Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 18 januari 2013, 10:15

Na de lease-auto nu ook de lease-spijkerbroek

Mud Jeans Lease a Jeans e1358500211711

Het kon al met auto’s en vanaf gisteren ook met spijkerbroeken. Bij Mud Jeans kunnen consumenten duurzame spijkerbroeken leasen in plaats van kopen.

Met het nieuwe concept ‘Lease a Jeans’ stapt Mud Jeans af van het standaardprincipe dat consumenten eigenaar zijn van de producten die ze gebruiken. In plaats daarvan betalen klanten een vast bedrag per maand voor het gebruik van een spijkerbroek, die eigendom blijft van Mud Jeans. Aan het eind van het huurcontract levert de klant de broek weer in, waarna deze wordt gerecycled of na een was- en reparatiebeurt weer in de verkoop gaat.

“Het grote voordeel van het leasen van broeken is het zorgeloos gebruik en het betalen in termijnen,” aldus Dianne Potters, woordvoerder bij Mud Jeans. “Zo wordt duurzame mode voor iedereen betaalbaar. Bovendien wordt een broek die tijdens de leaseperiode stuk gaat gratis door Mud Jeans gerepareerd”

Maar niet duur

Toch zijn de spijkerbroeken van Mud Jeans niet duurder dan gewone spijkerbroeken, hoewel ze wel volledig duurzaam zijn. De spijkerbroeken bestaan uit 70 procent biologisch katoen en 30 procent katoenvezels die zijn teruggewonnen uit oude afgedragen broeken. Het modehuis gebruikt geen giftige verfstoffen.

Bij de start van een leaseperiode betaalt de klant 20 euro en daarna een jaar lang 5 euro per maand. Aan het eind van dat jaar kan de klant de broek weer inleveren bij Mud Jeans en heeft dan in totaal €80 betaald.

Degene die de broek wil houden kan nog 4 maanden doorbetalen en heeft dan voor €100 een duurzame spijkerbroek. De extra 20 euro is statiegeld die de klant weer terug kan krijgen in de vorm van korting op een volgende aankoop.

Circulaire economie

Aan het einde van het contract gaan de spijkerbroeken terug naar Mud Jeans. Als de kwaliteit nog hoog genoeg is, kunnen ze weer opnieuw verhuurd worden. Zo niet, dan worden de oude broeken versnipperd tot een pulp van denim, die dan weer wordt gebruikt als grondstof voor nieuwe broeken.

Zo probeert Mud Jeans de cirkel te sluiten door waardevolle grondstoffen niet op de vuilnishoop te laten belanden, maar weer opnieuw te gebruiken. Dat heeft consequenties voor de bedrijfsvoering. Zo moet in het ontwerp al rekening worden gehouden met de recycling. Er is bijvoorbeeld in plaats van een leren label gekozen voor een opdruk met afbreekbare verf, wat veel handiger is als de broek de versnipperaar in gaat.

Ook ontstaat er voor Mud Jeans een prikkel om spijkerbroeken van zo hoog mogelijke kwaliteit te maken. Het is in het voordeel van het bedrijf als de spijkerbroek zo lang mogelijk meegaat. Dat staat in tegenstelling tot producten als mobiele telefoons die worden gemaakt om na enkele jaren stuk te gaan, zodat consumenten weer een nieuw model kunnen aanschaffen.

Kort vezeltje

Hoe hoog die kwaliteit precies is, moet zich nog uitwijzen. Bij het versnipperen van de spijkerbroeken worden de katoenvezels steeds korter. Daardoor is het voorlopig nog niet mogelijk een broek te maken die 100 procent uit gerecyclede vezels bestaat. Door verschillende keren te recyclen wordt het percentage gerecycled katoen in de broeken steeds hoger, en de vezels steeds korter. Ervaring zal moeten uitwijzen hoe vaak broeken kunnen worden gerecycled zonder de kwaliteit te verlagen.

Foto: Mud Jeans

‘Euro’s liggen in isolatiewereld voor het oprapen’

Directeur Willem Lageweg van MVO Nederland presenteerde donderdag aan ruim zevenhonderd ondernemers een rapport met de tien belangrijkste ontwikkelingen in 2013. “Onze ambitie is dat het Nederlandse bedrijfsleven wereldwijd wordt gezien als een inspirerend en toonaangevend voorbeeld van duurzaamheid,” liet hij weten. “Dat is goed voor onze nationale economie en van belang voor mens en milieu.” Alleen door transparantie en door goed samen te werken kan dit worden bereikt. Internationaal “Het trendrapport staat bol van kansen voor heel ondernemend Nederland, van multinational tot kleine ondernemer,” aldus Lageweg. Eén zo'n tip is dat Nederlandse ondernemers zich naast het eigen land ook meer moeten gaan richten op het buitenland. Niet alleen welvarende landen, maar ook vooral ook opkomende markten en ontwikkelingslanden, zoals India en Brazilië. De markt voor duurzame producten en diensten zal in deze gebieden de komende jaren met tientallen procenten stijgen. Een succesvol voorbeeld hiervan is de Trade Development Group (TDG). Zij kopen cashewnoten in bij zo'n 3500 kleine Afrikaanse boeren en verwerken deze vervolgens in eigen fabrieken in Afrika. Zowel de productie als de verwerking vindt plaats op dit continent, waardoor TDG lokale werkgelegenheid creëert en het de leveranciers toegang geeft tot de wereldmarkt. De opbrengsten investeert het bedrijf weer in lokale initiatieven. Kansen benutten Ook Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), sprak over de kansen die het Nederlandse bedrijfsleven moet benutten. “Op een aantal duurzame lijstjes doet Nederland het goed, maar andere landen zitten niet stil,” begon Hajer. “We zijn op veel gebieden concurrerend met de rest van de wereld, maar moeten dat wel blijven. Daarom moeten we continu innoveren, anders dreigen we kansen te missen.” “We moeten ons afvragen of we alle hulpbronnen wel kennen,” aldus Hajer. “De euro’s liggen bijvoorbeeld in de isolatiewereld voor het oprapen, maar dan moeten we dat wel doen.” Hij ziet het isoleren van gebouwen mondiaal als een van de meest renderende besparingen. Verloren restwarmte Maar niet alleen op deze markt kan het Nederlandse bedrijfsleven nog stappen ondernemen. Door woningen en kantoren op het warmtenet aan te sluiten, kan veel bespaard worden. In Denemarken wordt dit volop gedaan, maar in ons land wordt dit nog niet optimaal benut. Hajer: “In de regio Rijnmond laten ze restwarmte de zee instromen, terwijl je het goed kunt gebruiken.” Een andere tip van de directeur van het PBL is mensen uit te leggen waarom er geïnvesteerd moet worden in duurzaamheid. Het is namelijk niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de werkgelegenheid. “Je moet mensen ook niet vertellen hoe het moet, maar juist uitleggen waarom iets goed werkt,” aldus Hajer. “We moeten positieve voorbeelden uit de industrie en de samenleving brengen.” Foto: MVO Nederland, Daphne van Groeningen