Hannah van der Korput
17 februari 2023, 14:30

Verspilling: de lelijke kant van de beautyindustrie

Als het gaat om duurzaamheid, verdient de beautyindustrie geen schoonheidsprijs. Elk jaar worden er voor honderden miljoenen euro’s aan ongebruikte verzorgingsproducten vernietigd. Het Nederlandse bedrijf Arkive redt deze producten en wil de beautywereld een beetje mooier maken.

Adobe Stock 481186818 Volgens Arkive wordt zo’n twintig tot veertig procent van de beautyproducten ongebruikt weggegooid. | Credits: Adobe Stock

Met Arkive brengen Sinem Tuncer en Claire Granlund anders afgeschreven schoonheidsproducten alsnog bij de consument. Maar ze willen nog een stapje verder gaan. “Hoe mooi zou het zijn als de beautyindustrie volledig circulair wordt?!”

Er is wél een probleem

Foundations, oogschaduw, mascara’s… Volgens Claire Granlund wordt zo’n twintig tot veertig procent van de beautyproducten ongebruikt weggegooid. Deze cijfers zijn een schatting op basis van jaarrapporten van grote merken en veel gesprekken met experts uit de industrie en medewerkers van beautybedrijven. Granlund: “Er is veel informatie off the record gedeeld, maar on the record is het een ander verhaal. Arkive is eigenlijk het eerste bedrijf dat transparant is over de verspilling in de branche. Beautymerken delen dit liever niet. Gelukkig zien we langzaamaan dat het makkelijker wordt voor mensen om erover te praten en het toe te geven. Dit komt misschien ook door de nieuwe wetgeving die eraan komt waarmee de vernietiging van onverkochte (non-food) producten straks wordt verboden.”

Overproductie

Er zijn verschillende redenen waarom verzorgingsproducten ongeopend in de verbrandingsoven verdwijnen. Overproductie is volgens Granlund het grootste probleem. “Grote merken verkopen aan een Douglas of andere retailers. Wanneer beautymerken hun voorraden hebben geleverd, zijn ze op papier uitverkocht. Maar in de praktijk komen die producten niet bij de consument, maar in verschillende winkels terecht. De voorraad wordt dus eigenlijk gewoon verplaatst. Vervolgens is er geen samenwerking binnen de keten: beautymerken weten niet hoeveel producten de retailers uiteindelijk verkopen. Ze hebben geen idee welke hoeveelheden in het magazijn blijven staan. En net zoals in de mode veranderen beautylijnen ook voortdurend”, gaat ze verder. “De ‘oude’ producten moeten plaatsmaken voor de nieuwe collectie. Dan heb je ook nog limited editions. Zoals de naam al zegt, worden deze producten maar een korte periode verkocht. Daarna worden ze uit de markt gehaald.”

De goedkoopste oplossing is vernietigen

Geannuleerde bestellingen, verpakkingsfouten of kleine beschadigingen kunnen er ook voor zorgen dat beautyproducten vroegtijdig vernietigd worden. Granlund: “Het is goedkoper om al deze schoonheidsproducten te vernietigen dan om extra marketingbudget in te zetten om ze alsnog te verkopen.” Volgens Granlund is de enorme verspilling ook ingecalculeerd in de kostprijs van producten. Zo doet het financieel geen pijn dat miljoenen crèmes en mascara’s jaarlijks eindigen in de verbrandingsoven.

Alsnog verkopen

Arkive verkoopt deze overgebleven beautyproducten met korting via zijn platform. Granlund: “Een product toch nog bij de consument afleveren is het meest duurzaam, want de CO2-uitstoot voor dat product is toch al gemaakt.” Arkive werkt nu samen met 65 merken die hun producten online via het bedrijf aanbieden. Over elk verkocht product ontvangt het beautyplatform een commissie. In de webshop is te zien waarom een product bij Arkive wordt aangeboden. De consument weet zo of het te maken heeft met overproductie, een beschadigde verpakking of iets anders. Ook wordt vermeld wat er gebeurt wanneer het product niet wordt verkocht. “Dit kunnen donaties zijn of recycling. We willen de beautywereld transparanter maken. Dit hoort daar ook bij”, vindt Granlund.

Sinem Tuncer (L) en Claire Granlund (R) strijden voor meer duurzaamheid in de beautywereld. | Credit: Arkive

Plan B: make-up recyclen

Naast het verkopen van overtollige voorraden bestaat de grote wens om beautyproducten circulair te maken. Granlund: “We zijn echt wel realistisch en weten dat we niet alles kunnen verkopen. Make-up heeft een houdbaarheidsdatum, waardoor sommige producten op een bepaald moment gewoon onverkoopbaar worden. Maar in plaats van weggooien, willen we deze recyclen. Wat in de potjes of tubes zit, kun je weer goed gebruiken voor andere producten zoals zeep.” Samen met de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoekt Arkive hoe cosmetica het beste hergebruikt kan worden. “We weten allemaal van verpakkingen recyclen, maar de inhoud… Er blijven nu zulke grote batches over. Daar proberen wij een oplossing voor te vinden met hulp van wetenschapsonderzoeker Gijs Wilders.”

“Merken moeten het beter doen”

Omdat overproductie de grootste oorzaak is van de verspilling, helpt Arkive beautymerken om dit probleem inzichtelijk te krijgen. Granlund: “We hebben een levenscyclusanalyse gedaan voor L’Oréal, wat echt een groot merk is. Hiermee willen we het bedrijf inzicht geven in zijn footprint en uitleggen hoe het beter kan. Want beautymerken moeten het echt beter gaan doen. Door veel bruikbare data te verzamelen, hopen we in de toekomst overproductie te voorkomen. Maar ook in het recyclingproces willen we merken ondersteunen. Want hoe mooi zou het zijn als de beautyindustrie volledig circulair wordt?!”

De tijd is rijp

Hoewel de beautyindustrie nog lang niet duurzaam is te noemen, merkt Granlund toch een omslag. “Arkive verkoopt diverse merken die al circulair zijn in hun productieproces door gebruik te maken van voedingsafvalstromen zoals Food for Skin, Unwaste en Seeds of colour. De merken waarmee wij samenwerken, willen gelukkig een deel zijn van de oplossing. Maar verandering kost nou eenmaal tijd. In de fashionindustrie zijn er nu eindelijk maatregelen, maar fast fashion is al jaren een probleem.” Granlund wijst ook naar de voedingsindustrie. “Veel mensen vonden vleesvervangers in het begin maar gek, nu is het super normaal. In de beauty zie ik deze aanloop ook. De tijd is rijp om de beautywereld duurzamer te maken.”

Dit schreven we eerder over verspilling:

IJsland kan tientallen miljoenen Europeanen voorzien van eiwitten uit algen

Dat blijkt uit een studie van wetenschappers aan de Reichman University in Israël, in samenwerking met voedingsdeskundigen uit IJsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.AlgenDe garantie van de duurzame voedselvoorziening wordt de komende decennia wereldwijd een grote uitdaging. Ook Europa zal aan die problematiek niet kunnen ontsnappen. Er wordt dan ook druk naar alternatieve voedselbronnen gezocht. Onder meer algen kunnen daarbij een belangrijke functie krijgen. Uit de studie blijkt dat IJsland met hernieuwbare energie uit waterkracht en geothermie algen kan kweken. Dat gebeurt in geavanceerde bioreactoren die blauwalgen kweken. Die ontwikkeling kan een cruciale rol spelen in het streven van Europa naar zelfvoorziening op het gebied van eiwitten. “IJsland zou honderdduizenden tonnen duurzame, eiwitrijke biomassa kunnen produceren om op het gebied van eiwitten volledig zelfvoorzienend te worden“, benadrukt onderzoeksleider Asaf Tzachor, professor duurzaamheid aan de Reichman University.Exporteur van eiwitten “Het land zou bovendien als een netto-exporteur van eiwitten kunnen fungeren om andere Noord-Europese landen te voeden.” Volgens het meest conservatieve scenario – waarin 15 procent van de de huidige geïnstalleerde capaciteit voor de voedselproductie zou worden gereserveerd – zou IJsland op het gebied van eiwitten tegen eind dit decennium voor zijn verwachte bevolking van 390.000 inwoners zelfvoorzienend kunnen worden.In het meest ambitieuze scenario voor de productie van biomassa kan IJsland zichzelf onderhouden en aanzienlijk bijdragen tot de voedselzekerheid in Denemarken, Finland, Litouwen, Letland, Estland, Jersey, het eiland Man, Guernsey en de Faeröer en daarbij miljoenen mensen per jaar voeden. In de loop van het volgende decennium zouden bovendien tientallen miljoenen Europeanen voor hun voedselvoorziening op IJsland beroep kunnen doen. Afhankelijkheid afbouwen Momenteel is de Europese Unie sterk afhankelijk van de invoer van eiwitrijke voedergewassen, zoals soja, om aan de binnenlandse vraag te voldoen. Volgens de Europese Unie importeren de lidstaten momenteel zo'n 75 procent van hun eiwitbehoefte.De afhankelijkheid van andere landen stelt de Europese landen bloot aan verstoringen van de voorraadketens. Tegelijkertijd heeft de coronapandemie voor onrust gezorgd, en hebben plantenplagen, ziekteverwekkers en andere weerpatronen ook invloed op de voorraadketens. Bezorgdheid over voedselzekerheid Dit maakt de Europese voedselzekerheid kwetsbaar, met name voor de opeenvolgende, acute en chronische gevolgen van de klimaatverandering. Deze bezorgdheid heeft de zelfvoorziening met eiwitten hoger op de Europese beleidsagenda geplaatst, met initiatieven zoals het Eiwitplan van de Europese Unie, dat de ontwikkeling van alternatieve, lokaal geproduceerde eiwitbronnen moet stimuleren en versnellen.Onaangeroerd potentieel De nieuwe studie toont aan dat IJsland een aanzienlijk potentieel – dat momenteel nog grotendeels onaangeroerd blijft – heeft om een belangrijke bijdrage te leveren tot de Europese plannen om op het gebied van eiwitten een grote mate van zelfvoorziening uit te bouwen. De studie benadrukt daarbij ook het bijkomende milieuvoordeel. Elke kilogram eiwitrijke biomassa die de plaats van rundvlees inneemt, vermindert immers de uitstoot van koolstofdioxide met 0,315 ton. In het meest ambitieuze scenario kan de productie van alternatieve eiwitten in IJsland een besparing opleveren van meer dan 75 miljoen ton koolstofdioxide. Dat komt neer op ongeveer 7,3 procent van alle emissies van broeikasgassen die Europa per kwartaal produceert.Meer lezen?De veldboon kan het Nederlandse antwoord op soja zijn Rauwe, plantaardige zalm: Canadese start-up haalt 12 miljoen dollar op voor opschaling7 gewassen die we in Nederland meer zouden moeten telen