Kaz Schonebeek 12 juli 2023, 16:23

Janco van Dam, EY: 'Elk bedrijf heeft de plicht om bij te dragen aan collectieve voorzieningen'

Janco van Dam (EY) werkt op het snijvlak van duurzaamheid en belastingen. Hij pleit voor fiscale transparantie en het eerlijk verdelen van de belastingdruk.

Ey janco van dam8225 meta Janco van Dam

Janco van Dam is fiscalist en partner bij EY, waar hij zijn carrière ook begonnen is. Na uitstapjes bij Shell en Lely, de Nederlandse producent van innovatieve agrarische machines, is hij weer terug op zijn oude nest en werkt op het snijvlak van duurzaamheid en belastingen.

“Mijn fascinatie voor duurzaamheid ontstond bij Shell: het was één van de eerste bedrijven die, mede onder publieke druk, openheid van zaken ging geven over waar het belasting betaalt.” Deze fiscale transparantie is een vorm van duurzaamheid die sterk op de G uit de ESG-waarden (environment, social en governance) leunt. Het is een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van Van Dam.

En waarom hij belastingen zo interessant vindt? Enerzijds de combinatie tussen economie en recht. Anderzijds zijn belastingen ‘hardcore beleidsinstrumenten’. Ze stimuleren of ontmoedigen gedrag, legt Van Dam uit. Hij gebruikt daarvoor de metafoor van de wortel en de stok: hou je iemand een aantrekkelijke wortel voor zodat diegene de juiste kant op gaat, of geef je een tik met de (financiële) stok als iemand iets doet wat maatschappelijk gezien ongewenst is?

Stimuleren en ontmoedigen

“Ik denk niet dat fiscaliteit of belastingen het eerste zijn waar je aan denkt als je het over duurzaamheid hebt”, zegt Van Dam. “Ik denk ook niet dat fiscaliteit de grote motor achter duurzame ontwikkelingen is. Maar het is wel een belangrijke radar in het geheel. Zonder fiscale maatregelen komen duurzame ontwikkelingen veel moeilijker, of minder snel, van de grond.”

Goed gedrag kan gestimuleerd worden door subsidies te geven. Dit kan rechtstreeks, zoals bij subsidies voor zonnepanelen en windmolenparken is gebeurd. Of het gaat via de belastingen, bijvoorbeeld met belastingaftrek bij investeringen in groene bedrijfsmiddelen of korting op de loonbelasting voor R&D-medewerkers.

Van Dam: “Bij het ontmoedigen van niet-duurzame activiteiten kan je denken aan een CO2-heffing, energiebelasting en verpakkingsheffingen. Of, waar het de laatste tijd ook veel over gaat, heffingen op suiker en vlees.”

Fiscale transparantie

“Bedrijven rapporteren niet meer enkel over financiële data. Ook van duurzaamheidsdata en -doelen wordt verslag gedaan. Deels heeft dit te maken met de invoering van de CSRD die er aan zit te komen (Corporate Sustainability Reporting Directive, een Europese richtlijn die grote bedrijven verplicht te rapporteren over hun impact op mens en milieu, red.). Fiscaliteit is hier een onderdeel van. Bedrijven rapporteren nu ook over waar ze hun belastingen betalen, en hoeveel ze afdragen.”

Gebeurde dat eerder dan niet?

“Vroeger werkte het vaak zo – in ieder geval in de publieke perceptie – dat bedrijven dikwijls probeerden om hun belastingdruk zo laag mogelijk te houden. Ook met het oog op het creëren van aandeelhouderswaarde. In de huidige tijdgeest is dat geen duurzaam model. Daarom vraagt de maatschappij om steeds meer fiscale transparantie. Hoeveel draag je bij? Want je maakt als bedrijf gebruik van allerlei maatschappelijke voorzieningen. Van de lantaarnpalen die ’s avonds aan gaan tot de huisvesting van werknemers.

Elk bedrijf heeft de plicht om bij te dragen aan die collectieve voorzieningen. En een belangrijk deel van die bijdrage is het betalen van belastingen.”

In de publieke perceptie hebben de grote accountancykantoren daar niet altijd een glansrol in vervuld.

“Dat vind ik een terechte uitdaging. Volgens mij is niet alleen de perceptie, maar ook de insteek lange tijd geweest: bedrijven moeten strikt aan wet- en regelgeving voldoen. Ook als het gaat over belastingen.

Binnen de kaders van de wet het correcte bedrag aan belasting betalen en het betalen van een eerlijk deel (“fair share”) van belastingen zijn twee verschillende uitgangspunten. Het eerste is objectief vast te stellen, maar het laatste is een subjectievere norm. Het betalen van belasting werd door veel bedrijven als kostenpost gezien. En het verlagen, of stabiliseren van die kosten, werd in het belang van de aandeelhouders gezien. Nu kijken we meer naar de bredere maatschappelijke impact en ligt de focus op de geest van de wet: hoe zorg je ervoor dat er overal eerlijk belasting wordt afgedragen? Die trend is echt omgeslagen. Maar de vraag is of dit in de publieke perceptie al duidelijk is.”

Zie je bij je opdrachtgevers ook dat die trend is omgeslagen?

“Dat zie ik, zeker bij Nederlandse multinationals. Zij zien fiscale transparantie als meer dan het delen van cijfertjes. Het gaat om de hele omgang met belastingen. Wat is de strategie van een bedrijf daarin, en hoe deel je die?”

Wat is jullie rol daarin?

“Wij adviseren bedrijven hoe ze hun belastingbeleid kunnen inrichten. Vaak heeft een bedrijf al een duurzaamheidsstrategie, en komen daarna vragen zoals: hoe past fiscaliteit in die agenda? Welke processen hebben we intern om met belasting om te gaan? Wat is überhaupt de fiscale strategie? En hoe brengen we dat verhaal vervolgens over de bühne?”

“Wij kijken dus heel breed naar fiscale zaken. En dat moet ook wel, want er is bij bedrijven vaak veel onduidelijkheid over hoe regels toegepast moeten worden – zeker als een bedrijf in tientallen landen actief is die allemaal hun eigen fiscale regels hebben. Het is voor bedrijven ingewikkeld om van al die regels op de hoogte te zijn.”

“Daarom hebben we de Green Tax Tracker ontwikkeld. Die geeft voor bijna vijftig verschillende landen een overzicht van de relevante milieubelastingen en duurzame fiscale stimuleringsmaatregelen. Hier zit van alles in: CO2-heffingen, energiebelastingen, waterbelastingen en allerlei fiscale voordelen en subsidies.”

Wat zouden overheden kunnen doen om duurzaamheid effectiever te stimuleren?

“Als je kijkt naar hoe subsidies worden verdeeld, is één van de problemen dat niet altijd het meest innovatieve project subsidie krijgt, maar juist degene die de beste subsidieaanvraag doet. Voor een deel gaat dat hand in hand: als jij een goed idee hebt dat heel duurzaam en innovatief is, heb je meer kans op het krijgen van subsidie. Maar als je een goed, innovatief idee hebt met een slechte subsidieaanvraag, vang je wel bot. Het wordt bedrijven die niet de expertise of menskracht hebben om goede subsidieaanvragen op te stellen niet makkelijk gemaakt. Ik wil niet zeggen dat alles makkelijk moet zijn, maar ik denk ook niet dat elk bedrijf alles zelf moet kunnen.”

Wat is daar de oplossing voor?

“Dit probleem speelt met name voor Europese subsidies. Nationale of provinciale subsidies zijn vaak een stuk toegankelijker. Maar de echt grote subsidies, van enkele miljoenen euro’s, zitten op Europees niveau.”

“Wat bij dat soort grote subsidies bijvoorbeeld gevraagd wordt, is dat bedrijven in de aanvraag kunnen aantonen dat voor elke euro subsidie de meeste waarde wordt gecreëerd. Natuurlijk zal vrijwel elk bedrijf daar mee bezig zijn. Maar zijn daar ook richtlijnen voor uitgeschreven? Worden er voor elke euro, voor elk onderdeel dat besteld wordt, drie offertes uitgevraagd en kies je altijd de laagste prijs? De meeste bedrijven doen dat impliciet, maar niet expliciet. En dan zegt de Europese Unie: hoe kan ik controleren dat jij dat als bedrijf echt doet?”

“Er zit een gat tussen de op zich logische vraag om subsidiegeld juist te besteden en hoe bedrijven opereren. Er zijn allerlei bedrijven die vooral bezig willen zijn met innovatie en het ontwikkelen van hun product. Voldoen aan subsidievoorwaarden levert administratieve last op, en vraagt om een boekhoudkundige manier van denken die juist innovatieve bedrijven minder hebben. Wij als EY kunnen een rol spelen in het bij elkaar brengen van een innovatieve mindset en het voldoen aan de vereisten van subsidieverstrekkers.”

Lees meer:

Ieder bedrijf zijn eigen virtuele energiecentrale; deze start-up maakt het mogelijk

Eneco heeft er eentje. Energieplatform Bliq ook. En groene energieleverancier Vandebron en netbeheerder TenneT bouwen er samen eentje; een virtuele energiecentrale, oftewel een Virtual Power Plant (VPP). In zo’n systeem besturen slimme algoritmes op basis van AI (kunstmatige intelligentie) en machine learning een heel netwerk van zonnepanelen, windturbines, batterijen, warmtepompen, laadpalen, elektrische auto’s en alles wat stroom opwekt en verbruikt. Zo kan vraag en aanbod nauwkeurig op elkaar worden afgestemd. Als bedrijven of een bedrijventerrein er samen eentje bouwen wordt het ook wel een slimme energiehub genoemd. Die voorkomt dat ze te veel stroom verbruiken of leveren, dat ze niet aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnet, niet kunnen uitbreiden of andere problemen door netcongestie. Wie slim gebruikmaakt van een VPP en een dynamisch energiecontract heeft, kan met zonnepanelen en een batterij zelfs geld verdienen. Te beperkt of te ingewikkeld Diverse partijen bieden al software aan om zo’n virtueel energienetwerk aan te sturen. Daar kleven vaak twee problemen aan, stelt medeoprichter Remco Eikhout van start-up TIBO Energy. Of niet alle energiesystemen kunnen er op aangesloten worden, of de software is zo ingewikkeld dat alleen experts er mee kunnen werken. “Bij de berekening voor eenvoudige energiesystemen zoals een zonnepark, kun je nog wel in Excel uitrekenen hoe groot de batterij moet zijn die je erbij moet zetten en wat het rendement daarvan is. Maar als je ook nog een warmtepomp en laadpalen voor elektrische voertuigen wilt toevoegen, dan is het niet meer te doen”, zegt hij. Als alleen experts de software kunnen installeren, hangt het implementeren van virtuele energiecentrales af van het beschikbare personeel. Daaraan bestaat een groot tekort. “In beide gevallen stagneert de noodzakelijke energietransitie”, stelt Eikhout. Slimme data-analyse voor energiesector TIBO energy werd vorig jaar september opgericht en komt voort uit Codenext21, een bedrijf dat gespecialiseerd is in AI en machine learning. Na een vraag van een klant ontdekte Eikhout c.s. dat deze vorm van data-analyse ook toe te passen is op de energiesector. Door een zogeheten digitale tweeling te creëren van een energiesysteem, kunnen alle apparaten en energieopwekkers aan elkaar gekoppeld worden in een virtueel model. Dat model kan twintig jaar vooruit, per kwartier, voorspellen hoeveel stroom een bedrijf of heel bedrijventerrein opwekt, verbruikt en kan opslaan. Of wat per jaargetijde de weersomstandigheden zijn voor zonne- of windenergie. Elke situatie kan nauwkeurig gesimuleerd worden, van elke toevoeging kan het rendement berekend worden. “Bijvoorbeeld wat er gebeurt als je een batterij van 2 megawatt toevoegt. Dan rekent het model het hele scenario uit. Wat de kosten zijn, hoeveel CO2-uitstoot een bedrijf bespaart. Dan zie je of het rendabel is, of je een grotere of kleinere batterij nodig hebt of bijvoorbeeld meer zonnepanelen op je dak moet leggen”, vertelt Eikhout. “Zo kan het model uitrekenen dat de batterij zes keer per jaar onvoldoende stroom levert. Dan kan een bedrijf een grotere batterij installeren of voor lief nemen dat het zes keer per jaar niet voldoende stroom heeft.” Oplossing voor campus TU Eindhoven Het maken van een model dat voor alle energie-apparaten werkt, was een enorme klus. Als je wil weten hoeveel stroom zonnepanelen leveren bij een bepaalde temperatuur en wat het rendement van een warmtepomp is als het buiten 10 graden is, krijg je een grafiekje of handleiding van de leverancier. Dat is niet iets wat je kunt gebruiken in een digitale tweeling. Al dat soort data van zonnepanelen, laadpalen en batterijen moest de start-up dus zelf digitaliseren en vastleggen in het softwaremodel. De data van de campus van de TU Eindhoven, waar beide bedrijven gevestigd zijn, zijn ingebracht in de digitale tweeling, zodat alle problemen duidelijk in beeld kwamen. “Toen we onszelf de vraag stelden hoe we die konden oplossen, viel de puzzel in elkaar”, vertelt Eikhout. Inmiddels heeft TIBO Energy niet alleen voor de TU, maar ook voor Eindhoven Airport uitgerekend hoe de toekomstige groene energy hub eruit zou kunnen zien. Verder is het slimme energie management systeem uitgetest en gedemonstreerd op het Green Energy Park in België, een proeftuin voor innovaties. Grote voordelen De virtuele energiecentrale van TIBO Energy kan niet alleen voorspellen, maar ook het hele energiesysteem aansturen. Ook dat gebeurt met behulp van AI en machine learning, maar dan werkt het systeem op basis van de daadwerkelijke real-time data. Het werkt dan als een virtuele energiecentrale die alle vraag en aanbod van elektriciteit op elkaar afstemt. Het grote voordeel is dat bedrijven of bedrijventerreinen fors kunnen besparen op stroomgebruik en kosten van zonnepanelen, warmtepompen of batterijen en dat netcongestie voorkomen wordt. Het voordeel voor de energiesector is dat de software eenvoudig te gebruiken is door energie-adviseurs, bouwbedrijven of installateurs. Zij kunnen de software in licentie aanschaffen en via de cloud gebruiken, zodat ze niet zelf een eigen virtuele energiecentrale hoeven te bouwen. Eikhout: “Onze partners kunnen nu geen complexe vragen van bedrijven beantwoorden over het elektrificeren van ovens of het aanschaffen van warmtepompen. Ook kunnen ze vaak niet leveren omdat ze vastlopen op de netcongestie. Voor die twee grote vraagstukken bieden wij een oplossing.” Lees ook: Zo houdt de eerste grote virtuele energiecentrale van Nederland vraag en aanbod in balans Is energieplanologie de oplossing voor netcongestie?ACM wil zorgen voor meer ruimte op het stroomnet door alternatieve contractenMet deze oplossingen worden bedrijventerreinen fossielvrij en klimaatneutraalMet een digitale tweeling het meest duurzame gebouw ontwerpen