Aafke Eppinga 05 januari 2023, 11:31

Mode-industrie nog steeds verslaafd aan fossiele brandstoffen

Changing Markets onderzocht klimaatdoelstellingen van de mode-industrie. De conclusie? Merken zijn lang niet zo ambitieus als hun persberichten en groene marketingcampagnes doen geloven.

Adobe Stock 307801701 | Credits: Adobe Stock

Terwijl de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker worden, is de mode-industrie is de afgelopen vijf jaar alleen maar nóg verslaafder geraakt aan synthetische vezels. Dat blijkt uit het rapport ‘Synthetics Anonymous 2.0: Fashion’s persistent plastic problem’ dat het onderzoeksbureau Changing Markets onlangs publiceerde. Modegigant H&M is het eens met dit statement. “De industrie moet radicaal overstappen op een duurzamere productie”, aldus een woordvoerder.

Maar, in de praktijk blijkt dat nog verre van de realiteit. De focus van het duurzaamheidsrapport ligt op het gebruik van vezels met fossiele brandstoffen als grondstof. Op dit moment bestaat twee derde van al het textiel uit synthetische vezels. De meeste synthetische stoffen zijn niet recyclebaar en worden vaak gebruikt in complexe textielmengsels die circulariteit onmogelijk maken.

De mode-industrie is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld, terwijl we steeds vaker duurzame kledinglijnen voorbij zien komen. Hoe goed doen ze het echt als het aankomt op duurzaamheid?

Weinig transparant

Modebedrijven zijn voor het maken van hun kleding dus sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen, zoals olie. Changing Markets constateert dat veel merken niet transparant zijn over de toeleveringsketens van synthetische olie. 55 wereldwijde modemerken kregen een enquête toegestuurd. 31 bedrijven reageerden op de enquête. De overige 22 merken gaven weinig tot geen transparantie over het gebruik en de herkomst van synthetische vezels en belandden in de Red Zone-categorie.

Van de 31 bedrijven die wél reageerden, verstrekten er 27 onvoldoende details over leveranciers van synthetisch textiel. Hieronder vielen onder andere sportmerk Puma en luxemerken Burberry, Gucci en Balenciaga.

Recycling van textiel

Daarnaast investeren weinig bedrijven in recyclingtechnologieën van textiel. Dat is complex, want textiel bestaat vaak uit twee of meer vezelmaterialen, zoals katoen en polyester. De combinatie van verschillende vezels geeft textiel betere toepassingsmogelijkheden. Het probleem met gemengde textielproducten is dat ze moeilijk te scheiden zijn bij recycling.

Met 3,7 miljoen euro investeerde H&M Group in 2021 het meest in textile-to-textile technologie. Dat geld ging naar recyclingbedrijven als Ambercycle, Infinited Fiber en Renewcell.

Een woordvoerder van H&M Group liet aan Innovation Origins weten in 2030 uitsluitend gerecyclede of andere duurzame materialen voor haar producten te willen gebruiken. “Twintig procent van ons materiaalgebruik bestaat uit polyester, waarvan driekwart gerecycled polyester. We zijn het eens met het rapport: de industrie moet radicaal overschakelen op het gebruik van duurzamere materialen en meer duurzame praktijken. Daarbij hoort natuurlijk een grotere transparantie van de toeleveringsketen in de hele waardeketen.”

Traceren van duurzame materialen

H&M werkt daarom samen met het Nederlandse bedrijf TextileGenesis. Dit bedrijf ontwikkelt software voor het traceren van duurzame materialen. Zo kunnen modemerken en textielproducenten de herkomst van hun textiel in kaart brengen en de toeleveringsketen transparanter maken.

Het streven naar transparantie is opvallend, want H&M Group heeft niet bekend gemaakt hoeveel volume synthetische stoffen het in 2021 gebruikt heeft. Hieruit blijkt dus juist dat “het bedrijf terughoudend is om transparant te zijn over de omvang van de inkoop van deze materialen”, aldus het rapport.

Duurzaamheidsstrategie afhankelijk van flessen

In totaal hebben 45 van de 55 merken (81 procent) doelstellingen vastgesteld om hun gerecyclede synthetische inhoud, met name polyester, te verhogen.

Dit geldt onder andere voor sportmerk Puma. Op dit moment bestaat 43 procent van hun kleding uit gerecycled polyester, in 2025 moet dat 75 procent zijn. Het gerecyclede polyester is voornamelijk afkomstig is van PET-flessen, aldus Robert Bartunek, hoofd bedrijfscommunicatie bij Puma. “We hebben daarnaast ook een circulariteitsproject gelanceerd: PUMA RE:JERSEY. Hierbij experimenteren we met het recyclen van kledingstukken.”

Met het oog op een circulaire economie, wil de Europse Unie dat alle kunststoffenproducten in 2030 voor ten minste 24 procent uit recyclaat bestaan.

‘Valse oplossing’

Het rapport is kritisch op het recyclen van PET-flessen en noemt het een “valse oplossing”. Het maakt de sector afhankelijk van restproducten van andere industrieën, modebedrijven recyclen geen afval uit hun eigen sector terwijl dat juist hard nodig is. “Merken verhullen het gebruik van synthetische vezels onder het mom van toezeggingen om het aandeel ‘duurzame’ materialen, zoals polyester en nylon, te vergroten”, aldus het rapport.

Gelukkig is er ook een bedrijf dat met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Modemerk Reformation werd als enige als Frontrunner gecategoriseerd. Het bedrijf wil in 2025 het gebruik van synthetische stoffen reduceren tot één procent, is transparant over toeleveranciers en investeert in recyclingtechnologieën voor textiel.

Meer lezen over duurzame kleding?

Het bericht ‘Mode-industrie nog steeds verslaafd aan fossiele brandstoffen’ verscheen eerst op Innovation Origins.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Gebieden ontwikkelen een nieuw en cruciaal kompas voor innovatie

‘Al die transities waar Nederland middenin zit, al die ontwikkelingen die zullen plaats vinden of die we graag willen, spelen zich uiteindelijk allemaal af in specifieke gebieden. Stukken Nederland met unieke kwaliteiten en kwetsbaarheden. Gebieden met een geschiedenis, met een identiteit. En niet te vergeten: met gemeenschappen die zelf ook dromen hebben over hun toekomst. Die zelf ook opvattingen hebben over wat wel en niet passend is in hun omgeving’. Pas als de verbinding met gebieden daadwerkelijk wordt gemaakt, is er sprake van ‘gebiedsinnovatie’: de ontwikkeling van gebieden vanuit die gebieden zelf, de gemeenschappen, het landschap, de geschiedenis en de mogelijke toekomst. Soms letterlijk maar altijd figuurlijk geworteld in de bodem van het gebied, in wat er al is, in wat er van nature wil ontstaan op die plek’ (Uit essay: Een Nieuw Kompas voor Nederland – een pleidooi voor gebiedsinnovatie met diepe wortels). De regio Emmen wijst de wegIn de regio Emmen is netcongestie, al langer dan op andere plekken in Nederland, een probleem. In deze dunbevolkte regio ligt wat insiders gekscherend een ‘camping-netje’ noemen, dat tot op heden prima voldeed, maar dat uiteraard niet geschikt is voor grootschalige opwek van zon of wind op land. Vanuit het perspectief van deze regio, gaat de innovatievraag echter verder dan alleen het oplossen van die netcongestie. Er is meer aan de hand. De regio is in transitie van het ene energielandschap naar het volgende. Energielandschap 1.0 ontstond zo’n 150 jaar geleden ten tijde van de grootschalige vervening en daarmee gepaard gaande turfwinning. Energielandschap 2.0 ontstond in de jaren 50/60 door olie- en gaswinning en de daaraan gekoppelde komst van de chemische industrie en de glastuinbouw. Meer recent – als uitvloeisel van klimaatambities, kwamen de windmolens, biovergisters en zonnevelden, die het net deden vollopen (Energielandschap 3.0). Energielandschap 4.0 De huidige innovatie-uitdaging bestaat volgens lokaal en regionaal betrokkenen uit de weg vinden naar een energielandschap 4.0. Wat dat is? Dat wil men de komende jaren uitvogelen. In de woorden van betrokkenen bij het project gaat het naast een snelle groei van hernieuwbare energieproductie ook om ‘conversie naar koolstofarme energiedragers (zoals waterstof) en een slimme balans van vraag en aanbod. Typerend hierbij is dat er vanuit een systeemperspectief gedacht wordt, met gebruik van intelligente, door digitalisering gedragen, integrale energiesystemen en cross overs tussen sectoren’. En daarmee gaat het automatisch ook over mensen, over de bedrijven waar deze mensen werken, over de identiteit van het gebied – de culturele verschillen tussen het deel van de bevolking dat op veengrond woont en werkt en een ander deel dat zich op het zand bevindt. Een gebiedsinnovatieproces dat moet leiden tot de transitie naar zo’n energielandschap 4.0, vraagt om een nieuw kompas voor innovatie. ‘Gebiedsinnovatoren’ werken met nieuw kompas voor innovatie Het MVI-Energie programma bracht afgelopen jaar een breed scala aan ‘gebiedsinnovatoren ’ samen om met elkaar te definiëren hoe vanzelfsprekend gebiedsgerichte innovatie op dit moment is in Nederland. Mensen als Gerwin Klomp, van Rijkswaterstaat, die voor Programma Rijke Wadden aan de transitie van het mobiliteitssysteem van het Waddengebied werkt. Of Mireille Groot Koerkamp, coördinator van het Leader programma “de Kracht van Salland”. Maar ook een coöperatief ondernemer zoals Ted van Hees, van Land van Ons, die gewend is gebiedsgericht zaken voor elkaar te krijgen. De analyse die de groep met elkaar deed stemde enigszins droevig. Monofunctionele oplossingen, met een opbrengst die makkelijk in cijfers kan worden uitgedrukt, winnen het nog altijd ruimschoots van plannen die meerdere doelen dienen, maar minder goed zijn door te rekenen. En de ontschotting van middelen, beleid, aandacht en oplossingen, waar wetenschappers op het gebied van klimaat en biodiversiteit om smeken, is nog ver te zoeken. Toch gloort er hoop aan de horizon. De groep ‘gebiedsinnovatoren’ groeit en vraagt aandacht voor bijpassend innovatie-instrumentarium. Zoals meerjarige social labs, met langjarige funding die aan meerdere doelen tegelijkertijd kunnen werken, gefinancierd, op een manier die leidt tot lokaal eigenaarschap. Het MVI-Energie programma werkt komend jaar samen met Commonland. Dit is een NGO die wereldwijd werkt aan grootschalig herstel van ecosystemen en landschappen. En er is door de groeiende groep mensen die gebiedsgericht probeert te innoveren, een vijftal principes gedefinieerd die gebiedsinnovatie kenmerken, samengevat in een essay. Kort door de bocht komen deze principes hierop neer (verkorte versie - uit essay: Een Nieuw Kompas voor Nederland – een pleidooi voor gebiedsinnovatie met diepe wortels): Ecologische regeneratie Gebiedsinnovatie moet bijdragen aan het behoud of de regeneratie van de ecologische kwaliteit van het gebied. Bodem, water, biodiversiteit: als deze er niet op vooruit gaan, dan is de voorgenomen innovatie eigenlijk al mislukt. Ontmoet elkaar in de tussenruimte Processen van gebiedsinnovatie staan of vallen bij de kwaliteit van de gerealiseerde tussenruimte (term Prof. Geert Teisman). Een ‘safe space’ waar je elkaar écht kunt ontmoeten, waar je je openstelt, kwetsbaarheid toont en wilt leren van elkaar. Een plek ook om afspraken te maken, die niet afhangen van het uitspreken van een ‘machtswoord’. Het gaat om een gezamenlijk proces van betekenisgeven, en afspraken maken die anderen zó positief beoordelen, dat ze ‘daar zelf voor gaan lopen’. Meervoudig denken: middelen die meerdere doelen dienen Gebieden doorbreken ons standaard denken; er is een probleem, en ons doel is om dat probleem op te lossen. Dus zoeken we naar een middel om dat doel te behalen. We denken maar aan één doel en zoeken het beste middel om dat te bereiken. Wat we dan over het hoofd zien, is dat er ook een heleboel andere doelen zouden kunnen profiteren van dat middel. Kijken we welk middel, welke doelen kan realiseren, dan groeit bijvoorbeeld het besef dat de realisatie van kleinschalige elektrolyse installaties voor de productie van waterstof, op gebiedsniveau zinvol is. Zulke installaties produceren immers ook restwarmte en zuurstof, wat onder andere super relevant is voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. De innerlijke reis: verdiepen van verbinding Processen van gebiedsinnovatie zijn gebaat bij aandacht voor een minder grijpbare dimensie, de onderstroom. In de onderstroom wordt voelbaar wat op gebiedsniveau uitgesloten is geweest in het verleden, maar graag in beeld gebracht wil worden. In die onderstroom kan ook blijken waar de balans tussen geven en nemen niet klopt in een gebied, met allerlei excessen als gevolg. En de onderstroom kan laten zien op welke vlakken maatschappelijk gezien een bestemming bereikt is en het tijd is voor een nieuwe bestemming. Voor de kwaliteit van uiteindelijke oplossingen, voor de diepgang van het gezamenlijk denken, kan het behulpzaam zijn om werkvormen en rituelen te gebruiken die bezinning en stilte uitnodigen. En helpt het om een groep comfortabel te laten zijn met een fase van niet- weten, van chaos verdragen en wachten tot er heldere inzichten opkomen en beelden van de toekomst die zich wil manifesteren. De vormen, rituelen en plekken die hierbij gekozen worden, doen ertoe. Kom bij elkaar in het gebied zelf, buiten, in de velden, in het bos en bij het water. Vul niet alle tijd die je samen hebt met taal en betekenis, maar laat geef ruimte voor bezinning. Wees samen stil. 5. De grote verbouwing: regels, wetten, financiering Om de belofte van gebiedsinnovatie vaker, beter, sneller waar te kunnen maken, moeten we niet alleen kijken naar het spel, maar ook naar het speelveld en de spelregels. Naar de logica rond grondeigendom en grondprijzen. Veel gemeenten verkopen hun grond vaak automatisch voor de hoogste prijs. Maar we weten dat een gezonde agrarische bedrijfsvoering — binnen de stikstofgrenzen — vraagt om een meer extensieve landbouw. Gebiedsinnovatie vraagt erom dat we onszelf vragen stellen over dit soort logica. Het gaat uiteraard ook over de noodzaak van democratische vernieuwing. En om een gemengde manier van financieren (‘blended finance’) waardoor het lukt om bestaande praktijken (en machtstructuren) te doorbreken, zoals in het Polderlab in Vrouwevenne, waar de financiële inbreng vanuit Land van Ons cruciaal bleek, om langjarig op gebiedsniveau te innoveren met elkaar. Hoe nu verder? Vanuit de Topsector Energie is er inmiddels steeds meer aandacht voor het belang van een gebiedsgerichte kijk op innovatie. En dat vraagt samenwerking en cross-over-innovatieprogramma’s. Net als er samenwerking nodig is tussen allerlei beleidsprogramma’s die staan voor specifieke nationale opgaves. De verkokering voorbij. Op 21-22 juni 2023 vindt wederom een tweedaagse bijeenkomst plaats waar gebiedsinnovatoren elkaar treffen om van elkaar te leren. Blijf via www.hetnieuwekompas.nl op de hoogte van verdere ontwikkelingen. Meer informatie over gebiedsinnovatie en bredere context: Essay Een Nieuw Kompas voor Nederland – pleidooi voor gebiedsinnovatie met diepe wortelsPolderlab – voorbeeld van een meerjarig gebiedsinnovatie lab gericht op CO2-reductie, herstel biodiversiteit, korte ketens en vernieuwing verdienmodellen agrariërs:Digitalisering – digital twins op gebiedsniveauEnergie & Ruimte programma van TNO“Hoeders van bodem en water” - De energietransitie en het natuurlijke bodem-watersysteem – een verkenning (dec 2022) – via: Het Nieuwe KompasKabinet maakt bodem en water sturend bij ruimtelijke keuzesPBL rapport: Grote opgaven in een beperkte ruimteStartnotitie Nationaal Programma Landelijk GebiedSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.