Sabine Sluijters 29 december 2021, 05:00

Haven van Amsterdam stuurt aan op duurzame cacao

Port of Amsterdam wil het liefst alleen maar duurzaam geproduceerde lading door de haven. Het bedrijf onderzoekt nu mogelijkheden om dat voor elkaar te krijgen. Voor palmolie is het al gelukt. Nu is cacao aan de beurt.

Binnenvaartschip cacaobonen Amsterdamse haven Jesse kraal 002 Jaarlijks komt 750.000 ton cacaobonen door de Amsterdamse haven | Credits: Jesse Kraal

Kerstkransjes, chocoladeletters, paaseitjes of gewoon als reep: in welke vorm dan ook: we zijn dol op chocola. Of het nou puur is, melk, met nootjes of caramel en zeezout, Nederlanders snoepen gemiddeld zo’n 4,5 kilo per persoon per jaar op. In Engeland is dat twee keer zoveel en de Zwitsers staan met 11 kilo de neus aan de top van de chocoladeladder.

Cacao is een poverty crop

Vooral in West-Afrika zijn een groot deel van de cacaoproducenten kleine boeren. Cacao is een zogenoemde poverty crop. De prijs die boeren ervoor krijgen is zo laag dat ze onvoldoende verdienen om er van te leven. Hierdoor komt het voor dat de kinderen van boeren meewerken om de oogst binnen te halen en de pods waar de bonen in zitten te kappen. Dat gebeurt met grote messen en is gevaarlijk.
De vraag is hoeveel Port of Amsterdam hieraan kan veranderen. Het havenbedrijf verdient weliswaar aan de bonen die de haven binnenkomen, maar is noch producent noch afnemer van de cacao. Het bedrijf kan dus geen directe invloed uitoefenen. Maar indirect is dat wel mogelijk. Want de haven huisvest bedrijven die de cacao opslaan, doorverkopen en verwerken. Het havenbedrijf ontvangt daarvoor huur of erf-pacht. Daarnaast int het havengeld voor schepen die de bonen binnenbrengen.

Palmolie en soja

“Ons uitgangspunt is duurzaam geproduceerde lading in de haven van Amsterdam”, zegt Hoolwerf. Voor palmolie en soja deed hij een diepgaande studie om vast te stellen welke instrumenten het havenbedrijf heeft om een positieve invloed te hebben. Op die manier wil Port of Amsterdam komen tot een duurzaam vestigingsbeleid. “Zo werken we nu aan een bepaling dat de palmolie die door de haven van Amsterdam komt 100 procent aantoonbaar ontbossingsvrij moet zijn.” Dit zou in de toekomst ook voor cacao kunnen gelden.

Amsterdam grootste cacaohaven ter wereld

De potentiële impact daarvan is enorm. De Amsterdamse haven is de grootste importhaven van cacao ter wereld. “Jaarlijks komt zo’n 750.000 ton cacaobonen door de Amsterdamse haven. Op piekmomenten ligt er 800.000 ton cacaobonen opgeslagen”, zegt Prins. “Dat komt per zeeschip binnen vanuit bijvoorbeeld Ivoorkust of Ghana, of met een binnenvaartschip vanuit de havens van Antwerpen of Rotterdam. Het cacaoseizoen begint in oktober, november.”

De cacaobonen worden opgeslagen bij zogenaamde veembedrijven in de Amsterdamse haven en verwerkt doorgevoerd naar de verwerkende industrie. Zij maken van die bonen cacaopoeder, massa of boter dat vervolgens door producenten als Nestlé, Mars of Tony Chocolonely wordt gebruikt om de kitkats, marsen en repen van te maken die wij opeten.

Cacao wordt veel in verband gebracht met kinderarbeid en ontbossing | Credit: Jesse Kraal

Uitbannen van kinderarbeid en ontbossing

“We zoeken de grens op wat haalbaar is”, zegt Hoolwerf. Zo is van cacaobonen uit Ghana niet altijd aan te tonen van welke plantage ze afkomstig zijn, omdat alle cacao eerst verkocht moet worden aan de Ghanese overheid. “Dat betekent dat we met elkaar kijken wat beter kan en dat dan uitvoeren. Onhaalbare doelstellingen neerzetten, heeft geen zin. Dan gaan bedrijven hun stromen verleggen en daarmee verschuif je het probleem.”

Mede daarom is het van belang om hierin gezamenlijk met andere havens op te trekken. “In de brancheorganisatie zeehavens dragen we dit uit. We stimuleren andere havens nationaal en internationaal om soortgelijke acties te ondernemen”, zegt Hoolwerf. Ook is Port of Amsterdam aangesloten bij het Dutch Initiative on Sustainable Cocoa, een publiek private samenwerking met als doel het verbeteren van de levenstandaard van cacaoboeren en het uitbannen van kinderarbeid en ontbossing.

Cacaomissie naar Ghana en Ivoorkust

Het meeste effect verwacht Hoolwerf van de contractuele afspraken met de bedrijven die gevestigd zijn in de haven. Daarnaast is het creëren van bewustzijn belangrijk. In 2019 organiseerde Port of Amsterdam een cacaomissie naar Ghana en Ivoorkust. “Veel van de mensen die met deze missie meegingen, waren nog nooit in deze landen geweest. Zo’n reis zorgt voor inzicht en leidt ertoe dat mensen elkaar naderhand beter kunnen vinden. Ik hoop dat mensen daardoor stappen zullen zetten om bij te dragen aan die duurzame ontwikkeling. Gelukkig zien we dat steeds meer bedrijven veel waarde hechten aan duurzaamheid en kunnen we dus ook samen ambities opstellen. Uiteindelijk heb je alle partijen nodig om tot blijvende verandering te komen.”

Dat bedrijven afspraken moeten maken met Port of Amsterdam over de duurzaamheid van de cacao is nieuw. Maar het tij zit mee. Want de consument is zich steeds bewuster van de misstanden en vraagt om duurzame chocolade. Ook zint de EU op wetgeving die stelt dat vanaf 2025 alleen ontbossingsvrije cacao de Europese markt op mag. Daar wil de haven van Amsterdam op vooruitlopen en zelfs een schepje bovenop doen.

Cacaobonen per zeilschip naar Amsterdam

Het duurzame vestigingsbeleid van Port of Amsterdam start in 2022 en is ook van toepassing op nieuwe contractmomenten met bestaande klanten. “Daarin nemen we allerlei aspecten mee zoals arbeidsomstandigheden, ontbossing, leefbaar inkomen. We bepalen dan welke afspraken we kunnen maken om een positieve invloed te hebben”, zegt Hoolwerf.

Dat een duurzame cacaoketen mogelijk is bewijst het bedrijf ‘Chocolate-makers’, dat ook in de Amsterdamse haven gevestigd is. “Zij produceren chocoladerepen van bonen waarvan ze de oorsprong precies weten. Hun hele keten is CO2 negatief”, zegt Hoolwerf. Die bonen komen per zeilschip binnen. “Een fantastisch initiatief maar de schaal is nog klein.”

Amsterdam wil alleen duurzame lading

Port of Amsterdam hoopt door middel van contractafspraken, aanpassingen in het havengeld en bewustwording de grotere partijen te stimuleren en te helpen om ook die kant op te bewegen. “Deze rol is nieuw voor een haven”, zegt Hoolwerf. “Wij erkennen dat we een bredere invloed hebben door hierover afspraken te maken. Dat hebben we al gedaan met palmolie. Dat zullen we nu ook toepassen op andere landbouwproducten die door de haven gaan. We bekennen kleur door te zeggen: we willen gewoon duurzame lading.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Van kolenstroom naar waterstofproductie

Uiterlijk 2030 sluiten alle vier de kolencentrales in Nederland de deuren. Hoe is het om in een sector te werken waarvan je weet dat het stopt? Hoe bereid je een bedrijf voor op een geheel nieuwe toekomst? Met deze vragen in mijn hoofd draai ik het terrein op van de Uniper centrale op de Maasvlakte, de uiterste punt van de Rotterdamse haven. Achter de twee kleinere schoorstenen van de oudere stilstaande centrales Maasvlakte 1 en 2, braakt de hoge witgrijze pijp van Maasvlakte 3 een constante stroom witte wolken uit. Yolande Verbeek is plantmanager en statutair directeur van Uniper Benelux en ontvangt me voor het kantoorgebouw. Ze is gekleed in een overall met daarover een fluorescerende gele werkjas en aan haar voeten prijken veiligheidsschoenen. Ze leidt me rond over het terrein. Een helm op de bruine krullen, de oordoppen aan handige touwtjes om haar nek. We rijden stapvoets naar de centrale die in 2016 na een bouwtijd van acht jaar á raison de ruim 1 miljard euro door E.ON in gebruik werd genomen. Toen Verbeek in 2018 aantrad als manager van de centrale had E.ON zijn fossiele centrales net afgesplitst in een aparte onderneming: Uniper.Waarom wilde je bij een kolencentrale werken?Hoe ver gaat die invloed? "Ik kan niet eigenhandig beslissen hoe we omgaan met deze centrale. Wij zijn onderdeel van een groter geheel en staan niet op onszelf hier op de Maasvlakte. Maar ik kan wel een rol spelen in de nieuwe energieoplossing van de toekomst. Nadat E.ON Uniper is geworden heeft het bedrijf een nieuwe strategie omarmd. Die is na 2018 steeds concreter geworden en is helemaal in lijn met wat ik zelf ook nastreef: echt de goede dingen doen in de energietransitie. Daarom heb ik het aangedurfd. En ook een beetje vanuit de gedachte: it’s a dirty job, but somebody’s got to do it.” Hoe is het om in een sector te werken waarvan je weet dat die eindig is?Uniper wil nu wel compensatie van de Nederlandse overheid “Sluiting betekent dat je een heleboel geïnvesteerd kapitaal vernietigt. Als de overheid zo’n stap zet en kolenstook verbiedt, dan leidt dat onherroepelijk tot juridische positionering. Dat hoort erbij.” We gaan de deur door en staan in het hart van de centrale. Het geraas van de verbranding is door de oordoppen heen te horen. Er is geen mens te bekennen. De reusachtige machine produceert volledig geautomatiseerd 7 procent van de stroomvraag in Nederland. Daarvoor gebruikt het kolenpoeder, biomassa en restproducten van de omliggende chemische en biochemische industrie. Pas als we weer in het trappenhuis staan en de deur achter ons sluiten, kunnen we elkaar weer verstaan. Hebben jullie ook overwogen helemaal op biomassa over te gaan? “Twee jaar geleden, in de toelichting bij de wet die kolen verbiedt na 2030, werd door de overheid gesteld dat kolencentrales na 2030 een tweede leven hebben door op biomassa te gaan stoken. Ook toen was al duidelijk dat het gezien moest worden als een transitiebrandstof. Niemand zag het als een blijvende oplossing. Andere centrales deden wel onderzoek naar biomassa en RWE besloot die route te kiezen. Wij doen dat niet omdat we geloven dat het niet lang standhoudt gezien de maatschappelijke weerstand. Met het nieuwe regeerakkoord is dat een goede keuze gebleken want ook biomassa gaat in de ban. Dit toont maar weer eens aan dat een langjarig en stabiel beleid nodig is.”En nu zetten jullie in op waterstof? “We zijn als energiebedrijf al lang geleden begonnen met waterstof. In Duitsland hebben we twee kleine waterstoffabrieken staan. Deze plek hier op de Maasvlakte is bij uitstek geschikt voor waterstofproductie. We hebben de ruimte.” Verbeek wijst naar een braakliggend stuk terrein naast de kolenbergen. “Daar moeten de elektrolysers komen die de waterstof gaan produceren. En we hebben hier de industrie in onze achtertuin die het wil afnemen. De stroom van de windmolenparken Hollandse Kust Zuid en IJmuiden Ver komt hier aan land. En de waterstofbackbone van Gasunie kan de waterstof vanaf vervoeren helemaal tot aan Chemelot of nog verder naar Nordrhein-Westfalen. Als het hier niet kan, dan kan het nergens.” Hoe weet je of deze keuze wel toekomstbestendig is? “Daarvoor hebben we betrouwbaar overheidsbeleid nodig dat dertig jaar vooruit kijkt. Je wil toch niet dat iemand over vijf jaar zegt: die elektriciteit van de windmolenparken mag niet naar waterstofproductie. Dat soort geluiden hoor je nu ook. Bij ons staan alle seinen op groen. Maar dat betekent niet dat het makkelijk is. Niemand heeft nog op grote schaal waterstof gemaakt. We beginnen met 100 megawatt en willen stapsgewijs groeien naar 500 megawatt. Verbeek wijst naar de kolenhopen in de diepte. “Uiteindelijk hebben we plek voor 2 gigawatt waterstofproductie op deze site. De eerste 100 megawatt kost grofweg 200 miljoen. We verwachten daar eind 2022 begin 2023 een investeringsbeslissing over te nemen.” We lopen naar de overzijde van het dak dat uitzicht biedt op de ingang van de haven en de pier van Hoek van Holland. Voor deze zijde van het terrein worden mogelijkheden onderzocht voor een bioraffinaderij voor de productie van bio-ethanol en andere biobased brandstoffen. Hoe is dat voor jou? Je komt binnen als manager van een draaiende centrale. Maar nu moet je een heel nieuw bedrijf ontwerpen. “Ik heb een achtergrond in de chemische technologie en vind dit proces ontzettend interessant. Het zou heel goed kunnen dat we afscheid nemen van energie in de vorm van elektronen en alleen nog energie gaan maken in de vorm van moleculen. We zijn ons bedrijf opnieuw aan het uitvinden. Ik denk dat in de energiesector nog niemand dat op deze schaal heeft gedaan. Maar we kunnen niet alles van het verleden opeens loslaten. We voelen ons ook verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van het netwerk en voor het verwerken van de restproducten van de omringende industrie. Dat zijn vitale processen die van ons afhankelijk zijn. Oud en nieuw moeten samengaan en in elkaar overlopen.”