Rianne Lachmeijer 06 september 2019, 06:24

Modulair bouwen: Dit recent opgeleverde wooncomplex is allesbehalve nieuw

Impressie stek oost modulair bouwen

Nederland wil in 2050 circulair zijn. In een circulaire economie zijn alle kringlopen gesloten; afval bestaat niet meer. Eén van de sectoren met veel afval is de bouw. Modulair bouwen kan een rol spelen bij de vermindering hiervan. Deze manier van bouwen wordt nu al toegepast, bijvoorbeeld in de woningmarkt. 

Op het terrein van een Amsterdamse sportvereniging staat een wooncomplex met 250 woningen waar jongeren en statushouders gezamenlijk wonen. Het gaat om tijdelijke huisvesting van maximaal tien jaar. Ondanks dat het complex er nog geen jaar staat, is het allesbehalve nieuw. De modules waaruit het wooncomplex bestaat deden vanaf 2006 dienst als zorginstelling en vervolgens vanaf 2014 als onderdak voor asielzoekers. “Wij vinden het leuk dat we hergebruikt materiaal in deze vorm kunnen gebruiken", zegt Jan Willem Kluit, manager gebiedsregie bij woningcorporatie Stadgenoot.

In november 2018 werd het complex opgeleverd, terwijl de modules een half jaar eerder nog in Eindhoven stonden. Voor demontage en renovatie tot oplevering waren zes maanden nodig. “Dat is waanzinnig snel”, benadrukt Kluit. Hij stelt dat voor een traditioneel bouwproject acht jaar heel normaal is. Flexibiliteit en snelheid zijn dan ook belangrijke kenmerken van modulair bouwen.  

Modulair bouwen

Een vergelijking met lego ligt voor de hand, want eigenlijk is modulair bouwen niets anders dan bouwen met gestandaardiseerde, geprefabriceerde, demontabele onderdelen.  

Bouwbedrijf Nezzt, onderdeel van De Meeuw, was verantwoordelijk voor de bouw van het wooncomplex. Het karkas van de modules bestaat bij deze bouwer uit een frame met een vloer en een plafond. Zijwanden, ramen en sanitair: van alles kan worden toegevoegd én weer worden verwijderd na gebruik. Van elke unit weet het bouwbedrijf precies wat erin zit, van het aantal schroeven tot het aantal plafondplaten. 

Op de circulaire weg 

In Stek Oost is niet alleen het karkas van de modules opnieuw gebruikt, maar ook de binnenwanden, de kozijnen, het houtwerk, het isolatiemateriaal en de voorzetgevels. Materialen die de Meeuw niet opnieuw kon inzetten, stuurde het bedrijf terug naar de toeleverancier, zoals 54 ton systeemplafondplaten. Daarnaast verkocht de Meeuw onder andere achthonderd gebruikte wastafels aan een marktplaats voor bouwmaterialen.  

Nog niet alle materialen werden hergebruikt of gerecycled. Zo belandden onder andere kabels, vloerbedekking en spaanplaten bij het afval. “Dingen die we in de praktijk tegenkomen, proberen we meteen beet te pakken”, reageert Paul Megens, hoofd inkoop bij de Meeuw. Zo heeft hij inmiddels een deal met vloerleverancier Tarkett en spaanplaat producent Unilin. Zij nemen de oude materialen in en verwerken die tot nieuwe producten die De Meeuw vervolgens weer koopt. 

Hergebruik versus recycling 

Scheikundige Sanne van Leeuwen van onderzoeksinstituut TNO benadrukt dat het essentieel is om onderscheid te maken tussen hergebruik en recycling. “Recycling van materialen doet de bouw in de breedste zin van het woord al heel lang, maar hergebruik is de uitdaging van nu.”  

'Hergebruik is de uitdaging van nu'

Bij recycling wordt vaak een (deel van) het product kapotgemaakt, zodat kleine stukjes ontstaan. Die kleine stukjes worden vervolgens als grondstof in een nieuw product gebruikt. Ook restmateriaal dat overblijft na de productie van een product kan hiervoor worden ingezet. Bij hergebruik wordt een product opnieuw ingezet in de vorm die het al had. Uit berekeningen van TNO blijkt dat hergebruik vaak een veel groter milieuvoordeel oplevert dan recycling. Dit betekent echter niet dat recycling per definitie geen zin heeft, de crux zit in een continue afweging tussen de voor- en nadelen. 

“Enerzijds kost recycling energie. Anderzijds, als je niet zou recyclen, dan heb je productieafval. Dat moet je met elkaar vergelijken. Stel dat je het productieafval niet opnieuw inzet, dan wordt het misschien verbrand of gestort. Het gaat voortdurend om de vraag: Wat vergelijk je met wat?”, aldus Van Leeuwen. 

Megens maakt ook onderscheid tussen hergebruik en recycling. Eerst probeert hij de materialen die bij hem terugkomen zelf te hergebruiken. Als dat niet kan, kiest hij voor verkoop via gebruiktebouwmaterialen.com. Pas daarna kiest hij voor teruglevering aan de toeleverancier. Materialen afvoeren als afval wil hij zoveel mogelijk vermijden. 

Hergebruikte materialen, zonnepanelen en circulaire beplanting 

De snelle beschikbaarheid en betaalbaarheid waren de hoofdredenen voor woningcorporatie Stadgenoot om voor modulaire bouw te kiezen, maar het duurzame karakter was ook een pré. “Ons project is een tweedehandsje”, zegt Kluit trots. 

De toepassing van hergebruikte materialen is niet het enige duurzame aan Stek Oost. Op de daken liggen zonnepanelen, de woningen hebben geen aardgasaansluiting en de bewoners kunnen meubelabonnementen afsluiten bij Ikea. De woningcorporatie praat nu met de hovenier over de mogelijkheden van een circulaire binnentuin, waarbij de planten na tien jaar weer terug kunnen naar de kwekerij. 

Toekomst voor tijdelijk 

Om in te spelen op de krapte op de woningmarkt kopen woningcorporaties gebouwen die voorheen geen woonbestemming hadden, zoals oude kantoren en scholen, en vormen deze om tot woningen. Tijdelijke huisvesting zoals Stek Oost kan ook een bijdrage leveren. Sinds mei is de regelgeving aangepast zodat tijdelijke, modulaire bouw vijftien jaar mag blijven staan, in plaats van tien jaar. “Dat maakt het interessanter om over deze vorm van tijdelijke huisvesting na te denken”, zegt Kluit.

‘Het begint een nieuwe tak van sport te worden’ 

Zo wordt in de woondeal voor de gemeente Amsterdam specifiek gekeken naar plekken voor tijdelijke bouw om de krapte op de woningmarkt te verminderen. Verschillende woningcorporaties leveren nu al tijdelijke projecten op. "Het begint een nieuwe tak van sport te worden.”

Lees de artikelen die eerder in de serie over modulair bouwen verschenen:

Afbeeldingen: De Meeuw

Porsche geeft autoliefhebbers een elektrische toekomst

Porsche lanceerde het model afgelopen woensdag. De nieuwe Taycan is in zekere zin een toekomstvisie van Porsche; dit is namelijk niet de laatste volledig elektrische auto die het bedrijf van plan is te maken. “Tegen 2022 zullen we meer dan 6 miljard euro in e-mobiliteit geïnvesteerd hebben”, zegt Detlev von Platen, lid van de raad van bestuur en sales-marketing bij Porsche. “Wij voorspellen dat in 2025 de helft van alle nieuwe Porsche’s elektrisch zijn.”Tesla killer?Is de nieuwe Taycan een ware Tesla-killer? Op papier lijkt het er niet op. Als je de duurste uitvoering van Porsche (de Taycan Turbo S) met de Tesla-concurrent (de model S P100D) vergelijkt, lijkt de laatste te winnen. Zo komt de model S P100D met een actieradius van 507 kilometer (fabrieksopgave) 57 kilometer verder dan de Taycan Turbo S. Ook doet hij 0,3 seconde korter over de acceleratie van 0 naar 100 km/u en is hij ook nog eens € 83.000 goedkoper.Het grootste verschil tussen de twee auto’s is dat eentje ontworpen is als een sportauto en de andere niet. De Tesla lijkt op papier misschien sneller, maar de Porsche is en blijft een sportauto. Zo heeft de Porsche twee speciaal ontworpen versnellingen, waardoor de topsnelheid hoger is en de auto consistent sportief rijdt. Iets waar de Tesla niet voor ontworpen is. “De Taycan is een high performance sportauto. Het toont de overdracht van technologie van motorsport naar de serieproductie”, zegt Stefan Weckbach, vicepresident bij Porsche. Hiermee wijst hij op de ervaring en technologie van Porsche in de racewereld. Zo gebruikt de Taycan technologie die ook gebruikt is in de Porsche 919 Hybride, waarmee meerdere winsten behaald zijn bij de wereldberoemde Le Mans race.Dat de Taycan werkelijk sportief is bewees Porsche door met de auto op 26 augustus in de klasse 'vierdeur elektrisch' op de Nürburgring Nordschleife, een recordtijd van 7 minuten en 42 seconden neer te zetten op de Nürburgring Nordschleife, een circuit in het Duitse Nürburg waar veel sportauto's getest worden. Milieuvriendelijke toekomstAuto’s van Ferrari, Lamborghini, Porsche, Mclaren; ze zijn populair onder autoliefhebbers, maar niet bepaald milieuvriendelijk. Porsche laat echter met de nieuwe Taycan zien dat ook de sportauto een elektrische toekomst heeft. Steeds meer merken laten zien dat elektrisch rijden ook spannend kan zijn. De Audi e-tron GT, de Lotus Evija en de Rimac Concept One zijn voorbeelden van auto’s die ontworpen zijn rond duurzaamheid, maar ook rijplezier.Afgelopen juli zette de volledig elektrische Volkswagen ID.R het record op de Goodwood Hillclimb, een jaarlijks festival waarbij auto´s uit verschillende klasses een bergweg beklimmen. Niet onder de elektrische auto’s, maar onder alle auto’s. Sinds 2014 is de Formule-E, de volledig elektrische variant op Formule-1, klasse uitgegroeid tot een groot succes dat steeds meer automerken en fans aantrekt. Ontwikkelingen zoals deze dragen hun steentje bij aan de groeiende populariteit van elektrisch rijden.Foto's: Porsche media | Tesla media