Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 22 mei 2017, 07:45

Business check-up: Bouwen aan circulaire steden

Het aantal inwoners in steden groeit. Zo ook de vraag naar grondstoffen om meer woon- en werkruimte te ontwikkelen. Met een eindige grondstoffenvoorraad gaat dat niet lukken. Daarom zoeken steden naar mogelijkheden om grondstofketens van de bouw te sluiten.

Shutterstock 631948628 1

Business case

Binnen EU-landen is de bouw- en sloopsector verantwoordelijk voor 25 procent tot 30 procent van de totale hoeveelheid afval, bleek uit eerder onderzoek van bouwconcern Bam en ingenieursbureau Arup. In het Verenigd Koninkrijk verbruikt de bouwsector 60 procent van alle beschikbare grondstoffen. Door de inzet van circulaire verdienmodellen, zoals verhuur en hergebruik, kan de afvalberg van bouwmaterialen worden verkleind. Dit levert enorme kostenbesparingen op en in 2030 kan de circulaire economie naar schatting 200.000 nieuwe banen creëren in de bouwsector.

Dat circulair bouwen kansen en milieuwinsten oplevert, weet ook de gemeente Den Haag. De stad opende begin dit jaar een duurzaam en energieneutraal afvalbrengstation. Volgens de Haagse wethouder Joris Wijsmuller van Stadsontwikkeling, Wonen en Duurzaamheid is dit afvalbrengstation een concreet voorbeeld van circulair bouwen. Zo bestaat de constructie uit onder meer gerecyclede materialen en staalresten afkomstig uit de auto-industrie.

“We zien ondanks alle goede intenties nog te weinig praktische voorbeelden van circulair bouwen”, zei wethouder Wijsmuller eerder in een persbericht. Om de kansen voor circulair bouwen in de stad verder te benutten, sloot Den Haag een overeenkomst met het initiatief Cirkelstad. Hierin werken overheden en het bedrijfsleven samen om de grondstofketens van de bouwsector te sluiten. “Met de Cirkelstad-aanpak worden koplopers in de bouwketen bij elkaar gezet die werk willen maken van circulair bouwen. Samen gaan we laten zien dat het werkt.”

Om de circulaire bouw in de hoofdstad op te schalen, is het van belang om de kwaliteit van de teruggewonnen materialen vast te stellen.

Schaalbaarheid

De circulaire aanpak voor de bouwsector wordt inmiddels toegepast in meerdere steden. Zo werkt de gemeente Utrecht samen met onder andere energieconcern Eneco en verschillende kennisinstellingen om de levensduur van bouwmaterialen te verlengen.

Hiervoor transformeert Eneco de Utrechtse fabriek op Lage Weide tot een campus, waarin studenten, start-ups en ondernemingen nieuwe verdienmodellen van circulair bouwen kunnen testen om van reststromen uit de stad nieuwe producten te maken.

In Amsterdam ontwikkelt het Havenbedrijf Amsterdam samen met de gemeente een circulaire hub voor bouwmaterialen. GroenLinks, D66 en PvdA riepen de gemeente Amsterdam eerder op om dit jaar nog actie te ondernemen voor de circulaire bouwhub. De partijen die de grondstoffenbank voor bouwafval voorstellen, hebben onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Hieruit bleek dat er voldoende kansen zijn om waardevolle grondstoffen terug te winnen na de sloop van gebouwen.

Om de circulaire bouw in de hoofdstad op te schalen, is het van belang om de kwaliteit van de teruggewonnen materialen vast te stellen. Amsterdam stelt daarom voor om een online marktplaats voor de herbruikbare bouwmaterialen te ontwikkelen. Hiermee kunnen duurzame bouwers en architecten zelf bekijken of de materialen geschikt zijn voor hergebruik in hun projecten. De gemeente Amsterdam stelt verder onbebouwde kavels in de stad beschikbaar als locatie voor de bouwhub om ruimtegebrek te voorkomen.

Materiaalbesparing van 500.000 ton per jaar en een jaarlijkse CO2-besparing van 1,5 miljoen ton

Milieuwinst

De gemeente Amsterdam heeft de ambitie om de komende jaren 70.000 woningen te realiseren om het toenemende inwonerstal in de hoofdstad te faciliteren. Uit onderzoek van TNO en Circle Economy in opdracht van de gemeente Amsterdam blijkt dat de circulaire bouwsector de economie jaarlijks € 85 mln oplevert.

Verder verwachten de onderzoekers dat de circulaire economie leidt tot groei in werkgelegenheid in de bouwsector, significante materiaalbesparing van 500.000 ton per jaar en een CO2-reductie van 1,5 miljoen per jaar. Deze milieuwinsten zijn te behalen door de inzet van slimme gebouwontwerpen. Ook zien de onderzoekers kansen in efficiënte ontmanteling van gebouwen en scheiding van reststromen, hoogwaardig terugwinnen en hergebruik van materialen en het uitwisselen van grondstoffen tussen marktpartijen via een circulaire grondstoffenbank.

De gemeenteraad van Amsterdam nam eerder in reactie op een motie van Groenlinks, het circulair slopen van gebouwen op in het ‘Sloopkader’ en bijbehorende werkinstructies voor ambtenaren. Dit moet ertoe leiden dat er voortaan altijd wordt gestreefd naar zoveel mogelijk hergebruik van bouwmaterialen uit de sloop. Vanuit duurzaamheidsoogpunt, maar ook financieel gezien is het gunstiger om materialen ongeschonden uit het gebouw te halen, stelt GroenLinks.

Na het eventueel repareren en opknappen van de materialen is het geschikt voor hergebruik. Het repareren en opknappen van de materialen levert vervolgens werkgelegenheid op, doordat het proces arbeidsintensief is. 

Foto: Shutterstock.com 

Mestrobot verbetert kwaliteit landbouwbodem

Dat schrijft BoerenBusiness.nl. Melkveehouder Gerrit van den Pol uit Dronten staat voor een uitdaging: hij zoekt voor zijn bedrijf een mesttank die een hoge capaciteit, maar weinig bodemdruk heeft. De veehouder bemest veel opnieuw ingezaaid grasland, waar het voorkomen van insporing en bodemverdichting essentieel is. Capaciteit en weinig gewicht gaan lastig samen. Zo werd het idee van een slimme (be)mestrobot geboren.Consortium autonome mesttankMet zijn idee klopte Van den Pol aan bij Corné Kocks, lector Precisielandbouw bij Aeres Hogeschool Dronten. Het idee van de autonome bemester bleek een prachtig studieobject. Echter, dat vraagt om kennis van machinebouw en robottechnologie. Daarvoor werd aangeklopt bij machinebouwer Veenhuis en roboticaspecialist Precision Makers.Met medewerking van Veenhuis-directeur Walter Veenhuis, en Allard Martinet van Precision Makers, werd een consortium opgericht. Daar heeft zich ook een tweede melkveehouder, Mark Havermans uit Noord-Brabant, bij aangesloten. Het doel: eind 2018 een autonoom werkende en slimme bemestingsrobot in het veld hebben rijden.Beginnen vanuit de praktijk“Het consortium is een smeltkroes van expertises”, zo vat Kocks het samen. “Het beste ben je af met een praktijksituatie. Kinderziektes zijn zo direct te tackelen. Eerst is een eisenpakket samengesteld, waarna knelpunten worden vastgesteld die bedrijven individueel moeten oplossen.”“Robotisering haalt zijn kracht uit herhaalwerkzaamheden”, aldus Martinet. “Denk aan las-, melk- en voerrobots. De uitdaging is om dit bij mestinjectie toe te passen. De ultieme wens is een machine die zuinig op de bodem is. Dat komt voort uit een combinatie van een laag gewicht en de juiste bandencombinatie. De volgende stap is plaatsspecifiek bemesten met behulp van NIR-sensoren en precisielandbouw. Een robot is niet veelzijdig. Hij kan niet met dertig verschillende machines werken, zoals een trekker dat wel kan. Wellicht moet bij de eerste versie nog een persoon aanwezig zijn. Die kan dan meerdere robots controleren.”Bekende componentenHoe ziet de robot er concreet uit? Op de tekentafel gaat het om een driewieler met lagedrukbanden, een tank van circa 5 kuub en een bemester van 3 meter breed. Voor versie 1.0 wordt gebruik gemaakt van bekende componenten, zoals een dieselmotor en hydrostatische aandrijving. Elektromotoren en zonne-energie zijn toekomstmuziek.Veenhuis: “Drijfmest uitrijden is een lastige klus, omdat je grote volumes moet vervoeren. Vloeibare kunstmest gebruik je in veel kleinere hoeveelheden. De robot vult zich automatisch bij een vulstation op de kopakker of op het erf. Daarbij is het transport van groot belang. Als fabrikant kijken we ook naar het commerciële succes. In onze opinie heeft de robot potentie om internationaal gebruikt te worden. Door meerdere robots 24 uur per dag te laten werken, kun je een hoge capaciteit halen. Voor loonwerkers is het interessant. Zij kunnen zich volledig op het mesttransport richten. De robots rijden het uit.”Pad-planningNaast de hardware staat ook de software een gigantische klus te wachten. Dat is een taak voor Martinet en Precision Makers: “Slim mest uitrijden, betekent slim vullen en je ideale route bepalen. Dat noemen we pad planning. De machine rijdt rondjes (loops) over het veld en probeert zo min mogelijk meters af te leggen. Een voorbeeld: Misschien is het wel gunstiger om de tank niet volledig te vullen of, om in verband met de perceellengte, slechts de halve werkbreedte te bemesten. Je praat over kunstmatige intelligentie. Voor een mens is dat gesneden koek, maar voor robots gigantisch complex. Als chauffeur maak je continue beslissingen. Ieder op zijn eigen manier.”“Een nadeel is dat de menselijke chauffeur ook de verkeerde beslissingen neemt”, vult Veenhuis aan. “Doorrijden in een natte plek, waardoor hij vast kom te zitten. Door op basis van sensoren beslissingen te nemen, kun je veiliger werken. Daar werkt de auto-industrie ook aan.” Volgens de betrokkenen is een sleepslangsysteem daarom niet mogelijk. Die werkwijze is nog complexer. Van den Pol ziet dit uit het oogpunt van de bodemdruk ook niet zitten, omdat een zware combinatie vereist is voor de trekkracht. Die loopt op tot wel 8 ton.Veiligheid geen hindernisEen ander punt, dat hoog op de agenda van robottechnologie staat, is veiligheid. Voor landbouwtoepassingen is hier gemakkelijker aan te voldoen dan bij zelfrijdende auto’s. Op juridisch vlak en verzekeringstechnisch verwacht Martinet geen issues. “De mestrobot werkt op eigen terrein, dat maakt het gemakkelijker. Wel moeten we beslissingen nemen over hoeveel menselijke inmenging vereist is. Alles valt of staat met de pad planningsoftware. Als basis gebruiken we rtk-gps. Dat is betrouwbaar genoeg. Vooraf worden de perceelcontouren ingeladen, zodat de grenzen bekend zijn. De vraagstukken liggen vooral bij de software. Het bouwen van een prototype kan relatief snel verlopen. Het voortraject is relatief lang.”Tests in 2018Vanuit de fabricage ziet Veenhuis echter flink wat werk liggen voor de engineering. Wanneer het concept is uitgewerkt, en de pad planning gereed is, kan een prototype worden gebouwd. In 2018 wordt daarmee getest, zodat eind volgend jaar de resultaten bekend zijn en de machine zijn volgende fase inrolt. Bewust wordt alleen naar drijfmest gekeken. “In de toekomst kan dit wellicht ook voor vaste mest werken”, denkt Veenhuis. “We trekken het project bewust niet te breed, anders duurt de ontwikkeling nog langer. Voor een prijskaartje is het te vroeg, maar de kosten van het ontwerp en de kosten per kuub mest houden we scherp in de gaten. Voordelen voor de bodem zijn echter lastig in geld uit te drukken.”ToekomstvisieLector Kocks heeft al een toekomstvisie voor ogen: “Versie 1.0 is de standaard machine volgens bekend concept: dieselmotor, hydrauliek en bemester. Versie 2.0 werkt energieneutraal en in versie 3.0 maken we gebruik van biobased composiet om de machine van te bouwen. Als krachtbron wordt dan misschien wel zonne-energie of waterstof gebruikt.”Dit bericht is afkomstig van BoerenBusiness.nl. Lees meer van deze website:Bietenteler krijgt advies via big data Hub stroomlijnt data van melkveehouder Bron: BoerenBusiness.nl | Foto: Shutterstock.com