Marc Seijlhouwer 07 juni 2022, 18:30

Pas als Frans Timmermans over elektrische auto's praat, worden de Europarlementariërs wakker

In drie dagen worden de plannen voor ‘Fit for 55’, de allesomvattende duurzaamheidsstrategie van de EU, besproken, aangepast en aan verkiezing onderworpen. Het is de eerste stap naar concreet, bindend klimaatbeleid dat verder gaat dan ooit voorheen. Dus waarom is het parlement zo leeg?

Timmerfrns frans timmermans fit for 55 Frans Timmermans hield een vurig pleidooi tegen benzineauto's | Credits: Philippe BUISSIN © European Union 2022 - Source : EP

Dat Straatsburg de ‘place to be’ is als je écht wil weten wat er in de EU gebeurt, weet elke Europarlementarier (en menig journalist). In Brussel wordt er vooral gepraat, in Straatsburg moeten de parlementariers stemmen over de wetgeving.

Natuurlijk – daarna moet hij nog door de doorgaans conservatieve mangel van individuele lidstaten. Maar toch. Als het megalomane, maar nodige Fit for 55-plan op de stemplank ligt, zou je denken dat meer mensen interesse hebben in de bespreking. Toch is de gigantische plenaire zaal voor meer dan driekwart leeg. Alleen de sprekers zijn aanwezig: rapporteurs en mensen die graag hun zegje doen over de wetgeving.

Reactionaire sprekers

Het patroon is bij elk onderwerp hetzelfde: de rapporteur vertelt gepassioneerd over de noodzaak van de wetgeving. Vervolgens komt er een reactionaire spreker van de rechterflank van het parlement iets zeggen over de kosten, belastingen of te hoge prijzen.

Echt spannend wordt het niet. Maar gezien de bijna lege zaal is de passie van sommige parlementariërs lovenswaardig. Bas Eickhout spreekt als een volleerd orator over de noodzaak van Fit For 55 en concrete duurzame wetgeving. Hetzelfde geldt voor Mohammed Chahim over ‘zijn’ CO2-heffing aan de Europese grens. En dan is er Ester de Lange, rapporteur voor het sociale klimaatfonds dat de lasten van duurzaamheid even eerlijk moet verdelen als de lusten.

Het valt op: veel Nederlanders op het dossier duurzaamheid. Hoe dat kan, blijft onduidelijk; misschien dat de gemiddelde Nederlander, met de angst voor het wassende water, bewuster bezig is met het klimaat.

Strenge vader Timmermans

Oppernederlander op dit dossier is Frans Timmermans. Als hoofd van Fit For 55 zit hij als een strenge doch rechtvaardige vader vlakbij het spreekgestoelte. Soms knikt hij goedkeurend. Maar als, aan het einde van een lange debatdag, het zijn tijd is (voor de derde keer die dag) om het parlement toe te spreken, ontvlamt er iets in hem.

Het gaat over auto’s, die allemaal elektrisch moeten worden om de klimaatdoelen te halen. Nergens is er zoveel tegenspraak als over deze maatregel. Vooral van vazallen van het autokapitaal in Duitsland en Frankrijk. Daar zien Renault, Citroen, BMW en Volkswagen hun winsten wegvloeien naar de Amerikanen van Tesla en de Aziaten van Hyundai of Nissan.

Hoofdkantoor van BMW. Deze autobouwer wachtte relatief lang met de bouw van een elektrisch model | Credit: M(e)ister Eiskalt

Petrol head

Timmermans moet er niets van hebben. “Ik ben een petrol head”, begint
hij. “Ik hou van auto’s. Weet nog precies in welke auto’s mijn vader
reed. Ik hou van mijn motorfiets.” Maar hij weet, in tegenstelling tot
zijn stugge collega’s, ook dat hij moet veranderen. “Ik moet een battery
head worden”, verwijzend naar de batterijen in elektrische auto’s. En
die techniek is minstens zo spannend als de verbrandingsmotor. Rijden in
een batterijauto is minstens zo leuk als in een dikke BMW met
dieselmotor.

Voor vice-president Timmermans is het duidelijk: qua elektrisch
rijden is het alles of niets. Verschillende collega’s pleitten voor een
’90-procent-regel’ waarbij nog 10 procent van de geproduceerde auto’s na
2035 een verbrandingsmotor mag hebben. “Wat doe je die producenten dan
aan. Ze zullen minder van die motoren moeten bouwen voor meer geld, met
duurdere onderdelen. Het is waanzin. En zelfs áls die
verbrandingsmotoren er zijn; ik kan je verzekeren dat de alternatieve
(niet-fossiel, red.) brandstoffen vier, vijf, zes keer duurder zullen zijn dan
elektriciteit.”

Werkgelegenheid in auto’s

Werkgelegenheid zal er ook genoeg zijn. Natuurlijk moeten er mensen
omgeschoold worden, en daar moet de EU voor zorgen. Maar arbeidstekorten
zijn een groter probleem dan werkloosheid in de auto-industrie. “We
zijn de beste autobouwers in de wereld. Als wij de verandering omarmen,
kunnen wij in de toekomst dicteren hoe de toekomst eruit ziet.”

Niemand klapt. Timmermans gaat weer zitten. Ursula von der Leyen
stapt naar het spreekgestoelte om over iets heel anders te beginnen: het
corona-herstelfonds van Polen, dat continu EU-regels overtreedt. Dat is
ook het Polen waar ze de meeste elektrische bussen ter wereld bouwen,
trouwens.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Gemeenschappelijk elektriciteitsnet onder Noordzee cruciaal voor Europese energiezekerheid 

De Europese landen hebben investeringen in een groot aantal offshore windparken aangekondigd. Dat moet hen onder meer minder afhankelijk maken van de import van olie en gas uit Rusland. Dat weet ook Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie.“We weten allemaal dat de opwekking van duurzame elektriciteit een uitstekende oplossing vormt”, stipte ze aan. “Maar indien men van die technologie optimaal wil profiteren, moet er ook een geschikt transportnetwerk beschikbaar zijn.”Spaghetti-complex“Het is echter onduidelijk op welke manier enorme hoeveelheden duurzame elektriciteit over de grenzen kunnen worden uitgewisseld zonder de al overbelaste elektriciteitsnetten op vasteland nog meer onder druk te zetten of een spaghetti-complex met kabels op de zeebodem te creëren”, benadrukken experts. “Een idee dat wordt bekeken, is de creatie van offshore-netwerken, met nieuwe windparken die zijn aangesloten op energie-eilanden en verbonden met elektriciteitskabels die meerdere Europese markten kunnen bevoorraden.” Lees ook: Japan wil energie niet uit wind halen, maar uit de golfstroom Het Deense bedrijf Energinet is al in gesprek om twee energie-eilanden in het Deense deel van de Noordzee en de Baltische Zee te verbinden met Duitsland en België. “Er zijn ook met Noorwegen, Nederland en Duitsland gesprekken over toekomstige projecten gevoerd”, zegt Hanne Storm Edlefsen, bij Energinet verantwoordelijk voor de ontwikkeling van energie-eilanden. Vertienvoudiging van huidige volume Denemarken, Nederland, Duitsland en België hebben midden mei plannen aangekondigd om tegen het midden van deze eeuw 150 gigawatt aan offshore windvermogen te bouwen. Dat is een vertienvoudiging tegenover het huidige volume van ongeveer 15 gigawatt. “Compleet nieuw daarbij is echter dat de partners beseffen dat de uitbouw van hernieuwbare energie best op een gezamenlijke manier kan worden georganiseerd”, beklemtoont Dan Jorgensen, de Deense minister van Klimaat en Energie. “Een Noordzeenet bespaart geld en helpt de volatiliteit van de productie te beheersen”, verduidelijkt Chris Peeters, chief executive van de Belgische netbeheerder Elia. “De windproductie per locatie kan immers sterke variaties vertonen, maar volgt vaak wel een voorspelbaar patroon.” “Vele meteorologische verschijnselen vertonen de neiging om over Europa te reizen. Wind zal vaak eerst boven de Ierse Zee worden opgemerkt, maar vervolgens naar de Noordzee en vervolgens de Oostzee verder reizen.” Overbelasting Een energiehub op zee zorgt er tevens voor dat geproduceerde windenergie offshore blijft tot consumenten op de wal nood aan elektriciteit tonen. Dit vermijdt een overbelasting van het elektriciteitsnet op het vasteland, een probleem waarmee onder meer Duitsland vaak wordt geconfronteerd. Deense producenten van windenergie worden immers routinematig door Duitsland betaald om hun windturbines enkele tijd uit te schakelen. Op die manier kan de export naar Duitsland worden beperkt en kan een overbelasting van het Duitse elektriciteitsnet worden vermeden. Minstens tien jaar Experts waarschuwen wel dat de uitbouw van een Europees offshore elektriciteitsnet mogelijk minstens tien jaar zal duren. De bouw zal bovendien een investering van vele miljarden euro vergen. Tot op heden kon er één project worden gerealiseerd. Daarbij zorgen verscheidene windparken in de Baltische Zee voor de bevoorrading van zowel Denemarken als Duitsland. Het project wordt beheerd door Energinet en de Duitse netbeheerder 50Hertz, die voor 80 procent door Elia wordt gecontroleerd. “Het grote probleem is echter dat alle partijen bereid moeten zijn om in deze hybride projecten – die verscheidene markten kunnen bevoorraden – te investeren”, voert Ulrik Stridsbaek, bij Orsted verantwoordelijk voor de relaties met regelgevers, aan. “Dat is momenteel niet het geval.” “De huidige regelgeving maakt het niet mogelijk om kosten en inkomsten te delen die alle partijen zouden kunnen aanzetten om te investeren. Toch beschouwt Orsted de hybride projecten als een cruciale pijler om het toekomstige potentieel van offshore wind optimaal te ontsluiten.” Belangrijkste hindernis Er zijn in heel Europa meerdere hybride interconnectoren gepland. “De belangrijkste hindernis is het ontbreken van een duidelijk Europees regelgevend kader”, beklemtoont Giles Dickson, hoofd van de sectororganisatie WindEurope. “Indien de nodige politieke wil kan worden opgebracht, kan er nochtans snel een oplossing worden gevonden."Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.