Anna Roos van Wijngaarden 15 maart 2023, 16:30

Drie keer zo vaak naar de onlinekledingbieb in 2026, voorspelt onderzoek

De waarde van de wereldwijde leenmarkt voor kleding werd begin vorig jaar nog op een miljard euro geschat. Uit nieuw onderzoek blijkt nu dat die omzet de komende jaren gaat verdriedubbelen, maar deze groei brengt ook logistieke uitdagingen met zich mee.

DSCF6320 Het online lenen van kleding begint wereldwijd voet aan de grond te krijgen. | Credits: Palanta

Eenmalig uitpakken voor een themaborrel of in Prada op kantoor verschijnen: het kan allemaal dankzij de opkomende leenmarkt. We noemen het kleding ‘lenen’, maar ‘huren’ dekt de lading beter. Er gaat namelijk veel geld om in het nog jonge, duurzame marktsegment. In 2026 worden de verdiensten drie keer zo hoog als vorig jaar, voorspelt onderzoeksbureau Technavio. Het gaat overigens specifiek om online leenmodellen. De offline kledingbieb blijft niche, een beetje zoals de klassieke boekenbieb.

Online winkelen doet lenen

Hoe goed de bedoelingen van kleding lenen ook zijn, het duurzame is niet de drijvende kracht achter de groei van de markt. Voor de hoofdoorzaak moeten we kijken naar het doorzetten van online winkelen, concludeert het onderzoeksteam.

De e-commerce markt voor kleding zal naar verwachting blijven doorgroeien met zo’n 10 procent per jaar tot 2027 – vooral in de EPAC-regio. Om relevant te blijven, moeten bestaande merken zich steeds weer opnieuw uitvinden. Dit kan door het assortiment uit te breiden met een leenoptie. Het is namelijk heel interessant voor consumenten met een kleinere portemonnee. Zij kunnen ineens de meest luxueuze items aanschaffen – weliswaar in bruikleen. Online kleding lenen levert bovendien alle voordelen van online winkelplatformen, zoals een breed aanbod en thuisbezorgen.

De verwachting is dat bekende modezaken in de komende jaren dus massaal zo’n onlinepagina zullen toevoegen aan hun webshops. Volgens het rapport zijn zowel bestaande e-commerce spelers als startups hierin aan het investeren.

Leners zijn jong en veeleisend

De vraag naar online kledingverhuur groeit vooral onder jongvolwassenen die op zoek zijn naar kleding van goede kwaliteit, het liefst van een designermerk. Die luxesegmenten vallen vaak ver boven hun budget, maar de optie om te lenen maakt ze toegankelijk voor iedereen.

De populairste reden om kleding te lenen blijft gelegenheden, zoals een bijzonder feest, maar er is ook een groeiende markt voor luxe werkkleding voor dames. Die tendens koppelt Technavio aan het groeiende aandeel werkende vrouwen. Vrijetijdskleding lenen staat nog in de kinderschoenen, maar ook dat moet gaan groeien.

Het rapport zoomt ook in op geografische verschillen. Zo blijkt dat nieuwe kledingbibliotheken in de APAC-regio verantwoordelijk zijn voor bijna de helft van de groeispurt. De reden, zo vermeldt het rapport, is dat het idee van kleding ‘delen’ daar pas net is overgewaaid vanuit het Westen. Bewustzijn over de (on)duurzaamheid van kleding is dus nog iets nieuws, net als de opkomst van lokale markten daaromheen.

Voorraadbeheer nog niet op de rails

De verschuiving naar online lost het logistieke probleem van de kledingleenmarkt niet op. Er zijn nog heel veel uitdagingen in het voorraadbeheer, zoals schommelingen in de vraag. Daardoor zijn er rond de feestdagen vaak tekorten. Bovendien is er een supersnelle retourlogistiek nodig om alle items nauwkeurig te controleren op schade en vuil, ze vervolgens te wassen, repareren of vervangen, en door te sturen naar de volgende lener. De reis van elk kledingstuk is anders en dat maakt het proces duur en lastig schaalbaar.

Voor de Haagse kledingbibliotheek Palanta was dat de reden om er helemaal mee te stoppen. Oprichtster Sara Devenyi doet nu onderzoek naar de problemen bij andere bibliotheken. “Zowel in Nederland, Duitsland as België worstelen bibliotheken met de infrastructuur. Ze besteden 50 duizend euro aan softwaresystemen, en het werkt niet. Dit is namelijk geen normale lineaire verkoop van merk tot klant; leden moeten ook worden ingevoerd in het systeem om het retourbeleid te regelen. Die plug-ins moet elke bieb nu handmatig bouwen en dat is heel duur. Daarom ga ik mijn business dáár nu op richten.”

Volgens Devenyi hoort bij dat stukje faciliteren ook het onderwijzen van de merken die hun kleding aan bibliotheken uitlenen. Met lenen kunnen zij namelijk goed verdienen, legt ze uit. “Het duurt misschien iets langer, maar met twee jaar commissie heb je de inkoopprijs van normale verkoop er wel uit. Merken zijn zich daar nog niet van bewust.”

Al om al hangt de online kledingbieb er nog wat gammel bij, maar hij is voorlopig dus nog niet van het toneel verdwenen. Met het nodige sleutelwerk, zijn consument, retailer, merk en de natuur alle vier winnaar.

Lees ook:

Waterstofexpert Michiel Hickey (StartGreen): Waterstof is niet de 'silver bullet' van de energietransitie

Door: Michiel Hickey Waterstof is niet de silver bullet van de energietransitie. Het is ‘een’ puzzelstukje in de volledige energietransitie-puzzel die we samen moeten leggen. Veel mensen zien in waterstof de ideale vervanger van fossiele brandstoffen, maar zo simpel is het niet. Waterstof is op zich namelijk geen brandstof; het is een energiedrager, een soort batterij in gasvorm. Groot energieverlies conversies Laat ik beginnen bij het begin: hoe maak je waterstof? De meest duurzame manier om waterstof te produceren, is met groene elektriciteit en water. Via elektrolyse splits je water in waterstof en zuurstof. Helaas gaat er flink wat energie verloren tijden het productieproces: de hoeveelheid energie die is opgeslagen in de waterstofmoleculen is 25 procent minder dan de energie die erin is gestopt voor de productie. Als je vervolgens de waterstof omzet in water, komt er energie vrij. Maar ook in dat proces verlies je weer energie. 1 joule energie levert uiteindelijk – na deze twee conversies – 0,37 joules op. Desondanks is de toepassing van waterstof interessant genoeg om te onderzoeken, bijvoorbeeld om vraag en aanbod in het elektriciteitsnet te balanceren. Grote voordelen Op zich is het logisch dat veel mensen waterstof zien als hét toverwoord in de klimaatcrisis. Waterstof kan namelijk breed toegepast worden: voor verwarming, om elektriciteit in op te slaan, maar ook als duurzaam alternatief in chemische processen, zonder CO2-uitstoot. Verder heeft het een veel hogere energiedichtheid (joule per kg) dan batterijen: maar liefst een factor 236 hoger. Bovendien zijn er theoretisch onbeperkte grondstoffen om waterstof te produceren: je hebt alleen water en elektriciteit nodig. Comprimeren noodzakelijk Wat toepassing lastig maakt, is dat waterstof weliswaar de hoogste energiedichtheid per kilogram heeft van alle elementen in het universum, maar ook een van de laagste energiedichtheden per kubieke meter. Waterstof is een gas met maar heel weinig moleculen in een bepaald volume. Dit probleem kun je verhelpen door het A) te comprimeren: daarmee prop je meer moleculen in hetzelfde volume, B) heel flink te koelen, waardoor de moleculen minder ruimte innemen en je meer moleculen in hetzelfde volume krijgt of C) allebei. Kritisch toepassen Waterstof wordt nu nog beperkt opgewekt. Dat komt vooral doordat het nu nog heel duur is om waterstof te maken; vooral groene waterstof is duur. Op dit moment wordt wereldwijd nog ruim 90 procent van alle waterstof fossiel geproduceerd. Bovendien is er nog geen infrastructuur voor opslag- en transport. We moeten ons bij elke toepassing blijven afvragen of het energetisch de meeste efficiënte oplossing is en er geen logisch, duurzaam alternatief is. Het heeft immers weinig zin om een enorme capaciteit aan duurzame energie te gebruiken voor de opwek van waterstof, terwijl we die ook direct kunnen gebruiken. We moeten waterstof daarom alleen inzetten waar verduurzaming heel lastig is, zoals in de staalindustrie. De stichting Natuur & Milieu helpt die keuzes te maken met een ‘waterstofladder’: een rangorde van zinvolle toepassingen van groene waterstof. WaterstofladderWaterstof als buffer Balancering van het elektriciteitsnetwerk, dus waterstof gebruiken als buffer voor het elektriciteitsaanbod, staat in de ladder op een tweede plaats. We willen steeds meer elektriciteit duurzaam opwekken, alleen zijn die duurzame opwekmethodes afhankelijk van zon en wind. Daardoor fluctueert de opwek heel sterk, terwijl vraag en aanbod steeds moeilijker op elkaar aan te sluiten zijn. Netcongestie speelt hierin ook een belangrijke rol. We zoeken naar slimme manieren om verschillen tussen aanbod en vraag te verkleinen. Waterstof kan daarin een uitkomst bieden. Niet voor personenauto’s, wel voor vrachtverkeer Personenauto’s kunnen nu nog beter op een batterij rijden dan op waterstof. Om op waterstof te kunnen rijden, moet je het heel zwaar koelen en/of onder hoge druk brengen. Om de elektriciteit uit waterstof te halen, moet je auto’s uitrusten met een brandstofcel. Terwijl elektrisch rijden supergoed werkt. Door steeds betere batterijen wordt de actieradius steeds groter en ligt die nu al tussen de drie- en vierhonderd kilometer. Ook de ontwikkeling van de laad-infrastructuur is in Nederland al vergevorderd. Vrachtwagens die lange afstanden moeten afleggen, kunnen nu nog niet op een batterij rijden. Ook ander zwaar transport, zoals graafmachines en schepen, is moeilijk te elektrificeren. Daarom is het voor vrachtverkeer en zwaar transport dan weer wél een goede oplossing. In de tabel hieronder zie je hoeveel kilo brandstof er ongeveer nodig is om van Amsterdam naar Eindhoven te rijden in een gemiddelde personenauto en hoeveel liter dat in niet-gecomprimeerde toestand zou kosten. Zoals je ziet, heb je maar heel weinig waterstof (in kilo’s) nodig, maar neemt waterstof in niet-gecomprimeerde toestand een veel groter volume in dan de andere brandstoffen.Geschat verbruik personenauto per brandstof van Amsterdam naar Eindhoven.Voor vliegtuigen nog niet Voor vliegtuigen wordt waterstof in de toekomst ook een goede oplossing. Vliegen op batterijen zit er voorlopig niet in en waterstof is een redelijk alternatief. Momenteel zijn vliegtuigbouwers hard bezig vliegtuigen geschikt te maken voor waterstof. Dat duurt nog wel even: zo rond 2050 kunnen we naar verwachting met grotere vliegtuigen op waterstof vliegen. Nu is het nog makkelijker om milieuvriendelijker alternatieven voor kerosine te gebruiken, zoals synthetische kerosine op basis van frituurvet en andere afvaloliën. Transitie versnellen De waterstofladder is een goed instrument, maar vooral voor later, wanneer er voldoende aanbod is. Op dit moment in de waterstoftransitie moeten we ons in mijn optiek vooral richten op 1) het volwassen en daarmee goedkoper maken van de technologie 2) de waterstof-infrastructuur op gang helpen en het belangrijkste: 3) zowel vraag als aanbod stimuleren, aangezien er zonder vraag geen aanbod is en andersom. Aanbod vergroten Gelukkig wordt er momenteel ook hard gewerkt aan een groter aanbod. Om dat te bereiken wordt veel onderzoek gedaan, vooral naar opslag en conversie. Nederland wil hier een leidende rol in spelen en heeft een Routekaart Waterstof. Deelnemers zijn nu nog vooral grote projecten van honderden megawatts. De overheid en de EU stellen serieuze subsidiebedragen ter beschikking, ook voor kleinere projecten. Zonder ei geen kip Mijn persoonlijke fascinatie voor waterstof gaat terug tot de middelbare school, daar deed ik al mijn profielwerkstuk over waterstof. Toch zitten we anno 2023 nog echt aan het begin van een technologische ontwikkeling. Het duurt nog wel even voor we die breed kunnen toepassen. Op dit moment is zowel vraag als aanbod nog heel beperkt, maar zonder vraag geen opwek. Daarom is in dit stadium ieder initiatief mooi meegenomen. Het is het kip-eiverhaal: je moet vraag én aanbod creëren om de infrastructuur op gang te krijgen. Deze blog is eerder in iets andere vorm op Startgreen verschenen.Michiel Hickey onderzoekt bij StartGreen kansrijke waterstofprojecten. Hij kijkt onder andere naar synergiën binnen lokale hubs, waarin een hernieuwbare energiebron zoals een windturbine of een zonnepark, is geschakeld aan een opwek- én een afnamemogelijkheid van waterstof. Volgens hem kan Startgreen een rol spelen in de versnelling van de waterstof-transitie door verschillende initiatieven passende financiering te bieden.