig om bijvoorbeeld een grauw seizoen te overbruggen wanneer de zon wat minder schijnt. Samenwerken met bedrijven Voor zowel de demonstratiefabriek van 1 megawatt als de kleine elektrolysers voor energieopslag is NEWES op zoek naar partners. “In de waterstofsector merken we dat veel partijen de kat uit de boom kijken of kiezen voor het type elektrolyser dat ze kennen”, zegt Nijman. “We zijn juist op zoek naar partijen die de meerwaarde van onze technologie zien en dit samen met ons willen oppakken.” En dan is het nog zaak dat de markt voor groene waterstof echt van de grond komt. “Uiteindelijk zijn er twee dingen nodig om de markt voor groene waterstof naar een volgend niveau te tillen”, zegt Meerkerk. “Het aanbod van groene stroom moet veel groter worden en de gasprijs – en daarmee de prijs voor CO2 – moet omhoog. Dan wordt groene waterstof vanzelf concurrerend.”Lees ook:Arnhems bedrijf komt met spotgoedkope batterij voor grootschalige en langdurige opslag Warmtebuffer van Nederlandse start-up verlaagt energierekening tot wel 75 procent Vader en dochter runnen start-up: goedkoop zonnestroom opslaan met wateraccu