'De zeespiegel gaat 2 meter stijgen: Tijd om voorbereidingen te treffen'

De meeste Nederlanders wonen en werken in overstromingsgevoelige gebieden. Opmerkelijk genoeg zijn dat nu juist de gebieden in de Randstad, waar nieuwbouwwoningen de hoogste verkoopprijzen hebben. Het is tijd voor harde keuzes als we het hoofd boven water willen houden. “Is het houdbaar om in de Randstad te blijven wonen of moeten we toch wat meer naar het Oosten?”

Wassende water
Sabrina Helmyr: (Arcadis): “De zeespiegel gaat 2 meter stijgen. Zeker weten. Het is alleen de vraag hoe snel dat gaat"

“Ik heb de eerste kopers al gehad die vroegen naar de NAP-score van de woning”, zegt Onno Dwars. Voor de CEO van Ballast Nedam Development is het een teken dat mensen zich zorgen beginnen te maken over overstromingsrisico’s. Terecht. De meeste Nederlanders wonen en werken in overstromingsgevoelige gebieden. Dat zijn ook populaire plekken voor nieuwbouw, waardoor juist daar veel woningbouw plaatsvindt of op de planning staat.

Tegelijkertijd nemen de klimaatrisico’s toe. Van dalende veengebieden en een stijgende zeespiegel tot piekbuien. Het is tijd om ons voor te bereiden. Sabrina Helmyr: “De zeespiegel gaat 2 meter stijgen. Zeker weten. Het is alleen de vraag hoe snel dat gaat: is het eind van deze eeuw of volgende eeuw? Ook krijgen we meer extremere buien, zoals we afgelopen jaar zagen in Limburg. Het is niet meer een kwestie van óf het gebeurt, maar vooral hoe we ons daarop voorbereiden.” Als Commercieel Directeur Water en Sectorleider Waterschappen bij Arcadis houdt Helmyr zich bezig met dit aanpassingsvraagstuk. Zij maakt onderscheid tussen regenwater, rivieren en de zee.

Wateroverlast

“Het begint altijd met de regen”, zegt Helmyr. De eerste stap is voorkomen dat die regen tot overlast leidt en naar lager gelegen gebieden stroomt. Alles in het riool lozen, is niet de oplossing. “Riolering kan maar 2 centimeter regen aan. Als er meer valt, dan past het niet. Tijdens de heftige buien in Limburg afgelopen zomer viel er 18 centimeter. Daar kunnen we de Nederlandse riolering niet op aanpassen dus we moeten voorkomen dat het water in het riool komt.”

Water opvangen op de plek waar het valt, is het credo. Dat betekent minder asfalt en betegeling, regenpijpen aansluiten op regentonnen in plaats van het riool en meer groen. Bij meer groen denkt Helmyr niet alleen aan parken en tuinen, maar ook aan daken en gevels. Daar ligt een rol voor de bouwers. Dwars: “Wij zijn al bezig met water-adaptief bouwen door water langer vast te houden op gebouwen. Maar ook onder parkeerplaatsen. Nieuwbouwwoningen met platte daken krijgen zonnepanelen of worden bekleed met sedum. Steeds vaker is het een combinatie van beide.”

Marjolein Mens, expert droogte en waterverdeling bij Deltares, ziet wel wat in vuistregels die aangeven hoeveel waterberging een stad of dorp moet bieden. “Dat kun je ook heel mooi combineren met groen of speeltuinen.” Ook Dwars ziet daar de positieve kant van in: “Door dit thema gaan we steden echt massaal vergroenen. We gaan de auto uit steden bannen, lopen en fietsen komen veel meer centraal te staan. Dat zie ik echt gebeuren. In die zin heeft het heel veel voordelen om water weer lokaal te laten infiltreren.”

Van regen tot rivier

“Als het regenwater in beken zit, dan gaat het uiteindelijk naar rivieren toe. Met name de Maas is een regenrivier. Die moet het heel erg hebben van de regen die bijvoorbeeld in de Ardennen valt. Dus als er daar heftige buien zijn, dan komt dat heel snel tot afstroming in de Maas”, zegt Helmyr.

De afgelopen jaren investeerde Nederland veel in ruimte voor de rivier en versterking van de dijken. De hoge waterstanden in ’93 en ’95 hielpen om het belang hiervan te beseffen. Maar de tijd schrijdt voort en mensen vergeten het verleden. Helmyr: “Je ziet dat we met alle druk op de woningmarkt toch weer in uiterwaarden gaan bouwen. Over het algemeen is dat niet verstandig. Geef die ruimte nou aan de rivier. Het leidt onherroepelijk tot problemen als we het allemaal volbouwen.”

Water stroomt naar beneden. Dat wisten we als kind al, maar als volwassenen lijken we het vergeten te zijn. Meer dan de helft van de 1 miljoen woningen die voor 2030 gepland staan, lopen overstromingsrisico’s. Daarbovenop komen de gebieden die risico lopen door hitte, droogte en bodemdaling. Daarom constateerde Deltacommissaris Peter Glas in een adviesrapport eind vorig jaar dat 820.000 huizen gepland zijn in risicovolle gebieden. Daarom vindt Mens dat we oog moeten hebben voor de ondergrond waarop we bouwen. Ze werkte mee aan een onderzoek daarover.

Download ook het rapport: Op Waterbasis, grenzen aan de maakbaarheid van ons water- en bodemsysteem

Het probleem van de polders

Mens legt uit waarom we ook bij polders en veengebieden goed moeten nadenken over nieuwbouw. “De bouw is van nature ingericht op geoptimaliseerde omstandigheden. Dus vaste waterpeilen. Klimaatverandering zorgt ervoor dat de variabiliteit toeneemt. Laag en hoog water wisselen elkaar sneller af. Voor de bouw zijn te grote wisselingen van grondwaterstanden vaak niet handig. Dat geldt zeker voor oudere gebouwen, maar ook met nieuwbouw moet je daar rekening mee houden.”

Ook de Nederlandse overheid kan daar baat bij hebben als het gaat om het halen van de klimaatdoelen. Zo brengen dalende veengronden meer CO2 in de lucht. CO2 zorgt ervoor dat de aarde opwarmt. Dit valt te voorkomen door het grondwaterpeil in veengebieden te verhogen, maar dit kan overlast opleveren voor boeren en bewoners. Mens vreest een “lock-in” als we gebieden volbouwen die we ook voor water nodig hebben. Nu houden we het water in veel polders en veengronden al kunstmatig laag.

Met dalende veengronden, meer neerslag in de winter en hevigere piekbuien in de zomer nemen de kosten voor water wegsluizen alleen maar toe. En het water moet ergens heen. Mens: “Een hogere grondwaterstand betekent automatisch minder berging voor water. Dus die berging moet je ergens anders in het systeem vinden of creëren om wateroverlast te voorkomen.”

‘27 tot 112 miljard euro schade’

In plaats van de risico’s te beperken, kunnen we deze beter proberen te voorkomen. Die boodschap lijkt ook in politiek Den Haag aangekomen. ‘Nu al wordt grote schade ondervonden, en deze kan oplopen tot een bedrag van 27 tot 112 miljard euro in 2050 in het stedelijk gebied als er niks gebeurt’, schreven Hugo de Jonge (minister Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) en Mark Harbers (minister Infrastructuur en Waterstaat) eind mei in een Kamerbrief. Als het bruto binnenlands product (bbp) van Nederland de komende jaren gelijk blijft, zullen we in het ergste geval 13,8 procent van ons jaarlijkse inkomen kwijt zijn aan schadekosten.

‘De geschatte schade door de extreme regenval in Limburg was 1,8 miljard euro. Door vroeg in het plan- en ontwerpproces klimaatadaptieve maatregelen mee te nemen, worden de (meer)kosten bij nieuwbouw beperkt gehouden.’ Daarom komt de overheid met een klimaatadaptatie-meetlat en gaat ze zich actiever bemoeien met nieuwbouwlocatiekeuzes.

De overheid speelt een grote rol bij de aankoop van gronden door vastgoedontwikkelaars. Vooral indirect. Uitspraken van Hugo de Jonge over toekomstbestendige bouwlocaties worden opgepikt in de markt. Dwars: “Op het moment dat een minister iets ter discussie stelt, moet je op gaan letten.” Het tegenovergestelde is ook het geval. Bijvoorbeeld als het gaat over bouwen in één van de diepste polders van Nederland: de Zuidplaspolder. “Het Rijk en de gemeente hebben besloten daar te gaan bouwen. Daarmee is volgens mij de discussie beslecht.”

Zeespiegelstijging

Naast piekbuien en volle rivieren krijgt Nederland nog een uitdaging voor de kiezen: de zeespiegelstijging. Helmyr: “De zeespiegelstijging gaat geleidelijker. Dat gaat echt over smeltende poolkappen en is daarom van een andere orde. Lastiger. Als die gaat stijgen, dan kunnen we daar bijna geen invloed meer op hebben. Met neerslag kunnen we een hele hoop in onze eigen omgeving doen. Maar als de zeespiegel stijgt, dan hebben we het echt over de volle breedte van de kust.”

Deltares zette in 2019 al strategieën op papier om ons aan te passen aan een hoge en versnelde zeespiegelstijging. In onze huidige bescherming-scenario's gaan we uit van een zeespiegelstijging tussen 0,35 en 1 meter in 2100 (ten opzichte van 1995). Inmiddels weten we dat 2 meter in 2100 niet uitgesloten is. “Is het houdbaar om in de Randstad te blijven wonen of moeten we dan toch wat meer naar het Oosten?”, vraagt Helmyr zich af. Het is één van de denkrichtingen die ook Deltares beschrijft in haar onderzoek. Daarnaast evalueert de kennisinstelling maatregelen als de Waddenzee afsluiten, extra eilanden aanleggen, bouwen op palen en het aanleggen van terpen.

Denkrichtingen deltares groot
Elke denkrichting komt met zijn eigen uitdagingen en kostenposten. | Credit: Deltares

De oplossingen vallen te verdelen in drie categorieën: meebewegen, zeewaarts uitbouwen of beschermen. Beschermen komt in twee smaken: met zee-toegang voor rivieren of een compleet afgesloten Nederland met ‘een muur’ langs de kustlijn. Elk komt met zijn eigen uitdagingen en kostenposten. “Uitbreiden naar zee is bijvoorbeeld heel technisch en het is nog maar de vraag of we daar voldoende zand voor kunnen aanvoeren”, zegt Mens.

“Ons verplaatsen richting hoog Nederland zou ik een heel goed idee vinden.” Tegelijkertijd wil Mens niet vol inzetten op één strategie. Een combinatie lijkt haar het beste. “Aan de ene kant hebben we veel ruimte nodig om water kwijt te kunnen, maar tegelijkertijd moeten we een aantal gebieden aanwijzen die we altijd goed blijven beschermen. Zonder ons volledig blind te staren op die bescherming.” Mens gelooft in ‘meerlaagse bescherming’. Dat betekent dat er bijvoorbeeld altijd vluchtwegen zijn die bereikbaar blijven.

Download het rapport Strategieën voor adaptatie aan hoge en versnelde zeespiegelstijging

Terpen en drijvend bouwen

Om ons aan te passen aan het wassende water noemt het Deltares-rapport terpen en drijvende gebouwen als mogelijkheden. Dit soort oplossingen spreken tot de verbeelding, maar Mens, Helmyr en Dwars zien beperkingen in de grootschalige toepassing hiervan.

“Steeds meer bedrijven moeten voor financiering laten zien hoe zij nadenken over klimaatbestendigheid. Steeds meer bedrijven laten ook door bureaus als het onze analyses maken van de risico’s en de maatregelen die ze kunnen treffen. Bijvoorbeeld als het heel hard regent of als we een hele hete of droge zomer hebben. Dat vind ik een ontzettend positieve ontwikkeling.”

Sabrina helmyr arcadis

Sabrina Helmyr

Commercieel Directeur Water en Sectorleider Waterschappen

Mens: “Ik geloof dat woonboten in omgeving Amsterdam al last hebben van een paar centimeter waterpeilverschil. Die woonboten zitten natuurlijk vast aan riolering en elektriciteit. Dus daar moet je wel rekening mee houden.” Dwars ziet drijvend wonen om dezelfde reden vooral als nichemarkt. Een massale opkomst van drijvende steden verwacht hij daarom niet. “Er kleven gewoon heel veel nadelen aan.” Hetzelfde geldt voor terpen. “Terpen wil je vaak bouwen op gronden die inklinken en door er gewicht op te zetten versnel je het inklinkingsproces.”

Daarom komt de discussie terug bij bouwlocaties: niet bouwen op plekken met hoge risico’s. “Er zit gewoon een grens aan wat we technisch moeten willen oplossen”, benadrukt Helmyr. Drijvend bouwen en terpen aanleggen: het kan allemaal. “Maar je hebt ook te maken met infrastructuur. Je moet er nog wel kunnen komen.” Ook dat valt op te lossen. Bijvoorbeeld door straten hoog aan te leggen, zodat die bereikbaar blijven bij overstroming. “Maar de vraag is of je dat moet willen”, vindt Helmyr.

Volksverhuizing

Uit een onderzoek van het PBL blijkt dat Nederlanders nog niet klaar zijn voor een verhuizing naar hoger gelegen gebieden. ‘Het op korte termijn aansturen op een andere verdeling van de woningbouw over het land vormt daarmee geen oplossing voor de huidige krapte op de woningmarkt’, schrijven De Jonge en Harbers in hun Kamerbrief. Daarmee lijken de ministers een definitieve keus uit te stellen terwijl er volgens Mens en Dwars daadkracht nodig is. “We kunnen niet alle opties oneindig openhouden”, zegt Mens.

Dwars vult aan: “Voor het investeringsklimaat in Nederland is het cruciaal dat de overheid op korte termijn met een plan komt over hoe we met de zeespiegelstijging en de piekafvoer van rivieren omgaan. Als we daar nu op anticiperen dan kan Nederland nog mooier en aantrekkelijker worden. Vanuit natuurbeleving zie ik daar ook echt een kans, maar we moeten het antwoord nu wel echt gaan vinden.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van de serie Het wassende water. Lees ook de eerdere delen:

Change Inc.

join the changesluit je gratis aan

Bij een ecosysteem van 42.512 professionals, bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst. Met dagelijks kwaliteitsjournalistiek, inzichten en evenementen, want morgen wordt vandaag bedacht.

Join the change, word lid

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven

Events


Producten & Diensten

Magazines


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu