Marc Seijlhouwer 07 maart 2022, 10:39

Volvo experimenteert met draadloos opladen

Draadloos opladen kan. In het Zweedse Götenburg experimenteert Volvo met opgeladen elektrische XC40-taxi’s, zonder dat daar een laadpaal nodig is. Een nieuwe stap naar nog duurzamere taxi’s?

Volvo draadloos opladen taxi Deze taxi's laden straks draadloos op in Zweden | Credits: Volvo

Een auto draadloos opladen is technisch al langer mogelijk, maar er komen nog veel problemen bij kijken. Zo gaat het laden zelf nog niet snel genoeg en moet de auto heel precies boven de inductiespoelen geparkeerd worden. Bovendien is de techniek nog duurder dan laadpalen, omdat deze minder lang bestaat.

Het lastigere parkeerprobleem lost Volvo op met de 360-gradencamera die de luxe elektrische auto aan boord heeft. De auto parkeert zichzelf dus zodanig dat hij goed kan opladen. Dat opladen gaat met een vermogen van 40 kilowatt, ongeveer even snel als de snelladers langs de snelwegen in Nederland.

Geen uitstoot door auto’s

Het opladen is onderdeel van het Green City Initiative van Gotenburg. Dat is een plan, mede door Volvo opgestart, om alle transport en mobiliteit in de stad emissievrij te maken voor 2030. Dat is ambitieus, en om het werkelijkheid te maken moet de stad dan ook alles op alles zetten. Dat betekent dus meer laadpalen, maar ook nieuwe technieken om elektrische auto’s vol te laden.

Hoe werkt draadloos opladen?

Het klinkt als magie: je parkeert je auto, waarna er stroom uit de grond komt die
de batterij oplaadt. Maar dit soort inductie-opladen bestaat
natuurlijk al langer. Sterker, in 1894 lag er al een plan om een
elektrische auto met inductie op te laden.

Om draadloos op te laden heb je spoelen nodig, zowel in het op te
laden apparaat als in de grond. De spoel in de grond wekt een
magneetveld op met wisselstroom. Dat magneetveld ‘slaat over’ naar de
spoel in de auto. Daar wekt het magneetveld weer wisselstroom op, die
vervolgens wordt omgevormd naar gelijkstroom die de batterij oplaadt.

Het concept is relatief simpel. Maar genoeg vermogen leveren via dit
systeem is niet makkelijk. Ook moet je zorgen dat de verliezen niet te
groot zijn en dat het magneetveld niet te wijdt is, omdat het anders andere apparaten in de buurt kan verstoren.

Draadloos laden zit in de lift, zo schreef NRC laatst. De techniek
ontwikkelt snel en er lopen overal proefprojecten. Maar er zijn ook
nog veel problemen. De prijs is hoog en het installeren van
laadinfrastructuur in wegen vraagt om een hele ommekeer van het systeem
van wegenbouw en elektriciteit.

Met vaste parkeerplekken heb je minder problemen dan met laadplekken
in het wegdek. En aangezien steeds meer auto’s zichzelf kunnen parkeren
met behulp van de camera’s, zal ook fout parkeren een minder groot probleem
zijn.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Hoe de energietransitie en genderongelijkheid elkaar kruisen (en hoe ze elkaar kunnen versterken)

75inQ is een stichting die streeft naar een rechtvaardig energiesysteem en meer diversiteit in het werkveld van de energiesector. De stichting adviseert organisaties en doet wetenschappelijk onderzoek naar het samenspel tussen gender en energie. Daarnaast richt 75inQ zich met een grote community en loopbaanbegeleiding op doorstroom en zij-instroom van vrouwen in de energiesectoren. De naam is een samentrekking van Sustainable Development Goal (SDG) 7 (betaalbare en groene energie) en SDG 5 (gendergelijkheid). “Deze doelen kruisen elkaar en kunnen elkaar versterken”, vertelt Creusen. “De energietransitie moet sneller. Daarom hebben we alle handen nodig. We doen onszelf tekort als we het talent van de groep die niet man en wit is niet meekrijgen.”Anouk Creusen, directeur van stichting 75inQOlie en gas Anouk Creusen werkte 15 jaar als geoloog in de olie- en gasindustrie en zag hoe dankzij fossiele brandstoffen miljoenen mensen wereldwijd uit armoede werden verheven. “Maar door de gevolgen van klimaatverandering wilde ik mijn kennis en kunde voor iets anders inzetten. Toen ben ik overgestapt naar de watersector; voor een geoloog technisch vergelijkbaar met olie en gas. Daarnaast heb ik me altijd bezig gehouden met gendergelijkheid.” Lees ook: Diversiteit en inclusie zijn gezond voor je bedrijf. Maar waar begin je? Ongelijke carrièrekansen Overal waar Creusen kwam – van Nederland tot het Midden-Oosten – zag ze hetzelfde. Op een zekere leeftijd stromen vrouwen uit een organisatie en missen ze de sprong naar leidinggevende posities. “Het is lastig om daarvoor één specifieke oorzaak aan te wijzen. Maar een van de redenen is dat de leeftijdsfase van 35 tot 42 jaar zeer belangrijk is voor grote carrièresprongen. Het is vaak dezelfde fase waarin vrouwen en mannen een jong gezin met hun carrière willen combineren. En wanneer daar geen gelijkwaardige ruimte voor gemaakt wordt, lekken vrouwen vaak onevenredig weg uit een organisatie. Een wet die het ouderschapsverlof tussen mannen en vrouwen ongelijk maakt, helpt dan natuurlijk niet mee.” In de energiesector in Nederland is ongeveer 22 procent vrouw. Boven de 45 daalt dat rap naar 16 procent. “Daarmee missen we natuurlijk een groot deel van het arbeidspotentieel. Er moet gericht aandacht komen voor uitstroom, doorstroom en zij-instroom van deze groep laaghangend fruit. Om de arbeidstekorten aan te pakken."Gebrek aan technisch personeel Een ander probleem is de beeldvorming rond de behoefte aan technisch personeel in de energietransitie, denkt Creusen. “Bij gebrek aan technische mensen wordt al snel aan mannen gedacht. Terwijl, wat wordt eigenlijk bedoeld met ‘technisch’?” Beeldmateriaal bij vacatures voor installateurs gaan vaak gepaard met een lachende man op een dak die zonnepanelen plaatst. “Vrouwen zien dat beeld ook en denken: die baan is niet voor mij bedoeld. Dit soort reclame-uitingen slaan de plank kneiterhard mis. Niet uit onwil, maar veel meer uit onwetendheid. En er is wel degelijk een spin-off effect. Door deze beeldvorming hebben opleidingsinstituten het bijvoorbeeld ontzettend moeilijk om meiden en vrouwen te werven.” Hartstikke zonde, vindt Creusen, want we hebben juist iedereen nodig in de energietransitie. Energiearmoede treft vrouwen harder dan mannen Verder wil 75inQ onder de aandacht brengen hoe energiearmoede vrouwen anders raakt dan mannen. “Als je kijkt naar mensen die veel energie gebruiken dan zijn dit vaak grote gezinnen in slecht geïsoleerde huizen”, zegt Creusen. “In gescheiden gezinnen zijn het vaker de vrouwen die met de kinderen achterblijven dan mannen. En we weten dat vrouwen over het algemeen minder verdienen. Stijgende energieprijzen zoals nu treffen vrouwen dus vaak harder.”Met een internationale pool van onderzoekers, onder leiding van wetenschappelijk directeur Mariëlle Feenstra, werkt 75inQ aan het agenderen en analyseren van energiearmoede en gender. Hiermee willen we inzicht verschaffen in de ongelijke verdeling van klimaat en energierisico's binnen bevolkingsgroepen. Dit is eveneens beschreven in het laatste IPCC-rapport." Subsidieregelingen Gezinnen met lagere inkomens worden überhaupt sneller vergeten in de energietransitie, ziet Creusen. “Deze gezinnen zijn niet de bezitters van huizen. Er zijn prachtige subsidieregelingen voor zonnepanelen en isolatie, maar om die te kunnen plaatsen moet je wel een huis bezitten. Lees ook: Sociale huurwoningen lopen voor in energietransitie Isoleren is echt het laaghangend fruit in de energietransitie. Maar voor de grote groep die het nodig heeft, is deze mogelijkheid er helemaal niet. Met een slecht geïsoleerd huis, stijgende energieprijzen en een onwelwillende huisbaas zit je volledig klem. Daar zie ik echt een grote rol voor de overheid en woningcorporaties.” Vrouwen aan de leiding Creusen ziet dat vrouwen aan het roer van de energietransitie nog beperkt zichtbaar zijn. Maar voorbeelden zijn er genoeg: in het netwerk van 75inQ zitten inmiddels zo’n 250 vrouwelijke professionals. De stichting werkt samen met werving- en selectiebureaus, doet onderzoek naar het verband tussen energie en genderongelijkheid en adviseert organisaties over de inzichten die ze doen. De stichting mobiliseert vrouwelijke professionals die graag binnen de energietransitie aan de slag willen, maar het netwerk missen om deze stap te maken. “Voor organisaties is het belangrijk te weten waar je op dit moment staat”, zegt Creusen. “Hoe divers is je eigen bestuur en hoe voorkom je vroegtijdige weglek van talent? Bedrijven die producten maken voor de energietransitie, zoals zonnepanelen en warmtepompen, moet zich ook afvragen voor wie ze dit doen. Het zijn uiteraard goede oplossingen. Maar helpen ze hogere inkomens of de mensen die het ’t meest nodig hebben?” Vrouwen onderling kunnen elkaar ook nog een stuk beter helpen dan ze nu doen, denkt Creusen. “Mannen netwerken toch anders dan vrouwen. Op een zekere leeftijd zijn de connecties die je maakt belangrijker voor een nieuwe baan dan een sollicitatiegesprekken. Vrouwen kunnen netwerken best wat beter benutten. Je hoeft daarvoor echt niet iedereen aardig te vinden.”Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.