Erika van Zinderen Bakker 21 juli 2023, 09:00

Directeur Consumentenbond over duurzaamheid: ‘Het zou het fijnst zijn als consumenten sommige keuzes niet meer krijgen.’

Sandra Molenaar is nu ruim vier jaar directeur van de Consumentenbond. We spraken haar over duurzaamheid. Is de Consumentenbond een duurzame organisatie? Wat houdt het predicaat Groene Keuze in? En wat is de invloed van de bond op bedrijven?

Janita Sassen Sandra Molenaar 9719 Consumentenbonddirecteur Sandra Molenaar: ‘Bedrijven vinden het echt niet leuk als wij geen positief oordeel over ze hebben.’ | Credits: Consumentenbond

De Consumentenbond helpt leden die iets willen kopen de juiste keuze te maken. De organisatie draait dus om consumptie. Wat is er duurzaam aan de Consumentenbond?

“In principe is niet consumeren de meest duurzame keuze. Geen nieuwe dingen kopen, maar alleen hergebruiken. Maar dat is niet realistisch. Mensen willen reizen of ze willen een wasmachine. Wij proberen de mensen te faciliteren hun keuzes zo duurzaam mogelijk te maken. Daar moet nog bij gezegd worden, dat het soms wél duurzaam is om een nieuw product te kopen. Denk bijvoorbeeld aan een koelkast. Door het grote verschil in verbruik is een nieuwe koelkast eigenlijk altijd beter dan een heel oude.”

De Consumentenbond heeft een predicaat Groene Keuze. Kun je daar meer over vertellen?

“Het predicaat Groene Keuze bestaat sinds 2021. We wilden graag duidelijk maken wat een duurzame keuze is en wat niet. Maar hoe meet je dat zo zuiver mogelijk? Omdat duurzaamheid uit zo veel elementen bestaat, is het heel moeilijk om één product als duurzaamste te bestempelen. Daarom leggen we producten langs een duurzame meetlat. Binnen één productcategorie kijken we welke aspecten het zwaarst wegen als het om duurzaamheid gaat, bijvoorbeeld het productieproces of het verbruik van een apparaat. Daar meten we op. Meestal doen we dat in internationaal verband, met andere consumentenorganisaties, in testlaboratoria. Uiteindelijk zijn er dan zo’n drie of vier producten die ‘groen’ zijn. Het is belangrijk dat we goed kunnen uitleggen hoe we dit meten. Je wilt niet dat er iets op de meetmethode aan te merken is, want dan ontstaat er een discussie waar consumenten niet mee geholpen zijn.”

Wat vinden fabrikanten van zo’n oordeel?

“Als wij als Consumentenbond zeggen: ‘Dit is goed of slecht, of beste uit de test of groen …’, dan vinden fabrikanten dat heel belangrijk. Op die manier hopen we ook invloed uit te oefenen. Bedrijven vinden het echt niet leuk als wij geen positief oordeel over ze hebben. Dat proberen ze dan ook bij te stellen. Soms met woorden, maar vaak ook met daden. Zo informeren wij consumenten over bepaalde ingrediënten uit verzorgingsmiddelen die ter discussie staan. Sommige fabrikanten reageren dan met de mededeling dat het geen verboden ingrediënten zijn, maar er zijn ook fabrikanten die hun product al gaan veranderen. Dat is verstandig. Je kunt er vaak alvast op voorsorteren dat die ingrediënten op termijn wel verboden zullen worden en dat consumenten ze in ieder geval als ongewenst ervaren.”

De reacties zijn niet altijd zo positief, toch? De Consumentenbond staat ook weleens voor de rechter.

“Klopt. Onlangs werden we nog voor de rechter gedaagd. Dat ging over een onderzoek naar prijzen in de reisbranche. Op internet werd geadverteerd met prijzen die je als consument op geen enkele manier kon krijgen. De uiteindelijke boeking was altijd duurder. Een aantal reisorganisaties paste na ons onderzoek de bedragen aan. Maar er was ook een organisatie die ons voor de rechter daagde. Die zaak hebben wij gewonnen.”

Tekst gaat verder onder het kader.

Wie is Sandra Molenaar?

Sandra Molenaar is algemeen directeur van de Consumentenbond sinds mei 2019. Ze studeerde commerciële economie en psychologie. Voordat Molenaar bij de Consumentenbond kwam werken, was zij onder meer directeur marketing en sales mobiliteit bij de ANWB en operationeel directeur bij de Bovag. Naast haar betaalde werk zet Molenaar zich vrijwillig in voor Caring Farmers en SchuldHulpMaatje.

Leeft het thema duurzaamheid binnen jullie organisatie?

“Het leeft zeker. Wel is het zo, dat mijn collega’s ook gewone Nederlanders zijn. De een is megaduurzaam, voor de ander is het wat minder van belang. Maar als organisatie vinden wij dat we duurzame keuzes moeten faciliteren, en echt onduurzame niet. Wij weten dat leveranciers de verkoop van een product gaan aanjagen, wanneer dat product een predicaat van ons krijgt. En fabrikanten adverteren daar graag mee. Omdat onze invloed op dat punt groot is, hebben we ook besloten voor sommige producten geen predicaten te geven. Een voorbeeld. Wij snappen dat sommige mensen was-droogcombinatie willen hebben. Maar dat is geen duurzaam product. We testen het product dan wel, maar geven geen predicaten. We willen die verkoop niet aanjagen.”

Zijn er producten die jullie helemaal niet meer testen omdat het niet duurzaam is?

“Mobiele airco’s testen we niet, maar dat hebben we volgens mij ook nooit gedaan. Sowieso evolueert ons testprogramma. Vroeger testten we sigaretten. Dat doen we nu om heel veel redenen niet meer. Maar iets heel anders: als we supermarkten vergelijken op prijzen, dan stellen we ons mandje heel zorgvuldig samen. Kiloknallers zitten daar niet in.”

Wat doet de Consumentenbond nog meer?

“Duurzaamheid is ook de levensduur van een product. Samen met andere consumentenorganisaties nemen wij deel aan groot Europees programma, genaamd Prompt. Dat gaat uiteindelijk om het recht op reparatie. Voor dat programma halen we apparaten helemaal uit elkaar om te kijken hoe ze beter repareerbaar kunnen zijn. We willen repareerbaarheid ook meenemen in onze testoordelen zodra dat op een valide en zinvolle manier kan. Maar zelfs repareerbaarheid is niet altijd een goede oplossing. We waren laatst bij een lab waar ze smartphones voor ons testen. De optie om onderdelen te vervangen verlengt de levensduur. Maar als je het mogelijk maakt om een smartphone open te maken, dan is ie niet meer waterdicht. En dat verkort dan weer de levensduur. Dan moet je dus gaan kijken wat het zwaarst weegt. En er is nog meer dat de levensduur bepaalt. Ook software speelt hier een rol is. Als je na twee of drie jaar al geen updates meer krijgt op je telefoon, is dat ook niet duurzaam, want dan willen mensen een nieuwe. Gelukkig kan dat ook anders. Mijn iPad is al acht jaar oud en ik gebruik hem nog steeds om er de krant op te lezen.”

Heb je zelf nog een duurzame droom voor de Consumentenbond?

“Dat is lastig. Mijn persoonlijke visie gaat soms iets verder dan de positie van de Consumentenbond. Consumenten maken voortdurend keuzes, omdat ze daartoe verleid worden door het bedrijfsleven. Het zou het fijnst zijn als consumenten sommige keuzes niet meer krijgen. Dat vinden ze ook niet erg. We hebben kwalitatief onderzoek onder consumenten gedaan. Die zeggen zonder uitzondering dat ze bepaalde keuzes wel wat minder voorgeschoteld willen krijgen. Met die uitkomsten gaan we als organisatie nu ook aan de slag. We willen graag een burgerberaad over duurzame voeding. We hopen dat dat gaat lukken.”

“Prijs is een mechanisme dat consumentenkeuzes beïnvloedt. En vaak zijn de minder duurzame keuzes gewoon goedkoop of te goedkoop. Kijk maar naar vliegen bijvoorbeeld. Of bewerkte voeding. Consumenten zeggen: het is zo moeilijk om daar niet voor te vallen. De verleiding is soms gewoon te groot. Ik vind niet per se dat niet duurzame of niet gezonde keuzes duurder moeten worden, maar goede keuzes wel voordeliger. Persoonlijk vind ik dat het niet onverstandig is om consumenten te helpen door ze bepaalde keuzes niet te geven. Niet dat er straks niets meer mag, maar als iedereen daardoor een beetje bewuster kan leven, maakt dat al heel veel uit.”

Lees ook:

Niet-verkocht voedsel verplicht doneren, is dat een goed idee?

Het voorstel schrijft voor dat alle supermarkten met een oppervlakte van meer dan 1.000 vierkante meter hun overgebleven voedingsmiddelen doneren. Het gaat om eten en drinken dat op één dag voor de houdbaarheidsdatum niet verkocht is. De voedingsmiddelen moeten aan goede doelen worden gegeven. Supermarkten zijn dan ook verplicht om hier contracten voor te sluiten met goede doelen. Een wettelijk kader geeft duidelijkheid over hoe om te gaan met overgebleven voedsel en gaat verspilling tegen, zo is de gedachte. Moet Nederland volgen? De Brusselse maatregel is niet nieuw. Frankrijk heeft al sinds 2016 zo’n wet inclusief eventuele boetes. Het weggooien van voedsel kan Franse supermarkten dus duur komen te staan. In Spanje wordt ook gewerkt aan een wet om voedselverspilling te beboeten. Moet Nederland volgen? Vooralsnog doneren onze supermarkten boodschappen en geld op vrijwillige basis aan organisaties zoals de Voedselbank. Vrijwillig doneren Dat vrijwillig doneren gaat heel goed, zegt Paul van Berkel. Hij is bestuurslid voedselwerving bij de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken. “Er wordt al grootschalig gedoneerd door supermarkten. Zo’n maatregel zou in Nederland dus niet zoveel helpen.” Toch neemt de stroom etenswaren die richting de Voedselbanken gaat af. Van Berkel: “Supermarkten willen hun aanbod uiteindelijk het liefste verkopen. Veel voedsel wordt daarom afgeprijsd verkocht. Twintig jaar geleden vertrouwden consumenten dat niet en kochten ze het ook niet. Nu is dat anders. In het kader van duurzaamheid en voedselverspilling tegengaan, worden deze afgeprijsde artikelen juist gekocht.” Druk bezig Supermarktketen PLUS is druk bezig om zo min mogelijk voedsel te verspillen. Woordvoerder Elise van Ee: “We moeten er nog meer bewust van zijn dat het echt niet meer kan om voedsel weg te gooien. Dat geldt voor alle supermarkten en ook voor PLUS. Omdat we met veel zelfstandige ondernemers werken, wordt voedselverspilling per winkel anders aangepakt. Bijvoorbeeld door fikse afprijzingen of donaties aan de Voedselbank of sociale buurthuizen. Ruim de helft van de winkels is aangesloten bij Too Good To Go, een online platform waar onverkocht eten alsnog wordt verkocht.” Vrijheid De tendens dat voedsel weggooien zonde is, die is er inmiddels wel, zegt Van Ee. “Er zijn diverse manieren om maatregelen te nemen. Die vrijheid is voor ondernemers wel zo fijn.” Bovendien is het niet zo dat al het overgebleven eten zomaar gedoneerd kan worden. “De Voedselbank kan niet alles aannemen. Blikken en ingepakte producten zijn geen probleem, maar aangebroken verpakkingen of verse broden kunnen niet vanwege de voedselveiligheid. Dus binnen zo’n verplichting moeten dan ook weer bepaalde uitzonderingen worden opgenomen.” Meer initiatieven Er ontstaan steeds meer initiatieven om voedselverspilling tegen te gaan, ziet Van Berkel. Hij wijst naar organisaties zoals Too Good To Go. “Dat is natuurlijk een mooi initiatief. Uiteindelijk hebben we hetzelfde doel: minder eten weggooien. Het gevolg is alleen dat dit soort artikelen niet meer bij de Voedselbank terecht komen, maar bij consumenten.” Daar maakt Van Berkel zich wel zorgen om. “Vorig jaar kreeg de Voedselbank veel donaties binnen doordat mensen hun energietoeslag doneerden. Dat is super. Maar voor de lange termijn redden we het daar niet mee.” Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe acties. “Bijvoorbeeld in Leerdam. Daar kan men een fictief gezin van de Voedselbank adopteren en hen van eten voorzien. Dat is geweldig om te zien.” Lees ook: Lidl verkoopt bananen met spikkels en paprika's met rimpels met fikse korting om voedselverspilling tegen te gaanKansenongelijkheid in de broodtrommel: zo pakken Albron en LunchMaatjes die aan'Röntgenfoto' van groente en fruit werkt verspilling de voedselketen uit