Sabine Sluijters 19 augustus 2021, 14:06

Concurrentie om laadpalen op tankstations neemt toe

Het is een mooi voorbeeld van de energietransitie in de praktijk: nu steeds meer mensen elektrisch rijden verandert ook de energievraag bij de pomp. In plaats van benzine tanken willen steeds meer automobilisten elektrisch laden. Bedrijven als Shell en BP willen daarom fors investeren in laadmogelijkheden op hun tankstations. Maar dat mag niet zomaar, oordeelt de Raad van State.

Laadpalen Shell wil meer mogelijkheden voor elektrisch laden aanbieden op pompstations | Credits: Adobe Stock

Het aantal elektrische auto’s in Nederland neemt rap toe. En dus stijgt ook de vraag naar oplaadpunten. Hoewel de meeste mensen hun elektrische auto opladen bij een publieke laadpaal in de straat of bij hun woning of kantoor, zijn er ook steeds meer oplaadmogelijkheden bij benzinestations. En waar die vooral in handen waren van gespecialiseerde bedrijven zoals bouwer en exploitant van elektrische laadstations Fastned, willen ook de oliemaatschappijen een graantje meepikken van deze groeiende markt.

Concurrentie

Bedrijven zoals Shell, BP en Tamoil willen op hun tankstations ook laadpalen plaatsen voor het opladen van elektrische auto’s. Die zouden dan bijvoorbeeld achter de shop of op de parkeerplekken geplaatst worden. Zij hadden vergunningen gekregen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor een groot aantal pompstations langs snelwegen in Nederland.

Op een aantal van die tankstations heeft Fastned al snellaadstations staan of eerder een vergunning gekregen om deze te bouwen. Omdat de laadpalen die Shell en BP willen plaatsen direct gaan concurreren met de snellaadstations van Fastned had dit bedrijf bezwaar gemaakt tegen deze vergunning. De Raad van State oordeelde woensdag dat de energiebedrijven op hun tankstations weliswaar laadpalen mogen neerzetten, maar niet zoveel als ze willen.

Extra voorziening

Dat komt omdat laadpalen worden gezien als aanvullende voorziening – net zoals bijvoorbeeld een toiletgebouw of een kleine winkel – bovenop het tanken van benzine of het snelladen bij een station van Fastned. Hoeveel extra laadpalen zijn toegestaan is nog onduidelijk, maar het aantal elektrische laadpalen mag in elk geval niet meer zijn dan het aantal fossiele tankzuilen van het pompstation.

Gevolg van de uitspraak is dat Shell, BP en andere exploitanten van tankstations ook laadpalen kunnen neerzetten. Tegelijkertijd geldt dit ook voor Fastned en andere aanbieders van laadsystemen. Ook zij komen in aanmerking om op het terrein van het pompstation extra laadsystemen te installeren. Dat zal leiden tot een stroom van vergunningaanvragen waar het ministerie zich over zal moeten buigen.

Golfenergie kan de wereld makkelijk van stroom voorzien. Een nieuwe generator maakt het mogelijk om de energie te oogsten

Potentie heeft de zee genoeg. Zo is de energie uit de golven rond Australië genoeg om acht keer de stroombehoefte van het land te leveren. Het constante op- en neer-bewegen van water herbergt een heleboel energie. Die golven ontstaan meestal door wind. Daarmee is golfenergie indirect ook windenergie. Een apparaat dat golfenergie opvangt is in potentie veel betrouwbaarder dan een windmolen, omdat er bijna altijd golven zijn terwijl het regelmatig niet waait. Bovendien is de energiepotentie van water groter dan die van lucht. Maar zo’n apparaat dat golfenergie wint, werkte tot nu toe nooit goed genoeg. Het is lastig om de onregelmatige beweging van water om te zetten in een heleboel stroom. Waar windturbines vaak langere tijd kunnen draaien, moeten golfturbines op onvoorspelbare momenten aan en uit kunnen, en meteen veel stroom op kunnen wekken. Twee propellers Dat bleek lastig, waardoor golfenergie vooralsnog een grote onbenutte energiebron is. Maar Australische onderzoekers denken een oplossing te hebben gevonden. Zij ontwierpen de golfmolen van de grond af en het nieuwe model werkt (in het laboratorium) twee keer zo goed als de gangbare golfenergie-machines. Golfenergie is niet nieuw. Lees hier al onze artikelen over het onderwerp. Hoe maakten de onderzoekers de turbine twee keer zo efficiënt? Simpel: door niet één, maar twee ‘propellers’ aan een generator vast te maken. De propellers zitten aan de onderkant van een boei, die los in de zee kan drijven. Zo werkt de generator ook als hij niet voor de kust maar dieper op zee ligt. Het prototype van de Australische RMIT UniversiteitMaar golfenergie opwekken is, zoals gezegd, niet makkelijk. Normaal moet een golfturbine op een specifieke manier meedeinen met de golven. Daarvoor zijn allerlei sensoren nodig die meten hoeveel het water beweegt, waarna de machine de turbinebladen instelt om maximaal gebruik te maken van de beweging. Voor de Australiërs klonk dat als te veel gedoe, dus hebben zij het boeimodel bedacht. De boei dobbert automatisch mee op de golven waardoor hij altijd goed meebeweegt. Tests in de oceaan Of dat ook echt zo is, moet de komende maanden blijken. In het laboratorium werkt een prototype van de turbine. Maar hij moet nog in echte waterbassins en daarna op de echte, woeste zee worden getest. Dan pas weten de onderzoekers of de twee propellers samen inderdaad (veel) meer energie opwekken.