Kaz Schonebeek 13 maart 2023, 09:00

Provinciale Statenverkiezingen: de toekomst van vliegen op het stembiljet

Nederland heeft vijf regionale vliegvelden, verspreid over vijf provincies. We ondernemen een tripje langs deze vliegvelden – wat doen de provincies daar? En is het al tijd om afscheid te nemen van deze broeikasgas-kampioenen?

Adobe Stock 415434367 Editorial Use Only Regionale vliegvelden zoals Eindhoven Airport moeten het vooral hebben van vakantievluchten.

De toekomst van regionale luchthavens is in Nederland al lange tijd onzeker. Ter linkerzijde wijst de politiek op de klimaateffecten van vliegen, geluidshinder en de uitstoot van allerlei schadelijke stoffen – denk aan het stikstofdebat. Ter rechterzijde wordt er gewezen op het economisch belang van luchthavens en de bereikbaarheid van de regio. In dit debat hebben de provincies een belangrijke stem: zij zijn medeverantwoordelijk voor de vergunningverlening én vaak aandeelhouder van de regionale vliegvelden. Er valt dus wat te kiezen deze week.

Om alvast een argument op tafel te leggen: uit recent onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat de economische waarde van kleine regionale vliegvelden zeer beperkt is. Voor grote luchthavens zoals Schiphol zijn aanwijzingen dat ze een aanjager van economische groei zijn. “Maar dit geldt niet voor vliegvelden die vrijwel alleen vakantievluchten aanbieden”, vertelt onderzoeker Felix Pot. “Dat is uitgaand verkeer waar nauwelijks economische activiteit aan verbonden is. Het biedt geen stabiel netwerk dat betrouwbare connecties oplevert voor het bedrijfsleven.”

Perifere gebieden

Alleen in perifere gebieden dragen regionale vliegvelden bij aan de bereikbaarheid en is er meer kans op economische effecten. “Een vliegveld als Rotterdam ligt praktisch onder de rook van Schiphol. En Maastricht ligt naast Keulen en vlakbij Brussel.” Volgens Pot kan moeilijk worden aangetoond dat dit soort luchthavens economische waarde toevoegen.

Pot pleit daarom voor een eerlijkere discussie over de regionale vliegvelden: “Geld steken in vakantievluchten levert niks op. Maar als je een stabiel netwerk van internationale verbindingen in stand houdt, zou je een soort openbaar vervoer-argument voor het vliegverkeer kunnen maken: vliegen is een vorm van bereikbaarheid. Maar hoeveel geld je daarin wil steken, is een politieke afweging.”

Nederlandse luchthavens in vogelvlucht

Naast Schiphol zijn er in Nederland vijf regionale vliegvelden voor de burgerluchtvaart: Eindhoven, Rotterdam, Groningen, Maastricht en Lelystad. Hoewel er stemmen opgaan om Rotterdam The Hague Airport (of, in goed Rotterdams: Zestienhoven) te sluiten, gaan de handen daar nog niet echt voor op elkaar. Eindhoven Airport is mede dankzij prijsvechters als Ryanair en Transavia een vaste waarde in het Brabantse geworden. Groeien lijkt waarschijnlijker dan sluiten.

Op de andere vliegvelden is meer interessants aan de hand – en wordt het belang van de Provinciale Staten des te duidelijker. In vogelvlucht nemen we door hoe er op provinciaal niveau wordt gedacht over vliegvelden in de regio.

Groningen en Drenthe: vakantievluchten, groen vliegen, woningen of windmolens?

Groningen Airport Eelde is een zorgenkindje. De noodlijdende luchthaven draait vooral op vakantiegangers en probeert al jaren het aantal vluchten op te krikken, maar dit wil niet echt van de grond komen. De luchthaven maakt avances naar Schiphol om een intensievere samenwerking op te zetten – mogelijk kan een krimp van Schiphol groei in Groningen betekenen – maar de uitkomst van die gesprekken is nog ongewis.

De provincies Groningen en Drenthe zijn beide aandeelhouder in de luchthaven en hebben regelmatig financieel bijgesprongen om het vliegveld open te houden. Samen met de andere aandeelhouders is in 2017 een bedrag van 46 miljoen euro opzij gezet om het vliegveld in de lucht te houden. En afgelopen jaar hebben de provincies elk 648.000 euro op tafel gelegd om de begroting sluitend te krijgen.

In de Provinciale Staten van zowel Groningen als Drenthe gaan stemmen op om het vliegveld te sluiten. Er doen verschillende plannen de ronde over wat er na een eventuele sluiting kan gebeuren. Geopperd is om de vrijkomende ruimte te gebruiken voor de bouw van woningen. En in de gemeenteraad van de Groningen – die na de verkoop van hun aandelen in 2020 hier formeel niks meer over te zeggen heeft – is gepleit voor een sluiting om ruimte te maken voor windmolens.

Het vliegveld zelf werkt aan een koerswijziging: in plaats van te focussen op het aanbieden van vakantievluchten, wil het een ‘proeftuin’ worden voor duurzame innovaties in de luchtvaart – denk bijvoorbeeld aan elektrisch vliegen. Het vliegveld heeft alvast 63.000 zonnepanelen laten plaatsen. Eind mei, vlak na het installeren van de nieuwe Provinciale Staten, komt Groningen Airport Eelde met een uitgebreid plan en gaan Groningen en Drenthe zich nogmaals buigen over de toekomst van Eelde.

Limburg: miljoeneninvesteringen van de provincie

De beslissende rol van de Provinciale Staten is goed te zien in de besluitvorming rond Maastricht Aachen Airport. Afgelopen december is na een jarenlange discussie besloten dit vliegveld open te houden. Sinds het vertrek van de exploitant in 2019 (die het vliegveld niet langer commercieel levensvatbaar vond) was de provincie de enige aandeelhouder en verantwoordelijk voor de exploitatie. De provincie investeerde jaarlijks zo’n tien miljoen euro in het runnen van het vliegveld dat zich vooral op vrachtverkeer richt.

Omwonenden klaagden ondertussen steen en been over de geluidsoverlast die laag overvliegende vliegtuigen veroorzaken. Deze spanningen liepen zeer hoog op: in aanloop naar het finale debat over de toekomst van het vliegveld zijn Statenleden bedreigd.

In Schiphol vond de provincie uiteindelijk een partner die wél brood in het vliegveld ziet. Voor 4,2 miljoen heeft het luchtvaartbedrijf vorig jaar een belang van 40 procent in Maastricht Aachen Airport gekocht. Ondanks maatschappelijke kosten-baten-analyses die nauwelijks welvaartswinst voor de provincie verwachten, trok de samenwerking met Schiphol de Statenleden over de streep om vóór het openhouden van het vliegveld te stemmen.

De provincie en Schiphol voorspellen de komende jaren een forse groei van het aantal vluchten. Om klagende omwonenden tegemoet te komen, wordt een fonds van tussen de 10 en 15 miljoen euro opgetuigd. Van dit geld moeten woningen direct naast het vliegveld worden opgekocht en woningen onder de aanvliegroutes van geluidswerende isolatie worden voorzien.

Maar of de kous hiermee af is, is nog onzeker: het Limburgse vliegveld beschikt niet over een natuurvergunning. Daarom is Johan Vollebroek – bekend door het succesvol aanvechten van het Nederlandse stikstofbeleid – een rechtszaak begonnen om de sluiting van Maastricht Airport alsnog af te dwingen.

Flevoland, Gelderland en Overijssel: provincies recht tegenover elkaar

Een heet hangijzer is Lelystad Airport. Het vliegveld moet gaan fungeren als ‘overloop’ voor Schiphol, dat de groei van het aantal vluchten niet kan verwerken. In 2015 werd besloten tot een forse uitbreiding van het vliegveld dat jaarlijks tot 45.000 vluchten van Schiphol zou moeten gaan overnemen.

Het project had al in 2018 afgerond moeten zijn, maar wordt geplaagd door juridische obstakels en procedures. Zorgen over onder andere de veiligheid van vogels, geluidshinder, luchtverontreiniging en stikstofdeposities zorgen keer op keer voor uitstel van de opening. Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat wil de luchthaven in 2024 openen, maar stuit nog op het ontbreken van een stikstofvergunning en problemen met aanvliegroutes.

De provincie Flevoland heeft, volgens een berekening van Follow The Money uit 2020, 18,6 miljoen betaald voor de ontwikkeling van de luchthaven – 8,6 procent van het totaal. En hoewel de provincie formeel geen zeggenschap heeft over het openstellen van de luchthaven en zich voor invloed op de besluitvorming moet wenden tot het lobbycircuit, houdt het dossier de gemoederen in de provincie flink bezig.

De meningen over de opening van Lelystad Airport zijn in Flevoland verdeeld. Acht partijen willen dat de provincie zich hard maakt voor de opening van de regionale luchthaven. Zes partijen zijn tegen en drie partijen staan er neutraal in. Maar in Gelderland en Overijssel – die vanwege de aanvliegroutes óók een belang hebben – ligt dat heel anders; daar vinden vrijwel alle partijen dat Lelystad Airport niet open mag gaan. Zij benadrukken onder meer toenemende geluidsoverlast en uitstoot van schadelijke stoffen boven de Veluwe.

Lees ook:

Meer palmolie en minder ontbossing, kan dat?

Babyvoeding, hazelnootpasta, cruesli, douchegel: palmolie zit in een heleboel producten. Het is wereldwijd de meest gebruikte plantaardige olie, en de vraag groeit nog steeds. De productie van palmolie heeft ook impact op het milieu. In Indonesië, de grootste palmolieproducent van de wereld, is in het verleden veel tropisch regenwoud gekapt voor de aanleg van oliepalmplantages. Bomen zijn belangrijk in de strijd tegen klimaatverandering omdat ze CO2 opnemen. Ontbossingswet Om een einde te maken aan het wereldwijd kappen van bossen en regenwouden heeft de Europese Unie vorig jaar een voorlopig akkoord bereikt over een nieuwe ontbossingswet. Producten die bijdragen aan ontbossing zijn hierdoor binnenkort niet meer welkom in EU-landen. Dit geldt ook voor palmolie. Volgens tropisch landbouwdeskundige Maja Slingerland heeft dit veel gevolgen. “We kunnen wel tegen ontbossing zijn, maar dan moet er meer gebeuren met de huidige oliepalmplantages. Er is immers geen uitbreiding meer mogelijk, terwijl de vraag nog steeds toeneemt”, zegt Slingerland. Als onderzoeker en hoofddocent bij Wageningen Universiteit en Research (WUR) is ze onderdeel van het internationale projectteam om palmolie uit Indonesië te verduurzamen. Monocultuur In Indonesië wordt oliepalm in monocultuur geteeld, op grote plantages met veel oppervlaktes. Vanuit voedselvoorziening is dit geen goed idee, zegt Slingerland. “De focus ligt zo op palmolie dat er vrijwel niets anders wordt verbouwd. In die gebieden is voor de mensen maar weinig eten beschikbaar, dus dat moeten ze ergens anders vandaan halen.” Ook voor de biodiversiteit en de bodemkwaliteit is het niet wenselijk om jaar in jaar uit hetzelfde gewas te verbouwen. “Door monocultuur wordt de grond minder vruchtbaar. Er moet vaker bemest worden om de palmolie opbrengst gelijk te houden. Dit brengt extra kosten met zich mee voor de boeren”, aldus Slingerland. Het plan van de WUR en de Indonesische universiteiten richt zich ook op de aanplant van andere gewassen. Dit gebeurt tussen de palmbomen op de plantage. “Dat kan van alles zijn”, zegt Slingerland. “Watermeloen, chilipeper, cassave, bananen. Maïs is ook een belangrijk gewas wat nu nog veel wordt geïmporteerd.” De gewassen leveren een gezondere bodem en meer biodiversiteit op. De opbrengst van palmolie blijft gelijk aan die van een monocultuur. Daarnaast ontstaat er nieuwe handel. Slingerland: “Wat je ziet, is dat de mannen zich bezighouden met de palm en dat de vrouwen zich richten op andere gewassen. Van de bananen maken vrouwen bananenchips die ze vervolgens verhandelen. Of ze persen de ananassen en verkopen dan ananassap. Ze creëren hun eigen bedrijfje.” Meer uit oude oliepalmen halen De meeste palmbomen hebben na 25 jaar hun beste tijd gehad. Dan moeten oude oliepalmen plaatsmaken voor nieuwe. “Nu worden die bomen omgekapt, klein gemaakt en verspreid over de plantage. De nutriënten en de koolstof zijn dan voedingsstoffen voor de bodem”, legt Slingerland uit. “Het ding is alleen: er zit nog vrij veel zetmeel in de boom, en dat gaat op deze manier verloren. Eigenlijk wil je dat zetmeel uit de stam halen.” Een klein aantal boeren doet dit al. “Ze maken elke dag kleine wondjes in de omgekapte stam, waardoor het vloeibare zetmeel eruit loopt. Het sap koken ze vervolgens tot het suiker wordt en dat verkopen ze.” Omdat dit nog maar op een paar plekken gebeurt, is het zaak dat meer boeren in Indonesië bekend worden met deze tactiek. Volgens Slingerland is de vraag naar suiker groot, dus er kan goed geld mee worden verdiend. Daarnaast is er ook een aanzienlijk milieuvoordeel. “Als je het zetmeel gewoon in de stammen laat zitten, dan gaat het uiteindelijk als CO2 de lucht in. Het is beter om het eruit te halen.”Door gaatjes in de stam van de oliepalm te maken wordt zetmeel gewonnen.Veengrond Nog vrij veel oliepalmen staan op veengronden. Dit is nadelig voor het klimaat, legt Slingerland uit. “Wil je palmbomen laten groeien op veengrond, moet de grondwaterstand flink naar beneden. Het gevolg is dat veen als een gek gaat afbreken en zo komt de opgeslagen CO2 vrij in de lucht. Dat moet je niet willen. De waterstand moet dus omhoog, maar daar kan oliepalm weer niet tegen. Er moet dus wat anders verbouwd worden.” De universiteiten en de overheden kijken met welke andere gewassen boeren ook genoeg geld kunnen verdienen. “Dat is niet eenvoudig”, geeft Slingerland toe. “Oliepalm is hartstikke rendabel. Maar er zijn andere opties zoals jungle rubber, een soort natuurlijk rubber.” Oliepalm produceren op veengronden is nu nog toegestaan, maar Slingerland verwacht dat er binnen afzienbare tijd een wettelijk kader komt. “Boeren kunnen dus maar beter voorbereid zijn en alvast alternatieven zoeken voor oliepalm op veengrond.”Alternatieven voor palmolie Hoewel palmolie niet zo’n goed imago heeft, scoren andere plantaardige oliën nog minder goed op milieuaspecten. Een groot voordeel van palmolie is dat de palmen heel veel olie opleveren. De opbrengst is per hectare 4 tot 10 keer hoger dan andere plantaardige oliën. Dit maakt het een erg efficiënt gewas. Bovendien zijn voor de teelt weinig bestrijdingsmiddelen nodig. Volgens Slingerland is het daarom juist belangrijk om te investeren in duurzame palmolie. “Indonesië heeft al veel gedaan om de productie van palmolie verder te verduurzamen. Nu moeten we de volgende stappen zetten en optimaliseren. Dat levert winst op voor de boeren en voor het klimaat.” Dit schreven we eerder over palmolie: Zonnebloemolie raakt op door de oorlog – bedrijven zien palmolie als alternatief Wat is palmolie en waarom is het slecht voor het milieu? Unilever gaat ontbossing tegen dankzij gps-data van satellieten