Chantal Blommers 04 juli 2023, 10:00

Frisdrank van restproduct cacao geeft Ghanese boeren extra inkomsten

Cacaoboeren in het westen van Afrika verdienen nog altijd veel te weinig aan hun product. Tijdens het maken van een documentaire daarover, stuitte journalist Lars Gierveld min of meer toevallig op een oplossing. Nu runt hij een frisdrankbedrijf dat impact maakt.

Kumasi De frisdrank Kumasi is inmiddels op meerdere plekken in Nederland te krijgen.

Chocolade is een luxeproduct en toch leven de boeren die de cacao leveren op de armoedegrens. Documentairemaker Lars Gierveld reisde af naar Ghana om te onderzoeken hoe dat komt en wat eraan te doen is. Daar liep hij maanden mee met boeren, terwijl zij de cacaobonen oogsten en verwerken.

Smaakt niet naar chocolade

“Bij het openbreken van de vrucht om de cacaobonen te oogsten, stroomt er fruitsap weg. Tijdens het oogsten van de bonen zag ik hoe dat sap zo de grond instroomde. Af en toe werd het door boeren opgevangen en dronken ze het sap op, maar meestal verdween het zo de aarde in.” Als hij een beetje opgevangen sap proeft, is hij direct om. “Goddelijk”, omschrijft hij in de documentaire. Nu zegt hij: “Een combinatie van lychee en mango. Helemaal niet wat je verwacht van sap uit de cacaovrucht. Het smaakt helemaal niet naar chocolade, maar is juist heel fris.”

Het idee voor Kumasi, een frisdrank op basis van dit sap, is geboren. “We waren daar om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor boeren om een leefbaar inkomen te verdienen. Door een restproduct van de cacaoboon te gaan verkopen, verdienen ze eigenlijk twee keer aan hetzelfde product. Op die manier kunnen ze dus hun inkomen aanvullen.”

Bewerkelijk proces

De werkelijkheid bleek wel wat weerbarstiger. Dat de boeren in Ghana het sap al niet zelf opvingen om te verkopen, is omdat er nogal wat bij komt kijken. “Het is een bewerkelijk proces. Allereerst moet je het op de juiste manier opvangen. Je moet het snel persen en pasteuriseren. Het is niet eenvoudig. Maar we besloten om ervoor te gaan.”

In Nederland verzamelde Gierveld mensen om zich heen met kennis van commercie en impact maken. Ook investeerders meldden zich. Inmiddels is Kumasi een feit: een drankje op basis van het vruchtensap van de cacaoboon. De smaak wordt op de website omschreven als ‘extraordinary fris-zoete mix van lychee, peer en witte perzik’. Aan het hoofdbestanddeel cacaovruchtsap wordt witte druif, appel en citroen toegevoegd. Er is een sap- en een prikvariant. Het wordt in Nederland verkocht in de retail bij bijvoorbeeld de Hema, Crisp en Albert Heijn en in de horeca bijvoorbeeld bij Anne & Max en de Coffee Company. Er zijn ook steeds meer buitenlandse verkooppunten, met name in België en Frankrijk.

Extra inkomen

Volgens het bedrijf verdienen de boeren die hun sap leveren aan Kumasi op dit moment 27 procent extra inkomen per kilo cacaobonen, terwijl het de boeren nauwelijks extra inspanning kost. Een partner van Kumasi rijdt van boerderij naar boerderij om het sap uit de bonen te persen en direct te koelen met een geavanceerde mobiele verwerkingsunit op zonne-energie. “We streven ernaar om zoveel mogelijk Kumasi-verkooppunten te hebben, zodat we zoveel mogelijk boeren dit verdienmodel aan kunnen bieden.”

Met eigen ogen zag Gierveld wat het voor de aangesloten boeren in Ghana betekent. “Ik zag een dorp waar nu zonnepanelen op daken liggen, zodat ze altijd stroom hebben. De hele gemeenschap profiteert van het feit dat er extra geld wordt verdiend.”

Leefbaar inkomen

De extra inkomstenstroom ontslaat de cacaoproducenten niet van de verplichting om de boeren in hun keten een leefbaar inkomen te betalen, benadrukt Gierveld. “Gelukkig zien we dat er een hoop gebeurt en dat veel bedrijven bezig zijn om de situatie voor de boeren te verbeteren. Kumasi heeft een plek aan de tafel gekregen en praat mee over wat er beter kan.”

Voor Gierveld nam een journalistiek project een compleet andere wending dan hij had verwacht. “Inmiddels ben ik fulltime frisdrankmaker”, lacht hij. “Ik vind het heel spannend dat mijn carrière nu deze kant opgaat. Als journalist sta je langs de lijn en controleer je, een heel belangrijke taak. Nu moet ik het zelf gaan doen. Jarenlang heb ik onhoudbare claims van bedrijven doorgeprikt, dus ik ben me er enorm van bewust dat alles moet kloppen. Maar ik geloof in Kumasi en de impact die we maken.”

Bekijk de documentaire hieronder.

Lees ook:

Recell redt cellulose van de verbrandingsoven en maakt er hoogwaardige grondstoffen van

De gemiddelde boom bestaat voor 40 tot 50 procent uit cellulose. Het is daarmee het meest voorkomende polymeer (een lange keten van moleculen) op aarde. We gebruiken het vooral voor de productie van papier, maar er zijn meer toepassingen. Grondstoffen op basis van cellulose worden bijvoorbeeld ook verwerkt in biocomposieten of toegepast als vezelversterking in bouwmaterialen. En het is interessant voor de chemische industrie, omdat er van cellulose in een biochemisch proces glucoses gemaakt worden die vervolgens worden gebruikt voor de productie van bioplastics. “Het is een geweldige grondstof: biodegradeerbaar en met een lage CO2-impact”, zegt Erik Pijlman, directeur en oprichter van Recell. Doodzonde dus dat zoveel cellulose momenteel op de afvalbelt of in ovens belandt. Hoeveel? Pijlman schat dat alleen in Europa al 20 miljoen ton cellulose per jaar verloren gaat. Drie stromen cellulose Cellulose is grofweg op te delen in drie stromen: primair, secundair en tertiair. Voor primaire cellulose worden bomen gekapt, waarna de papier- en pulpindustrie het gekapte hout verwerkt tot papierproducten. De secundaire stroom is oud papier, dat opnieuw gebruikt kan worden voor papierproductie. De derde (tertiaire) stroom wordt niet meer teruggenomen door de papier- en pulpindustrie, omdat die er niets meer mee kan. Denk aan etiketten op glazen potjes en plastic flesjes, hamburgerverpakkingen en tissues. Maar ook oud textiel bevat veel cellulose vanuit de katoenvezel, net als de afvalstromen van rioolwaterzuiveringen. “Met die derde stroom, die normaal gesproken verloren gaat, kunnen wij goed uit de voeten”, zegt Pijlman. Hij richtte in 2017 Recell op en ontwikkelde een methode om deze cellulose een herbestemming te geven. Dochterbedrijf Cellvation is in staat om cellulose in afvalstromen te isoleren en terug te winnen, met behulp van zeef- en opschoontechnieken. Vervolgens ‘knipt’ Recell de cellulose (een polymeer) op tot de bouwsteentjes waar het uit bestaat (monomeren). Zo produceert het onder andere hoogwaardige glucosemoleculen (lees: suikers), een halffabricaat waar de chemische industrie bioplastics van maakt. Daar gebruikt de chemische industrie normaal gesproken landbouwgewassen voor, maar dat wordt op deze manier vermeden. Milieu-impact omlaag, kosten omlaag Ook in de bouw- en infrasector kan de cellulose van Recell toegepast worden, als vezelproduct. Bijvoorbeeld door het te verwerken in betonasfalt, waardoor de milieu-impact van het materiaal lager uitvalt. En de kosten en CO2-footprint van biocomposieten dalen als de cellulose van Recell erin verwerkt wordt. Momenteel bouwt dochteronderneming Cellvation een commerciële productielijn in Utrecht om de bouwsector op schaal te kunnen bedienen. “Als vezelproduct voor de bouwsector zijn we nu al concurrerend”, aldus Pijlman. Voor de chemische industrie is het nog niet zover. Maar als Recell eenmaal een bepaalde schaalgrootte bereikt, zal het ook daar kunnen concurreren, zegt Pijlman. En die schaalgrootte bereikt het op den duur wel, verwacht hij: “De chemische industrie moet verduurzamen en wij bieden daar een interessante oplossing voor. Ons product is circulair, vereist geen landgebruik en nauwelijks watergebruik, heeft een lage energievraag en omdat we het terugwinnen uit afvalstromen heeft het een negatieve CO2-impact. Het concurreert daarnaast nooit met voedselproductie. Alle ingrediënten voor opschaling zijn aanwezig.” Veel voordelen aan de productiekant dus. Maar ook voor de bedrijven die afvalstromen met cellulose produceren, kan Recell een interessante partner zijn. Een deel van hun afvalstroom krijgt immers aantoonbaar een duurzame herbestemming als Recell ermee aan de slag gaat. En dat levert, naast een goed verhaal, ook CO2-certificaten op.Erik Pijlman opende onlangs (met gepaste trots) de demo-installatie in Leek.Demonstratiefabriek in Groningen Recell opende onlangs een demonstratiefabriek bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie in Leek (Groningen). Die is in staat om jaarlijks 100 ton glucosemoleculen voor de chemische industrie te produceren. “Daar onderzoeken we onder andere hoe we de productie van glucose uit verschillende afvalstromen kunnen optimaliseren”, zegt Pijlman. “En we zetten hiermee natuurlijk een serieuze stap richting commercialisatie.” Want dat is uiteindelijk het doel van Recell. In 2025 verwacht het bedrijf al een fabriek te openen met een capaciteit van 50.000 ton. Maar de potentie is vele malen groter, besluit Pijlman: “Die 20 miljoen ton cellulose die elk jaar in Europa verloren gaat, hopen wij in de toekomst om te toveren naar groene grondstoffen. En dat is een serieuze ambitie, geen droom.” Lees ook: Nederlandse industrie kan schone koploper worden, zeggen expertsVan rioolslib naar biobrandstof: modulaire fabriek maakt het mogelijk