Emma Rotman 28 oktober 2019, 08:00

Als bedrijf een duurzame koers uitzetten? Dit zijn de succesfactoren

Faber Halbertsma Group werkt al ruim 20 jaar met een circulair businessmodel. Waar dit vroeger draaide om beperking van kosten, is het doel nu beperking van CO2-uitstoot en grondstoffengebruik. Die duurzame koers leidt soms tot stevige keuzes. Wat zijn volgens het bedrijf de succesfactoren die verduurzaming mogelijk maken? ‘Duurzaamheid moet gevoeld worden in de hele organisatie.’

Faber halbertsma group paul ridderhof

Aan het woord is Frans Colthoff, manager corporate marketing & communicatie bij Faber Halbertsma Group. Het bedrijf werkt met circulaire pooling systemen onder de namen IPP, PRS, PAKi en vPOOL. In plaats van pallets te produceren en te verkopen, haalt het bedrijf de pallets na gebruik terug, repareert ze en stuurt ze door naar de volgende gebruiker. Daardoor hebben de pallets een langere levensduur en zijn er minder grondstoffen nodig. Bovendien houdt Faber Halbertsma Group het aantal transportkilometers zo laag mogelijk, met een dicht netwerk van klanten en opslag-depots.

'Kostenbesparing gaat hand in hand met besparing van grondstoffen en CO2-uitstoot'

Dat systeem werd ruim 20 jaar geleden geïntroduceerd als een manier om meer omzet te genereren. “Hoe efficiënter de pallets gebruikt werden, hoe lager de kosten per pallet. Maar wij realiseerden ons dat die kostenbesparing hand in hand gaat met verduurzaming, vanwege de besparing van grondstoffen en CO2-uitstoot”, vertelt Colthoff. De laatste jaren legt het bedrijf de nadruk steeds meer op de duurzame kant van het model. Niet alleen naar klanten toe, maar ook intern. Waarom is dat nu zo belangrijk?

Lees ook: Circulair is trending. Maar hoe krijg je de keten in beweging?

‘Walking the talk’ begint intern

“Duurzaamheid moet gevoeld worden in de hele organisatie”, zegt Colthoff. Volgens hem is het belangrijk om iedere medewerker te betrekken bij de duurzaamheidsstrategie om tot concrete stappen te komen. “Anders blijft het een containerbegrip, een marketingverhaal van het management. Door alle afdelingen en alle mensen op de werkvloer bij de verduurzaming van je bedrijfsvoering te betrekken, wordt het veel praktischer.”

Ook wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat de transitie naar een duurzame bedrijfsvoering verder moet gaan dan de directie of de duurzaamheidsmanager. Rob van Tulder, hoogleraar international business-society management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, trekt die conclusie na uitgebreid onderzoek naar verduurzaming binnen bedrijven. ‘Walking the talk’ begint volgens hem intern, bij de organisatie van de eigen bedrijfsvoering en de daarbij horende mindset van de medewerkers.

“Verduurzaming brengt dilemma’s met zich mee, want elke afdeling heeft bepaalde doelstellingen. De inkoopafdeling is bijvoorbeeld bezig met zo goedkoop mogelijk inkopen, terwijl de verkoopafdeling een product wil aanbieden met maatschappelijke waarde. Als je daar geen overeenstemming over bereikt, dan vormt dat een barrière voor verduurzaming van je bedrijfsvoering”, zegt Van Tulder.

Verduurzaming en motivatie

Dat verduurzaming ook echt leeft binnen Faber Halbertsma Group blijkt uit een voorbeeld van het collection service centre van dochterbedrijf PRS. Daar werken zo’n twintig medewerkers elke dag aan het traceren van de pallets, zodat PRS deze kan ophalen, repareren en doorsturen naar de volgende klant.

“Het percentage geretourneerde pallets was vroeger vooral een kostenaspect voor de organisatie. Maar nu relateren die medewerkers dit aan duurzaamheid. Hoe meer pallets teruggehaald worden, hoe minder er geproduceerd hoeven te worden en hoe minder grondstoffen we gebruiken”, vertelt Colthoff. “Ik zie echt dat die motivatie helpt om dat percentage steeds hoger te krijgen.”

Alignment

Volgens Van Tulder is het de verantwoordelijkheid van de leiding om te zorgen voor wat hij noemt alignment. “Alle afdelingen binnen je bedrijf moeten dezelfde waarden delen. Daarbij is het belangrijk dat je je medewerkers die waarden niet oplegt, maar hen de ruimte geeft om hun eigen waarden te ontwikkelen. Uiteraard wel in de context van het bedrijf.”

'Alle afdelingen binnen je bedrijf moeten dezelfde waarden delen'

Faber Halbertsma Group greep de jaarlijkse tweedaagse top aan om die alignment te verstevigen. De tweedaagse stond dit jaar volledig in het teken van duurzaamheid. Zo’n vijftig managers van de verschillende bedrijven in de groep gingen met elkaar in gesprek over hoe het duurzame businessmodel van het bedrijf nog verder te brengen. “We hebben hen uitgenodigd om zelf met ideeën te komen, bijvoorbeeld over hoe we onze CO2-reductie kunnen meten of wat we kunnen doen om de gezondheid en het werkplezier van medewerkers te waarborgen. Aan die ideeën koppelen we vervolgens een actieplan, zodat managers zelf op hun eigen afdeling aan de slag kunnen.”

Foto: tijdens de tweedaagse top bouwden medewerkers van Faber Halbertsma Group letterlijk en figuurlijk aan de toekomst van het bedrijf.

Dat laatste is een belangrijke stap, concludeert Van Tulder in zijn onderzoeken. “Ik noem dat intrapreneurs: medewerkers die in teams aan een uitdaging werken op een ondernemende manier. De blik op de toekomst is daarin een belangrijke factor. Managers vinden het soms lastig om dilemma’s te delen over bestaande problemen. Dilemma’s delen over de toekomstige agenda is vaak gemakkelijker, maar niet minder belangrijk.”

Impact maken op vier niveaus

Het onderzoek van Van Tulder laat vier verschillende niveaus zien op basis waarvan een bedrijf duurzame waardes kan definiëren. Dat begint bij het product dat een bedrijf maakt. “Niveau 1 noemen we in de literatuur license to exist. Daarbij kijk je bijvoorbeeld naar je productiemethoden, dus het gebruik van grondstoffen en de CO2-uitstoot, maar bijvoorbeeld ook naar arbeidsomstandigheden.”

Bij niveau 2 probeert een bedrijf de negatieve gevolgen van het product te beperken, bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van transport: de license to operate. Vervolgens gaat het bedrijf aan de slag met de positieve impact van het product op de samenleving. “Dat is niveau 3, de license to scale. Denk bijvoorbeeld aan de positieve invloed van jouw product op toeleveranciers of klanten. Daarbij is het belangrijk dat die positieve impact gekoppeld is aan je kernactiviteiten. Het moet verder gaan dan filantropie of sponsoring.”

'Positieve impact gaat verder dan filantropie'

Waar de eerste drie niveaus zich richten op de huidige activiteiten van een bedrijf, draait het laatste niveau om de toekomst: de zogenaamde license to experiment. Daarbij spelen de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) een grote rol, stelt Van Tulder. “Kijk naar hoe de wereld er in 2030 uitziet en voor welke maatschappelijke uitdagingen we staan. Waar zie je mogelijkheden om te innoveren? Hoe kun je nieuwe klanten bereiken om samen andere problemen op te lossen? Ook hier is de toekomstagenda weer belangrijk.”

Jong talent

Van Tulder ziet een belangrijke rol weggelegd voor millennials om aan die toekomstagenda te werken. Ook de Faber Halbertsma Group ziet het belang van de jonge generatie in. Het aantrekken van jong talent was een concreet onderwerp tijdens de top. Jonge medewerkers uit het talentenprogramma onderzochten hoe het bedrijf aanstormende talenten nog meer kan aanspreken. Tijdens de top presenteerden zij de resultaten van dit onderzoek, waarop de deelnemers met elkaar van gedachten wisselden over de drijfveren van de aankomende generatie.

Voor elk bedrijf een relevant onderwerp gezien de krapte op de arbeidsmarkt, maar voor Faber Halbertsma Group misschien nog wel meer. Colthoff: “We zitten in een regio met grote bedrijven als Philips en ASML. Dan lijkt een pallet misschien wat minder sexy. Daarom is het belangrijk om te laten zien dat wij een bedrijf zijn waar zij voor moeten kiezen. Wij hebben een duurzaam product en een duurzaam businessmodel. Voor de jongere generaties wordt dat steeds belangrijker.”

De afdeling HRM kan daar volgens Van Tulder ook een belangrijke rol in spelen. “Als bedrijf moet je je afvragen: zie ik mijn personeel als een kostenpost of juist als mijn belangrijkste asset? Als je hen weet te motiveren voor het grotere doel, dan heb je een geweldige pool van enthousiasme.”

Lees ook:

Better Business Scan

Rob van Tulder en zijn onderzoeksteam ontwikkelden samen met DuurzaamBedrijfsleven de Better Business Scan. Een unieke combinatie van wetenschappelijke onderbouwing met directe en tastbare adviezen en resultaten in een online dashboard. De scan geeft inzicht in jouw persoonlijke duurzaamheidsambities en -prestaties én die van je bedrijf. Je ontvangt meteen een op maat gemaakt advies om de afstand tussen ambitie en resultaat in duurzaam ondernemen verder verkleinen.

Ga naar de Better Business Scan

Hoofdbeeld: AdobeStock | In tekst beeld: Paul Ridderhof

DSM-topman: 'De organisatie die zich het beste aanpast zal overleven'

Dit jaar viert DSM 150 jaar innovatie en expertise op het gebied van fermentatie en biotechnologie. Bij de officiële opening van een pop-up tentoonstelling kwamen twintigduizend miljard micro-organismen (een kwinkslag van Sijbesma in zijn toespraak) ofwel tweehonderd mensen samen om terug te kijken op de geschiedenis van het bedrijf. Maar op het voormalige hoofdkantoor van Gist-Brocades, waar DSM begon met gist en enzymen voor het gebruik in voedingsmiddelen en dranken, werd vooral vooruit gekeken naar de duurzame en financiële kansen die industriële biotechnologie biedt.Een open innovatiecampus, waar plaats is voor dertig nieuwe bedrijven, moet deze kansen materialiseren. Initiatiefnemer DSM sprak samen met gemeente Delft, TU Delft, provincie Zuid-Holland en Innovation Quarter af om de Biotech Campus Delft de komende maanden versneld te ontwikkelen tot een internationale biotech innovatie hub. Met de recente opening van innovation center Planet B.io begin oktober is de volgende stap gezet.  Wat is industriële biotechnologie? Bij industriële biotechnologie worden micro-organismen zoals bacteriën, gisten, schimmels en algen ingezet om op grote schaal vitamines, zoetstoffen, antibiotica, bio-plastics of brandstoffen te produceren. Daarbij worden biologische grondstoffen zoals suikers en planten gebruikt. Biotechnologie is eigenlijk slim de gereedschapskist van de natuur gebruiken. Dat wist men al zesduizend jaar geleden. Op verschillende plekken werden fermentatieprocessen toegepast bij de bereiding van bier en brood of het langer houdbaar maken van voedsel. De oplossingen van de moderne biotechnologie maken een biobased en circulaire economie mogelijk.Baanbrekende innovatiesBiotechnologie heeft al een stevig fundament in Nederland. Sinds de oprichting van de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, later Gist-Brocades en sinds 1998 DSM, vonden al veel innovaties hun weg naar de samenleving. De bekendste voorbeelden zijn een productiestam en -proces voor de grootschalige productie van penicilline, een veelgebruikt natuurlijk antischimmelmiddel dat bederf van voedingsmiddelen en dranken tegengaat, en enzymen die het voor mensen met een lactose-intolerantie mogelijk maken om zuivelproducten te consumeren.  Een omega 3-olie op basis van algen van Veramaris, een joint-venture van DSM en Evonik, is een van de meer recente successen. De olie wordt als voeding voor onder andere kweekzalm gebruikt. Het resultaat is een duurzamere aquacultuur en gezonde omega 3-vetzuren in de kweekzalm, zonder dat er wilde vis wordt gevangen in zee. Een ander voorbeeld is Avansya, waarin DSM met het agrarische concern Cargill samenwerkt. Avansya produceert de calorievrije zoetstof stevia op een duurzame wijze uit gistcellen.Groeiende businessVoor DSM is biotechnologie een belangrijke motor voor de groei van het bedrijf. Nu is al 20 procent van de totale omzet uit biotechnologie afkomstig. Sijbesma maakt het concreet met nog meer voorbeelden. “In de Verenigde Staten gebruiken we de stengels, wortels en bladeren van mais als grondstof voor biobrandstof. Na de maïsoogst blijft het merendeel van de plant op het land achter, waarvan een klein deel moet blijven liggen om de grond vruchtbaar te houden. De rest werd verbrand. Wij zetten deze landbouwresiduen, die rijk zijn aan cellulose, nu via enzymen en gisten om in groene energie.”Innovatief veevoeradditief reduceert methaanuitstoot van koeien met 30 procent Een ander voorbeeld is een veevoeradditief uit het zogenaamde Clean Cow-project, waarmee nu wereldwijd grote stappen worden gezet. Dit additief kan de methaanuitstoot van koeien met 30 procent verlagen. Een dagelijkse theelepel is genoeg om het enzym dat de methaanproductie in de maag van een koe veroorzaakt te onderdrukken. De impact van de innovatie is groot, omdat wereldwijd 20 procent van alle methaanemissies van herkauwers komt, voornamelijk koeien. “En methaan is een veel krachtiger broeikasgas dan CO2”, benadrukt Sijbesma. Ook op het gebied van gezondheid is de industriële biotechnologie essentieel. Denk aan vitamines en probiotica in voedingsmiddelen en dranken.Oplossingen voor de grootste vraagstukkenDe rode draad in al deze innovaties is dat ze een bijdrage leveren aan een of meerdere van de Sustainable Development Goals (SDG’s). Zo zijn de tweede generatie biobrandstoffen een oplossing voor grondstoffenschaarste, circulariteit en energie. Het veevoeradditief draagt direct bij aan het tegengaan van klimaatverandering. En de vitamines, omega 3-vetzuren, zoetstof en probiotica dragen bij aan gezonde voeding. Het laat zien dat het bijdragen aan de wereldwijde vraagstukken ook business kan betekenen.'De organisatie die zich het beste aanpast en transformeert zal overleven'Sijbesma verwijst graag naar Darwin. “Niet het sterkste, grootste of snelste organisme overleeft, maar diegene die zich het beste aanpast aan de omstandigheden. En dat geldt ook voor organisaties. De organisatie die zich het beste aanpast aan een veranderende omgeving en zichzelf transformeert zal overleven.” Het is de reden dat DSM ruim tien jaar geleden met zijn strategie inzette op de vraagstukken rondom gezondheid, voeding, energie en klimaat. “Als je innovaties en productontwikkeling richt op datgene wat vandaag de SDG’s heten, dan wordt je bedrijf ook succesvol, omdat je de vraagstukken van de wereld adresseert. Geleid door purpose en gedreven door resultaat.”Een nieuw ecosysteemDe oprichting van de Biotech Campus Delft geldt ook als een strategische zet en komt niet alleen voort uit charitatieve of filantropische overwegingen, verzekert Sijbesma. “Als alle biotechnologiebedrijven zich hier verzamelen, dan doen wij daar als DSM ook ons voordeel mee. Al die kruisbestuiving tussen bedrijven levert namelijk wat op.” De Brightland Chemelot Campus en Chemelot Industrial Park, dat sinds vijftien jaar ook openstaat voor andere bedrijven en instellingen, is het lichtend voorbeeld. “Daar zitten we inmiddels met 150 bedrijven en instellingen en meer dan zesduizend mensen die niet in dienst zijn van DSM. Diezelfde kruisbestuiving willen we hier op het terrein van industriële biotechnologie bereiken.”'We willen geen bedrijvenverzamelplaats zijn'Op de open innovatiecampus in Delft wordt de hele innovatiecyclus ondersteund. Van onderzoek tot proefprojecten en via schaalvergroting tot productie en commercialisering. Planet B.io geeft bedrijven toegang tot moderne kantoorruimte, laboratoria, biotechnologische kennis en opschalingsmogelijkheden. Start-ups, mkb, grote bedrijven en kennisinstituten zijn welkom om zich op de campus te vestigen. De enige voorwaarde is dat industriële biotechnologie hun werkterrein is. “We willen geen bedrijvenverzamelplaats zijn”, stelt Sijbesma. “Geen fietsenmakers, maar alleen bedrijven die op ons gebied werkzaam zijn.”Naast de eerder genoemde Veramaris en Avansya zijn ook twee andere jonge ondernemingen al op de Biotech Campus Delft gevestigd. Zo ontwikkelt Meatable er ‘vlees’, zonder dat hiervoor dieren hoeven te worden geslacht én met minimale impact op het milieu. De start-up Delft Advanced Biorenewables (DAB) werkt op de campus aan een innovatieve technologie die tot kostenbesparingen voor biotechnologische processen op grote schaal moet leiden. Gesteund door alle ambities van DSM met de campus komen daar naar verwachting snel andere buren bij.Ter gelegenheid van 150 jaar gist presenteren DSM en het eerste microbenmuseum ter wereld, ARTIS-Micropia, een pop-up tentoonstelling met de titel 'Klein leven, grote impact: microben bepalen onze wereld'. Bezoekers krijgen te zien welke cruciale rol microben en biotechnologie spelen bij het mogelijk maken van leven op aarde en bij het aanpakken van enkele van 's werelds grootste uitdagingen op het gebied van klimaat, energie, circulariteit en voedselzekerheid. Beeld: DSM